Bekijk het origineel

Hoogmoed komt voor de val

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hoogmoed komt voor de val

3 minuten leestijd

Harderwijkers staan niet goed bekend. „Je bent een echte Harderwijker”, zei iemand uit het westen des lands eens tegen mij. Ze had gelijk: Harderwijk is mijn geboortestad. De dame bedoelde echter iets anders; ze vond dat ik koppig en zuinig was. „Jij komt zeker van de Universiteit van Harderwijk?” vroeg een docent mij. Bestond die nog maar, dacht ik. Maar hij bedoelde dat ik een onderzoek had uitgevoerd dat niet deugde. „Harderwijk was het gootgat van Europa”, deed een medestudent er een schepje bovenop. Ik zocht het uit. En inderdaad: in Harderwijk woonden in de negentiende eeuw niet zulke lieverdjes. Het Koloniaal Werfdepot bracht bordelen en kroegen met zich mee.

Als een ”Harderwieker” een soortgenoot tegenkomt, wordt er desondanks met trots over de stad gesproken. Dan klinkt zelfs de typering ”palingroker” in mijn huidige woonplaats Ermelo als een geuzennaam. Hoe dat komt? Misschien omdat de Harderwijkse jeugd de liefde voor de stad met de paplepel kreeg ingegoten. Ik herinner mij een stadswandeling met de basisschool. De gids, gekleed in vissersdracht, vertelde: „Harderwijk kreeg in 1231 stadsrechten. Twee jaar eerder dan Arnhem. En heb je weleens van Apeldoorn gehoord? Dat dorp heeft veel meer inwoners, maar kreeg nooit stadsrechten!” Zo, die zat.

De toren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Harderwijk –na de Reformatie veelal aangeduid als Grote Kerk– was met 243 Amsterdamse voet de hoogste van Gelderland. Hoger dan die van Arnhem.

Helaas stortte de toren tijdens noodweer in 1797 in. Het moet een enorme ravage zijn geweest. Misschien beweerde iemand toen, net als recent de Franse president Macron over de Notre-Dame in Parijs, dat de toren er met een paar jaar weer kon staan. Dat is niet gebeurd. Een sobere, kleine toren staat nu op het gebouw. Hoogmoed komt voor de val, zei de Spreukendichter al.

Niet alleen de toren ging verloren. Een Urker herinnerde me er onlangs aan dat de vloot van Urk die van Harderwijk heeft ingehaald. Wie uit Lelystad over de voormalige Zuiderzeebodem komt rijden, kan zich de wuivende vissersvrouwen op de kade alleen nog uit prentenboeken voorstellen. Activist Eibert den Herder kon de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 niet voorkomen. Die Harderwijker wordt nu geëerd in een kunstwerk aan de Scheepssingel.

Maar toch: de Harderwijkers hebben door deze vergane glorie hun les wel geleerd. Dan doel ik niet op de nieuwe woonwijk met gevelwoningen aan het water. Ook niet op de plannen van een wethouder die stelde dat Harderwijk moet gaan lijken op de Franse kustplaats Saint-Tropez – met hoongelach op Facebook tot gevolg. Nee, het gaat om de restauratie van de schilderingen in de Grote Kerk. Die kunstwerken uit de periode rond 1560 kwamen pas in de 20e eeuw tevoorschijn. Meta Prins schreef er een boek over. Om te voorkomen dat de schilderingen voor het nageslacht straks net zo onzichtbaar zijn als de toren, is geld ingezameld. „Heel Harderwijk helpt”, luidde de boodschap bij een persconferentie. „Ook mensen die niet iedere zondag in de kerk zitten.”

Nee, hoogmoedig zijn de Harderwijkers niet meer. Maar wel trots –en zuinig– op de schatten die hun stad nog heeft. En terecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 mei 2019

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Hoogmoed komt voor de val

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 mei 2019

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken