Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christendom en Kunst.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Christendom en Kunst.

9 minuten leestijd

VI.

Is het nu wel wensahelijk, werd ons reeds van versöhillénde zijden ge'vraagd, deze twee levensrichtingen zóó tegenover elkander te plaatsen, alsof zij niets met elkaax gemeen hadden? Hadden wij niet liever het probleem .anders moeten aanvatten, en ojolk hier dadelijk moeten wijzien op het Calvinisme, • wijd van perspecitief, dat ons leert, hoe het-schoione en het goede beide hun nonnen ontleenen aan één beginsel?

Nu mie©n .ik; , dat hier slechts sprake kan zijn van ©len verschil in meLhode. Slet opziet heb ik deze w'ijze van behandelen gekozen. Het kan noiodig zijin vanuit de praktijk met al haar yerwilckelingen op t© klimmen, omdat 'wij' van boven-af neerdalend zoo' vaaJc blijven zweven! Wij' hopen bij deze wijize van behandeling niet af te yoeren van, maar. integendeel juist heen te wijzien naaibet punt, vanwaar men bij een andere, misscibien onder ons meer «ebruifc'elijk& Hnrethóde-pleegt uit te gaan.

Zoo zijn w© nü'wëer'térügigielcÖinën, 'maar beter toegerust, tot de hoofdvraaig, reeds in ons eerste ai'tikel gesteld. Is er praktisch'-reëel ©en verzóe.ning mogelijk van Christendom en kunst? Of is ons spreken van „Christelijke kunst" een frasfe, en hebben wij het ons . al te gema'idcelijk gemaakt, loen we dachten, dat een Christen in zijin kunstwerk niets anders kón dan zijn Gold verheerlijken, dus „Christelijke kunst" ons schenken?

En toch, wij! vinden dat in z'ulk een „verz.oening." eigenlij'k het ideaal ligt! Er ligt zooi iets echt-mensclhelijks in dezen drang naar verzoening én synthese. Steeds weer neigt het mtenschelijk denken naar saamvatüng onder groote gezichtspunten, naar ^^^sM^'lM^^iSBzijdigbeden in één' grootsöh© gedacht©.* Daarom bewonderen wijl een philosophisch stelsel als indrukwekkend kunst.Averk, omdat het een eenheid is, ook al kan het als hoogste waarheid nooit vinden de instemining van ons genfoed. Elke tegenstrij'digheid roept om verzoening, elke dissonant schïeit om oplossing in harmonie! Het is bet willen-saamvatten-van-het-heelaJ-onder-één-foirmule. Deze drang naar synthese 'kan zich zelfs zóó heftig" uiten, zóó niets-o.ntziend zijn weg gaan, dat elk verband met het leven teloor gaat, eii een aprioristische (voorbarige) constructie alle contaot.. met de levende wierkelijkheid kwijt raakt.

Och, hoe gem'aklkelijk gaat* het ook hier w^m te zeggen, dat dez© tvve© levensrichtingen verzoend zijin ihet elkander, dus ook voor ons verzoend mioieten worden. Maar voor wien zijn ze - ivaarlijk verzoend? Troiiwens, wie waarlijk meegiestuwd werd met de aesijietische levensricbting', voelt heel spioiedig het góedkoope van ©en oplossing in enlcele Wioorden, en de naïveteit, ja lichtvaardigheid, waarmoe men zulk' knutselwerk durft aan t© prijzen.

Maar gielooven wij dan in 't geheel niet aan een verzoening, niet slechts op papier, m'aax .ook'in d© werfcehjkhieid van ons leven? Ja., maar deze verzioening zal veelal blijVen ©en verz; aaning'-inhoipe, al hebben ze geleefd en z'allen ze misschien wéér könien, de begenadigden, dé ; groote verwerikelijfcers van het ideaal, in wier kunstweirk ATOomheid en schoonheid als twee-etenheid ontbloeien! ^ M.aar toch zial het wel altijd blijven een-.oipfclimmen 'tot d© vooruitgenieting van ©en komende heerlijkheid!

Intusschen schijnt 'he.t voor ons moeilijk te wachten en geduldig, te zijn, en té erkennen, dat hier noioit deze twee levensrichtin'gen volkomen verzoend zullen zijn. Want als wij ongeduldig-geworden zijïi, "'koist het moeite ons te beheerscihen, dat we niet vooruitgrijpen „als een roof" wat als ideaal uit d© verte' wenkt, — of wij' gaan het probleem behandelen als een Gordia, ansch.en knoop, ook al een kenmerk van ons ongeduld!

Maar er is in ons leven z'ooveel, dat vraagt tim verzioening, en toch 'blijft het ideaal onvervuld. Altijd is er weer de spanning, het jagtenom-te-grijpeni, ziélden het gtegrepen-hehben!' Het brengt ons niets vooruit of wij al' spreken van ©en leven in, maar niet van de wereld, — of ja. Wie mogen het toich wel z'eggien, als we het maar goed met ©Ikandor ©ens zijn, dat we hierniee slechts woorden'bijeenbrengen, en dat onverminderd voortduurt de levensspanning, , ©.n „dagelijks weerkeert de levensstiiid.

Er is reden te vreezen, , dat niét yoldoende beseft wordt, welke diugen men tracht te veireenigen, wanneer men ztoo spoedig, ©én oplossing gereed houdt.

Wie in d© kunst niet meer kan zien dan een uitvinding van de menschelijké samenleving o|m „zich te verzetten", , kan niet begrijpen, hoe bié'r k'Lemt de .éisch van het Christelijk leven. Voier hem is hier zelfs geen probleem^ te bespeuren.

Blaar ook, wie niet bij ervaring weet, wat het. zeggen wil zijh kruis dagelijks op te nemen en Christus na te volgen, — wat bet zeggen wil al het aardsch© gerinjg te schatten in het ücht der goddelijke bovenaardsche werkielijkheid, die voelt ook 'niet hoe hij' in cionflict kan komen met jzijn kunstzin, die Oiveral schloonhedd speurt, ook in de dingen der „wereld".

Men onderscih'at al t© vaak de geweldige m'aobt, die de kunst uitoiefent op haar ingewijden. Er is misschien wel geen enkele macht op geestelijk gebied, die' den mensch ztoo sterk! kan aangrtj'peln als d© Icunst, di© zich reöhtstreeks richt tot aijn hart, en met hem spreekt van ziel tot ziel.

Wij sprakbn z'o-oeven van het behandele'u van bet probleem als een „Gordiaanschen khoop". Wij wille-n een voioirbeeld kiezten, oan' onzie bedoeling toe te lichten. Men hoort onder ons nogal vaak de leus: „Vioor den Christen geen lamst, dan die strekt tot verheerlijking van Gods naam!" Is dit echter bij nader bezinnen iets, dat oins praktisab veel verder helpt? Het'zial velen met mijl moieUij'k vallen de'zen nTaatstaf aan te leggen biji hun kunstwaardeering. Niet, omdat wij met • de woorden op zich zelf 'niet instemmen, maar omdat ze zoO' weinig 'hou-vast geven, als we er mee d© wereld in gaan!

Velen hebben in hun veiiege'aheid gietracht het probleem aa'n een oplossing te helpen, door van den één .of anderen leant iets af te shjpea, d.w.|z|, door óf het aesthetische te terminken óf deéischen van het ©ethische leven te - verzwakken. Om miet het eerste te beginnen-van het vérziwalöken der aestb-etische eischen ziouden wij-helaas' menig voorbeeld kunnen noemien. Hier wordt te kort gedaan aan de ho.oig© beteefenis der kunst. Waarlijk, het schoioine dient niet om „afleid!ing" te geven, en 'de kuiilst mag .niet in dienst gesteld wordéin van het vermaak, al heeft zielfs een Rousseau geziegd: „Kunsten dienen eUk'el tot uitspanning". Hiei'teigenovei-moeten - wij' nadrukkelijk als-onze overtuiging uitspreken, dat kunst alleen en uitsluitend is openbaring van s oboonbeid'en als zoodani'g dan ook dient beoordeeld te worden.

Om een kunstwerk zuiver op ons te laten inwerken, moeten wij iets heel eenvoudigs doen: het laten uitspreken! Tocib schijnt dit eenvoudige voor

velen nog héél nioeilijfe'; zij-komen dadelijk bij [het begin al met ihun interruptiésT^Hiermèe bedoel ik , 111.1 niet, dat geen andere dan. aestbietisclie in'aatstai mag woiïden aangelegd (waaxoYer sti: a: ks), m.aar bet kunstwerk worde in de eerste plaats geapprecieerd als k'nastwerk, zooals biet & icih ook bij ons aandient. Ten slotte moge dan 'oraze conolusie zijn, dat bet een „daemoniscb kunstwerk rs, Ketzij zoo, blaar het is kunst, al is het dan „Ziondige" kunst.

Deze dingen kunnen niet nadrukkelijk genoeg gezegd worden, want hef schijnt menigmaal, alsol het geloof in Jezus als den Christus der Sobriften in z; alk' een vorm optreedt, dat het geweld doet aan de scheppingen der kunst. M.i. heeft .Gninning zeer juist gezegd: „Waar het geloof óf hatelijk maakt, óf oavatbaar om de dingen zelve te be-.grijpen, daar is het slechts een schijngeloof, en het is goed, dat het dan ontmaskerd worde."

De hooge beteekenis der kunst wordt miskend, waar men haar maakt tot dienares van godsdienst en zedelijkheid. Al kan zij zeer zeker voor deze beiSe haar waardij hebben, toch is z'ij er niet óm' de religie of óm de zedelijkheid, maa, r heeft haar eigen levenssfeer! Kuyper heeft gezegd: „Religie en kunst hebben elk een eigen levenssfeer, sferen, die, aanvankelijk nauw'elijks onderscheiden en deswege ineengemlengd, biji rijker ontwikkeling van zelf uiteen gaan Niet alleen de Religie, maar ook " de Kunst vraagt daarom 'bij hooger ontwikkeling om een zelfstandig leven, en de twee stengels, die aanvankelijk dooreen gevloch'. ten waren en daarom van een zelfde plant scheneln te zijn, blijken dan te stoelen elk op een eigen wortel." Zeer zeker is er een tijd.geweest, waarin godsdienst en kunst samenvielen, zoodat de laat ste slechts in verbiand met de eerste kon gedacht worden, maar evenmin valt het te ontkennen, dat de kunst zich reeds lang een zelfstandige plaats veroverd heeft.

De lAinst staat bovendien waarlijk te hoog, om zich te vernederen tot slavendiehst. Maar toch toornt b.v. een Tolstoï tegen de kunst, die volgens hem slechts een genoegen der zinnen is, waarom Mj ook alle kunst. afkeurt, die niet opzettelijk een zedelijk doiel beoogt. Zeer mierkwaardig is een op'merkin, g, die ik vond in zijn weinig' gelezien, maar toch voor wie Tolstoï goed wil leeren kennen, zeer belangrijk' gesc|hHft: „Wat is kunst? " Hij erkent daarin (ergens in een nopt aan den voet yan een pagina), dat hij' ook zijn eigen artistieke Iproducities op twee uitztonderingen na tot de oategode der „slechte kunst" rekent! I^dëzié, muziek, schilder-en beeldhouwkunst moeten in de eerste plaats verheffende gedachten opweklven, reine sfcnekkinig hebben, vrome gezindheid brengen onder de menschen.

Dat deze Tolstoïaansche kunstopvatting uitloopt op een vernedering der k'unst, is duidelijk' genoeg. Toch kaïi men vaak allerlei uitingen beluisteren, die gegronde reden geven tot de veironderstelling, dat velen nog zUlk een kunstopvatting zijn toegedaan'. Er wordt veel gelez'en, maar het boek mloet allereerst zedelijke waarde hebben en er wordt schromelijk weinig aandacht geschonken aan de aesthetische waarde van wat men leest.

Wie nu geen aesthetisch genot begeert, of zich niet ontvankelijk hiervoor weet, kan men moeilijk verwijten maken, in; aar wel dengenen, die tegen beter weten en besef in aanprijzen als „kunst", wat in de verste verte hiermee geen gemeenschap Ih'eeft, alleen omdat het zoo goed bedoeld en omdat het zioo „Christelijk" is!

Daartege'nover moeten wij' als onz'e overtuiging durven uit te spreken, dat het een heilloos pogen is met het aesthetische opziettelijik een ethisdh doel te bereücen, Omdat het waarachtig-schoone dan zeker en gewis te loor gaat, tot schade voor onze eigen persoonKjkheid, die miede door; (da' schoonheid gevormd wordt. Het kan goed 'zijn, het eens onomwonden uit te spreken: de lomstenaar, die zich bij' zijn werk O'pzettelij'k een zedelijk doel voor oogen stfelt, pleegt niet minder dan yerraad aan de kunst .en zöu voor zichzelf moeilijk pp den naam van „kunstenaar" aanspraak kunnen maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 28 October 1921

De Reformatie | 8 Pagina's

Christendom en Kunst.

Bekijk de hele uitgave van Friday 28 October 1921

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken