Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Waar zijn de wieken?”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Waar zijn de wieken?”

4 minuten leestijd

Veel water staat er niet in de Baakse Beek. Voor de molenaars op Landgoed Hackfort bij Vorden, in de Gelderse Achterhoek, is dat echter geen probleem. „Nu kunnen we juist mooi laten zien hoe belangrijk water voor onze molen is.”

Al is het waterpeil deze zomer erg extreem, zo’n lage stand hoort bij het seizoen, verzekert John Brandsen, een van de zes vrijwilligers op de watermolen van Hackfort. „Vroeger werd er ook niet het hele jaar door gemalen.”

Elke zaterdag is de watermolen van tien tot vier uur te bezichtigen. Als er dan een groep bezoekers is, zet Brandsen of een collega het grote waterrad vaak wel voor een paar minuten in beweging om te demonstreren hoe de molen werkt. Dankzij een watervoorraad kan dat. „Sommige kijkers stellen voor om de molen maar op een elektromotor te laten draaien, maar dat moet je met een authentieke watermolen niet willen”, meent Brandsen resoluut.

De molen, dicht bij Kasteel Hackfort, dateert van rond 1700. Water uit de langsstromende Baakse Beek, in de omgeving beter bekend als de Hackfortse Beek, drijft het waterrad met schoepen aan. Het molengebouw had nooit een woonfunctie. Wel is er een schouw in gebouwd, die de molenaar op zijn lange werkdagen enig comfort bood.

Waterpeil

Sinds 1997 wordt er weer graan gemalen, nadat de molen in 1952 om verschillende redenen was stilgezet. „Het rad en het molengebouw verkeerden in slechte staat. Onderhoud kostte te veel en de molen had geen toegevoegde waarde meer. In Vorden stond een windmolen en maalderijen in de omgeving werkten op elektriciteit of diesel”, aldus Brandsen. „Daar kwam bij dat de beek toen te weinig water bevatte om de molen nog te kunnen laten draaien.”

Omdat boeren in de omgeving zo veel mogelijk landbouwgrond wilden benutten was er, als onderdeel van een ruilverkaveling, een afwateringskanaal aangelegd. Daardoor daalde het waterpeil van de beek aanzienlijk.

De Vereniging Natuurmonumenten, die het landgoed in 1981 overnam, bracht het water terug, omdat het omringende bos te lijden had onder de droogte. Waterschap Rijn en IJssel herstelde een stuw, zodat de beek weer voldoende stroomde. „Het bos leefde op. De bomen staan er weer goed bij”, stelt Brandsen vast. Tekenend voor het herstel zijn in zijn ogen de ijsvogels die hij geregeld bij de beek waarneemt.

Prothesemaker

Na de restauratie van het kasteel en het koetshuis nam Natuurmonumenten de vervallen watermolen onderhanden. Boswachter Willem Regtop: „De molen kreeg een nieuw rad, van eikenhout uit het bos, en een nieuwe maalsteen. We hebben er toen ook molenaars bij gezocht, zodat we de molen konden openstellen. Voor het merendeel werken we nog met het team dat in 1998 begon. Heel standvastige heren, dus.”

Brandsen (43), in het dagelijks leven beeldhouwer en prothesemaker, is een van die vrijwilligers van het eerste uur. De molen is vertrouwd terrein. Brandsen groeide op in Vorden en woonde antikraak op het landgoed. Voor hem is het molenaarschap een rustpunt in een drukke week. „Heerlijk, om de molen te bedienen en zo wat in de natuur bezig te zijn. Als er geen bezoekers zijn, geniet ik rustig op een bankje van al het moois om me heen. Tussen juni en oktober draaien we mondjesmaat, omdat het water dan te laag staat. Dan hebben we tijd voor onderhoud.”

Brandsen leidt graag bezoekers rond. „Mensen willen van alles weten, hoe het allemaal werkt. Vaak krijg ik de vraag waar de wieken zitten. Heel vaak zelfs, terwijl dit toch echt een watermolen is.”


Tarwe en rogge voor de dieren

Op de Hackfortse molen wordt jaarlijks zo’n 5000 kilo graan gemalen: rogge, tarwe en triticale (een kruising van tarwe en rogge), afkomstig van een biologisch-dynamische boerderij op Landgoed Hackfort. De boer voert het gemalen graan aan zijn vee. Brandsen: „Dat houdt verband met hygiënevoorschriften. Bezoekers mogen in de molen alles aanraken, dus ook het meel in hun handen nemen. Daardoor is het niet meer geschikt voor menselijke consumptie.”

In het najaar en de winter zagen de vrijwillige molenaars hout van het landgoed voor de verwarming van de molen. De zaagbok is via een drijfriem met het waterrad verbonden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 augustus 2018

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

„Waar zijn de wieken?”

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 augustus 2018

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken