Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kou rond acceptatieplicht even uit de lucht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kou rond acceptatieplicht even uit de lucht

Gezwabber rond acceptatieplicht

10 minuten leestijd

Moeten alle leerlingen toegang krijgen tot scholen waar ze zich aanmelden? De Tweede Kamer debatteert al sinds 2002 over deze zogeheten acceptatieplicht. Op cruciale momenten blokkeren christelijke partijen de behandeling van een PvdA-initiatiefwetsvoorstel ter zake. Maar de vertraging is ook te wijten aan seculiere partijen; die wisselen nogal eens van standpunt.

In de Tweede Kamer zijn op dit moment weinig fracties die af willen van artikel 23 van de Grondwet, dat de vrijheid van onderwijs garandeert. Tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting, enkele weken geleden, diende voormalig PVV-Kamerlid Van Klaveren (nu kandidaat voor VNL) een motie in om een eind te maken aan de subsidiëring van het bijzonder onderwijs. Alleen 50PLUS en ex-VVD-Kamerlid Houwers stemden voor.

De meeste andere fracties en ook de bewindslieden van Onderwijs, minister Bussemaker (PvdA) en staatssecretaris Dekker (VVD), wijdden bij de onderwijsbegroting warme woorden aan het grondwetsartikel over de vrijheid van onderwijs, dat volgend jaar honderd jaar bestaat.

Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Voor een aantal niet-christelijke partijen heeft het grondwetsartikel –in de woorden van D66-Kamerlid Van Meenen– „een steen des aanstoots.” En dat is de acceptatieplicht. In 2005 dienden PvdA, SP, D66 en GroenLinks een initiatiefwetsvoorstel in om orthodoxe scholen te verplichten iedereen toe te laten die de grondslag van de school respecteert.

De wet is nog steeds niet behandeld in de Tweede Kamer. De kwestie ligt gevoelig. Christelijke partijen vinden dat de wet een van de kernen van de vrijheid van onderwijs aantast. En daarom hebben ze de afgelopen jaren bij kabinetsformaties en bij het verlenen van gedoogsteun aan het kabinet de behandeling van de wet geblokkeerd. Tot nu toe met succes.

Dat de wet nog steeds niet is behandeld, heeft ook te maken met gedraai en verdeeldheid bij seculiere fracties. Alleen SP en GroenLinks laten een consequent en consistent geluid horen: zij willen zo snel mogelijk af van het recht dat scholen leerlingen mogen weigeren.

De PvdA zwabbert vanaf het begin van deze eeuw. Beoogd lijsttrekker Bos komt in 2002 met het voorstel voor een acceptatieplicht. Enkele dagen later trekt hij het weer in, maar een jaar later presenteert de PvdA het plan opnieuw. En in 2005 komt de partij met een initiatiefwetsvoorstel.

Maar niet alle PvdA’ers steunen de wet. Toenmalig minister Plasterk van Onderwijs plaatst er in 2009 kritische kanttekeningen bij. De huidige minister van Onderwijs, Bussemaker, doet dat tijdens de begrotingsbehandeling begin november eveneens.

Ook D66 wisselt van standpunt. In mei 2005 komt senator Schuyer met een onderwijsplan. Daarin bepleit hij de acceptatieplicht. Maar hij vindt wel dat scholen die een consequent en consistent toelatingsbeleid voeren een uitzonderingspositie mogen krijgen. De huidige onderwijswoordvoerder van de D66-fractie, Van Meenen, twijfelt sterk aan het nut van zo’n uitzonderingsbepaling (zie ”Weigeringsrecht leerlingen „steen des aanstoots” voor D66”). De toenmalige onderwijswoordvoerder, Van der Ham, stelt zich in 2010 nog feller op. Hij laat op de radio weten waarom hij voor een acceptatieplicht is: „Er is een klein groepje hardnekkige scholen, voornamelijk reformatorische, maar ook islamitische en sommige joodse scholen die vinden dat bepaalde leerlingen op hun school niet thuishoren. Daarmee onttrekken de scholen zich aan hun verantwoordelijkheid. Dat principiële punt willen we wel een keer maken.”

Ook de PVV verandert van mening. De fractie steunt in 2008 een motie van SP-Kamerlid Van Dijk om een acceptatieplicht in te voeren. In 2010 zegt PVV-Kamerlid Bosma echter: „We zijn voor de vrijheid van onderwijs en dus tegen de acceptatieplicht.” Ondertussen weet de PVV het helemaal zeker. Onderwijswoordvoerder Beertema zegt tijdens de laatste begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer: „Ik zie geen misstanden. Laat die scholen die vrijheid behouden. Een toegangsrecht zou heel slecht zijn voor het fundament van artikel 23. Daar ga ik absoluut niet in mee.”

De grootste twijfelaar is de VVD. Tijdens de verkiezingscampagne in 2003 zegt lijsttrekker Zalm dat hij een acceptatieplicht wil. Enkele dagen later corrigeert Kamerlid Cornielje hem. In 2013 kondigt VVD-Kamerlid Straus aan dat haar fractie de initiatiefwet wel gaat steunen. In een interview met deze krant stelt Straus vandaag dat de VVD het initiatief toch niet aan een meerderheid gaat helpen. Het Kamerlid wil de discussie verbreden tot een wet die staatssecretaris Dekker van Onderwijs gaat indienen over het richtingvrij plannen. De overheid gaat dan bij de stichting en subsidiëring van scholen niet langer rekening houden met de levenbeschouwelijke richting van de school. Iedere school die levensvatbaar is en voldoende kwaliteit levert, krijgt steun van de overheid.

Straus staat positief tegenover toelatingseisen die scholen aan ouders en leerlingen stellen. Maar hoever de VVD daarin wil gaan, weet het Kamerlid nog niet. Dat zal tijdens de wetsbehandeling moeten blijken.

In ieder geval weten PvdA, SP, D66 en GroenLinks na de uitlatingen van Straus dat hun initiatiefwetsvoorstel geen meerderheid haalt. Maar de discussie over het toelatingsbeleid is nog niet voorbij. Deze komt terug bij de behandeling van de wet over richtingvrij plannen. De kou is dus even uit de lucht, maar de discussie krijgt een vervolg.


Tijdlijn

December 2002: Beoogd PvdA-lijsttrekker Bos pleit voor acceptatieplicht. Na kritiek komt hij terug op zijn standpunt.

Januari 2003: VVD-fractievoorzitter Zalm stelt ook dat christelijke scholen ouders en leerlingen die de grondslag van de school respecteren, moeten toelaten. Enkele dagen later verklaart VVD-onderwijswoordvoerder Cornielje (nu commissaris van de Koning in Gelderland) dat de VVD níét wil tornen aan de bestaande regels voor het toelatingsbeleid.

December 2005: PvdA, SP, GroenLinks en D66 presenteren een initiatiefwet die regelt dat alle scholen alle leerlingen moeten toelaten als ze de grondslag en de regels van de school respecteren. Een uitzondering wordt gemaakt voor scholen die de afgelopen tien jaar een consequent toelatingsbeleid hebben gevoerd. Zij mogen als eis blijven stellen dat ouders (en kinderen) de grondslag onderschrijven. De scholen kunnen telkens voor een periode van vijf jaar ontheffing van de acceptatieplicht vragen bij de minister. Een van de argumenten voor invoering van een acceptatieplicht is dat deze de integratie van nieuwkomers bevordert.

Januari 2007: Het initiatiefwetvoorstel belandt tijdens de formatie van vierde kabinet-Balkenende (CDA, PvdA en ChristenUnie) op aandringen van de christelijke partijen in de ijskast.

Maart 2010: PvdA-fractievoorzitter Hamer kondigt direct na de val van het vierde kabinet-Balkenende aan dat zij het initiatiefwetsvoorstel acceptatieplicht snel in behandeling wil nemen. Nog voor de verkiezingen van 9 juni 2010 hoopt ze het door de Tweede en de Eerste Kamer te loodsen. Dat lukt niet.

December 2010: Het CDA bedingt bij de onderhandelingen over het regeerakkoord van Rutte I dat de VVD de initiatiefwet over acceptatieplicht niet gaat steunen.

April 2012: De Onderwijsraad concludeert dat er geen noodzaak is tot invoering van een acceptatieplicht. Verreweg de meeste bijzondere scholen hebben al een open toelatingsbeleid. De wet zal daarom geen bijdrage leveren aan het tegengaan van segregatie in het onderwijs.

Februari 2013: VVD-Kamerlid Straus kondigt aan dat de VVD het gewraakte initiatiefwetsvoorstel gaat steunen.

September 2014: PvdA-Kamerlid Ypma maakt wereldkundig dat haar partij de initiatiefwet weer uit de la haalt. Onder politieke druk van CU en SGP, die het kabinet-Rutte II gedoogsteun verlenen, zet de PvdA het voornemen niet door.

November 2016: SP-Kamerlid Van Dijk wil haast maken met de invoering van de acceptatieplicht. Hij dreigt met een eigen wet te komen als de PvdA het voorstel niet binnen enkele weken indient. Minister Bussemaker (PvdA) en staatssecretaris Dekker van Onderwijs (VVD) voelen niets voor een acceptatieplicht.

December 2016: VVD-Kamerlid Straus verklaart dat de liberalen de initiatiefwet niet gaan steunen. De VVD wil het debat over het toelatingsbeleid voeren in het kader van een wet over richtingvrij plannen. Voor de VVD geldt in zijn algemeenheid: „Als ouders en kinderen niet volledig achter de school staan, is dat voor het kind én voor de school vervelend.”


Onderschrijven of respecteren

Scholen in het bijzonder onderwijs mogen van ouders en leerlingen onderschrijving óf respectering van de grondslag vragen. Onderschrijving betekent dat betrokkenen persoonlijk inhoudelijk achter de grondslag staan. Als ouders en leerlingen niet achter (een deel van) de uitgangspunten van de school staan, kunnen scholen respectering vragen. Dan beloven ouders en leerlingen dat ze zich zullen houden aan de regels die op de school gelden. In het hoger onderwijs mogen instellingen alleen respect voor de grondslag vragen.

Enkele procenten van het totale scholenbestand hebben een gesloten toelatingsbeleid waardoor alleen ouders en leerlingen worden toegelaten die de grondslag van de school onderschrijven. Het gaat om reformatorische, joods en islamitische scholen.

Het recht om leerlingen te weigeren, is stevig verankerd. Het vloeit voort uit artikel 23 van de Grondwet, dat handelt over de vrijheid van onderwijs. Er is ook jurisprudentie over. De Hoge Raad heeft na een lange rechtsgang in 1988 uitgesproken dat de orthodox-joodse scholengemeenschap Maimonides in Amsterdam een leerling mocht weigeren uit een liberaal-joods gezin. Deze uitspraak staat te boek als het zogenoemde Maimonidesarrest en geldt als norm voor scholen die een toelatingsbeleid voeren. Scholen die leerlingen weigeren, dienen dit wel consequent en consistent te doen, anders zal de rechter de school in een eventuele rechtszaak in het ongelijk stellen.


Weigeringsrecht leerlingen „steen des aanstoots” voor D66

„Ik vind dat er in het bijzonder onderwijs een toelatingsrecht voor ouders en leerlingen moet komen. Ouders bepalen naar welke school hun kind gaat, en niet scholen.”

D66-Kamerlid Van Meenen is stellig in zijn opvatting. Dat scholen tientallen jaren geleden leerlingen weigerden, is voor de democraat wél acceptabel, maar dat dat anno 2016 gebeurt niet: „Destijds was er een groot verschil met nu. Toen waren de scholen in handen van de ouders. Nu zijn vrijwel alle scholen verenigd in koepels en grote stichtingen. De ouders staan op afstand.”

We praten over een zeer klein percentage van de scholen met zo’n gesloten toelatingsbeleid, namelijk zo’n 1 à 2 procent?

„Dat klopt. We moeten het ook niet groter maken dan het is.”

Maar dat is toch juist een argument om dit recht van scholen ongemoeid te laten?

„Nou, nee, want het hele bijzonder onderwijs zou een toelatingsbeleid kunnen gaan voeren. Dat zou zeer ongewenst zijn en tot grote problemen leiden voor het openbaar onderwijs.”

Een school met een duidelijk profiel mag best een duidelijk toelatingsbeleid voeren, zo stelde staatssecretaris Dekker enkele weken geleden tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting. Wat is uw reactie daarop?

„Ik verwacht niet dat door het regelen van dit toelatingsrecht grote aantallen jongeren met een niet-reformatorische achtergrond naar reformatorische scholen zullen komen. Net zoals ouders met een islamitische achtergrond hun kind niet bij een joodse school zullen aanmelden of omgekeerd.”

Maar u ontneemt scholen wel de mogelijkheid om dit tegen te gaan.

„Dan is de cirkel rond, want dan kom ik weer bij mijn argument dat het de ouders en leerlingen zijn die zelf een school mogen uitzoeken die het beste bij hen past.”

U wilt de laatste scholen die nog wel een toelatingsbeleid hebben, gaan dwingen?

„Ik hanteer de liberale regel: de vrijheid van de een houdt op als die de vrijheid van een ander belemmert.”

Maar zou u in het uiterste geval dan wel een uitzonderingsbepaling willen voor scholen die de afgelopen jaren wel een consequent en consistent toelatingsbeleid voerden?

„Zo’n uitzonderingsbepaling zit in het huidige initiatief. Maar ik heb mijn twijfels daarover. Als de scholen die zo’n gesloten toelatingsbeleid voeren een uitzonderingspositie krijgen, stelt de hele wet per saldo niets meer voor.”

Is het dan niet beter om het advies van staatssecretaris Dekker en minister Bussemaker te volgen en de acceptatieplicht ongemoeid te laten?

„Ik vind de redenering van de bewindslieden niet beter dan de mijne. Laten we het debat nu eindelijk eens gaan voeren.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 3 December 2016

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Kou rond acceptatieplicht even uit de lucht

Bekijk de hele uitgave van Saturday 3 December 2016

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken