Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onwenselijk als Kamerleden elkaar beoordelen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Onwenselijk als Kamerleden elkaar beoordelen

7 minuten leestijd

Tweede Kamerleden moeten zich matigen en geen moties van afkeuring indienen tegen elkaar. „Anders is het einde zoek”, aldus Paul Boven’Eert, hoogleraar staatsrecht in Nijmegen.

​Bovend’Eert volgde het Kamerdebat over de Omtzigtaffaire twee weken geleden met meer dan gemiddelde belangstelling. Hij zag hoe de Tweede Kamer een motie van wantrouwen van de PVV tegen premier Rutte verwierp en een motie van afkeuring tegen de VVD-voorman aanvaardde.

Moties van wantrouwen en afkeuring tegen medeleden. Kan de Tweede Kamer dat wel maken?

„Moties zijn in principe gericht tegen bewindslieden. Daarin zit meestal een wens, een verlangen of een oordeel over het beleid. Soms worden er andersoortige moties aangenomen, bijvoorbeeld over het profiel van de voorzitter.

Het is allereerst van belang om te bekijken tegen wie de twee moties waren gericht. De motie van wantrouwen van PVV-voorman Wilders was gericht tegen de demissionaire minister-president. Als die was aangenomen had Rutte direct op moeten stappen als premier. Hij had wel Kamerlid kunnen blijven. De motie van afkeuring van D66-fractievoorzitter Kaag en haar CDA-collega Hoekstra was expliciet gericht tegen VVD-fractieleider Rutte. Uit de toelichting van de indieners bleek dat die motie was bedoeld om de liberaal een tik op de vingers te geven omdat hij in de media niet de waarheid sprak over de positie van Omtzigt.

Het indienen van een motie van wantrouwen tegen demissionaire bewindslieden gebeurt wel vaker. Maar dat er een motie van wantrouwen wordt ingediend tegen een demissionaire minister-president, dat is wel uniek. Maar de Kamer handelde niet in strijd met de regels van het staatsrecht omdat de motie van wantrouwen tegen de premier was gericht.”

Hoe zit dat met de motie van afkeuring?

„De motie van afkeuring is een ander verhaal. Die was namelijk gericht tegen een mede-Kamerlid. Ik vind het onwenselijk als Kamerleden via moties oordelen uitspreken over het handelen van elkaars handelen. De hoofdtaak van het parlement is het controleren van de regering en het behandelen van wetten.

Stel je voor dat de Kamer opnieuw die kant op gaat en bijvoorbeeld uit gaat spreken dat FVD-voorman Baudet discriminerende of antisemitische uitlatingen deed en die uitspraken veroordeelt. Dan blijf je bezig. Dan voegt die Kamer een vreemd element toe aan zijn werkwijze.

De coalitiefracties van CDA, D66 en CU hadden beter kunnen zeggen: „We keuren de handelwijze van VVD-voorman Rutte af, maar steunen de motie van wantrouwen niet.””

Wat vindt u ervan dat niemand in de Tweede Kamer zijn staatsrechtelijke vinger opstak?

„Ik denk dat de dames en heren politici in de hitte van de strijd de grenzen die het staatsrecht stelt, even niet helder voor de geest hadden.”

De gezagsgetrouwe SGP steunde ook de motie van wantrouwen die als consequentie had dat Rutte direct het veld had moeten ruimen. Wat zegt u dat?

„Dat de SGP het heel hoog opnam dat Rutte reeds bij de verkenningsopdracht de positie van Omtzigt aankaartte en dat hij daar ook nog eens over jokte. Daarmee heeft de SGP een heel krachtig signaal afgegeven. Het was namelijk niet de eerste keer dat Rutte stelde dat hij zich bepaalde zaken niet kon herinneren.”

Het onderling vertrouwen tussen de fracties in de Kamer is ernstig geschonden. Komt dat weer goed?

„Ik kan me –met de Tweede Kamer– níét voorstellen dat Rutte níét sprak over de CDA’er Omtzigt. En dat de twee verkenners, Jorritsma en Ollongren, zich dit niet konden herinneren, is eigenlijk te gênant voor woorden.

Dat onderling vertrouwen in Den Haag komt weer terug, daar ben ik niet bang voor. Het land moet geregeerd worden. Politieke partijen weten dat ook; ze moeten samenwerken.

Minstens zo erg is dat burgers door de affaire het vertrouwen in de politiek verliezen. Dat moeten de Haagse politici weer terug zien te winnen. Dat is een hele klus. Vertrouwen gaat te paard en komt te voet.”

Ik kan me níét voorstellen dat Rutte níét sprak over de CDA’er Omtzigt. Paul Bovend’Eert, hoogleraar staatsrecht


Van der Staaij: Waarheid spreken belangrijke Bijbelse norm

In de wandelgangen van de Tweede Kamer gaat het verhaal dat de SGP aan de wieg stond van de motie van afkeuring aan adres van Rutte. Fractievoorzitter Van der Staaij spande daarvoor onder meer samen met zijn D66-collega Kaag en haar CDA-evenknie Hoekstra, die de motie uiteindelijk indienden. Maar gaande het debat groeide de overtuiging bij de staatkundig gereformeerden dat ze de motie van wantrouwen moesten steunen. Dat gebeurde dan ook bij de finale stemming.

Vier vragen aan SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij

Waarom wilde u op enig moment niet meer betrokken zijn bij het opstellen van de motie van afkeuring?

„Het klopt dat we in eerste instantie betrokken waren bij de opstelling van de motie van afkeuring. Dat deden we vanuit de gedachte dat als we niet mee zouden gaan met de motie van wantrouwen, we een alternatief achter de hand zouden hebben. Zo gaandeweg het debat constateerde de SGP-fractie dat het vertrouwen zo ernstig was geschonden dat we voor de motie van wantrouwen gingen stemmen. Daarop hebben we onze betrokkenheid bij de opstelling van de motie van afkeuring beëindigd.”

Hebt u als staatsrechtelijk geweten van de Tweede Kamer overwogen om de Kamer te waarschuwen tegen het aannemen van een motie van afkeuring tegen een medelid, te weten VVD-fractievoorzitter Rutte?

„De scherpe scheiding tussen de rollen van Mark Rutte als VVD-voorman en als premier spreekt mij minder aan. Je kunt ze namelijk niet helemaal uit elkaar halen. In de motie van afkeuring wordt ook gesproken van „VVD-fractieleider Rutte, die tevens de rol van demissionair minister-president vervult.” Ik kan het handelen van Rutte als demissionair premier in dit dossier niet los zien van zijn rol als VVD-fractieleider. Ik vind overigens wel dat de Kamer zeer terughoudend moet zijn om de kritiek op medeleden vast te leggen in moties.”

Wat deed u besluiten om niet alleen voor de motie van afkeuring maar ook voor de motie van wantrouwen te stemmen?

„Op elke keus die we zouden maken, is steekhoudende kritiek te geven. Maar na zorgvuldig wikken en wegen hebben we uiteindelijk de hoge morele en politieke waarde van het eerlijk uitkomen voor de waarheid, het zwaarst laten wegen. Het parlement moet kunnen rekenen op betrouwbare informatie. Zowel de verkenners Jorritsma en Ollongren als VVD-voorman Rutte hebben gezegd dat er niet is gesproken over de positie van CDA-Kamerlid Omtzigt. Uit aantekeningen kwam naar voren dat dat wel het geval is geweest. Het spreken van de waarheid is een belangrijke Bijbelse norm waarop we zelf aanspreekbaar zijn en waar we ook anderen op aan willen spreken.”

Had aanvaarding van de motie van wantrouwen wel zo veel zin? Rutte was dan wel weg als premier, maar niet als VVD-Kamerlid.

„We wilden een duidelijk signaal afgeven dat hetgeen was gebeurd, niet door de beugel kon. Over hetgeen er zou gebeuren nadat de motie aanvaard zou zijn, daarover bestond nog geen duidelijkheid. Doordenking daarvan zou ook pas aan de orde zijn als die motie van wantrouwen aanvaard zou zijn.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 april 2021

Reformatorisch Dagblad | 46 Pagina's

Onwenselijk als Kamerleden elkaar beoordelen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 april 2021

Reformatorisch Dagblad | 46 Pagina's

PDF Bekijken