Bekijk het origineel

PERS-SCH0UW.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

PERS-SCH0UW.

9 minuten leestijd

Eenheid van opleiding.

Voprzoover onze kerkelijke pers zich over dit onderwerp, naar aanleiding van de besluiten van een paar 'fcerkeraden, uitsprak, treedt daaruit algemieien de wensch naar voren om deze kwestie thans te laten rusten.

Ds V. d. Ijnden zegt in de „Geref. Kefkb. voor 's-Gravemh^agie":

Er is een tijd geweest, dat ik met warmte pleitte voor de eenheid van opleiding. Ik meende, diat er. van bloei in ons kerkelijk leven g; een sprake kon izijn, tenzij dan dat vr& eerst kregen: éénheid van lopleidinig; En toen in Arnhem het eerst aangenomen voorstel ter verkrijging van de éénheid ter .zijde moest worden gesteld, was ik bitter en bitter teleurgesteld.

Maar indien ik ooit hebt leeren verstaan, dat in Godes hand alleen de leiding der .zaken veilig is, dan is het in deze zaak gieweest.

Er is veel na de Synode te Arnhem geschied, dat lïjienig hart wondde. Men vreesde zelfs voorsoheurinig.

Intasscben, de beide inrichtinigen zetten haar arbeid voort. Er is allengs stilte gekomen in de verontruste wateren. Kaanpen werd rijk gezegend en groeide-en bloeide weer. En Amsterdam kon, m»t een Bavinek verrijkt, haar arbeid vol goeden moed voortzetten. Van beide inrichtingen komen dier kerken tal van jongp mannen toe, die baar met .zeigen bunnen dienen. Wie zou thans een sborm wUlen - ontketenen in de kerken bij de weten-. schap, 'dat de beizwaren ter verkrijging der éénheid dezelfde gebleven zijn?

Maai we hebben allengs gelegenheid geha.d zelfs een voordeel te zien in het bestaan der twee inrichtinigen. Vooral in dezen tijd, waarin er een heil'ige wedijver moet izijn om de Gereformeerde belijdenis hoog, te houden, en een naast elkander arbeiden tot vermeerderde krachtsinspanning; niet slechts wekt, maajr ook oontroleerend op elkander inwerkt. Op dit laatste heeft wijlen Dr Küyper meermalen de aandacht gevestigd en de groote beteekenis er-van aangewezen.

Een amusante Classis en een amusant verslag.

Voor leenige maanden werd de eerste vèrgaderinig van de classis Batavia gehoiuden. Verbindt men „Indië" nog al ©ens met mopperaars, schijnt bet klimaat wat irriteerend, prikkelend op het gestel te werken en legt de onuitputtelijk© voorraad sc'hieldwoorden, welke men soms in Indische bladen, kan aantreffen, daarvan overvloedig getuigenis af, onze broeders in Indië geven ©en beter voorbeeld. Zij houden niet alleen den moed, maar oiok de vroolijfcbeid erin. En die vroolijfcheid steekt zelfs ©en zoO' achtbare vergadering als de classaciale aan. En blijkbaar onder den indruk daarvan-schreef ook de verslaggever ; in „De Banier" zijn allerminst droiog en stroef verslag.

Ds Bakker wordt daarin geteebend met de woorden:

Ds Bakker, de Abriaham-figiaur in on, z.e kerken, wiens persoon rust ademt en wiens' woord en Werk rust en vrede brengt of' herstelt, Ds Bakker opende deze vergadering, die , zeker niet van historische beteekenis ontbloot is.

Ik hoop te ©eniger tijd eens in d© gelegenheid tel 'zijn met Ds Bakker kennis te maken. Dau weet ik meteen, ho© naar het oordeel van den verslaggever Abraham er moet uitgezien hebbien. Totnogtoe heb ik daar geen voorstelling van.

De voorzitter krijgt dit op zijn-register:

Dr Harrenstein, prettige figuur, dien nu niemand eens voor een dominee zal uitschelden, - wiens gulle lach van tijd tot tijd aanstekelijk en ontspannend werkt, wiens humor izijn ernst, wiens ernst iZ'n schalkscliheid in evenwicht hield, wiens pijp nimmer uitging

Wel 'a ap; art sö-ort pijp met heotolitersinhoud b.v. o'f 'n apart soort tabak, die brandt, maar niet noemenswaard mindert.

Men Koiu het haast bejammeren, dat óp onze classical© vergaderingen de pijpten zijn afgeschaft.

Anders kenden de broeders bij' Medans pastor in de l6er.: ^^g^

Van den lóirigen Dr J. H. Bavinek wordt voorts gemeld, dat hij „er in moest zien te slagen van doictor tot dominee te promo veeren". Erg kerk-357 rechterlijk is dit niet uitgedrukt. Humor en kerkrecht leven weleens meer op gespannen voet.

Nu O'ver het Kerkblad.

's Middags is er over 't Kerkblad gediscussieerd.

„Ik kan al dit volk niet dragen", had Ds Aalders gezegd.

De heele iZiorg' rust op mijn schO'Uders.

Daar is een heele poos over 't orglaan der kerken gesproken.

Of de Schriüboverdenking moest blijven? De broeders meenden toch van ja. Of ze dan werkelijk gelazen werd? Ds Bakker meende wel te weten hoe meestentijds 'n Kerkbode g.elezen werd. Naar de wijize der Joden. Van achteren naar voren. Eerst de advertenties. Dan de berichten, de mededeelingen, Indisch Kerkelijk leven, ingezonden en dan Zondags ook beslist de Schriftoverdenking.

Nu, dan liet Ds A. zich verbidden en nam de .rubrieken Schriftbeschou-wing en , , ons persoonlijk leven" weer voor izijn rekening.

En Ds Harrenstein aou voor „Persschoüw" zorgen. En als hij ergens iets oomisch ontdekte in eenvoudig bedoelen en streven - of in weidsch kerkelijk pralen, , liij izou er ons allen op vergasten.

Want 't oomische drong zich altijd direct aan hem op, hij hoorde en , zag 't altijd terstond; als hij moest lachen, dan wilde hij 't niet alleen doen; dan zouden wij allen eens glunderen.

Licht zou üilen hieruit kunnen afleiden, dat deze „Persschoiuw" een uitgesptoken komisch karakter zal dragen.

Dat !zal wel niet de bedoieling zijn.

Al zal de „note gaie" er niet in ontbreken, het 'zal wel, om jhet eens heel alledaags te zeggen, geen kerkelijk© lach-rubriek worden.

Over den verderen inhoud nog het volgende:

En Dr Bavinek ontkwam niet aan de , , Boekbeoordeeling".

En Ds V. Dijk moest wat vertellen van zijn zen-'dingsarbeid. En de andere miss. diena, ren ook.

Ik kan niet schrijven, kreet de andere. Heusch, ik kan 't niet.

Ik zal wel eens iets inzenden. „Ds V. Dijk, rubriek-„Ingezonden", decretèerde 'de praeses.

En daar "was groote vreugde.

Dat was dian een grappige classis, gromt er een. Neen, Eerwaarde, ze was genoeglijk en smakelijk. En er is hard en goed en mooi gewerkt.

't Is toch goed, dat de verslaggever er het laatste aan toevoegt. Men zou uit zijn verslag anders liciht een 'verkeerden indruk krijgen.

En om nog leen punt van het classicale agendum te noeinen:

Magelang had kerkinstituëerihg gevr'aagd. Doch er was een bezwaar. De kring bestond bijna geheel uit oiiderwijzers.

En dat - was voor eventuëele ambtsdragers geen aantrekkelijkheid zoo alleen onder naaste collega's te arbeiden."

Ds Bakker - vroeg het woord.

Zijn rustige stem verhoogde het effect van zijn guitige woorden. Broeder Praeses — gewone stervelingen zeggen „praeses" — dit bezwaar zou dan ook schier overkomelijk zijn voor N. 0. Drenthe. Daar zijn 't allemaal turfboeren.

En in , , De Streek" aonder uitzondering schier alle koolboeren. (Ze verkoopen er allen kool, de een nog meer dan de ander). Daar kan dan ook nooit een kerk geïnstitueerd worden.

Döiet ons goed opnieuw te vernemen, dat onze broeders in Indië de levenslust hebben bewaard.

Wij voor ons zijn ••blijlde met de blijden.

Wij wenschen hun steeds opgewekteclassicale vergaderi'ngen toe.

Zij Izullen wel zorgen, dat de waardigheid hewaard hlijvle.

NatuurUj'k beeft de verslaggever zöO' niet geschreven, opdat hij in het moederland navolgers - vinde.

Er is 'niets vervelender, dan een cioncours in geestigheid.

Ophelder ing. De: maxL, wiens pijp .op de eerste classicale vergaderitig; van Batavia nimmer uitging, meent aan de lezers van het „Indische Kerkblad" eenige opheldering verschuldigd te zijn.

In een onzer Nederlandsche bladen was aanmerking gemaakt op een huwelijksadvertentie en in Indië nam men dat over.

Dr Haxreinstein vermoedde, dat die schoen voor hem pasHaa: r gemaakt was.

Hij verantwoordt zich aldus:

Waar ik de belangrijkheid van het overgenomen stukje niet kan ontdekken, is de vraag, dubbel gewettigd, waarom ik er dan nog op inga en er het zwijgen niet toe doe?

De «aak , zit zoo. Het artikeltje handelt over huwelijksadvertenties. Vroeger werden wij, zoo zegt de geachte schrijver, treksdmitpassagiers genoemd, mafiT onze tegenstanders zullen ons tegenwoordig den lof niet kunnen onthoaden, dat wij met hen mee doen. „Daar heb je b.v. de advertentiembriek in onze bladen. Vroeger had men algemeen de lompe gewoonte in huwelijksadvertenties eerst den bruidegoim te noemen. Lomp en plomp, want de mo'de had al lang; aangegeven, dat de naam van de bruid moet voorgjian. Dat is beleefd, beschaafd, welgemanierd, welopgevoed. Eere den vrouwen l'honneur anx dames! De Bijbel is zoo beleefd niet.

Hij noemt den man het hoofd der vrouw en noemt hem eerst, als er van beide geslachten sprake is. Dat , zial de reden zijn, dat we langen tijd tekort zijn geschoten in den passenden eerbied voor het vrouwelijk geslacht. Doch 'twiordt nu anders. We lazen reeds in de hüwelijksaanfcondiging van een V. D. M., van een Dienaar des Woords, dat de naiam van de bruid vooropging. „Beleefd, beschaafd enz. enz." Verder volgt dan nog iets over het bevrijden van onze taal van lompe woorden aJs b.v. Vaderland en vaderlandsch. Het verband ontsnapt me, maar ik laat dat verder rusten. Mij is het te doen. om de letterlijk geciteerde woorden, waarin het gaat over dien V. D. M. en diens huwelijksadvertentie.

Ik weet niet of de schrijver een collega van mij op het oog heeft, of mij. Want ook ik ben , zoo „beleefd, beschaafd enz. enz." geweest om den naam van mijn vrouw voorop te plaatsen in de advertenties, waarin ik nog kort geleden mijn huwelijk aankondigde. Ik wist niet, dat dit feit , zóó erg was, da, t de kerkelijke pers in Holland en , zelfs ook ons 'Kerkblad er over handelen zou. Waarom ik , zoo slecht geweest ben, al was ik dan ook beleefd, beschaafd "enz. enz., deugden, the ook den V. D. M. niet misstaan? Om de eenvoudige reden, dat ik niet wist, dat daarin uit kwam, dat ik' mij , zelf niet meer als hoofd der vrouw , zou beschouwen, naar de' Heilige Schrift onomstootelijk uitspreekt. Had ik dit kunnen vermoeden, ik aou het niet gegaan hebben. Maar het was mij niet duidelijk, en het is mij door de argumentlooize opmerkingen, boven geciteerd, nog altijd niet duidelijk, geworden. En daarom betwijfel ik, of , men uit het simpele feit van de volgorde der namen in een huwelijksadvertentie zoo'n sterke conclusie trekken mag. Maar nu die conclusie wel getrokken werd, wil ik toch even .zeggen, dat ik dat er heelemaal niet mee bedoelde. Heelemaal niet. En mijn vrouw trok, - dit ter geruststelhng, die conclusie ook nog, niet. Ook nu niet, nu , ze blijkbaar uit de plaatsing der namen zoo veel zou mogen afleiden.

Men kan dus gerust zijn.

't Geldt hier alleen een afwijking in den vorm, niet in beginsel.

Al zie ik de noodzakelijkheid van vormverandering in deze niet in, ^zooi bestaat er toclh allerminst reden om • hiervan een beginsel'kwestie te maken.

Mön gunne den huwelijkscandi daten eenige vrijheid om hun onschuldige galanterie te toonen.

Onsdhriftuurlijks zit 'er niets in.

Koemt ook P'aulus Priscilla niet ei'gens vóór •haar 'man Aquila?

Vanzelf geschiedt dit uit ander moilief.

Maar toch wordt het hoofd-schap en lieer-zijn van Aquila daardoor niet miskend.

Doch mien weet het nu: mevrouw Harrenstein houdt zich streng aan het huwelijksformulier en wil j, het voorbeeld der heilige vrouwen navolgen, welke op God hoopten en haar eigen mannen onderdanrg waren; gelijkerwijs Sara ha, ar man Abraham gehoorzaam is geweest, hem noemende haar heer."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1921

De Reformatie | 4 Pagina's

PERS-SCH0UW.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1921

De Reformatie | 4 Pagina's

PDF Bekijken