Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Online-leiders gezocht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Online-leiders gezocht

10 minuten leestijd

Vrijwel iedere organisatie en elk bedrijf is tegenwoordig wel ergens online te vinden. Van de groenteboer om de hoek tot aan de onderwijsinstelling. Ze lanceren bijvoorbeeld een Facebookpagina waarop ze nieuws delen. Maar ook individuele leiders bewandelen vaker de digitale weg. Politici gebruiken nieuwe media om hun ideeën en visies door te geven en te laten zien wat hen bezighoudt.

Maar waar zijn de online-leiders uit de directe omgeving van de jongeren: de jeugdwerker, de docent of het kerkenraadslid? Hoe vaak zetten zij sociale media in om contact te onderhouden met hen aan wie zij leidinggeven en om te delen wat hen bezighoudt? Zouden ze dat wel moeten willen? Zou het helpen om de relatie met jongeren te verbeteren?

Zijn de mensen die voor de klas, in het jeugdwerk of in de kerkelijke gemeente leidinggeven aan jongeren al online? Of mijdt de leider deze omgeving? Het lectoraat nieuwe media heeft hiernaar in 2015 en 2016 onderzoek gedaan. Aan 3000 onderwijsmedewerkers en gezagsdragers binnen de kerk is gevraagd welke sociale media zij dagelijks gebruiken. Daaruit blijkt dat zij vooral berichten versturen via e-mail of WhatsApp. Dezelfde vraag is aan 3000 jongeren gesteld. Uit de antwoorden blijkt dat jongeren eerder de nieuwste media omarmen. Zo gebruikt een kwart van hen Snapchat en een derde heeft een profiel op Instagram.

Authentiek gebruik

De popidolen van jongeren zijn online actief, maar hun mentor vaak niet. Hun sportheld zit op Snapchat, maar hun predikant niet op Facebook. Moeten dan alle leiders binnen school en kerk meteen een profiel aanmaken op Instagram en de jongeren uit hun klas of catechisatiegroep gaan volgen? Nee, maar het is wel de vraag of leiders dit gedeelte van het leven van jongeren links mogen laten liggen.

Jongeren verwachten ook niet direct dat een gezagsdrager vrienden met hen wordt via nieuwe media. Ze verwachten dit alleen als het onlinecontact overeenkomt met het offlinecontact. Ze verwachten dit eerder van een mentor die echt met hen meeleeft dan van een docent die opgaat in zijn of haar vak en ze verwachten dit eerder van de jeugdwerker die naast hen staat, dan van de wijkouderling die eens per jaar op huisbezoek komt.

Leiders denken vaak dat nieuwe media een ruis in het bestaande contact kunnen oplossen en kunnen werken als brug naar jongeren. Nieuwe media kunnen, mits deze authentiek gebruikt worden, wel een nuttige functie hebben in het meer aanwezig zijn in de onlinewereld van jongeren. Dat gaat een stap verder dan meekijken via een anoniem profiel en vraagt de bereidheid om als gezagsdrager zichtbaar te zijn in het onlinegedeelte van hun wereld. Op deze manier kunnen ze leiden tot een betere verhouding tussen een leider en een jongere.

Geen scheiding

Wat zouden redenen kunnen zijn om als leider wel online actief te worden? Allereerst hebben jongeren in hun omgeving identificatiefiguren nodig. Ze moeten zien hoe iemand zijn leven inricht, welke keuzes hij maakt en met welke visie hij in het leven staat. Hierbij is het belangrijk dat jongeren merken dat volwassenen geen scheiding aanbrengen tussen het werkelijke leven en het virtuele leven. Zowel de schermwereld als de echte wereld horen onder het beslag van Gods Woord te liggen.

Daarnaast moeten gezagsdragers mediawijsheid voorleven. Het is goed dat docenten en kerkelijk leiders oog hebben voor matig en doelgericht gebruik van nieuwe media. Maar leidt dat ertoe dat jongeren en gemeenteleden op een goede manier gebruik gaan maken van nieuwe media? Voorleven vraagt om een kwetsbare opstelling: wees eerlijk over het feit dat je geneigd ben tot alle kwaad. Wees daarbij transparant over de keuzes die je zelf maakt. Zo zouden filtering van internetverkeer en accountabilitysoftware –waarmee je elkaar helpt media verstandig te gebruiken– net als de airbag in een auto moeten behoren tot de basisuitrusting waarmee je als christen online wilt gaan. Inspireer daarnaast hen aan wie je leidinggeeft om nieuwe media op een authentieke en herkenbare manier te gebruiken. Geef als leider een goed voorbeeld: leid geen dubbelleven door sociale media te gebruiken voor de vakantiefoto’s en voor de groep heel anders te zijn.

Zuigkracht

Uit onderzoek van het lectoraat blijkt dat jongeren gemiddeld tot zevenmaal meer berichten ontvangen dan hun leiders. Dit terwijl hun leiders meer tijd achter het scherm doorbrengen. Online-leiders moeten de zuigkracht van media die zij zelf ervaren ook durven delen met de jongeren. Geef als leider ook aan hoe je mediavrije momenten plant en jezelf oefent in geconcentreerd werken of lezen. Leg aan jongeren uit hoe belangrijk concentratie en rust zijn voor het geestelijk leven.

Jongeren hebben ook online voorbeelden nodig. Driekwart van de jongeren geeft aan dat je aan iemands onlinepresentatie niet kunt zien of hij christen is. Uit ons onderzoek blijkt dat ook in gezinnen waarbij ouders op een open manier hun kinderen begeleiden in het maken van Bijbelse keuzes rond mediagebruik maar heel weinig de vraag wordt gesteld: Hoe gebruik jij nieuwe media goed, tot eer van God, tot heil van jezelf en tot zegen van je naaste?


„Online met leerling een relatie aangaan is lastig”

Henrieke van Schothorst (29, docent Engels) behoort tot de generatie leiders die met nieuwe media zijn opgegroeid. „Voor mij was MSN wat voor jongeren nu WhatsApp is. En eerlijk gezegd: ik zou ook echt niet zonder WhatsApp kunnen. Ik ben in die zin een kind van mijn tijd. Moet ik als docent online een voorbeeld zijn of moet ik ‘gewoon’ een goede docent zijn?”

Als docent Engels ziet Van Schothorst het niet als haar rol om ook online contact te hebben met leerlingen. „Ik ben actief op WhatsApp en Facebook, maar ga niet in op vriendschapsverzoeken of berichten van leerlingen. Ik doe dat alleen op LinkedIn met oud-leerlingen en gebruik dat puur voor mijn netwerk.” Zou het helpen om de leerlingen ook op andere sociale media te volgen? „Ik zou het te veel inbreuk op mijn privéleven vinden. Ik ben er voor hen tijdens de contactmomenten in de klas. Soms denk ik: „Wat gebeurt er bij deze leerling?” en kijk ik wat die online doet. Het geeft me dan inzicht. Ik bespreek dat ook met de leerling.”

Leerlingen verwachten van Van Schothorst niet dat ze online vrienden met hen wordt. „En als ze mij een berichtje of een vriendschapsverzoek sturen, geef ik aan dat ik er voor hen wil zijn, maar graag contact heb via mijn schoolmail of via een gesprek.”

Natuurlijk is de praktijk diffuser. Leerlingen kunnen zomaar na een werkweek een appje sturen. Vakantiefoto’s op een privéaccount komen via via ook bij leerlingen terecht. Toch vindt Van Schothorst deze gevallen verschillend: „Het is belangrijk om privé en werk gescheiden te houden. Anders zou ik het gevoel hebben in een glazen huis te leven. Maar dat betekent niet dat ik geen voorbeeld moet zijn in heel mijn leven. Ik denk dat leerlingen online niet een andere mevrouw Van Schothorst zien.”

Online een echte band met een leerling hebben, is lastig voor een docent. Allereerst is het niet conform de regelgeving. Collega’s spreken elkaar hier ook op aan. Maar het vraagt ook leiderschap: „Als je je leerlingen online volgt, moet je iets doen met wat zij daar delen. Een leerling ziet je namelijk wel degelijk als iemand die leiding moet geven. Als je in een WhatsAppgroep zit als docent, moet je die rol ook innemen.”

Op school zou best meer aandacht mogen zijn voor de inzet van nieuwe media in de klas. „Ik kan bijvoorbeeld niets doen met het quizprogrammaatje Kahoot. Dat is jammer. Toch beperkt het mijn rol als docent niet en benadeelt het de kwaliteit van de les niet. Ik wil graag een goede docent zijn van wie jongeren iets kunnen leren. Jongeren moeten aan mij kunnen zien dat mijn vakinhoud alles te maken heeft met mijn identiteit als christen. Ik zie ook wel de kloof die er bij sommige leerlingen is tussen leer en leven, zeker op sociale media. Maar de oplossing is niet om die kloof als docent op sociale media proberen te overbruggen met voorbeeldgedrag daar. Jongeren zullen die werelden enkel bij elkaar brengen als ze de Heere leren kennen. Daarbij helpt het wel als er voorbeelden in hun omgeving zijn op wie ze jaloers kunnen zijn. Een docent zou vooral leiderschap moeten laten zien door niet het eigen hart te volgen. De leerlingen in de klas zouden in mijn doen iets moeten kunnen zien van Christus.”


„Voor geestelijke gesprekken heb je een ontmoeting nodig”

Zijn mobiele nummer geeft hij aan weinig mensen, hij heeft een verborgen Facebookprofiel, heeft liever contact via de telefoon dan via de e-mail, maar accepteert wel volgverzoeken van gemeenteleden op zijn LinkedInpagina. Ds. M. H. Schot, predikant van de gereformeerde gemeente in Hendrik-Ido-Ambacht, ziet zeker voordelen van de digitalisering, maar benadrukt dat distantie net zo goed een onderdeel dient te zijn van een leven op grond van de Bijbel.

Zijn preekafspraken maakt ds. Schot digitaal. „Dit heeft voordelen, waaronder tijdwinst. Alle gegevens staan in mijn telefoon. Inclusief het adres van de gemeente waar ik mag voorgaan. Ik start vanuit mijn agenda direct de navigatie”, aldus de 48-jarige predikant.

Ds. Schot wil als gezagsdrager een gids zijn voor alle gemeenteleden. „Ik zou willen laten zien dat het leven met de Heere onvoorstelbaar veel beter is dan het leven op deze aarde.” Geldt dat ook ten aanzien van de digitale kant van het leven? Het is voor hem een lastige vraag of hij dit leiderschap ook online moet laten zien. „Ik kies ervoor om sociale media niet actief in te zetten, maar ik zal anderen die dat wel doen niet veroordelen. Aan de ene kant vind ik dat jongeren onlinevoorbeeldgedrag missen, maar aan de andere kant wil ik ervoor waken hen mee te nemen in de stroomversnelling die Facebook of WhatsApp heet, met alle zuigkracht en prikkels van zo’n medium. Overigens, door juist afwezig te zijn op bepaalde media, zoals Snapchat, toon je ook een vorm van online-leiderschap.”

De voormalig manager van computergigant IBM is van mening dat kerkelijk leiders zich terdege moet verdiepen in deze materie. „Ik heb een verborgen profiel op Facebook en zodoende kan ik begrijpen wat de aantrekkingskracht is en wat gevaren zijn. En zo weet ik ook wat jongeren bezighoudt en kan ik hen wapenen. Jongeren willen handvatten aangereikt krijgen, zoals de drieslag: structuur, stilte en strijd. Handvatten voor jongeren om regelmatig die telefoon uit te zetten en meer te gaan lezen. Zeker op zondag!”

Deze zaken mogen wat ds. Schot betreft wel een plaats in de preek krijgen, maar de catechisatie is daarvoor een beter moment. Binnen een kerkelijke gemeente kunnen sociale media een bijdrage leveren aan het meeleven en ontmoeten. „Maar er zijn ook gevaren. Zo kan dit groepsvorming binnen een gemeente versterken. Ook vind ik dat niet elk medium geschikt is. Zo zou ik Facebook niet gebruiken om buurtbewoners uit te nodigen voor de kerkdiensten. Maar een website waarop de preken terug te luisteren zijn, kan zeker tot zegen zijn.”

Om gesprekken met gemeenteleden te voeren, ziet de predikant geen wezenlijk verschil tussen telefoon en nieuwe media. „Maar voor de geestelijke vragen heb je een ontmoeting nodig.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 2017

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Online-leiders gezocht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 2017

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken