Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

VRIJWILLIGERS GEZOCHT!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VRIJWILLIGERS GEZOCHT!

11 minuten leestijd

Ze schenken tijd en talent aan de vereniging, hun buren, de kerk, of het verzorgingshuis om de hoek. Hun inzet is onbetaald én onbetaalbaar. De vrijwilliger van vandaag is enorm gemotiveerd en tegelijk begrensd. Aansturing van vrijwilligers vraagt om in te spelen op trends.

Vrijwillige inzet is een thema dat Willem-Jan de Gast, senior adviseur bij Movisie, al twaalf jaar onderzoekt. Het thema blijft hem boeien: “Er is veel variatie in vrijwilligersinitiatieven en in vrijwilligers zie ik veel positieve energie.” André Zoutewelle, directeur van Stichting HiP (Hulp in Praktijk), geeft een blik in de praktijk van een vrijwilligersorganisatie: “Waardering is een belangrijk sleutelwoord.”
In hoofdlijnen zijn er drie motieven voor vrijwilligerswerk. Er zijn vrijwilligers die zich willen inzetten voor de samenleving en van betekenis willen zijn voor een ander. Ze worden gedreven vanuit de innerlijke overtuiging dat het goed is om dit te doen. Daarnaast is een motief voor vrijwilligerswerk dat de taak uitdaging biedt en interessant of leuk is om te doen. Een derde reden is een belangrijk motief dat vrijwilligerswerk iets oplevert, direct of indirect. Vrijwilligerswerk geeft de mogelijkheid om nieuwe vaardigheden te leren of kennis op te doen die van pas kan komen in een nieuwe baan, en de mogelijkheid om een nieuw sociaal netwerk te krijgen. Vaak is het een combinatie van deze drie motieven wat mensen drijft.
Zoutewelle licht de motivatie van HiP toe: “De visie van HiP is gebaseerd op Mattheus 5: wie weet wat Christus in liefde heeft gedaan voor hem wil die liefde ook doorgeven.” Hij vindt ook Mattheus 25 treffend: “Jezus spreekt bij het laatste oordeel juist over deze dingen: helpen bij armoede en eenzaamheid, en gevangenen bezoeken. Als christen moeten we niet de vraag stellen ”f we actief moeten zijn in de samenleving. De vraag is hoe en op welke wijze. Iedereen heeft zijn kwaliteiten en talenten en kan daarvan uitdelen. Van onze hulpvragers is 99 procent onkerkelijk. Door het bieden van praktische hulp kom je met mensen in de buurt in contact en kun je in verbinding zijn met je onkerkelijke medemens.”
De Gast schetst de trends in vrijwilligerswerk: “Sinds een aantal jaren is uitgesproken, onder andere door de overheid, dat we op weg zijn naar de participatiesamenleving. Van iedereen wordt gevraagd iets te doen voor zijn omgeving, of dat nu een buurtinitiatief is of sociaal ondernemerschap. Er is meer aandacht voor gekomen om vrijwilligers te werven, in vormen die variëren van ‘verleiding’ tot min of meer dwang.

Lastig is dat in Nederland al veel vrijwilligerswerk werd gedaan, en dat die inzet van 30 procent van de mensen niet opeens naar 70 procent kan gaan. Men kan in beleid wel inzetten op vrijwilligerswerk, maar dat maakt niet dat dat er ook gaat komen. Het wordt dan wel gevoeld als vrijwilligerswerk dat vervolgens wordt opgedrongen. Er ontstaat daardoor een tegenbeweging waarin weerstand ontstaat. Die trend loopt er door heen. Dat is jammer omdat er veel is gebeurd om vrijwilligers te motiveren. Ook jongeren doen meer vrijwilligerswerk dan voorheen. Ondanks de ontkerkelijking blijkt uit allerlei onderzoeken dat door kerken nog steeds het meeste vrijwilligerswerk wordt gedaan. Het motief van naastenliefde is nog steeds gedachtegoed. De vraag is hoe dat gedachtegoed in de samenleving gevoed kan blijven worden.
Verder spelen de bezuinigingen in de sociale sector een rol. Vrijwilligers nemen taken op zich die voorheen voorbehouden waren aan beroepskrachten. Dat betekent dat die vrijwilligers goed opgeleid moeten worden en begeleiding nodig hebben. Overigens is het wel zo dat er steeds meer goed opgeleide en ervaren vrijwilligers zijn, bijvoorbeeld in de zorg. Die kunnen hun taak ook aan. Voor beroepskrachten verandert hun rol. Dit leidt aan beide kanten soms tot onzekerheid. Van vrijwilligers wordt een rol gevraagd waarvoor ze als vrijwilligers niet altijd hebben gekozen, en wat ze dan ook niet zomaar kunnen weigeren. Een andere trend is dat van vrijwilligersorganisaties zoals sportverenigingen ook steeds meer wordt gevraagd aan organisatie. Voor de subsidie die ze krijgen moeten ze ook andersoortige activiteiten organiseren die van maatschappelijk belang zijn. Bestuurders van verenigingen en stichtingen moeten dus een organisatie kunnen managen. Dit vraagt andere competenties van bestuurders, zoals strategisch handelen en netwerken. Zeker bij kleine verenigingen kan dat een probleem zijn. Tenslotte is te zien dat vrijwilligerswerk veel verschillende vormen aanneemt. Er zijn geweldige buurtinitiatieven, en er worden zorgcoöperaties opgericht. Veel initiatieven zijn er op het terrein van zorg en welzijn. Ik zie dat veel vrijwilligerswerk steeds meer lokaal georiënteerd is. Sommige hebben enorm veel elan en kunnen uitgroeien tot een groter succes. Mijn beeld daarvan is positief. Soms verdwijnen er wel oudere organisaties.”

Kunnen kerken achterblijven nu er door een terugtrekkende overheid meer wordt verwacht van de samenleving?
Zoutewelle: “In de vorige eeuw is de verzorgingsstaat ontstaan, maar eeuwenlang is dat er niet geweest. Kerken zien al 2000 jaar om naar mensen die hulp nodig hebben. Als de overheid zich terugtrekt, wordt het meer zichtbaar wat christenen doen. Ik zie genoeg kansen voor kerken.” De angst dat kerken zich voor het karretje van de overheid laten spannen begrijpt hij wel, maar vindt het niet terecht: “Kerken kunnen duidelijk aangeven waar en welke hulp ze kunnen en willen bieden.” In veel kerken wordt gezocht naar de mogelijkheden in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en zijn diakenen betrokken zijn bij Wmo-adviesraden. Zoutewelle: “De achterliggende jaren zijn er tal van mooie projecten ontstaan vanuit de lokale kerken zoals een inloophuis waar mensen koffie kunnen krijgen en een praatje kunnen maken, en geholpen worden met het invullen van formulieren. Veel kerken participeren in kleding- en voedselbanken. Ook op het gebied van vluchtelingenhulp zijn veel kerken actief. Al met al ben ik er van overtuigd dat christenen in hoge mate oog hebben voor de nood in de samenleving en er praktisch mee aan de slag gaan.”

Vrijwilligers lopen ook tegen beperkingen aan. Zoutewelle noemt er een paar: “Belangrijk is dat vrijwilligers grenzen stellen als ze in een situatie terechtkomen waar meer hulp nodig blijkt te zijn. Doordat burgers in de participatiesamenleving minder snel een beroep doen op de professionele zorg kunnen vrijwilligers op complexere problematiek stuiten. Soms is er extra scholing nodig. Daarnaast voldoet het gevraagde werk niet altijd aan het verwachtingspatroon van vrijwilligers. Het kan een belemmering zijn om je voor langere periode ergens aan te moeten binden, zoals het terugkerend bezoeken van mensen voor een paar uur per week. Door de tijd die vrijwilligerswerk in beslag neemt, kan een spanning ontstaan met andere taken zoals het gezin. Bij HiP bakenen we hulpvragen goed af. De hulpvragen worden eerst door de helpdesk uitgevraagd en afgebakend tot hulpvragen die passen bij onze vrijwilligers. Dit samen met het profiel van de hulpbieders maakt dat mensen veel eerder reageren. De ‘nieuwe vrijwilliger’ is steeds meer op beschikbaarheid gericht. Bij HiP hebben we een app voor smartphones gelanceerd waarmee vrijwilligers een bericht krijgen als er een hulpvraag bij hen in de buurt is. Zo kun je inspelen op hun beschikbaarheid en kun je ook jongeren betrekken die vaak een drukke agenda hebben.”

Vrijwilligerswerk wordt volgens De Gast tegenwoordig ingepast in het leven: “Steeds meer vrijwilligers maken een bewuste keuze hoeveel tijd ze er aan willen spenderen. Er is geen oneindige pool van vrijwilligers. Als de claim op vrijwilligers toeneemt, dan leidt dat er op een gegeven moment toe dat vrijwilligers afhaken. Organisaties moeten kijken hoe hun pool vergroot kan worden en moeten er voor waken dat vrijwilligers niet overvraagd worden. Denk bijvoorbeeld aan ander soort vrijwilligerswerk: ook het online promoten van een organisatie is net zo goed van betekenis als het rondgaan met de collectebus.” Een lastige vraag voor vrijwilligers is hoe ver er gegaan kan worden in het overnemen van taken die voorheen voorbehouden waren aan beroepskrachten: “Benadeel je daar cliënten in de zorg niet mee? En is er geen sprake van verdringing van betaalde naar onbetaalde arbeid? Met name bij lagerbetaalde banen bestaat dit risico.”

Diverse professionele organisaties maken gebruik van vrijwilligers. Vraagt dit een andere aansturing dan betaalde krachten?
Volgens De Gast is er nog te weinig aandacht in opleidingen voor het aansturen van vrijwilligers: “Vrijwilligersmanagement is een vak. Er zijn de traditionele vrijwilligers die bijna dag in dag uit present zijn, en er zijn de ‘flexvrijwilligers’ die af en toe een tijdje meedraaien met een project, en er zijn vrijwilligers die ertoe verplicht zijn als tegenprestatie voor een uitkering. Voor veel organisaties is deze veelvormigheid een uitdaging. Organisaties moeten daarom vrijwilligerswerk aanbieden op een manier die bij de vrijwilligers past. Modern vrijwilligersmanagement is gewoon personeelsmanagement. Vrijwilligers zijn niet gelijk te schakelen met betaalde krachten. Een cruciaal verschil is dat vrijwilligers, meer dan beroepskrachten, op hun motivatie en betrokkenheid aangestuurd moeten worden. Als je niet inspeelt op wat vrijwilligers drijft, verlies je mensen. Behandel ze gelijk en geef ze een overeenkomst en laat ze meepraten over beleid. Maar maak wel onderscheid in taken die specifiek voorbehouden zijn aan beroepskrachten en taken waarmee een vrijwilliger toegevoegde waarde kan geven. Hierin is een verschuiving gaande en er ontstaat een grijs gebied. Professionals zijn er echter om de kern van het werk mogelijk te maken. Vrijwilligers kunnen taken op zich nemen die aanvullend zijn op de kern van het werk. ”
Waardering is een sleutelwoord bij het inzetten van vrijwilligers ook door professionele organisaties, zoals verzorgingshuizen met soms honderden vrijwilligers. Zoutewelle: “De laatste jaren zie ik regelmatig dat bij reorganisaties in de zorg de vrijwilligerscoördinatoren worden ‘wegbezuinigd’. Een risico is dat vrijwilligers niet helder hebben wie hun belangen behartigt en dat komt de motivatie niet ten goede. Bied de vrijwilliger scholing, nodig ze uit voor het personeelsetentje en zie hen als onderdeel van het team!”


ANDRÉ ZOUTEWELLE (1973) is directeur van Stichting HiP. Stichting HiP is een interkerkelijke netwerkorganisatie van kerken en parochies die vrijwilligerswerk organiseert voor hulpvragers zonder sociaal netwerk en financiële middelen. HiP is in meer dan 35 plaatsen in Nederland actief en is afhankelijk van financiële steun van kerken, fondsen, bedrijven, particulieren en overheid.

Meer weten of HiP of je inschrijven als vrijwilliger? Kijk dan op de website www.stichtinghip.nl.


WILLEM-JAN DE GAST (1967) is senior adviseur bij Movisie, het landelijke instituut voor kennis en aanpak van sociale vraagstukken. Hij leverde een bijdrage aan diverse onderzoeken en is auteur van het 'Basisboek vrijwilligersmanagement. Werven, sturen en motiveren.'


JAN VERMEER
Woonplaats: Veenendaal
Vrijwilligerswerk: Coördinator Woord & Daad-kringloopwinkel “De Cirkel”

“Sinds december 2015 hebben we in Veenendaal een kringloopwinkel waarvan de opbrengst bestemd is voor Woord & Daad. Voor de winkel zijn zo’n 70 vrijwilligers actief. Ik ben coördinator van het geheel en besteed daar zo’n 10 à 12 uur per week aan. Elke dag als we open zijn loop ik wel even binnen om de sfeer te proeven, onze vrijwilligers en klanten te begroeten en de gezelligheid op te snuiven.
Ik ben er destijds aan begonnen nadat ik uit de gemeenteraad was gegaan. Enkele plaatsgenoten dachten dat het opzetten van zo’n winkel wel wat voor mij zou zijn. Ik moet eerlijk toegeven dat ik moeilijk ‘nee’ kan zeggen, maar dit werk heeft wel de liefde van mijn hart. Persoonlijk mag ik niet ontkennen dat er in mij liefde en warmte is voor de nood van de naaste. De winkel is in april uitgebreid en zit op een prachtige zichtlocatie in Veenendaal. Een ding is minder leuk. Dat heeft niets te maken met de winkel zelf, maar met de overheid. Sinds enkele jaren is er een BTWplicht voor kringloopwinkels. Het is heel jammer dat we van elke verdiende euro 21 cent moeten afdragen aan het ministerie van Financiën.”


ELIZE VROEGINDEWEIJ
Woonplaats: Dordrecht
Vrijwilligerswerk: Uitdelen van voedselpakketten bij voedselbank

“Vanuit mijn geloof vind ik het belangrijk om me vrijwillig in te zetten voor mijn naaste. De Bijbel roept ook op om naar een ander om te zien en daar wil ik graag gehoor aan geven. God geeft ons zoveel en we leven niet alleen voor onszelf of om alle tijd alleen voor onszelf bezig te zijn. Mijn werk bestaat uit het uitdelen van voedselpakketten vanuit een uitdeelpunt in de Dordtse wijk Krispijn. De ene keer vink ik de mensen die een pakket komen halen, af op een lijst en geef ik brieven mee over een op handen zijnde evaluatie van hun financiële situatie. Een andere keer help ik mee met het uitdelen van de pakketten.
Ik heb gekozen voor vrijwilligerswerk bij de Voedselbank omdat in het Kerkblad van de Hervormde kerken van Dordrecht een oproepje stond. Mijn man Maarten en ik hebben ons toen opgegeven. Het is mooi werk; de meeste mensen zijn heel dankbaar dat ze een pakket krijgen. Ik vind het ook een verrijking voor mezelf om via dit vrijwilligerswerk met verschillende soorten mensen in aanraking te komen.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 februari 2017

RMU.NU | 52 Pagina's

VRIJWILLIGERS GEZOCHT!

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 februari 2017

RMU.NU | 52 Pagina's

PDF Bekijken