Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ook Poetin bouwt overal dezelfde flats

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ook Poetin bouwt overal dezelfde flats

7 minuten leestijd

Irina Taboejeva woont net als 70 procent van de Russen in een appartement. De typisch socialistische manier van stedenbouw zit het Russische volk nog altijd in het bloed, en dat lijkt niet snel te gaan veranderen.

Zeg maar tante Irina, zegt ze. Ze werkt als ‘omaatje’ in een flatje. Ze houdt een oogje in het zeil en jaagt af en toe ongewenste bezoekers weg.

Taboejeva woont in een wijk in de stad Izjevsk, die is gebouwd in de jaren 60 van de vorige eeuw, toen Nikita Chroesjtsjov nog in de Sovjet-Unie aan het bewind was. Vanbuiten verdient de grijsgrauwe ”chroesjtsjovka” geen schoonheidsprijs, maar binnen heeft tante Irina het prima voor elkaar.

De 67-jarige tante Irina weet nog hoe ze hier terechtkwam, met de rest van het gezin. „Op de kop van deze flat is in rode steen het hoofd van de eerste Russische ruimtevaarder Joeri Gagarin gemetseld, met het jaartal 1967 erbij. In dat jaar verhuisden wij. Mijn vader had gouden handen. Hij had van ski’s een slee gemaakt en zelfs de piano heeft hij met de ski’s over de heuvel getrokken.”

Gratis

Taboejeva woont in een ”trjosjka”, een driekamerappartement: „Ons gezin woonde vroeger niet ver hiervandaan in een houten huis. Met het toilet in de tuin. Toen daar een gebouw kwam, moesten wij weg. We kregen dit driekamerappartement toegewezen van de overheid. Gratis.”

Het was een sociale revolutie, zegt Ilja Lezjava, architect ten tijde van de Sovjet-Unie: „Vrienden van mij woonden in een huis met vijf andere gezinnen. Toen kregen ze opeens een tweekamerappartement met badkamer. Dat was een stap vooruit. Bovendien was het allemaal gratis van de overheid.”

Gelijkheid was het socialistische ideaal, en dat gold ook voor de woningbouw. Vlak voor de val van de Sovjet-Unie leken alle steden dus als twee druppels water op elkaar. De satirische film ”De ironie van het lot” beschrijft hoe een dronken Moskoviet zich vergist in het vliegtuig en zodoende aankomt in een andere stad, Leningrad. Hij ziet echter geen verschil tussen de twee steden en gaat zijn ‘eigen’ appartement binnen, in een straat met dezelfde naam, in hetzelfde gebouw en zelfs met hetzelfde slot. Maar de vrouw is anders.

In Russische flats betalen de bewoners een ‘omaatje’ dat de boel in de gaten houdt. Op strenge toon vraagt ze de vreemdeling wat hij komt doen. Ook tante Irina heeft zo’n hokje met een zwart-wittelevisie, waarop weinig anders te zien is dan een toespraak, bedrijfsbezoek of openbare vergadering van president Poetin.

„Ik hou de boel in de gaten. Ik heb een hokje met een tv, een magnetron en een bank. Ik mag daar slapen van elf tot zes uur. Om elf uur doe ik de gordijntjes dicht en ”bye bye”,” zegt tante Irina grinnikend: „Het is fijn werk. Ik ben daar 7 of 8 keer per maand, 24 uur. De mensen daar zijn lief. De kindertjes groeten mij: Goedendag. Ik zeg dan altijd goedendag terug. Ze vertrouwen je daar. Ze laten hun sleutel weleens bij mij achter. Eigenlijk mag dat niet. Onze baas vindt het niet goed.”

Bont

Ook onder president Poetin worden er nog altijd flats gebouwd, maar veel verandert er niet: de flats lijken precies op de Sovjetgebouwen. Het grootste verschil zijn de parkeerplaatsen met hekken eromheen. Bij de ingang zit nog altijd de bewaker.

Wat opvalt is de pijp in het trappenhuis: elke etage heeft een luik waardoor men huisvuil naar beneden kan gooien. Dit werd voor het eerst gebruikt in de late Sovjetperiode. Maar de pijp komt snel verstopt te zitten als gevolg van te grote zakken vuil. Toch blijven de architecten de flats voorzien van een dergelijke pijp die in no time is verstopt.

De nieuwe flats zijn wel iets kleurrijker dan de gebouwen uit de Sovjettijd, met veel rood en geel. Anastasia Zacharova woont met twee vriendinnen in zo’n bonte flat: „Ondanks het feit dat we met zijn drieën in een eenkamerappartement leven, vind ik het hier erg comfortabel wonen. Je hebt het gevoel alsof er heel veel ruimte is. We hebben een eigen badkamer en toilet, een grote keuken en een dicht balkon.”

Verwarming

De oude centrale verwarming van de Sovjet-Unie werkt nog steeds. Het overheidsbedrijf bepaalt wanneer de verwarming aan of uit gaat. In de winter is het binnen een sauna. En in het voorjaar blijft de verwarming lang branden. Bij de Russen geldt het motto”: ”Van hitte krijg je niks”.

Soms prutsen Russen er nog een extra radiatortje bij. Tante Irina: „Mijn vader –met zijn gouden handen– heeft een hele sectie op de verwarming aangesloten, zodat het ’s winters warmer zou zijn. Voor kleine kinderen was dat fijn. Nog altijd lopen we in de winter thuis in korte broek.”

Anastasia Zacharova denkt na over de verwarming: „Ik denk dat de verwarming ook bij ons centraal wordt bestuurd, ik heb er eigenlijk nooit aan gezeten.” Ook nieuwbouw is voorzien van een centrale verwarming waar bewoners zelf geen invloed op hebben.

Datsja’s

„In de toekomst zou ik wel een huis buiten Izjevsk willen hebben”, droomt Anastasia Zacharova. In Russische steden is het vaak grijs en grauw. In het weekend is er nauwelijks verkeer op straat: veel mensen vertrekken op vrijdagmiddag naar de buitengebieden om in de tuin te werken, oma te bezoeken of buiten de stad te barbecueën.

Tante Irina is net twee dagen naar de datsja geweest: „Ik heb daar een tuintje met worteltjes en radijsjes. Ernaast ligt een vijver. Ik zou er niet willen wonen, dat lijkt me saai. Maar het is daar heerlijk weer. Uitrusten kun je er echter niet, want er moet worden gewerkt. Maar je bent wel in de frisse lucht.”


Woningnood

Secretaris-generaal van de Sovjet-Unie Nikita Chroesjtsjov beloofde eind jaren 50 van de vorige eeuw een eind te maken aan de woningnood. Veel mensen leefden opeen in hostels en gemeenschappelijke flats. Dankzij de flatgebouwen die Chroesjtsjov liet bouwen, kon de gewone man eindelijk zijn eigen appartement betrekken.

De communistische droom werd voor de ogen van de naoorlogse generatie werkelijkheid. Samen bouwen aan een grote en sterke wereldmacht, dat was het ideaal. Enthousiaste jeugd, zowel mannen als vrouwen, van de communistische jeugdbeweging Komsomol greep de kans om te werken voor het vaderland. Het was niet alleen een eer om te bouwen, het was ook leuk en gezellig; tussen de arbeiders zat misschien wel een toekomstige partner.

De prestatie was verbluffend. De Sovjet-Unie gaf weinig geld uit aan architectuur; het doel was om goedkoop en snel zo veel mogelijk flats te bouwen. Verreweg de meeste gebouwen bestonden uit kant-en-klare panelen, die als een bouwpakket in elkaar werden gezet. Bouwvakkers stampten de flats binnen twee à drie weken uit de grond. Binnen tien jaar zagen de steden in de Sovjet-Unie er totaal anders uit.

De nieuwe generatie Sovjets verhuisde uit de overbevolkte gemeenschappelijke gebouwen naar eigen appartementen. De woningcrisis was bezworen.


Volksverhuizing

Chroesjtsjovs plan was dat de flats 25 tot 35 jaar zouden meegaan. Verspreid door de hele voormalige Sovjet-Unie staan de meeste ”chroesjtsjovka’s” nog. Het probleem is vaak dat de verouderde flats niet worden onderhouden en erg milieuonvriendelijk en inefficiënt op het gebied van energie zijn.

De overheid ontwikkelde een plan om in veel steden in Rusland de chroesjtsjovka’s te vervangen door nieuwe moderne huizenblokken, om de levensstandaard te doen toenemen.

Opvallend: de appartementen wijken nauwelijks af van andere wooncomplexen uit de late Sovjettijd. Tot nog toe lijken alleen de grote bedrijven te profiteren van deze volksverhuizing. Ze verkopen de nieuwe appartementen met een goede winst.

Vooral in Moskou zijn de afgelopen jaren veel chroesjtsjovka’s afgebroken en vervangen door nieuwe, hogere en modernere gebouwen. Dat ging niet helemaal zonder protest. De chroesjtsjovka’s zijn voor veel mensen planologische monumenten van een vergane tijd. Bovendien kunnen de bewoners die uit hun huis worden gezet maar slecht nieuwe woningen vinden, ondanks beloften van de regionale overheid. Niet zelden wordt men verbannen naar de buitenwijken van de stad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 2018

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Ook Poetin bouwt overal dezelfde flats

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 2018

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken