Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kiezer schrijft geschiedenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kiezer schrijft geschiedenis

9 minuten leestijd

De Nederlandse kiezer schrijft vandaag misschien wel geschiedenis. Het referendum over het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne zou zomaar het begin kunnen zijn van een nieuw hoofdstuk in de Nederlandse democratie. „Het is goed mogelijk dat we over 20, 25 jaar terugkijken en zeggen: Er is iets wezenlijks veranderd.

Heel blij is dr. Wytze van der Woude niet met de volksraadpleging. Want waar gaat die nu eigenlijk over? Formeel beantwoorden kiezers vandaag de vraag: „Bent u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne?”

De initiatiefnemers van de volksraadpleging, verenigd in GeenPeil, hebben er echter geen geheim van gemaakt dat het hun niet zozeer om het verdrag te doen is. Nee, zij vinden dat de Europese integratie te ver gaat en dat burgers er te weinig democratische invloed hebben. Ze hebben het referendum vooral aangegrepen om de kiezers zich dáárover uit te laten spreken.

De PVV wil dat kiezers vandaag protesteren tegen de Brusselse elite. Anderen zien het als een soort populariteitspeiling van het kabinet.

„Kennelijk hebben we bij dit referendum niet één, breed gedeelde hoofdkwestie te pakken”, constateert de universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht. „Er is geen heldere keus tussen A –voor het associatieverdrag– en B –tegen dat verdrag– maar mensen kiezen nu tussen A en niet-A. En wat is dan niet-A? Geen Europees associatieverdrag, maar een bilateraal verdrag tussen Nederland en Oekraïne? Moet premier Rutte naar huis? Blijkbaar is de nu geformuleerde referendumvraag voor veel kiezers niet de meest relevante.”

Doordat er onder het kiezerscorps naast het associatieverdrag zo veel andere motieven meespelen, is de discussie rond het referendum „een soort schimmenspel” geworden, analyseert Van der Woude. „Daar kan ik slecht tegen. Want dat maakt de uitslag straks zo ontzettend polyinterpretabel. Waarover hebben kiezers zich willen uitspreken, en wat wilden ze zeggen?”

Dat er zo veel onduidelijkheid is ontstaan in de aanloop naar het referendum kan er volgens hem mee te maken hebben dat Nederland nog weinig vertrouwd is met het instrument referendum: we moeten het juiste gebruik nog onder de knie krijgen. En de wet die dit soort raadgevende referenda mogelijk maakt, zou misschien wat preciezer geformuleerd moeten worden. Nu biedt die wel heel veel ruimte om een volksraadpleging te organiseren. „Het is maar net over welk onderwerp er voldoende handtekeningen worden verzameld.”

In tal van EU-lidstaten –waaronder in Nederland in 2005– zijn eerder al tientallen referenda gehouden over Europese onderwerpen (zie tabel). „Maar die gingen wel over fundamentele zaken, zoals over toetreding tot de EU, tot de euro of over de Europese grondwet. Veel wezenlijker dan een vrijhandelsverdrag tussen de Unie en Oekraïne.”

Deze kanttekeningen plaatst Van der Woude niet omdat hij tegen referenda als zodanig is. „Integendeel. Ik zou bijvoorbeeld blij zijn met een referendum over toetreding van Oekraïne tot de EU. Want dan gaat het om een hoofdzaak.”

Waar referenda bedoeld zijn om de kloof tussen burgers en politiek te verkleinen, „lopen we nu op zijn minst het risico dat het tegenovergestelde gebeurt”, vreest de Utrechtse wetenschapper. „Dat zou jammer zijn.”

Het vertrouwen in de politiek en de animo onder burgers om politiek actief te zijn, zou bijvoorbeeld een deuk kunnen oplopen als kabinet en Kamer een ”nee” van de kiezers naast zich neerleggen. Van der Woude verwacht overigens dat Den Haag de uitslag volgt.

Maar dat hoeft toch niet? De uitslag is niet bindend, het is immers een advies.

„Als politici de uitslag naast zich neer willen leggen, moeten ze wel met een heel goed verhaal komen. In de praktijk zie je dat niet-bindende referenda niet bestaan. Als de opkomstdrempel wordt gehaald, wordt de uitslag doorgaans gevolgd. En als dat een ”nee” is, zullen er heronderhandelingen komen in Europees verband over het verdrag.

Als je de uitslag niet wilt overnemen, moet je gewoon geen referendum willen hebben.”

De Grondwet schrijft voor dat Kamerleden stemmen zonder last en de referendumwet zegt dat de wetgever na het referendum zélf dient te beslissen of de uitslag wordt gevolgd.

„Over stemmen zonder last is in Nederland al veel jurisprudentie. De rechter heeft uitgemaakt dat politici zich mogen binden, ook vooraf, aan de uitslag. Het is namelijk hun vrije keuze om dat te doen. En Kamerleden kunnen, als puntje bij paaltje komt, die zelfbinding ongedaan maken door tóch een andere keuze te maken dan de kiezer.”

In ons stelstel vertegenwoordigen politici het volk. Daar strijdt een vorm van directe democratie, zoals het referendum, toch mee?

„De vraag is of je het stelsel helemaal moet inrichten volgens dat ene principe van representativiteit. Je kunt ook kiezen voor een mengvorm door vormen van directe democratie toe te laten.

Nederland heeft aan de inputkant een ontzettend eerlijk democratisch model: bij verkiezingen gaat er bijna geen stem verloren. Maar aan de outputkant hebben kiezers vrijwel niets meer te zeggen over wat er gebeurt. Niet over met wie hun partij in zee gaat, niet over welke compromissen die partij sluit enzovoorts.

Tussen twee Kamerverkiezingen in worden er talloze besluiten genomen waarop mensen geen invloed hebben. Het referendum kunnen kiezers dan gebruiken als een incidentele alarmbel: Ho, dit gaat ons te ver.”

Stel dat de kiezers vandaag aan de handrem trekken en massaal tegen het associatieverdrag stemmen. Wat betekent dat voor het kabinet?

„Ik zou het kwalijk vinden als aan een ”nee” de conclusie wordt verbonden dat het kabinet dus maar naar huis moet. We moeten dit referendum niet zien als een wedstrijd voor of tegen het kabinet. Als we niet verkrampt, maar op een volwassen manier met dit instrument willen omgaan, moeten we het zien als een stemming over het formele onderwerp. Anders wennen we er nooit aan en wordt het geen bestendige vorm van democratie.”

Een ruime meerderheid van beide Kamers stemde voor het verdrag. Is er bij een ”nee” van de kiezer sprake van een legitimiteitscrisis?

„Absoluut niet. Stemmen de meeste kiezers anders dan Kamerleden? Kan gebeuren. Zeker bij onderwerpen waar mensen geen moment aan hebben gedacht toen ze hun stem uitbrachten bij de Kamerverkiezingen, zoals bijvoorbeeld het associatieverdrag. Dat is allemaal geen probleem.”

Als de partijen in Tweede en Eerste Kamer net zo hadden gestemd als hun kiezers lijken te gaan doen, was er geen meerderheid geweest voor het verdrag. Wat zegt u dat?

„Helemaal niets. De keuze die kiezers maken voor een bepaalde partij is het resultaat van een amalgaam aan meningen en opvattingen over een wirwar van verschillende onderwerpen. Het kan heel goed zo zijn dat ze in meerderheid op dit specifieke punt van het associatieverdrag net even anders denken dan hun partij, terwijl ze zich op de meeste andere onderwerpen juist wel in hun partij herkennen.”

Wordt het, nu kiezers over tal van wetten referenda kunnen aanvragen, niet heel lastig om nog grote hervormingen te realiseren? Iedere keer zullen belangengroeperingen hun kans schoon zien om de kiezer daarover naar de stembus te roepen.

„We moeten nog maar zien of dat scenario uitkomt, al wil ik het probleem niet bagatelliseren. Ik ben benieuwd in hoeverre het ons lukt om zakelijk met het referenduminstrument om te gaan.

Daarom zou het goed zijn als we de referendumwet om de zoveel tijd evalueren. Om te beginnen na vandaag. Is het bijvoorbeeld niet te makkelijk om aan voldoende handtekeningen te komen om een referendum te organiseren? Deugt de opkomstdrempel? En hoe is de campagne verlopen?”

In Nederland is het referendum niet echt een gangbaar politiek instrument. Kan het dat wel worden?

„In Zwitserland, Ierland en Denemarken is inmiddels een echte, volwassen referendumtraditie ontstaan. En daar is het ook ooit met het eerste referendum begonnen. Het eerste raadgevende referendum vandaag zal bepalend zijn voor de functie die het instrument in ons land zal krijgen.”

Markeert dit referendum dus het begin van een nieuw hoofdstuk in de Nederlandse democratie waarbij de bevolking vaker de kans grijpt om in het stemhokje te laten weten hoe zij oordeelt over specifieke besluiten van de beleidsmakers in Den Haag?

„Het zou goed kunnen dat we over 20, 25 jaar terugkijken en zeggen: Sinds het referendum in 2016 is er iets wezenlijks veranderd.

Of het zover komt, hangt onder meer af van de frequentie waarmee het middel wordt toegepast. En met wat de gewoonte wordt rond het overnemen van de uitslag: wordt die gevolgd? Vooral dat laatste zal bepalend zijn of het referendum ingeburgerd raakt.”

>>rd.nl/oekraine


Uniek in de EU

Nooit eerder werd er in de EU een raadgevend referendum gehouden over een Europees onderwerp. In die zin is de volksraadpleging van vandaag uniek in zijn soort. Weliswaar gingen bijvoorbeeld de Nederlandse kiezers in 2005 naar de stembus om zich uit te spreken over de Europese grondwet, maar dat betrof een raadplegend referendum.

Het verschil tussen die twee is dat bij een raadgevend referendum de bevolking een advies geeft aan de wetgever en dat bij een raadplegend referendum de wetgever de bevolking om advies vraagt. Qua juridische status is er geen verschil: beide soorten zijn, zoals dat heet, consultatief. De uitkomst is formeel niet bindend.

Het raadgevend referendum zoals we dat sinds 1 juli 2015 in Nederland kennen, is verder correctief: kiezers kunnen slechts een correctie proberen aan te brengen op een wet die al door de wetgever is aanvaard. Het is niet mogelijk om er iets mee op de Kameragenda te zetten. Daarvoor is het burgerinitiatief in het leven geroepen.

Referenda kunnen in ons land alleen worden georganiseerd over wetgeving en over stilzwijgende goedkeuring van verdragen. Algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) of ministeriële regels zijn ervan uitgezonderd. Dat geldt ook voor wetten inzake het koningschap en het koningshuis (zoals bijvoorbeeld een wet ter goedkeuring van het huwelijk van een troonopvolger), voor de begrotingswetten en voor wetten tot verandering van de Grondwet.

Over de wet die de uitvoering van een eerder gehouden referendum regelt, kan ook geen referendum worden gehouden. Anders zouden burgers op die manier kunnen proberen de uitslag ongedaan te maken.

De referendumuitslag is pas geldig als ten minste 30 procent van het totale aantal kiesgerechtigden heeft meegedaan. De regering hoeft een neestem niet te volgen: het kabinet is na de uitslag alleen verplicht om bij de Kamer een voorstel van wet in te dienen dat uitsluitend strekt tot intrekking van de wet waarover het referendum ging of tot regeling van de inwerkingtreding van die wet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 april 2016

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Kiezer schrijft geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 april 2016

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken