Bekijk het origineel

Afgegleden heupkop vaak laat herkend

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Afgegleden heupkop vaak laat herkend

3 minuten leestijd

Een afgegleden heupkop is een aandoening bij kinderen die vaak laat wordt herkend. Er zijn gevallen bekend waarbij het ruim een jaar duurde voordat de diagnose werd gesteld en de behandeling kon beginnen.

Dat uitstel kan leiden tot ernstige afwijkingen door het afsterven van bot en kraakbeen en door vroegtijdige heupslijtage op volwassen leeftijd.

Tot het einde van de puberteit bestaat de heupkop uit twee delen, met daartussen een groeischijf. Bij epifysiolyse –de officiële naam voor een afgegleden heupkop– verschuiven de twee delen van de heupkop ten opzichte van elkaar, waardoor deze wordt misvormd.

De oorzaak is niet precies duidelijk. Wel is bekend dat de volgende factoren een rol kunnen spelen: een ongunstige stand van de heupkop, overgewicht en hormonen die in de pubertijd de groeischijf wat verzwakken.

Het verschuiven of afglijden gaat meestal geleidelijk (chronisch), maar soms vrij plotseling (acuut).

In Europa krijgen van iedere 100.000 inwoners er 2 tot 10 te maken met een epifysiolyse. De kwaal komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes en manifesteert zich tussen het negende en zestiende levensjaar. Bij jongens ligt de piek rond dertien jaar, bij meisjes rond twaalf jaar. Als het kind is volgroeid, is de groeischijf gesloten en kan de heupkop niet meer afglijden.

In de helft van de gevallen komt de kwaal aan beide heupen voor, maar meestal niet tegelijkertijd. Is er epifysiolyse vastgesteld aan één heup, dan is het zaak om ook de andere heup goed in de gaten te houden.

Pijn in de knie

Klachten die kunnen wijzen op epifysiolyse zijn onder andere: pijn in de knie en/of lies, een naar buiten gedraaide stand van het been, een veranderend looppatroon (mank lopen), het niet goed meer kunnen belasten van het been en in een vergevorderd stadium een beenlengteverschil.

Bij onderzoek kan de kinderorthopedisch chirurg ontdekken dat de beweeglijkheid van de heup verminderd of afwijkend is en dat deze eventueel pijnlijk is. Met röntgenonderzoek is epifysiolyse van de heupkop meestal vast te stellen, al wordt de diagnose op deze manier in de praktijk nogal eens gemist.

Doel van de behandeling is om het afglijden te stoppen. Dit kan alleen via een operatie. Tijdens de ingreep wordt geprobeerd de afgegleden heupkop weer op zijn plek terug te zetten en hem met een schroef op de juiste plaats te verankeren.

Lukt het terugzetten niet, dan wordt de heupkop in de afgegleden vorm vastgezet met een schroef. Omdat de schroef door de groeischijf gaat, wordt deze geprikkeld om zich te sluiten, waardoor het afglijden stopt.

Vervroegde slijtage

Door het afglijden verandert het heupgewricht. Als deze verandering te groot is, kan er vervroegde slijtage optreden. Blijft de afglijding beperkt, dan heeft dit geen gevolgen. Helaas is van tevoren niet te bepalen tot hoever de heupkop gaat afglijden.

Omdat het afglijden soms aan beide heupen optreedt, zijn sommige orthopeden geneigd de andere heup alvast preventief te opereren; veel orthopeden geven echter de voorkeur aan alleen extra controle. Als de heupafglijding niet al te erg is en het afglijdingsproces gestopt is met behulp van een operatie, dan heeft dit op de lange duur geen gevolgen voor de heup.

Artsen en zorgverleners over hun werk. Vandaag dr. A. K. Mostert, kinderorthopedisch chirurg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 maart 2019

Reformatorisch Dagblad | 52 Pagina's

Afgegleden heupkop vaak laat herkend

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 maart 2019

Reformatorisch Dagblad | 52 Pagina's

PDF Bekijken