Bekijk het origineel

HET KABINET EN MIJN PORTEMONNEE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

HET KABINET EN MIJN PORTEMONNEE

8 minuten leestijd

Wordt het consumeren of consuminderen voor mij? Blijft het sappelen in de zaak of kan ik dan toch eindelijk mijn bedrijf uitbreiden? Het kersverse kabinet mocht rekenen op warme belangstelling toen het nieuwe regeerakkoord gepresenteerd werd. Ondernemers keken uit naar lastenverlichting en ruimte om weer te kunnen investeren. En is de crisis straks voor iedere Nederlander voorbij? Wat heb ik straks in mijn portemonnee? Een tweeluik over de portemonnee van ondernemer en van consument.

”Welke maatregel er voor mij uitsprong? De belastingherziening die er aan komt. Maar liefst zeventig pagina’s telt het regeerakkoord, met enorm veel details! De groeiende ongelijkheid tussen één- en tweeverdieners wordt in ieder geval iets kleiner, al blijft het verschil verbijsterend groot.” Aan het woord is Ton de Jong, manager kredietverlening bij de ING Bank en voorzitter van de Raad van Toezicht van de RMU. Naast dankbaarheid dat er vooralsnog geen voorstel komt rond voltooid leven, juicht hij verder de terugkeer toe van een eigen minister van Landbouw, het extra geld voor Defensie en Ontwikkelingssamenwerking en de concrete maatregelen voor verduurzaming waaronder de stijging van de energiebelasting en de kilometerheffing voor vrachtverkeer.

Is het vertrouwen dat het kabinet heeft in de toekomst overgeslagen op ondernemers?
“Mijn indruk is dat ondernemers over het algemeen positief gestemd zijn. Het nieuwe kabinet is al een ‘werkgeverskabinet’ genoemd. De werkgeversorganisaties VNO-NCW, MKB Nederland en LTO Nederland hebben het regeerakkoord in ieder geval heel wat positiever ontvangen dan de vakbonden CNV en FNV. Ondernemers zijn positief over de plannen om het ondernemersklimaat te verbeteren, en de extra investeringen in onder andere onderzoek en innovatie. En niet te vergeten de lastenverlichting: verlaging van de vennootschapsbelasting en afschaffing van de dividendbelasting. Ondernemers maken zich wel zorgen over de verhoging van het lage btw-tarief.”

De ondernemerszin zit er volgens Ton de Jong al weer in. De lagere belasting op bedrijfswinst, de oprichting van Invest-NL, de impuls die onderzoek en innovatie krijgen met een oplopend budget tot wel 400 miljoen euro, en de versoepeling van het ontslagrecht, bieden zeker perspectief voor ondernemers. Hij is er echter niet zomaar gerust op dat de nieuwe balans tussen flex en vast ook wordt bereikt: “Weliswaar wordt de doorbetaling van ziek personeel voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) verkort van twee naar één jaar, en wordt de proeftijd verlengd om werkgevers te stimuleren een vaste baan aan te bieden. Maar anderzijds mag een tijdelijk contract zelfs drie jaar gaan duren. Verder blijft voor zzp’ers de ongewenste concurrentie bestaan tussen zzp’ers die de risico’s op arbeidsongeschiktheid en de oude dag wél regelen, en zij die dat niet doen.”

Sectoren die geraakt gaan worden door het nieuwe regeerakkoord zijn de sectoren die direct te maken krijgen met de verhoging van het lage btw-tarief van zes naar negen procent. Het gaat met name om kappers, fietsenmakers, horecabedrijven en de recreatieve sector (overnachtingen vallen ook onder dit btw-tarief). Zeker bedrijven in de grensstreek kunnen er nadeel van ondervinden, omdat het aantrekkelijk kan zijn om net over de grens te gaan winkelen.

Niet altijd wordt bij nieuw beleid inzichtelijk gemaakt wat de kosten zijn voor aanpassing van bijvoorbeeld bedrijfsprocessen. Volgens De Jong lijkt er nu wel meer oog te komen voor vermindering van administratieve lasten en regeldruk: “Er komt er een ‘MKB-toets’ om de regeldruk te verminderen. Ook moeten inspecties beter gaan samenwerken waardoor handhaving efficiënter kan met minder administratieve lasten en toezichtlasten.” Of dat voldoende is zal uiteraard nog moeten blijken.

Hoeveel blijft er over in de portemonnee van de ondernemer zelf?
“Ik schat in zijn algemeenheid in dat hij meer overhoudt door lagere belastingen, zowel in de onderneming als voor zijn eigen boterham. Er komen twee schijven voor de inkomstenbelasting, al gaat het tarief in box 2 voor de aanmerkelijk belang heffing wel wat omhoog.”


DRS. A.P. (TON) DE JONG (1963) is bedrijfseconoom. Hij is werkzaam in de zakelijke kredietverlening binnen ING Bank. Daarnaast is hij vanaf 2012 voorzitter van de Raad van Toezicht van de RMU.


UIT HET REGEERAKKOORD
“…lastenverlichting voor de werkende middengroepen en bedrijven die Nederland de afgelopen jaren door de crisis hebben geholpen. Daarom trekken we geld uit voor koopkracht, infrastructuur, onderzoek, innovatie, digitalisering, en een aantrekkelijk ondernemersklimaat voor bedrijven. Daarnaast werken we aan meer vaste banen. Een flexibele arbeidsmarkt is een groot goed, maar kan ook doorschieten. Te vrijblijvende arbeidsrelaties leiden tot onzekerheid bij werknemers, verlies aan ervaring bij bedrijven en te weinig investeringen in kennis en opleiding. Wij willen een nieuwe balans tussen flex en vast. Voor werkgevers moet het financieel aantrekkelijker en minder risicovol worden om mensen een gewoon arbeidscontract aan te bieden (pag.2).”


HET NIBUD OVER KOOPKRACHT- VERBETERING EN VOORKOMEN VAN SCHULDEN

Geldwijzers en grippakketten. De website van het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) staat vol met rekentools, tips voor de administratie, en allerlei handigheidjes om te budgetteren en te sparen. Het maken van bewuste financiële keuzes blijft zo te zien voor iedereen belangrijk.

Het Nibud hield het regeerakkoord tegen het licht en rekende het hele programma door Nibudmedewerker Karin Radstaak:

“We zien dat het regeerakkoord zorgt voor een koopkrachtstijging voor de meeste mensen, voor werkenden met gemiddeld vier tot zes procent. Blij zijn we dat er binnen het regeerakkoord aandacht is voor de schuldenproblematiek en dat belastingverlaging voor de middeninkomens op de agenda staat. Ook mogen mensen wat meer sparen zonder dat ze daar belasting over hoeven te betalen. Bijna iedereen gaat er op vooruit, de één wat meer dan de ander.”

Duidelijk is in het regeerakkoord dat werken moet lonen. Maar wat betekent dat voor niet-werkende Nederlanders?
“Het regeerakkoord betekent voor bijstandsgerechtigden een koopkrachtvooruitgang van minder dan twee procent over vier jaar. Een alleenstaande in de bijstand heeft in 2021 per maand 21 euro meer te besteden dan dit jaar. Voor een alleenstaande met een kind is dat vijftien euro. De koopkracht van mensen in de bijstand stijgt nauwelijks doordat zij geen voordeel hebben van de hogere arbeidskorting en omdat de uitkeringen minder stijgen dan de lonen. Ook AOW’ers profiteren niet van de verwachte loonstijging. De AOW zelf stijgt de komende vier jaar wel, maar de aanvullende pensioenen gaan waarschijnlijk nauwelijks omhoog. Vooral ouderen met een hoog aanvullend pensioen zullen erop achteruit gaan. Het regeerakkoord bevat ook maatregelen om de koopkracht van ouderen te ondersteunen. De ouderenkorting wordt verhoogd en minder snel afgebouwd. Dit is vooral voordelig voor ouderen met alleen AOW of met een AOW-uitkering die wordt aangevuld met een klein pensioen. Zij hebben nog wel een kleine koopkrachtstijging.”

En dan dat belastingtarief dat van zes naar negen procent gaat…
“De verhoging van het belastingtarief verhoogt de inflatie met ongeveer 0,7 procentpunt. Wat consumenten dan gaan doen? Huishoudens besteden gemiddeld ongeveer 20 procent van hun budget aan spullen en diensten waarvoor 6 procent btw wordt betaald. Maar sommige huishoudens geven meer dan 20 procent van hun budget hieraan uit. Zij hebben dus extra nadeel van de btw-verhoging. Voor een echtpaar in de bijstand met twee kinderen ligt het anders. Zij besteden normaal zo’n 27 procent aan de spullen en diensten met 6 procent btw, en gaan straks 5 euro extra per maand betalen. In 2021 zou de koopkrachtstijging van dit gezin van 45 euro per maand zijn, maar als we meenemen dat dit huishouden verhoudingsgewijs meer kosten aan voeding heeft, gaan ze er vijf euro per maand minder op vooruit. Hun koopkrachtstijging is dus zo’n 40 euro per maand.”

Wat betekent het regeerakkoord voor gezinnen met een kleine portemonnee?
“Zoals gezegd gaan gezinnen die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering er in koopkracht nauwelijks op vooruit. Werkenden met een lager inkomen gaan profiteren van de verhoging van de kinderbijslag en het kindgebonden budget. Hiervan begint de afbouw nu nog bij een bruto jaarinkomen van 20.000 euro, voor stellen is dat straks ruim 39.000 euro. Ook stijgt het kindgebonden budget voor het tweede kind. Huishoudens waar één van beide partners werkt, blijven dit keer voor hun koopkracht niet achter bij de tweeverdieners. Een stel met één kind, waarvan één partner werkt en 35.000 euro per jaar verdient, heeft in 2021 een koopkrachtstijging van 177 euro per maand.”

Als de koopkracht stijgt kunnen mensen hun rekeningen gemakkelijker betalen. Hoe ging dat in de afgelopen ten jaar?
“Meer mensen zijn hun rekeningen op tijd gaan betalen. Ook staan mensen minder vaak rood op de bankrekening. De redenen voor betalingsachterstand zijn ook veranderd. Eerst was ‘vergeten’ een belangrijke reden, daarna werden hoge zorgkosten en hoge vaste lasten steeds vaker de reden. Het percentage mensen dat minimaal zes maanden lang geen premie voor de basisverzekering heeft betaald, is licht gestegen. Vooral chronisch zieken en gehandicapten hebben moeite om de steeds hogere zorgkosten te betalen. De ernst van de betalingsachterstanden is toegenomen. Reclames van kredietverstrekkers zijn in de afgelopen jaren aan banden gelegd. Bovendien werd voor die reclames de vermelding ‘geld lenen kost geld’ verplicht gesteld. Verder vond in 2008 nog 90 procent van de consumenten dat het te gemakkelijk was om een lening af te sluiten. In 2015 dacht nog 58 procent daar zo over. Dat is een groot verschil met voor de crisis.”

Maatregelen om schulden en armoedeproblemen tegen te gaan worden ook genoemd in het regeerakkoord. “Het kabinet wil onnodige vergroting van schulden voorkomen, door bijvoorbeeld de mogelijkheden voor betalingsregelingen uit te breiden. En er komt extra geld voor het voorkomen van schulden en bestrijding van armoede, in het bijzonder de armoede onder kinderen. Werk voor het Nibud dus!”


Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijk voorlichtingsinstituut. Het Nibud doet onderzoek naar de huishoudportemonnee en geeft voorlichting. Karin Radstaak, medewerker communicatie, verleende haar medewerking aan dit artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2017

RMU.NU | 52 Pagina's

HET KABINET EN MIJN PORTEMONNEE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2017

RMU.NU | 52 Pagina's

PDF Bekijken