Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Steekspel rond het pgb

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Steekspel rond het pgb

9 minuten leestijd

In 2014 loodste hij voor het oog met gemak drie complexe zorgwetten door de Tweede Kamer. Inmiddels ligt staatssecretaris Van Rijn door problemen met het uitbetalen van persoonsgebonden budgetten (pgbs) zwaar onder vuur. Hoe belandde hij in dit mijnenveld? Zeven vragen.

Waarom zijn er nu opeens problemen rond pgb’s? Ze bestaan toch al jaren?

Dat klopt, maar rond de pgb’s is er vorig jaar in korte tijd heel veel veranderd. In 2014 ging de Tweede Kamer akkoord met de komst van drie nieuwe zorgwetten. Het betreft de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (WMO) en de Wet langdurige zorg (WLZ), die de zorg regelen voor jongeren en hulpbehoevende burgers.

De Tweede Kamer bedong daarbij een zo groot mogelijke ruimte voor het pgb: een budget waarmee burgers zelf zorgverlener(s) kunnen contracteren; hetzij voor zichzelf, of voor hun kinderen of ouders. Wie onder de nieuwe wetten zou vallen, om het even welke van de drie, zou om een pgb moeten kunnen vragen.

Gevolg daarvan was onder meer dat de 393 Nederlandse gemeenten opeens organisatorisch betrokken raakten bij de pgb’s, want zij zijn verantwoordelijk voor de Jeugdwet en de WMO. Zij moeten nagaan of aanvragen voor een pgb voldoen aan de criteria van de gemeentelijke WMO-verordening en zo ja, op welke zorg de aanvrager aanspraak kan maken. Dat moet allemaal tamelijk gedetailleerd worden vastgelegd, voordat de gemeente bepaalt welk budget zij toekent.

De ergste pijn zit dus bij gemeenten?

Niet alleen daar, per 1 januari veranderde er namelijk nog iets. Op die datum werd ook het zogenaamde trekkingsrecht weer van kracht. De afgelopen jaren werd pijnlijk duidelijk dat het pgb een fraudegevoelige regeling is. Malafide bemiddelingsbureaus bleken pgb’s te kunnen aanvragen voor niet-hulpbehoevende patiënten. Lastig viel na te gaan of de in rekening gebrachte zorg daadwerkelijk was verleend en noem maar op. Dat moest anders, besliste de Kamer in 2013, en zo werd het trekkingsrecht, dat in 2003 was afgeschaft, weer uit de kast gehaald.

Kern daarvan is dat het budget niet vooraf, dus als voorschot, wordt uitgekeerd maar pas achteraf, na allerlei rechtmatigheidscontroles. Daarbij zou het geld niet rechtstreeks naar de budgethouder of het bemiddelingsbureau gaan, maar naar de overheidsinstantie die de rechtmatigheidscontrole zou doen. Dat werd uiteindelijk de Sociale Verzekeringsbank (SVB), een uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Sociale Zaken die ook de kinderbijslag overmaakt.

Een en ander resulteert in een gefragmenteerd en dus ingewikkeld betalingsproces waarbij hulpverleners die zorg verlenen aan pgb-houders hun declaraties moeten indienen bij de SVB. Deze mag pas uitbetalen na een omvangrijke rechtmatigheidstoets waarbij tal van documenten moeten worden gecheckt: de beschikking van de gemeente of het zorgkantoor waaruit moet blijken dat degene voor wie de hulpverlener werkt echt een pgb heeft, de zorgovereenkomst waaruit blijkt dat de pgb-houder echt de opdrachtgever is, het urenbriefje van de hulpverlener dat aantoont dat hij echt zorg heeft verleend enzovoorts.

Omdat pas laat in 2014 duidelijk werd dat de nieuwe zorgwetten konden rekenen op een meerderheid in het parlement had de SVB eigenlijk maar een halfjaar de tijd voor het introduceren, testen en implementeren van een nieuw ict-systeem. Dat systeem moest de gegevens opslaan en verwerken van: 150.000 pgb-houders, 250.000 zorgverleners, 393 gemeenten en 43 zorgkantoren. Dat was, zo blijkt nu, te veel gevraagd.

Wat gaat er dan zoal mis?

Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer vorige week bleek dat een kleine vergissing bij het invoeren van gegevens er al toe kan leiden dat het systeem de uitbetaling van declaraties blokkeert. Stel, iemand komt in aanmerking voor vijftien uur dagbesteding per week en wil met een pgb zijn eigen hulpverlener kiezen. Hij en deze hulpverlener komen een arbeidsloon overeen van 43 euro per uur; ruim beneden het maximumuurtarief voor dagbesteding van 63 euro per uur. Stel nu dat de gemeente het bedrag van 43 euro per ongeluk invult in het vakje ”maximumuurtarief” en de pgb-houder verhoogt het uurtarief op enig moment naar 45 euro per uur. Omdat dit ruim onder het maximum van 63 euro is, is er niets in de hand. Het SVB-systeem loopt dan echter onmiddellijk vast, omdat het maximumuurtarief lijkt te worden overschreden. Tijdrovende telefoontjes naar de gemeente en de budgethouder moeten vervolgens uitwijzen wat de oorzaak is.

Nog een voorbeeld: sommige ondernemers zijn een woonvoorziening begonnen voor cliënten met dementie of een verstandelijke beperking met een pgb. Zij moesten afgelopen najaar aan de SVB doorgeven welke zorgovereenkomst zij met hun cliënten zijn aangegaan. In het systeem bleken echter alleen contracten te kunnen worden ingevoerd die zijn opgesteld volgens de SVB-modelovereenkomst. Door miscommunicatie daarover moesten honderden licht afwijkende overeenkomsten opnieuw worden ingevuld, verstuurd en verwerkt.

Waarom greep niemand in?

Een hoorzitting over die vraag, vorige week donderdag, schetste het bekende beeld: veel betrokkenen voorzagen enorme problemen, maar niemand sprak dat hardop uit. Volgens de SVB duurde het veel langer dan voorzien voordat gemeenten alle gegevens hadden aangeleverd van de burgers voor wie zij op grond van de nieuwe zorgwetten een budget beschikbaar hadden gesteld. Gemeenten zeggen op hun beurt dat zij de benodigde gegevens te laat van het Rijk hebben gehad. De belangenorganisatie van pgb-houders Per Saldo zegt te hebben aangedrongen op een gefaseerde invoering van het nieuwe systeem, maar dat zouden de verzekeraars geblokkeerd hebben. Zij wilden alles of niets. Vaststaat verder dat de SVB het ict-systeem vóór 1 januari, de datum waarop het moest werken, niet heeft getest.

Toen de hulpverleners van pgb-houders eind januari voor het eerst gingen declareren bij de SVB kon de organisatie van veel facturen de rechtmatigheid nog niet beoordelen, omdat de beschikkingen van gemeenten en de zorgovereenkomsten nog niet in het systeem stonden. Daardoor moest de organisatie terugvallen op allerlei noodprocedures, zoals het handmatig invoeren van gegevens en het verstrekken van voorschotten.

Wie zijn er het meest gedupeerd geraakt door deze pgb-problematiek?

Allereerst de zorgverleners van de pgb-houders. Sommigen werken al maandenlang zonder te worden uitbetaald. Verder de pgb-houders, want een deel van hen raakte zonder zorg doordat hun zorgverlener noodgedwongen op zoek ging naar ander werk.

Valt Van Rijn iets aan te rekenen?

Over die vraag gaat de Tweede Kamer zich morgen buigen, in een debat dat weleens de hele dag zou kunnen gaan duren. Dat zo’n debat er nog voor de zomer zou komen, viel een paar maanden geleden nog niet te voorzien. Dankzij VVD en PvdA bedong Van Rijn namelijk dat de Algemene Rekenkamer later dit jaar zou reconstrueren wat er rond de pgb’s precies was misgegaan. Tot die tijd zou hij al zijn energie kunnen steken in het oplossen van de gerezen problemen.

De tijd haalde hem echter in. VVD en PvdA herzagen hun mening, met als gevolg dat Van Rijn alle correspondentie tussen hem en de SVB per direct ter inzage moest geven aan de Tweede Kamer. Vanaf dat moment waren de rapen gaar: volgens de oppositiepartijen SP, CDA, PVV, D66, CU, GL en 50PLUS blijkt uit de stukken dat Van Rijn en de SVB zich terdege bewust waren van de risico’s die ze namen door het nieuwe systeem per 1 januari zonder uitstel in werking te stellen.

Het verweer van Van Rijn is dat kiezen voor uitstel mogelijk voor nog meer onzekerheid en een grotere chaos zou hebben gezorgd.

Komt Van Rijn hier, als hij aanblijft, nog uit?

Een van de deelnemers aan de hoorzitting van vorige week merkte snedig op dat Van Rijn momenteel meerdere wedstrijden speelt. De eerste: zorgen dat alle zorgovereenkomsten en beschikkingen alsnog zo snel mogelijk in het systeem komen, zodat de stapel achterstallige declaraties kan worden weggewerkt. De tweede: zorgen dat het systeem zo snel mogelijk naar behoren gaat werken. De derde: zorgen dat eventueel te veel verstrekte voorschotten voor de meest schrijnende gevallen weer netjes worden verrekend. En de vierde: de Tweede Kamer voorbereiden op de schadeclaims die eraan zitten te komen. Claims zijn er in elk geval te verwachten van zorgverleners die hun misgelopen betalingen alsnog gaan claimen, inclusief een opslag. Verder hebben tal van gemeenten allerlei noodmaatregelen moeten nemen, zoals het inhuren van extra mankracht, om te voorkomen dat pgb-houders zonder zorg zouden komen te zitten. Sommige gemeenten, waaronder Groningen, kondigden vorige week aan de rekening daarvoor te zullen neerleggen bij Van Rijn.

Eén ding staat dus wel vast: het zal zeker nog een jaar duren voordat er op het pgb-dossier het stempel ”afgerond” kan worden gezet. Dat is het vooruitzicht voor pgb-houders, voor hun hulpverleners, voor de Tweede Kamer en voor Van Rijn. Of voor zijn opvolger, als Van Rijn wordt weggestuurd.


Pgb-dossier

In Nederland ontvangen momenteel ruim 133.000 budgethouders zorg via een pgb. Dat zijn er fors meer dan het aantal van 5401 uit 1996; het jaar waarin de door staatssecretaris Terpstra bedachte pgb-regeling van kracht werd. Met het groter worden van de groep budgethouders stegen ook de kosten; van 45 miljoen in 1996 via 921 miljoen in 2005 naar ruim 2,6 miljard euro vorig jaar.

In 2010, in de nadagen van het demissionaire kabinet-Balkenende IV, stelde minister Klink subsidiestops en wachtlijsten in om de stijgende kosten voor de pgb’s te beteugelen. Voor tal van bijzondere groepen pgb-houders maakte hij onder druk van de Kamer echter meteen alweer een uitzondering.

Staatssecretaris Veldhuijzen greep in 2011 naar een paardenmiddel. Zij wilde het pgb alleen nog beschikbaar stellen voor personen met een indicatie voor verblijf in een instelling. Doordat het kabinet-Rutte I al snel daarna ten val kwam ging deze maatregel niet door.

De vijfpartijencoalitie van VVD, CDA, D66, CU en GL zette in op behoud van het pgb, maar stelde tegelijkertijd maatregelen in het vooruitzich om fraude en oneigenlijk gebruik zo veel mogelijk te voorkomen. De belangrijkste daarvan was de herinvoering van het trekkingsrecht, waarbij declaraties voor aan pgb-houders verleende zorg worden uitgekeerd door de Sociale Verzekeringsbank, na een rechtmatigheidstoets.

Staatssecretaris Van Rijn, die in 2012 aantrad, zette dat halfslachtige beleid voort. Vorig jaar concludeerde de Algemene Rekenkamer dat de invoering van trekkingsrechten al een jaar achterliep op de planning. „Door het ontbreken van een strakke regie is sprake geweest van moeizame en trage besluitvorming”, aldus de toezichthouder in het jaarverslag.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 juni 2015

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Steekspel rond het pgb

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 juni 2015

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken