Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

PERS-SCHOUW.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

PERS-SCHOUW.

11 minuten leestijd

Medieus en Ethiek.

Over dit onderwerp schrijft v. d. S. in „Bergopwaarts" een belangrijk artikel.

Ik geef hier het slot.

Ook in het eigene particuliere leven van den geneeskundige grijpt de ethiek diepl in. Misschien is er wel g|een andere werkkring, waai'in 't geweten zoo zuiver moet kloppen en zoo nauwgezet g'ehoorzaamd moet worden als, in dien van den medicus: zijn „burgerlijk geweten, ook zijn „speciaal medisch" (geweten. Dagelijks, van uur tot uur is hij omringd door verzoekingen van allerlei aard, en zijn geweten taioet al heel fijn reageeren, wil hij niet in ethicis falen en bijv. §, aan schipperen met w'at hij als eisch van beroepsvervulling aan de academie leerde kennen en waardeeren, en met de soms aller-primitiefste en allerdroevigste omstandigheden, Waaronder hij zijn arbeid moet verrichten. Hoe moeilijk zijti patiënten in eigen wijsheid en vooroordeel het hem daarbij kunnen maken, weet alleen de medicus; vooral dan is dit ontmoedigend, wanneer deze vecht om het leven, en al wat hij probeert door lijdelijk verzet gesabb'oteerd wordt.

Altijd weer, in ieder geval, dient hij' te bedenken, dat diagnose en prognose tegenover den platiënt en zijn omgeving nim'mer "waarde in zich zelf hebben, onderg; eschikt zijn, en alleen beteekenis hebben, om tegenover deze te komen tot de speci-- fiek vereischte therapie.

Zich zelf moet. hij' verloochenen, zich zelf verznken; ook dan, als ze je onvei-wachts, heel ongelegen, komen halen voor een patiënt van eea afwezigen collega, die je niet alleen geen bericht gaf van zijn afw'ezigheid, maar die je nog bovendien, wanneer hij' maar kan, een trap tracht te geven; en dat, terwijl je jezelf nu net eens eeR Zondag'middag vrijgemaakt hadt.

Meer dan eenig ander beroep vraagt dat van den medicus, dat deze ethisch zeer hoog staat: zonder op te zien tegen moeite, zichzelf altijd Weer wegcijferend, vol toewijidingi verheven boven lof en blaam, rustig, zeker, en toch met voldoende skepsis om de mogelijkheid eigen oordeel te herzien open te laten. En dat allemaal , niet in een . boekje pro memorie uitgetrokken, maar voor hem soms volle vierentwintig uur door levende realiteit.

Daarnaast bestaan dan nog die tal van specifiek medisch-ethische vraagstukken, die in handboeken over ethiek wel breed uitgeplozen worden, maar die toch ook weer eerst in de praktijk van den medicus tot „levende" ethiek worden: de outhanasie; de bede van zoo menig lijder om het lijden te bekorten; het opwekken van abortus om allerlei redenen; het aanraden van anti-conceptioneele middelen; de strijd, als er dan één van beiden opgeofferd moet worden: wie: [moeder of kind; de leugen tegenover de patiënten, diens familie.

Dat er een aparte medische moraal zon bestaan van andere strekking, dan de algemeen menschelijke, is toch Wel onjuist; ook al zal de medicus, meer dan eenig ander met deze vraagstukken te doen hebben.

Over de nog engere dokters-ethiek zal ik niet veel zeggen: dat je elkaar natuurlijk geen patiënten a£ moogt gappen; ook niet als je voor elkaar Waarneemt; dat je bij vestiging geen kaarten huis aan huis moogt laten bezorgen; dat niet vaker dan, tweemaal een advertentie moogt plaatsen; maar w'el net zooveel keeren als je wilt, ook al ben je maar een uurtje afwezig, dat je dien en dien dag niet te consulteeren zijt, dat je weer thuis zijl gekomen. Diat je van visites, ook in spoed-' gevallen, waarbij je veel werk doet, met veel

risico, bij patiënten ^an collega's afgelegd, geen rekening moogt sturen, maar dezen collega kennis geeft van je visite en verrichtingen daar. 't Is alles de maintien van het doktoren-ambt; en in wezen nog alles oude beroeps-othiek.

Niet meer daartoe, maar tot het breed-ethische behoort het zich onthouden van kritiek op het w'erk van je collega, vooral tegenover achterblijvende familieleden. En zeker mag men niet, als er twee methodes van behandelen mogelijk waren, beide evengoed, het laten voorkomen, alsof de medicuscollega, die de eene methode toepaste, door de andere aan te Wenden den patiënt in het leven had kunnen behouden.

Niet-ten onrechte waarschuwde een medisch hoogr leeraar: jelui zit nu nog zoo vredig in de collegebanken naast elkaar, wacht maar — straks in de praktijfc w'ordt het wel anders.

Dat 't vaak anders Wordt, vindt zijn oorzaak in veel gevallen in weinig ethisch besef, waar het den collega geldt; kortaf: in w'einig ethisch besef.

Het leven van den medicus stelt hem voor tal van conflicten; ook tal van ethische «conflicten. Ibsen en Shaw hadden er oog voor.

En wel moet de medicus .een heel teer geweten hebben, om door al die moeilijkheden op het terrein van de ethiek den weg, den goeden weg te gaan. Ook hem evenmin als eenig ander, is 't daarbij ooit geraden iets tegen dat geweten te doen. •

Hier worden kwesties aangeroerd, welke ieder weleens

bezig ho'uden. Soms staat men er versteld van wat dokters tegenover patiënten wel aandurven.

Om eens iets te noemen.

Menig arts, die bij een sterfbed staat, spreekt den lijder tnt het laatste toe moed in en bereidt niet op 'onTizichtigc manier hem op het sterven voor.

Ja, kwam het niet voor, ' dat een dokter in de pers hevig toornde, omdat een predikant zich niet verantwoord achtte, indien hij den ernst van den toestand zioü verzwijgen? En verklaarde hij "niet, dat hij lust had zoo'n dominee de trap af te gooien?

Er bestaat een allernauwst verband tusschen de medische praktijk en de ethiek.

Maar daaruit ziet men weer, hoe noodig het is, dat onze artsen hun opleiding ontvangen aan een Universiteit op Gereformeerden grondslag I

Eigenaardige combinatie.

De „Leidsche Kerkbode" wijst op een eigenaardige •combinatie:

„Deputaten" — .zoo lezen we in een in dit nummer opgenomen stuk van Deputaten voor de Zending onder de Joden —• „Deputaten voor de Zending onder dè Joden van de Gereformeerde Kerken in Nederland geven hiermede officieel kennis" enz.

Ik wist niet, dat er onder de Joden van de G e r e f. Kerken .zending gedreven werd....

Nu ja, daar is ook met eenige welwillendheid en . inspanning nog wel een andere combinatie mogelijk. •Maar kon het mi heusch' niet en heel gemakkelijk .zelfs, beter geformuleerd? ,

Toch wordt deze dubbelzinnige uitdrukking meer gebruikt.

Ter correctie aanbevolen.

Volkskerk.

Een Hervormd predikant sprak het in een verkiezingsmeeting uit, dat de idee der Hervormde (Gereformeerde) Staatspartij, welke den Staat wil binden aan een bepaalde kerk, op heidensche basis berust. Met gaarne willen we de leiders dezer partij plaatsen in het paganistisch hoekje.

Daarom is echter de opmerking van dien predikant nog niet onjuist.

Ds Van der Linden geeft in de „Geref. Kb. voor 's-Gravenhage" , zich de moeite nog eens uiteen te zetten, hoe het met dit volkskerk-begrip , zit.

't Is goed, dat we over deze zaajc nadenken. Vooral in dezen tijd. 't Blijkt, dat er in Nederland nog velen zijn, die het begrip volkskerk met hand en tand vasthouden.

Ook in dezen geldt het echter: „Die goed onderscheidt, leert wel."

Bij het begrip volkskerk moeten het kerkelqk en nationale leven elkander .zoo goed als dekken. Dat kan natuurlijk nooit. In Spanje om een voorbeeld te nemen, is de Roomsche kerk de volkskerk. Daarentegen kan men in landen* als Noorwegen, Denemarken en Zweden de Luthersche kerk achten de volkskerk te zijn. In Rusland was het tot op den dood van den Czaar aller Russen de Grieksch-orthodoxe kerk.

Kan in dezen zin ook in Nederland van een volkskerk worden gesproken? Al aanstonds zal erkend worden, dat dit niet kan, als men alleen slechts let op de Roomsche kerk, tot welke een niet gering deel van Nederlands inwoner.? behoort. Doch er is een andere reden, waarom van volkskerk niet mag' gesproken worden! Het idee van volkskerk heeft men feitelijk ontleed aan het Oude Testament. De, kerk des Ouden Testaments was een volkskerk. Had God niet met Israels volk een vei-bond gesloten? En is nu zoo ook de kerk in Nederland niet geroepen volkskerk te zijn? Moet de doop niet als teeken van Gods verbond, allen omvatten? Een gedoopte, d. i. een gekerstende natie is Nederlands volk. Vandaar dan ook de doopspractijk, .zooals die in de Hervormde kerk geldend is, waar de doop aan de groote massa wordt toegediend, maar waar van een doop „aan de kinderen der geloovigen" geen sprake is.

En hiermee treedt dan ook de gansch verkeerde-ge­ dachte van volkskerk ten volle in het licht. Er is zeer zeker in het Nieuwe Testament van de gelooyigen als een volk Gods sprake. Maar dan wordt het volk niet in natuurlijken zin genomen. Het volk Gods is geen natuurlijke, maar een geestelijke gemeenschap.

De kerk van Christus is als Israël weleer een volk, de schare der geloovigen. Gelijk Petrus het , zoo machtig schoon zegt: „Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig • volk, een verkreg; en volk, opdat Gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, die U uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht. Gij, die eertijds geen volk waart, maar nu Gods volk zijt, die eertijds niet ontfermd waart, maar nU ontfermd zijt geworden."

Wat zijn dan velen met hun begrip volkskerk ver van huisi En dat in weerwil van de duidelijke onderwijzing der Schrift, reeds zoo lang!

Indien men vraagt of Gereformeerden zulk een voorlichting nog van noode hebben, leze men de volgende ooTrespondentie, welke Ds v. d. Linden in hetzelfde blad met een juffrouw voert.

Een agent van politie christen?

Mej. K. — Zeker , kan een Christen agent van politie zijn. 't Ware zeer te wenschen, dat alle agenten Christenen waren. Hoe zou het onze stad ten goede bomen I Nü is de positie van den christen-agent soms moeilijk en zwaar. Vele van hUn kameraden .zijn hun teg; en. Doch is het zioo niet met vele Christenen, wier positie bijzonder moeilijk is te midden van vele vijanden van het Christendom ?

Te meer zij het dan een zien op den Oversten Iieidsman en Vóleinder des geloofs!

't Is beter, dat , z; ulk een vraag gesteld, dan verzwegen wol'dt.

Toch geeft het te denken.

Beëindigd coinflict.

Nu door. een on, zer medewerkers het conflict werd aangeroerd, dat in de „Overtoomsche Kerkbode" was 'uitgebroken, .zullen onze lezers wel belangstellend zijn om het verloop der zaak te vernemen.

Het laatste nummer van dat blad bevatte de volgende verklaring:

Ondergeteekende, redacteur van „De Overtoomsche Kerkbode", verklaart bij dezen, al w'at persoonlijk kan geacht worden in zijn vier brieven over de Gezangen, gaarne onder aanbieding van excuses aan den Kring van belangstellenden in de verrijking van ons Kerkgezang terug te nemen.

A. van Dijken.

Ondergeteekende, zijnerzijds daarmede gevolg gevende aan een door den Kerkeraad aan de beide predikanten dezer Kerk gedaan verzoek (zie Kort Verslag van de vergadering van den kerkeraad op Donderdag 15 Juni 1922, „Overtoomsche Kerkbode" no. S5), verklaart bij dezen gaarne:

a. dat hij den inhoud van zijn ingezonden stuk in de , , Overtoomsche Kerkbode" van 4 Juni \l. ten volle voor zijn rekening blijft nemen;

b. dat hij geenszins de bedoeling gehad heeft, om br V. D. door genoemd stuk persoonlijk te kwetsen;

c. dat, indien onverhoopt iemand desniettemin in eenigte zinsneden of uitdrukking van bedoeld ingezonden stuk toch iets dergelijks meent te mogen lezen, hij zulk een lezer verzoekt de betreffende zinsnede of uitdrukking zelf zoodanig te wijzigen, dat dit ook voor hem geheel uitgesloten is.

Dr J. G. Geelkerken.

De VroUw aan de Stembus.

Onze mannelijke lezers op te wekken 'getroUw ter stembus te trekken zal wel O'unoodi'g zijn.

Over de politieke constellatie jz.al ik niet spreken.

Daarover worden .zij door hUn anti-revolutionair dagblad wel ingelicht.

De anti-revolutionaire partij rekent op u.

.Rekent er ook op-, dat gij no. 1 op de lijst zUlt stemmen.

Er schijnen echter streken te zijn, waar de antirevolutionaire vrouw nog gewetensbezwaar heeft.

Men geve hUn te lezen dit korte stukje van prof. Honig in „De Bazuin":

In de Ethiek is eene niet onbelangrijke quaestie de izoogenaaiinde „collisio officiorUm" of de strijd der plichten.

Hiermede wordt dit bedoeld.

Het kan izijn, dat er op een bepaald oo, genblik strijd is tusschen een gpbod van de eerste en van de tweede tafel.

Een zoon, Uit een wereldsch huisgezin staat meermalen voor de vraag; : moet ik in dit speciale geval aan God of aan mijne ouders gehoorzaam zijn? Moet de liefde tot God of de liefde tot mijne ouders den boventoon hebben?

Welnu, in .z'ulke gievallen moet de gehoorzaamheid aan de ouders wïjken voor de gehoorzaamheid aan God. Denk slechts aan Matth. 10:37: ie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig.

Ik meen, dat dit iets te zeggen heeft aan die Tyeinige vioiuwen onder ons, die nog gemoedsbe-.zwaar hebben tegen het gaan uitbrengen van haar stem.

Ze meenen, dat de plaats, welke het vijfde gebod aan de vrouw aanwijst of m.a.w. de* onderdanigheid der vrOuw aan den man, meebrengt, dat .zij (zich van stemmen onthouden moeten.

Maar nu eenmaal de overheid aan de vrouwen het stemrecht gaf, vloeit hieruit voort, dat ook, onze vrouwen door haar stem een getuigenis kunnen afleggen voor de eer van onzen God en het heil onzes volks.

Moet nu ook in dit geval de eerste tafel der wet niet gesteld boven de tweede? Moet de eere Gods in dit geval niet het zwaarste wegen? Vooral nu het in de H. Schrift aan de vrouw niet verboden wordt te stemmen.

HEPP.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

PERS-SCHOUW.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken