Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Oefening in beter luisteren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Oefening in beter luisteren

9 minuten leestijd

Als de aandacht van de gemeente verslapt, merk je dat op de kansel meteen, zegt dr. P. C. Hoek uit Hoevelaken. Dan beginnen mensen te kuchen, te draaien, te schuifelen en dwalen blikken af. We leren het af om lang te luisteren naar gesproken woorden. Zelfs in de kerk kan het ontbreken aan rust en concentratie. Om vooral jongeren tot stilstand te laten komen, schreef de universitair docent een luisteroefening.

Geen catechisaties of kringwerk meer voor dr. P. C. Hoek, sinds hij in 2012 fulltime docent werd aan het Hersteld Hervormd Seminarie aan de VU in Amsterdam. De avonden bestemt hij voor het maken van preken. Eerst de opbouw bedenken, vervolgens de preek helemaal uitschrijven. Niet dat hij heel veel van het papier preekt, maar hij wil zorgvuldig formuleren. De preek volledig uitschrijven, helpt daarbij.

Studenten die lessen homiletiek bij hem volgen, drukt hij op het hart in de preekvoorbereiding goed te bedenken wie er onder hun gehoor zullen zitten en met welke vragen zij zouden kunnen worstelen. Een predikant die zich verplaatst in de onzekerheden en angsten van de luisteraar, heeft al veel gewonnen, is de achterliggende gedachte. Luisteren naar de preek gaat veel mensen namelijk steeds moeilijker af. Om met name jongeren daarin tegemoet te komen, schreef dr. Hoek op verzoek van uitgeverij De Banier het recent verschenen boekwerkje ”Goed luisteren valt niet mee”. Hij gaat in op de gevolgen van onze omgang met de sociale media (citeert daarbij iemand die de internetgebruiker vergelijkt met „laboratoriumratjes die in een tredmolentje rennen”) en doet in de tweede helft van het boek geestelijke en concrete handreikingen die de lezer kunnen oefenen in aandachtig lezen en aandachtig luisteren. „Het gaat meer om een houding van gericht zijn op het Woord en om de concentratie die daarbij onmisbaar is dan over een set trucs die je helpen de preek te onthouden”, merkt hij op tijdens een gesprek in zijn woonkamer in Hoevelaken. „Ik bepleit niet een handigheid maar een gezindheid.”

Wat maakt luisteren tegenwoordig zo moeilijk?
„Ik denk dat jongeren maar ook ouderen meer en meer visueel ingesteld zijn. Doordeweeks komt informatie in de regel op een andere manier naar hen toe dan in de kerk. Niet louter gesproken, in elk geval. Mensen staan bloot aan heel veel prikkels en zijn daaraan gewend. De manier waarop wij informatie tot ons nemen, doet iets met ons brein. Dus is er op zondag een probleem.

Kan een mens nog tot stilstand komen in het tumult en de haast van de tijd? Het gaat me er niet om een zuur verhaal te vertellen, maar je merkt dat jonge mensen onrustig worden als ze het een uur zonder smartphone moeten stellen. Dat vind ik wel zorgelijk. Als we niet tot stilstand kunnen komen, is het ook moeilijk om 35 à 40 minuten naar een preek te luisteren. De crux van het probleem zit voor mij in de collectief beleefde innerlijke onrust. Velen zien de versplinterde aandacht als een gegeven, maar ik denk dat er best een tegenbeweging gemaakt kan worden. Het gericht zijn op het gesproken woord is iets wat je kunt leren.”

Hoe?
„Door ons te concentreren op het Woord als zodanig. In het boek pleit ik ervoor dat we onszelf daarin oefenen. Dit gaat dus aan de preek vooraf. Dagelijks alleen zijn met de Schrift. Even alles uitzetten. Het echt stil laten worden. Wie daaraan went, gaat de voordelen ervan ervaren. Het mes snijdt aan twee kanten: Bijbellezen helpt je concentreren op wat er vanuit het Woord naar je toekomt en verdiept tegelijk je kennis. Dat laatste helpt óók bij het luisteren naar de preek. Wanneer het over de kerkdienst zelf gaat, zeg ik: probeer iets meer greep te krijgen op de structuur van een preek. Kortweg iets noteren, kan daarbij helpen. Overigens heb ik er wel wat bedenkingen bij als mensen voortdurend aan het schrijven zijn.”

Waarom?
„Christus is in het kleed van Zijn Woord in ons midden. In hoeverre blijf je, wanneer je als een notulist zit te pennen, bij je gevoel en gewaarwording? Ik voel meer voor –in termen van de middeleeuwse mystiek– een meditatieve houding, een gerichtheid op het vleesgeworden Woord. Het Woord komt tot ons en legt beslag op de hele mens. Dat heeft met verstand te maken maar ook met gevoel, wil, emotie. Tijdens het luisteren reflecteer je op jezelf. Als je schrijft, moet je aandacht besteden aan hoe je de preek verwoordt. Dat kan helpen, maar ook belemmeren.”

Goed kunnen luisteren heeft ook te maken met de preek. Maar het aandeel van de predikant komt niet naar voren in het boek.
„Mijn opdracht was om in het boek ‘in gesprek’ te gaan met een 16-jarige. Een eventuele boodschap voor predikanten zou hen waarschijnlijk niet bereiken. Terwijl een jonge lezer daarbij denkt: dan zal dit boek wel niks voor mij zijn.”

Wat zou een predikant in homiletisch opzicht kunnen doen om het luisteren gemakkelijker te maken?
„Ik denk dat je iets kunt bereiken door meer beeldend te spreken. Preken zitten vaak vol argumenten en redeneringen. Een ander woord dat bij me naar boven komt is dialogisch. De preek is een monoloog, en toch kennen we allemaal de ervaring dat het lijkt alsof een predikant met je in gesprek is. Een dialogische preek is direct en concreet. Er mag gerust een beschouwende passage in zitten maar ik denk wel dat we ons moeten inspannen om de boodschap uit te spellen in de concreetheid van zowel het geestelijke als het tijdelijke leven.”

Tijdens de kerkdienst neemt God het woord. Staat dat niet op gespannen voet met zo’n dialogische preek?
„Volgens mij niet. Paulus bedient zich op de Areopagus ook van de taal en de beelden van zijn luisteraars. Het eerste wat ik studenten homiletiek laat doen is een mentale oefening ter voorbereiding op de preek. „Je gaat over dit gedeelte preken”, zeg ik dan. „Welke vragen denk jij dat een 14-jarige vmbo’er bij dit tekstgedeelte heeft? Een moeder van een opgroeiend gezin? Een ziek gemeentelid? Probeer die vragen te beantwoorden, kruip erdoorheen. En ga dan naar de Bron om namens deze mensen te luisteren naar wat de Heere tegen hen te zeggen heeft. Maak de vragen vervolgens ook hoorbaar in je preek, zodat mensen zullen zeggen: Hé, dit gaat over mij.””

Mensen hebben een kortere spanningsboog dan vroeger. Stelt deze tijd nieuwe eisen aan een preek?
„Je kunt als predikant ook vijf betoogjes van acht minuten houden. Je kunt rekening houden met de hoorder van vandaag die moeite heeft zich goed te concentreren. Waarom de preek niet uit een aantal segmenten laten bestaan met ook een aantal rustpunten erin waardoor mensen even kunnen opademen? Het inlassen van een kleine vertelling kan een pauze zijn. Creëer een moment waarop het de hoorder iets gemakkelijker afgaat. Het zou mooi zijn als de hoorder zich inspanning getroost om aandachtiger te kunnen luisteren, terwijl de prediker op zijn beurt rekening houdt met de moeite die het de luisteraar kost om zijn aandacht op de preek te richten.”

Sommigen zeggen: in de preken van nu ontbreekt het appel.
„Ik weet niet of dat zo is. Je kunt je ook afvragen: Is de hoorder niet veranderd? De hoorder van nu is kritisch en mondig. Hij gaat minder snel akkoord met wat er gezegd wordt.”

Vindt u de huidige luisteraar te kritisch?
„Bijbelse kritische zin is altijd welkom. De kritische zin zoals die in het Bijbelse Berea bestond, is goed. De Bereërs zochten het Woord en de wil van God beter te verstaan. Dat is iets heel anders dan een bepaald soort democratiseringsdenken in de kerk waarbij mensen zichzelf als maat en norm van alle dingen zien.”

Wat gebeurt er tijdens de preek, naar uw opvatting?
„Calvijn zegt: De Heilige Geest wil de monden van mensen heiligen en maken tot Zijn eigen mond. Dat is een hoge opvatting van de prediking. Voor zover de preek overeenkomstig het Woord van God is, klinkt daarin Zijn eigen stem tot ons. Dan denk ik: Dat heeft ook consequenties voor de gezindheid en houding waarmee we onder de preek zitten. De preek is niet een mensenverhaal waarvan je kunt vinden wat je wilt. Wat in de lucht hangt, is: wat kan ik ermee? Ik zou het liever omkeren: wat kan het Woord met ons?

Onze opvattingen over gezag en het gezaghebbend spreken van de predikant zijn veranderd. Luther sprak over de predikant als over de prekende God en vereenzelvigde daarbij bijna de prediker met het Woord van God. Dat gaat ver. De prediking is echter wel het middel waardoor God wil werken. Je kunt niet zeggen dat preken een vorm van presenteren is, te midden van andere vormen. Dat laat onverlet dat een prediker ook op zijn preek aanspreekbaar moet zijn.”

Hoe merkt u als predikant dat de gemeente luistert?
„Dan is het heel stil in de kerk. Verder kun je door contact te hebben met je hoorder –en dan bedoel ik ook oogcontact– merken welke mensen gericht zijn op wat er gezegd wordt. Op die manier merk je ook of de uitleg die je geeft, te lang duurt. Wanneer je geen maat kent in wat je van de gemeente kunt vragen, dwaalt ze af. Dat heeft te maken met wat en hoe je communiceert. Als je niet hebt gedaan wat in je vermogen ligt om de preek zo nabij mogelijk te brengen, als je tijdens het preken niet bezig bent met de vraag hoe je, menselijkerwijs gezegd, de ingang kunt vinden, kan de beste boodschap de boot missen. Het feit dat de Heilige Geest ons wil gebruiken, moet reden genoeg zijn om niet minder dan onze uiterste best te doen.”

>>rd.nl/kerkbreed

In Kerkbreed komt iedere week een persoon aan het woord die een reflectie geeft op een bepaalde gebeurtenis of ontwikkeling in de breedte van het kerkelijk leven. Vandaag: dr. P. C. Hoek. Onlangs verscheen van zijn hand het boek ”Goed luisteren valt niet mee”.


P. C. Hoek

Dr. P. C. Hoek (1971) werd in 2005 door de generale synode van de Hersteld Hervormde Kerk benoemd als parttimedocent praktische theologie aan het Hersteld Hervormd Seminarie, dat is gevestigd aan de VU in Amsterdam. Eind 2012 kreeg hij een fulltimeaanstelling en nam hij afscheid van de hersteld hervormde gemeente Bethel te Hoevelaken-Nijkerkerveen, waar hij sinds 2008 predikant was. Zijn eerste gemeente was de hervormde gemeente van Sint Annaland. Hij diende haar van 1999 tot 2008.

Ds. Hoek promoveerde in 2013 bij prof. dr. A. van de Beek op een theologiehistorische studie op het vlak van de scholastieke theologie. Hij is getrouwd met Elza van Wezel. Samen kregen zij drie dochters en twee zoons.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2015

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Oefening in beter luisteren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2015

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken