Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Faillissement: wat nu!?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Faillissement: wat nu!?

2 minuten leestijd

Aansprakelijkheid van bestuurder Een bestuurder van een besloten vennootschap / naamloze vennootschap kan privé aansprakelijk zijn voor de schulden van de vennootschap. Vele bestuurders menen - ten onrechte - dat de rechtspersoonsvorm (besloten vennootschap, naamloze vennootschap) hen alle wenselijke waarborgen biedt ter afwering van aansprakelijkheid.

Sectie Handel en Dienstverlening

Het Burgerlijk Wetboek bepaalt in artikel 2:138 lid 1, resp. 2:248 lid 1 dat in geval van faillissement van de vennootschap iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk is voor het bedrag van de schulden voorzover deze niet door de

vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan. Dit geldt Indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat

dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Hoofdelijk betekent dat iedere bestuurder voor het geheel aansprakelijk is naast de andere bestuurders. De curator heeft derhalve de keus welke bestuurder hij / zij zal aanspreken. Die keuze wordt met name bepaald door de mogelijkheden van verhaal.

Volgens artikel 2:138 lid 2: 248 BW is van kennelijk onbehoorlijk bestuur sprake als de boekhouding van de in faillissement verkerende vennootschap niet deugt of de jaarrekening niet (binnen de wettelijke termijn) is gepubliceerd. In die situatie is er een wettelijk vermoeden dat kennelijk onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

De bestuurder die daarentegen bewijst dat de onbehoorlijke taak­ vervulling door het bestuur niet aan hem is te wijten en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden kan zich zo bepaalt lid 3, van aansprakelijkheid bevrijden. Het gaat om onbehoorlijke taakvervulling in een periode van 3 jaren voorafgaand aan het faillissement. De rechter kan verder, indien daartoe aanleiding is, het bedrag waarvoor de bestuurder aansprakelijk is, verminderen.

Van belang is dat met een bestuurder wordt gelijk gesteld degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of

mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder. Het in de praktijk veel voorkomende verschijnsel dat een bestuurder een rechtspersoon is, bijvoorbeeld een management B.V., kan niet verhinderen dat de feitelijke bestuurder aansprakelijk kan worden gehouden voor het tekort in het faillissement.

De artikelen 2:138 en 2: 248 BW zijn eveneens van toepassing op commissarissen binnen een besloten vennootschap en naamloze

vennootschap. Ook zij kunnen aansprakelijk worden gehouden voor het tekort in het faillissement.

In een volgende aflevering zal worden ingegaan op uitspraken van rechterlijke instanties over kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Mr. drs. S. Visser

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 1 December 1998

RMU Contact | 30 Pagina's

Faillissement: wat nu!?

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 1 December 1998

RMU Contact | 30 Pagina's

PDF Bekijken