Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KUYPER - BIBLIOGRAFIE.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KUYPER - BIBLIOGRAFIE.

10 minuten leestijd

door J. C. RULLMANN.

XXI.

Na de openingsrede van D|s 'Kiuyper op 18 Mei 1869, volgde op Woensdag en Donderdag 19 en 20 Mei de aclhtste Algem'eene Vergadering van de Vereenigjng voor Chr. Nait. Schoolonderwijs. ALs afgevaiardigden van de Hulpvereeniging üireclit waren daar tegenwoordig: Dfe A. Küyper, Ds 'F'. W. Merens, de heer R. Husen en de heer J. Wolbers.

Toen nu het voorstel Uier Hoofdcommissie aan de orde Itwam, flat in art. 23 der Schoolwet (uit do woorden op lei ding tot alle Christelijke en maatschappelijke deugden) het woord C'hri sitelij k e zou .wegvallen, zei de heer R. Husen, dait in de Hulpvereeniging Utrecht dit punt breedvoerig besproken Wa3 geworden, e'n dat iiien bez^vaar had gemaakt, dat vanuit deze vergader/ng de Regeering gedrongen zou worden het woora Chris tel ij ke uit art. 23 te Schrappen, omidat men daardoor den schijn op zich zibu laden, da.t men de openbare scholen, waar de Bijbel nog gebruikt wer^d, daarvan wilde berooven, en p^ogin gen in het werk stellen om de natie te ontchrislelijken.

De heer J. Wolbers verklaarlde, dat dé Hulpvereeniging Utrecht eerst wel van delzie ruteiening was geweest, maar, na langdurige overwiöging d°r bebezwaren, na ernstige nalezing van het Schoolwetprogram en biddend overleg, zonder eien bepaald besluit te nemen, toch bij' grooite meerderlileid te kennen had gegeven, zidh bij .de Hoofdcommissie aan te sluiten, omdat zij overtuigd was geworden, dat het woord Christelijke in de wet ©en cnrecht en een onwaarheid was.

De heer R. Husen beweerde dein indruk te hebben gehad van het tegendeel, maar .verklaarde in dit opzicht te kunnen dwalen.

Ds A. Kuyper zei: Het is niet in orde, het gevoelen der Hulpvereeniging Utrecht m, i6de te deelen. omJdat de afgevaardigden geen lastbrief hebben ontvangen. Afgevaardigden zonider lastbrief moeti-ii hun eigen m'eening doen kennen.

Achtereenvolgens werd nu het woord gevoerd door den heer C. Arent Bz'., Ds A. Brummelkamp', den Voorzitter, Ds H. C. Voorhoeve, den hoer N. M. Feringa, Ds M. Cohen Stuart, Mr J. W. Geflcen, den heer P. A. Exel, den heer J. Smölik, den hear J. Steenbergen, den heer F. C. Wijle, Mr .T. de Neufville, Ds H. V. - Hogerzeil, DB-Th. H. Na.huij's, don beer E.' J. Veenendaal en Ds Ph. J. Hoedemaker.

Deze laatste meende, dat de prinoipiëele kwestie uit het oog werd verloren. Met zekeren weamoei had hij de Idiscussieën tot dusver gevolgd. Hij ontkende het recht, dat het woord C h r i s t e 1 ij k e geschrapt zou worden in naajn! der waarheid, wel der Averkelijkheid. Wij mogen met de werkelijkheid geen vrede hebben. Het is treurig om te zien, hoe onze 'kraaht daarin bestaat om Christelijke cionclusiën te trekken uit onchristelijke praemissen. De onchristelijke staat, zegt men, kan geen Christelijk onderwijs geven, maar, zegt spreker, mogen wij vrede hebben met dien oncihristelijken st.Tat? Een onchristelijke staat mag niet alleen geen Christelijk onderwijs, nxaar in het geheel geen onderwijs geven; ziedaar mijne meening. Het heeft spreker leed gedaan te ontwaren, dat de algemteiene geest der vergadering zoozeer schijnt in te stemmen ttijei het voorstel der Hoofdöommissie.

Ds A. Kuyper, daarop het woord ontvangende, gelooft ook, dat het principiëele alleen het terrtJin is, waarop deze belangrijke kwestie gebracht mag wo'iiden. Het standpunt w.aarop wij' ons moeten plaatsen is: wij' hebben te doen met een Regeering, gededuceerd uit een staatstheorie, dje onchristMijk is, omdat' zij' strijdt met de eeuwige eischen en wetten des levens. Tegenover die staatstheorie staat de ("'-hristelijke idee. De tegenwoordig overheerschonde staatsidee is s.atanisch, is principieel valsch, kan niet bekeerd, maar moet vernietigd worden. Bestond er nog kans om' onzie school of onzen staat te veranderen, dan zoiu hij meenen, dat het wcor'd moest blijven; omdat het een uitgangspunt ko.n worden; maar wanneer hij ziet, dat de geheelo staatsinrichting jnöet gebroken worden, dan moet men alle krachten daaruit terugtrekken, ojm ze op een nieuw standpunt te cpncentreeiren. Het Christelijk-histoxisch beginsel brengt mede, dat do staat, en vooral zulk een staat, geen onderwijs mag geven, ja, dat de staat, als h; iji miodern is, geheel per se onmogelijk onderwijs kan geven. In de gegeven omstandigheden moet al ons streven zijn, dat den staat het gewone onderwijb onmogelijk woril.c gemaakt; het moet afbrokkelen. Daardoor verkrijigen wij, dat de oudets opmierkz; aam worden, dat het staatsonderwijs niet voldoet. Als wi] den staat in zulk een toestand laten verschijhen, dat hij-als een geraamte Idaar staat, zullen de oogen opengaan.

Nadat nog enkele heeren het woord hebben gc> vocrd.. zegt de Voorzitter, Mr Groen van Prinsleror, die zijn leven aan dezie zaak heeft gewijlj dat hiji liever verwijzen zou naar zijn antecedenten; m.aar hij gevoelt, dat hij niet zwijgen mag. Het geldt hier de Christelijke vlag eener in haar onloochenbare eigenaardigheid antichristelijke wet. Eendrachtig hebben in de Tweede Kiamer onze vrienden (vrienden ook van den heer Van der Brugghen) de heeren Mackay, Elout, van Lijhden, van Reede zich daantegen verzet Men heeft gezegd: moet Christelijk weg, dan ook maatschap'pelijk' dan ook deugden er uit. De ongerijtadheid der conclusie stelt de verkeerdheid deir praemissen in het volle lioht. Reeds in 1851 heeft Dr Beats, hij schier alleen, in een vergadering van honderd predikanten, den-moed gehad ronduit te verklaren, dat het valsche principe leiden zoiu tot eene school, waar enkel lezen, schrijven, rekenen en stil zitten zou worden geleerd. Er is door Van der Brugghen een uitdrukking gebruikt, waarop men zich beroept: „Het woord Christelijk is een belijdenis van het'Nederlan'dsdhe volk". Protestatio a et ui contraria. Een beklagenswaardige illusie van onzen vriend. Hij verbeeldde zich, dat volkomen neutraliteit mogelijk is en dal,

naast de godsdienstlooze school, de ijVer der Hervormde Kerk voor onderwij's in den Christel ijken godsdienst verdubbelen zou. Hij heeft de dienstvaaröigheden der praktij'k met verontwaardiging beleefd. Later zou hij' gezien hebben, hoe de zoogenaamde neutrale school in een secteschool der modernen haar eigennardige ontwikkeling verimjlgt; hoe het woord Christelijk, opgenomen in. dè vij'andige atmosfeter onzer dagen, een krachtig werktuig ter ontchristelijking van het Nedèrlandcshe volk wordt.

Ds N. Heels, het woord ontvangende, verheugt zich zeer, dat ook de naam van Van der Brugghen genoemd is en gewag is gemaakt van zijii bedoeling met de uitdrukking Christelijke en maalschapp'^lijke deugden. Hij kan echter niet dulden, dat de nagedachtenis van Van der Brugghen schaide zona lijden. Wat de uitdrukking „Christelijke" zelve betreft, zij kan dus opgevat worden ter goeider trouw; maar waarom bestrijdt men dan een woord van een goede intentie, dat wel weder in djö toekomst nuttig kan worden. De woorden Christelijke en maatschappelijke deugden sluiten alles in zich wat in betrekking staat tot onzen omgang met anderen Dail alles is veel te veel, om het te gaan bestrij'den, en wij moeten niet bestrijden wat een goede zijde heeft. Laat ons niet ons heil zoeken in het wegnemen van wooriden, die op zicihzelven goed zijn. Men heeft gesproken van satanisch, ik vind ]da.ajin iels daemonisoh. Laat ons het kwade niet dcen om het goede 'daaruit te doen voortkomenr Ik smeek, aegt spreker, de Viereeniging, niet een misdaad te begaan, en een woord ie bestiijiden, dat goed kan doen in de toekomst.

De Voorzitter zegt daarop, dat de hartstochtelijke loespra, ak van zijn hooggeschatten vrienid hem, wel ontroerd, maar geenszins overtuigd heeft. Hij beaamt was Ds löiyper gezegd heeft. Satanisch is hier geen scheldwoord, het ifs (de kenteekening der kiem, , die zich in een eeuw van ongeloof en revolutie ontwikkelt. Een woord, ook in wetenschappelijke bedaardheid, door maimeD als Barke, Sitahl, Guizïot, telkens gebruikt-In die ri, c]hting zijn wij'. De eigenaardigheid 'der tegenwooi^digë phase van het ongeloof ligt bovenal juist hierin dat, in School, in Kerk, in Staat, van het woord Christelijk, ter begoo: ciheling, een satanisch niisbiuik gemaakt wordt. Zoo er van misdaad spraak is, handhaaft hij' de qualificiaitie (aan dergelijk een inlassching van Christelijk menigmaal gegeven) van nationaal misidrij'f. Om de uitnemendheid zelve van het woord, wordt het des te verderfelijker in een dergelijk verband. Om de voorspiegeling 'der mogelijkheden eeiier vetraf gelegen toekomst, mogen wiji het oog voor de actualiteit nier sluiten; voor de in het oog vallende werking van een woordenspel, verderfelijk voor land en Kerk.

Wat de quahiicatie sata; nisc'h betreft, door Dr Kuyper op de heerschende Staatside© toegepast, mlerken we nog op dat ze^ in navolging van Burke, Stahl en Guizot, ook reeds gebezigd was door Gunning, die „de door onze Staats-instelling begunstigde ongeloofseenheid", „het demonisch tegenbeeld" noem'de van diei geioofseienheild (Z ©ven Stemmen over S cihood onderwij's, 1804, bizl 28 noot); en door Groen van Prinsterer, d\e niet het oog op het beginsel van ongeloof en revolutie schreef: „Ook de ontwikkeling ten goede van de moderne maatschappij' is onder de oyerjiiacht van Idiit antichristelijk, van dit, in het licht der openbaring, satanisch beginsel gerjak'" (Siludiën en Sohetsen ter Schoolwether zü o ning, 1865, blz. 48 en 76).

Het voorstel tot weglating van het woord „Chnstelijk" in , art. 23 van de Wet op' het Lager Onderwijs, werd door Üe Algemjaene Vergadering ten slotte met 53 tegen 9 stemiüen aangenomen.

Aan het einde verklaarde de vergadiering nog op voorstel van Ds F. W. Merens:

dat geen ander dan Christelijk schoolonderwijs voor een Christelijk voilk voldoende kan heéten;

dat in de tegenwoordige staatsinrichting geen Christelijk onderwijs van staatswege mogelijk 53;

dat de ' verklaring, door de Regeering aan de wöt gegeven, he't woord Christelijk tot een onwaarheid en oorzaak van misleiding miaakt en

dat wij' daarom genooldzeiaikt zijn te begeeren, dat uit Art. 23 van deze wet het woord „Christelijk" weggenomen worde.

De vergadering werd 'daarna door Ds A. Kuyper met dankgebed gesloten.

De strijd, hier gevoerd over de scjh'rapping van het woord „Christelijk" in Art. 23 der Söhoolwet leidde tot een breuke tusschen dei broeideren. Zoowel Beets als Chantepie 'de la Saussay© bedankten voor het lidmaatschap van C. N. S. O. Beets schreeiE er over in de Protestantsche Bij, dragen, I, Groen in de Nederlandsche Ge­ dachten, 2e seriel, I en Kuyper in D'e Heraut.

De literatuur over idit onderwerp is omvangrijk. Behalve het offioiëele verslag der Achtste Algemeen e Vergaidering leze men: Kuyper, Bedoeld noch Gezegd, blz, 34; Fabius, Voorheen en Thans, blz. 147; Voortvaren, blz. 229; Staatsrecht en Politiek, II, blz. 283—292; Studiën en Schetsen, V, no. 3, blz'. 123—127; Raabe, Van der Brugghen hötdaclht, blz. 18; Merens, Groen van Prinsterer en Van der Brugghen, blz. 19 vv.; Vos, Groen van Prinsterer en zijin tij'd', II, blz'. 424; J. Kuiper, De Gereforiheerlde Kerk van 22 Augustus 1895; idem, Geschiedenis van het Christelijk Lager Onderwij's, blz. 183 — 191; De Standaard, 11 Sept. 1889, artikel: „Christelijke en maatschappelijke deugden"; T. dfe Vries, Bibliografie Groen van Prinsterer, blz. 218; Brouwer, Daniel Chantepie de la S a u ss ay e, blz. 145—147; Chantepie de la Saussaye, Ni co laas Reets, blz. 147—151. Deze biograaf bewaart over de door Beets gebezigde qual'iicaitie „demonisch" echter een opmerkelijk stilzwijgen. Hierbij denken we aan de woorden van Prof. Fabius, Studiën ©n Scih©tsen, V, no, 4, blz. 131: „Men bewijst aan de nagiedachtenisi van Be els eenen dienst door zijh ongelukkig optreden van het jaar 1869 in Christelij'fc-Nationaal niet noodCiOOs op te rakelen". Zie voorts nog: Paedagügisch Tijdschrift, III, blz: . 204 w., en De Nederlander van 17 Dee. 1921, 2e blad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

KUYPER - BIBLIOGRAFIE.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken