Bekijk het origineel

De aow is aan verjonging toe

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De aow is aan verjonging toe

5 minuten leestijd

"Aow-premie zou omhoog moeten; Gehele samenleving moet aow-ujtgaven dragen; Hogere kosten door stijgen gemiddelde leeftijd; Pensioenkosten dreigen door vergrijzing opnieuw te stijgen; Later met pensioen". Met een kanonnade aan maatregelen bestoken de media de Nederlandse burger met termen over de oudedagsvoorziening. Wat er ook van waar Is, één ding is duidelijk, oudedagsvoorzieningen staan thans volop in de belangstelling

door mr. A.L. Plomp

Bij het denken over pensioenen ontl< omen we er niet aan even stil te staan bij de huidige situatie. Dat is er een van het drie-lagensysteem. De bovenste twee lagen worden gevormd door de aanvullende pensioenregelingen en individuele regelingen. Als basis (eerste laag) is er de aow. Gezien de berichten over de aow lijkt het bouwen van een toekomstige pensioenregeling hierop te vergelijken met het bouwen van een "huisje op ijs". De komende decennia dreigt, onder invloed van de vergrijzing, het beroep op de aow fors op te lopen. Vooral na 2010, wanneer de naoorlogse generatie 65 wordt.

Draagvlak

Gelet op de financiering van de aow (het zogenaamde omslagstelsel waarbij werkenden betalen voor 65-plussers) zal de jonge generatie van nu een veel hogere premie moeten gaan betalen, of genoegen moeten nemen met een lagere aow-uitkering. De politiek zal geneigd zijn de pijn te verdelen door zowel op de hoogte van de uitkering te bezuinigen als door de premielast te verhogen. Een variant op dit laatste is om lasten over meerdere groepen uit te smeren, bijvoorbeeld over de gepensioneerden met een aanvullend pensioen. Door het kabinet wordt ook wel gerept over een bevriezing van de aow en over een bufferfonds om de toekomstige premiestijging te kunnen spreiden. Los van de vraag wie straks voor de aow moet gaan betalen is het van groot belang dat de politiek ten aanzien van het basispensioen een duidelijke en houdbare lijn uitzet. Immers, mensen moeten kunnen inspelen op de hoogte van de door de overheid verstrekte uitkering op de oude dag. Hierbij valt te denken aan een koopkrachtgarantie. Laat de overheid de onzekerheld over het basispensioen bestaan, dan dreigt het draagvlak voor de aow bij de jongere generaties af te brokkelen.

Flexibiliseren

Het is al aangegeven: pensioenen zijn een actueel onderwerp. Een groeiend aantal bedrijven vervangt momenteel haar aanvullende pensioenregeling dooreen nieuwe. Flexibiliseren van pensioenregelingen is een trend. De aandrang om werknemers eigen keuzevrijheid met betrekking tot de pensioenregeling te geven is groot. Deeltijdarbeid, allerlei vormen van tijdelijke en flexibele dienstverbanden, wisselingen in de arbeidsduur en tijdelijke onderbreking (bijvoorbeeld in verband met de verzorging van kinderen), komen steeds vaker voor. Daarnaast is ook de arbeidsparticipatie van ouderen een modern item in het hedendaagse personeelsbeleid. Een flexibele pensioenregeling kan voor deze werknemers een oplossing bieden op het gebied van flexibele uittredingsmogelijkheden. Behalve deze ontwikkelingen hebben pensioenregelingen ook te maken met de problemen rond de aow, de onbetaalbaarheid van de vut en wettelijke verplichtingen (onder andere het recht op indexatie) die de pensioenregelingen alleen maar duurder maken en nopen tot een bezinning op de bestaande regelingen.

Middelloon

Ook de regering maakt zich zorgen over de kosten van het stelsel van aanvullende pensioenen. Het kabinet is groot voorstander van het wijzigen van pensioenregelingen. De toon hiervoor is in feite enige jaren geleden gezet door het vorige kabinet. In de pensioennota van 25 juni 1991 gaf het kabinet al aan dat maatschappelijke ontwikkelingen aanleiding kunnen zijn om pensioenregelingen te heroverwegen. Eén van de gedachten uit de nota is recent weer naar voren gedragen. Dat is het middelloonsysteem, waarbij het pensioen gebaseerd is op het gemiddeld verdiende salaris over het gehele arbeidzame leven. Dit in plaats van het eindloonsysteem, waarbij het pensioen wordt afgeleid van het laatst verdiende salaris. Het middel dat de overgang naar middelloon moet afdwingen is de fiscale aftrekbaarheid van de pensioenpremies. Eindloonregelingen blijven dan wel mogelijk, maar de aftrekbaarheid van de premies wordt beperkt tot het "soberder" niveau van het middelloonsysteem.

Misverstand

Velen krijgen "koudwatervrees" bij het horen van de term middelloon. In hun mening brengt een middelloonsysteem veel minder op. Inderdaad is het zo dat, als de overige elementen van de pensioenregeling gelijk blijven, de middelloonregeling minder gunstig uitpakt dan de eindloonregeling. Er spelen echter meer factoren mee. Van welke franchise (verondersteld toekomstig aow-pensioen) wordt uitgegaan? Was de oude eindloonregeling geïndexeerd? Over welke salarisbestanddelen wordt pensioen opgebouwd? Welk opbouwpercentage wordt gehanteerd? Afhankelijk van de keuzen die men hierin maakt kan de middelloonregeling meer of minder 'vet' zijn. Kortom, wanneer men inventief omgaat met de parameters in de middelloonregeling, hoeft het eindniveau niet (veel) lager te zijn dan bij een eindloonregeling.

Individuele aanvulling

In de derde laag van het pensioenstelsel komen de mogelijkheden om zelf ook bij te dragen aan de pensioenopbouw meer en meer naar voren. In veel nieuwe regelingen wordt de mogelijkheid geopend om zelf aanvullende pensioenstortingen te doen, al dan niet in de vorm van uitruil met andere arbeidsvoorwaarden, bijvoorbeeld vakantie- of roostervrije dagen. Ook de diverse spaarvormen, met name de spaarloon- en premiespaarregelingen, bieden voor individuele pensioenaanvullingen een aantrekkelijke oplossing.

Tot slot

De pensioenmarkt vraagt steeds meer om creatieve en flexibele oplossingen. Derhalve minder confectie en meer maatwerk. Vraag is dan, moet alles op z'n kop, moet alles veranderen? Ik denk van niet. Het motto dat het NCW meegaf aan de pensioendiscussie luidde: "Wie het goede in het pensioenstelsel wil handhaven, moet bereid zijn het te veranderen". Naar mijn oordeel is dat een realistische kijk op de situatie.

Mr. A.L. Plomp is beleidsmedewerker directoraat personeelsbeleid Moret Ernst & Young te Rotterdam en was tot voor kort lid van de commissie arbeidsvoorwaardenbeleid van de RMU.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 1997

RMU Contact | 28 Pagina's

De aow is aan verjonging toe

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 1997

RMU Contact | 28 Pagina's

PDF Bekijken