Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Veewet draait aan de verkeerde knoppen”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Veewet draait aan de verkeerde knoppen”

4 minuten leestijd

BARNEVELD. Adviseur Steven van Westreenen vreest dat provincies straks forse beperkingen gaan opleggen aan veehouders die hun bedrijf willen uitbreiden. Zelfs bestaande rechten zijn niet veilig, voorziet hij.

Sinds half april kan iedereen schieten op het wetsvoorstel veedichte gebieden. De zogeheten internetconsultatie loopt dinsdag af. Eind juni bespreekt het ministerie van Economische Zaken de reacties met de provincies en gemeenten. Nog voor de zomer wil staatssecretaris Van Dam het wetsvoorstel aan de Raad van State voorleggen.

Als in een gebied veel veehouderijen op een kluitje zitten, heeft dat volgens het kabinet gevolgen voor de kwaliteit van de leefomgeving: de verkeersdruk neemt toe door vrachtwagens die dieren, veevoer en mest aan- en afvoeren, er kan sprake zijn van stankoverlast en ook de gezondheid van omwonenden kan risico’s lopen. Vorig jaar bleek uit onderzoek van het RIVM dat mensen die dicht bij een veehouderij wonen, meer klachten hebben over hun luchtwegen. In de buurt van kippenbedrijven is de kans op longontsteking iets groter. Het lijkt erop dat de problemen veroorzaakt of verergerd worden door fijnstof, ammoniak en misschien ook door ziektekiemen die uit veestallen afkomstig zijn. Het RIVM is daar echter niet zeker van.

De nieuwe wet geeft provincies de bevoegdheid om de veehouderij een halt toe te roepen. Gedeputeerde Staten kunnen maxima vaststellen voor het totale aantal dieren in een bepaald gebied, het aantal stallen en het aantal dieren op elke afzonderlijke boerderij. Verplichte krimp van bestaande bedrijven wordt niet uitgesloten. Veehouders die daardoor schade lijden, kunnen een vergoeding vragen.

Van Westreenen, directeur van het gelijknamig adviesbureau in Barneveld, houdt zijn hart vast. „Van Dam voert de leefbaarheid op het platteland als argument op. Daar kun je van alles onder scharen. Ik ben bang dat veel boeren geen ruimte meer krijgen om hun bedrijven te ontwikkelen, terwijl dat juist hard nodig is om te kunnen investeren in nieuwe technieken die de uitstoot van schadelijke stoffen verminderen. Als dat gebeurt, schiet de wet zijn doel voorbij.”

In de praktijk gaan investeringen en schaalvergroting –grotere stallen met meer dieren– hand in hand, stelt de adviseur. Logisch, vindt hij, want dat is de enige manier waarop boeren de kosten die ze maken terug kunnen verdienen. De nieuwe wet dreigt dat te belemmeren.

Volgens de adviseur vindt ook de agrarische sector zelf dat bewoners van het platteland recht hebben op een goede leefomgeving. „Ondernemers die een nieuwe stal bouwen, gaan nu vaak al verder dan wettelijk vereist is. Pluimveehouders bijvoorbeeld investeren volop in droogtunnels, luchtwassers en ionisatielampen om de uitstoot van ammoniak en fijnstof te beperken.”

Zulke ontwikkelingen moet de overheid stimuleren, vindt Van Westreenen. „Met minder dieren wordt het fijnstofprobleem niet opgelost. Je moet niet sturen op aantallen dieren, maar op management en innovatie.”

Een voorbeeld van een slimme aanpak is volgens Van Westreenen het zogeheten Gelderse plusbeleid. Boeren in deze provincie mogen uitbreiden op voorwaarde dat ze extra stappen zetten bij het verminderen van emissies of verbetering van het landschap. Een ander voorbeeld is een project van de gemeenten in de Gelderse Vallei om emissiebeperkende technieken sneller toegelaten te krijgen.

Van de compensatieregeling in de wet heeft de adviseur weinig verwachting. „In de praktijk zal het moeilijk zijn om daar met succes een beroep op te doen. De ondernemer moet hardmaken dat hij de schade niet had kunnen voorzien of beperken, anders wordt die als ondernemersrisico beschouwd.”

De nieuwe wet is de zoveelste regeling die de veehouderij voor de kiezen krijgt. Van Westreenen: „De machine dendert maar door. Zelfs bestaande rechten zijn niet meer veilig. Dat vind ik kwalijk. Ondernemers moeten vooruit kunnen blijven kijken.”

In politiek Den Haag waait voor de veehouderij in Nederland een ongunstige wind, beseft de adviseur. „Ik vrees dat de wet in de Tweede Kamer een meerderheid krijgt. Maar dat zal leiden tot stagnatie van de vernieuwingen in de sector. Boereninkomens gaan omlaag, terwijl de leefbaarheid van het platteland en de volksgezondheid er niet door zullen verbeteren.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 mei 2017

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

„Veewet draait aan de verkeerde knoppen”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 mei 2017

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken