Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geïnterneerd in een kasteel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geïnterneerd in een kasteel

8 minuten leestijd

Op de dag dat het 75 jaar geleden is dat concentratiekamp Auschwitz werd bevrijd, 27 januari, wordt in Barneveld een Holocaustmonument onthuld. Het herinnert onder anderen aan Joden van de Barneveldgroep die door de nazis werden vermoord.

Musici gaven huisconcerten, kinderen kregen lager en middelbaar onderwijs, wetenschappers verzorgden voordrachten en cursussen. „Ik realiseerde me nooit bewust dat we gevangenzaten”, zou een meisje dat toen 13 was, later tegen de Joodse historicus Jacques Presser zeggen. Hij citeerde haar in zijn standaardwerk ”Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945”.

Kasteel De Schaffelaar in Barneveld bood in de Tweede Wereldoorlog tien maanden lang onderdak aan een selecte groep Joodse Nederlanders. De meesten zouden de Holocaust overleven. Dat hadden ze te danken aan mr. K. J. Frederiks, die ondanks de Duitse bezetting secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken was gebleven. Na veel aandringen kreeg hij van de nazi’s toestemming om een lijst samen te stellen van Joden met ”bijzondere verdiensten” die met hun families uitgezonderd zouden worden van deportatie naar een concentratie- of werkkamp.

Gemeentegrens

Vooral juristen, hoogleraren, hoge militairen, artsen, musici (leden van het Concertgebouworkest uit Amsterdam) en kunstenaars kwamen op de lijst te staan. Frederiks liet hen vanaf december 1942 interneren in De Schaffelaar en later, toen het kasteel te vol werd, ook in villa De Biezen aan de weg naar Lunteren. De gemeentegrens tussen Barneveld en Ede werd er zelfs voor verlegd. De Biezen stond op grondgebied van Ede, dat een ”foute”, Duitsgezinde burgemeester had. Zijn collega van Barneveld was daartegen ”goed”, vaderlandslievend. Frederiks zorgde ervoor dat „alle Joden onder de goede kwamen”, aldus Presser.

Terwijl de meeste Joden in Nederland in 1942 bij razzia’s werden opgepakt en afgevoerd naar de Duitse vernietigingskampen, genoot de Barneveldgroep een zekere mate van bescherming en, in de eerste maanden, zelfs enige bewegingsvrijheid. Tegenover historicus Boris de Munnick schetste een van hen het verblijf in Barneveld als „een soort… ik wou zeggen een soort vakantie, het was natuurlijk helemaal geen vakantie, maar toch… het was buiten en het was prachtig weer.”

Een ander vatte de maanden in Barneveld samen met: „Er was geen waarneembare oorlog buiten, maar érgens was oorlog, anders zouden we nog thuis zitten.”

Lang duurde de rust niet. Op de dag voor Joods Nieuwjaar 5704 (29 september 1943) bracht de Duitse politie de totale Barneveldgroep over naar Kamp Westerbork in Drenthe. Van de 654 Barneveld-Joden ontsnapten er rond het transport 22, vooral jongeren. In september 1944 werd de groep vanuit Westerbork naar concentratiekamp Theresienstadt in Tsjechië gedeporteerd. Daar overleden tientallen van hen, onder meer aan een tyfusepidemie. De overigen werden door de Russen bevrijd.

Tiener

Bij de oprijlaan van De Schaffelaar staat sinds 1987 een monument ter herinnering aan de internering van de Joden, ontworpen door kunstenaar Ralph Prins, die in 1943 als tiener tot de Barneveldgroep behoorde.

In Barneveld zelf woonden in de oorlog amper Joden. Het Joods Historisch Museum vermeldt op zijn internetpagina’s: „Van het tiental Joden dat zich in het begin van de bezetting in Barneveld bevond wisten er vier onder te duiken, de andere zes zijn gedeporteerd. Zij zijn omgekomen in de concentratiekampen.”


Monument voor vermoorde leden Barneveldgroep

Het Barneveldse Holocaustmonument wordt geplaatst bij het monument voor oorlogsslachtoffers bij de ingang van begraafplaats De Plantage. „Zo ontstaat er een completer monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog”, meent de gemeente Barneveld.

Kunstenaar Gerard Overeem uit Voorthuizen ontwierp het monument in nauw overleg met de Joodse gemeenschap in Barneveld, het synagogebestuur in Amersfoort en de gemeente. De vormgeving sluit aan bij het bestaande monument ”Elke oorlog is een breuk in de beschaving” (een hoofdzuil en drie kleine zuilen), ook een ontwerp van Overeem.

Op initiatief van het Nationaal Comité 4 en 5 mei wordt er deze maand in „gemeenten met een Holocaustverleden” een tijdelijk lichtmonument van kunstenaar Daan Roosegaarde geplaatst. In de gemeente Barneveld reizen stenen daarvan langs basisscholen.

Daarnaast plaatst de gemeente het permanente monument. „Zodat de mensen die dierbaren zijn verloren tijdens de Holocaust naar deze plek kunnen om te herdenken. Bovendien bestaat nu de mogelijkheid om de herdenking van de Holocaustslachtoffers jaarlijks met een kranslegging op te nemen in de herdenking op 4 mei.”

Op de granieten zuil komt in Hebreeuwse letters een tekst te staan van de Bijbelse persoon Job, waarin deze zich uitspreekt over al het lijden dat hem heeft getroffen (Job 19:23-24). Ontwerper Overeem: „In mijn woorden vertaald: Ik wilde dat mijn ellende opgeschreven werd in een boek, met een stalen pen gekrast in lood, gehouwen in een rots voor eeuwig. Deze bondige tekst ontroert mij, want ook al zijn er talloze boeken over volgeschreven, de ellende van de Holocaust is toch nooit onder woorden te brengen.”


„Ik heb vijf Joden zien vluchten”

„Het was mooi, zonnig weer. Ik was achter de boerderij aan het werk op het grasland”, vertelt Floor, die sinds 1966 in Woudenberg woont en directeur was van landbouwcoöperaties in Oldebroek, Woudenberg en Barneveld (De Vallei).

„Twee mannen kwamen in mijn richting lopen. Ze hadden gele stofjassen aan. Dat was toen de marktkleding van onder anderen veehandelaren. Achteraf beschouwd waren ze waarschijnlijk verzetsmensen. Beiden hadden een jutezak over de schouder hangen.

Ze klommen over het hek, stapten naar de koeien die er liepen te grazen en probeerden de beesten naar de afrastering te drijven, waar lage dennenstruiken stonden. Daar kwamen opeens vijf personen onder vandaan, Joden van De Biezen. Die hadden zich daar blijkbaar verstopt toen de Duitsers de bewoners kwamen halen.”

De twee onbekende mannen schudden hun jutezakken leeg. Floor: „Er vielen eveneens gele stofjassen uit op de grond. De Joden trokken ze aan. Zo waren ze ook veehandelaren. Bij het vee vielen ze niet op. De koeien werden toen nog met de hand gemolken en waren daardoor aardig gedwee in de buurt van mensen. De Joden dreven hen verder richting de boerderij, klommen over het hek en stapten in een gereedstaande vrachtauto. Of er kinderen bij waren, weet ik niet meer. Naderhand hoorden we wel dat deze vluchtelingen goed terechtgekomen zijn.”

Weiland

De boerderij van Floors ouders was tot 1927 onderdeel van De Biezen geweest. Het weiland achter de hoeve grensde over enkele honderden meters aan de percelen van het landgoed. Een gewone afrastering van heiningdraad was de afbakening.

Op het terrein van De Biezen stonden al barakken die voor de oorlog waren gebruikt voor de Dienst Uitvoering Werken, de zogeheten werkverschaffing. Voor de Joden werden er barakken bijgebouwd. Duitse wachtposten waren er niet, herinnert Floor zich. „De bewaking werd hoofdzakelijk uitgevoerd door vrijwillige Nederlanders die lid waren van de Landwacht. Het toezicht was niet streng. Een mevrouw uit Amsterdam kwam geregeld kennissen in het kamp bezoeken. Ze logeerde dan bij ons. Na de oorlog is ze nog vaak teruggeweest.”

Een ex-officier van het Nederlandse leger was als administratieve kracht werkzaam op De Biezen. „Die meneer Muller was bij mijn moeder in pension. Ik zie hem nog over het hofpad naar De Biezen lopen. Na de oorlog hebben we hem nooit teruggezien. Hij was wel een goede Nederlander. De Duitsers hadden hem blijkbaar verplicht zijn werk te doen.”

Aan de administrateur verbindt Floor een voorval uit juli 1943. „We waren rogge aan het maaien. Op een gegeven moment verstuikte ik mijn linkervoet, waarschijnlijk in een afdruk van een paardenvoet. Met de zicht sloeg ik toen net onder de enkel van mijn linkervoet. Het viel mee. De wond bloedde nauwelijks en was snel dicht. Maar drie dagen later, nota bene op mijn vijftiende verjaardag, ging de enkel pijn doen. Die werd vuurrood. Er moest een dokter bij komen. De administrateur stelde voor dat hij een arts vanuit de Jodengroep ging halen om ernaar te kijken. Die constateerde dat er nog vuil in de dichte wond zat en dat hij moest opereren. Uit voorzorg had hij wat ijs meegenomen om de plek te bevriezen. Hij sneed mijn enkel open en verwijderde het vuil, maakte de wond schoon en naaide die dicht. Dat heeft goed geholpen, ik ben die jonge dokter daar nog dankbaar voor.”

Portemonnees

Zelf heeft Floor verder nooit Joden uit het kamp gesproken. „Wel weet ik nog goed dat we iedere morgen pannen met verse melk vulden. Die zetten we langs de afrastering van het grasland, aan de rand van het kamp. Voor de Joden dus. Dat was hoofdzakelijk mijn taak.”

Bij het gedwongen vertrek van de kampbewoners bleven allerlei spullen inderhaast achter. „Portemonnees, ringen, een bril, documenten”, aldus Floor. „We hebben dat allemaal verzameld en na de oorlog aan het Joods Historisch Museum overgedragen.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 januari 2020

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Geïnterneerd in een kasteel

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 januari 2020

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken