Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Grieksche heldendicht.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Grieksche heldendicht.

9 minuten leestijd

I.

De geestdrift, die vorige gieslachteh bezielde voor de klassieke oudbeid en het vaste geloof aan haar hooge lopvoedkundige beteekenis, schijnt in onze eeuw plaats te imoeten ruimen voor een meer sceptische (houding.

Weliswiaar zijn vele miannen, op' wie Nederland trotsch mag zijn, in de school der klassieke oudheid Igerijpt voor hUn levenstaak' en danken haar, bewust of onbewust, het beste van 'wat zij bezitten. Sedert enkele tientallen jaren heeft echter langzamerhand een andere meening veld gewonnen in breede kringen.

Onze [kritisch georiënteerde tijd heeft ook het dogma van de „alleen-zaligïntakende" klassieke oudheid voor zijn rechterstoel gedaagd.

De groote igebeurtenissen van onzen tijd houden onzen blik' gevangen in het heden. En het heden met zijn bewogenheid en onrutet, met zijn over-, winningen op het gebied van natuurwetenschap en techniek, tmet zijn levendig internationaal verkeer schijnt het leven van den modernen mensch zoo geheel te vervullen, dat het velen een ijdel, sommigen een bijna gevaarlijk spel voorkomt, den blik altijd maar weer te richten op leen lang' vervlogen verleden.

Al (het streven ecihter zich te bevrijden van de knellende banden der klassieke oudheid, verandert niets aan het feit, dat de volken dier klassieke oudheid een cultuurschat bezeten hebben, die zijn weerga nooit gevonden heeft, en dat deze cultuur in Griekenland tot rijke ontplooiing gekomen, en door de Romeinen over alle deelen van hun wereldrijk verbreid, nog steeds dèn grondslag vormt van onze moderne cultuur.

Wie deze in zijn diepste wezen wil verstaan, zal altijd weer bij Grieken en Romeinen ter schole moeten gaan. Een verbreken van den band m^st dit verleden, zou met recht heeten: den tak doorzagen, waarop men zelf zit.

Het verzet tegen de klassieke oudheid berust veelal pp een misverstand. Moet misschien, zoo redeneert men, die oude héidensche godsdienst het voorbeeld zijn voor onze christelijke religie? Moeten wij misschien onze staten gaan inrichten naaj-(het model van de Alh'een& che republiek of het Romeinsche wereldrijk? Moeten Wij in onze poëzie, in onze .architectuur en schilderkunst weer terug tot de kliassiéke techniek, die we reeds lang te boven waren? Gaan wij terug tot een „overwonnen standpunt"?

Integendeel, wij willen vooruit en stellen ons niet tevreden met een lofrede op een tijd, die onherroepelijk voorbij is. s z i

In het mooie boekje van Zielinsky: „Die Antike und wir" las ik iets, dat mijn bedoeling volkomen verduidelijken kan. Hij schrijft: , , Als de eik zijn wortels diep in de aarde slaat, dan doet hij dat niet omdat hij terug wil groeien naax de aarde, miaar omdat hij. uit den bodem de kracht put, die |bet hem miogelijk 'miaakt, zich hemelhoog te verheffen boven alle planten en struiken, die hun levenskracht slechts uit de oppervlakte der aarde halen. .De klassieke oudheid moet niet de norm', ma, ar de levenwekkende, bezielende kracht van onze hedendaagsche pultuur zijn."

Maar ik wil in deze artikelen geen lans brekfen voor de foestudeering en de paedagogische waarde der klassieke oudheid. Ik moet mij beperken tot mijn onderwerp. Er is den laatsten tijd, nu deze kwestie iwfeer urgent is, zooveel goeds over dit onderwerp gieschreven, dat ik mij wel ontslagen mag achten van den plicht een pleidooi te leveren voor ide klassieke opvoeding. m eFgdsv

Ieder, die zich voor literatuur interesseert, zal zich wel eens afgevraagd hebben, hoe het todh' komt, dat wij het steeds n^et bepaalde literatuurgenres doen moeten: het epos (het heldendicht), de lyriek, de tragedie (het treurspel), de komiedie (hiet blijspel), de roman, de novelle, het epigram', enz. Waarom, 'vragen wij ons af, zijn het juist déze en geen andere? l W v h

Op deze vraag vinden wij nergens een antwoord, tenzij we de geschiedenis van het ontstaan dier literatuur-genres raadpleigen. En die geschiedenis is.. de klassieke literatuur.

Hier zien we het voor onze oogen, hoe zich' de epische poëzie het eerst ontwikkelt. Omdat er geen schrift was, diende het geheugen a. h. w. tot bewaarplaats VOOT alles, wat men hi'oest Weten'. Versmaat en mielodie moesten het geheugen te hulp komen. Daarom vond in het epos alles, wat men diende te weten, een plaats: de daden van goden en voorvadei'en, profetieën, wetten, m'aar ook praktische levenswijsheid.

De ontwikkeling der Grieksche muziek doet de versmaten al meer gecompliceerd worden: uit het epos ontwikkelt zich de lyriek' mOt de elegie, de ballade, het lied, de ode.

Uit de verbinding van epos en lyriek ontwikkelt zich dan het drama — 'Üe tragedie en de komedie.

Maar langzamerhand heeft zich de kennis van het schrift al meer verbreid. Het proza, komt op, en concurreert met de poëzie. Men voelt, dat toch' de poëzie over 'kwaliteiten beschikt, die het proza mist. De poëzie zal altijd het voertuig zijn der menschelijke fantasie, het proza in de eerste plaats vaai h^t veristand en hef abstracte denken.

Het epos sterft, het historische en het philosophische proza nemen zijn plaats in. Maar het leven ontwikkelt zich al verder. In de Griek'sche volksvergaderingen woelen de hartstochten. Er ontstaat een nieuw soort proza, waarin ook' plaats is voor den hartstocht: het proza der Griek'sche redenaars: Dooir dit harts to ohtelijke kom't het proza der redenaars de poëzie nabij: het neemt zelfs een soort versmaat aan, die „proza-rhythnn'e" genoemd wordt.

Door het lyrische elemient bedreigt dit proiza de poëzie met den ondergang; deze ondergang wordt echter, danlc zij de liefde, die de Grieken na het verlies van hun politieke afhankelijldieid voor het verleden gaan koesteren, verhoed. De romantische poëzie van den z.g „alexandrijnschën" tijd ontstaat. Deze poëzie grijpt weer terug na, ar het verleden en voegt er ^nn toe de „idylle", een zuivere uitingvan h^ar romantische stetotaing.

Intusschen is de literatuur ook naar Rome gekomen. De Grieksohe cultuur op Romeinschen bodera overgeplant, doet een nieuw genre opkomen: de typisch-Romeinsche „satire". Toch wordt daardoor de overwinning van 'het proza over de poëzie slechts uitgesteld. In het bewustzijn van zijn ktacht overschrijdt het zijn grenzen en doet zijn intrede in het rijk der fantasie, tot nog toe uitsluitend het terrein der poëzie: de „roman" ontstaat en d!e „novelle", h|et jongfete kind der oude literatuur. Zoo zijn wij, wat de vormen en typen der literatuur betreft, alhankielijk van de Grieksche en Romeinsche cultuur. Latere tijden mogen deze vormen verder ontwikkeld hebben, zij hebben er feitelijk niets nieuws aan toegevoegd.

De studie der oudheid is daarom niet alleen van belang VOOT 'het begrijpen van verschillende Griek'sche en Latijnsohe termen en citaten in onze hedendaagsche literatuur. Dit is van bijkomstige beteekenis. Maar in den klassieken bodem' wortelen al onze kunsten en wetenschappen!

Het is een wonder, hoe Grieken en Romeinen in hun kunst en literatuur al de schooinheidsvormen geschapen hebben, waarin nog heden ons aesthetisch gevoel zidh uit en bevrediging'vindt!

Aan het begin der - Grieksche literatuurgeschiedenis sta, an twee werken, de Ilias en de Odyssee, die al dadelijk onze verwondering.opwekken, omdat het onmogelijk is ze te beschouwen als eerste voortbrengselen van de epische poëzie. Vroegere geslachten bewonderden beide werkten als geheimzin­ ige openbaringen van den Helleenschten Volksgeest. nze tijd heeft geleerd ze te begrijpen in hun outtaan. Het kan niet anders, of eeuwen lang moest ich de epische dichtkdnst ontwikkelen, vóór ze n staat was de groote heldendichten van den Griek'. chen riddertijd voort te brengen.

Evenals, .andere kunsten heeft ook de Griekse^ ichtkimst haar ontstaan te danke.n aan de religie. n Griekenland namen waarsohijnl^jk het eerst de ebeden, die tot de go-den opgezonden werden, een asten metrischen vorm' aan. De overlevering vereldt tenminste verschillende priester-zangers uals udste beoefenaars van zang-en dichtkunst, üeze verlevering bevat zeker een kern van historisclie aarheid. Deze zangers staan meest in verbinding et bepaalde goden, vooral met 'Ap.ollo e'n de Muen. De bekendste is wel Orpheus, die door zijn achtig gezang de vogels in de wouden, de rotsen n de boomen betooverde, evenals Germaansche en insche sagen dat vertellen van hdn 'helden-in-hetezang: Horand en Wannemuine. Orpheus' roerene (klaagzang vermurwde zelfs de strenge h'eercheres van de onderwereld, zoodat ze. zijn gestoren vrouw Eurydice weer vergunde in het leven terug te keeren.

Van deze oude goden-hymnen weten wij natuurijk niets .af, omdat ze niet opgeteekend werden. aarschijnlijk eerden zij den god doo.r een lange opBomfcning van zijn bijnamen (overblijfselen daaran zijn nog de stereotiepie bijnamen, die Homerus zijn goden geeft), en werden tot meerdere vereerlij'king van den g'od enkele van zijn roemrijke daden ingevlochten.

Dit is het begin van de epische dichtkunst. Naast religieuze liederen ter leere der goden waren er echter ook liederen, , die de 'daden van sterfelijke helden verm-eldden. Zooa, ls het gdheele volk zich verzamelde rondoim! de altaren der goden, zoo was de [huiselijke haard 'het vereeiugingsp.unt van de afzonderlijke jfamilies, de plaats waar de .voorvaderen ivereerd werden.

Bij feestmaaltijden was het gewoo.nte' liederen aan te heffen tot hun verheerlijking'. Men herdacht in het lied de groote - daden 'der voorvaderen, die , met de goden verkeerden als huns 'gelijken, ja vaak zelf go'den geweest waren (hier 'gaan goden-en heldeusage in elkander over!). Belegering' van sterke steden, gewaagde tochten o-ver zee, allerlei avonturen, gevechten van h'elden met helden of niet gevaarlijke mo-nsters, waren in eiken kring de dankba.arste onderwerpen, die men nooit moe werd a, an te hooren, en die daarom telkens opnieuw aanleiding gaven tot „bewerkingen" in den vorm van het helden-lied.

Niet door beroepBzangers - werd dit helden-lied 'het eerst beoefend, maa, r door ieder, dien de Muze daartoe aandreef! in de Ilias lezen wij, dat Achilles zich' Isam-en - met Patroclus verpoost in zijn tent door te zingen van „de roemrijke daden der mannen" toet begeleiding van de luit. Ook' de m\mkale begeleiding ontbrak dus niet bij deze liederen, al weten we helaas niets "van het karaktervan deze begeleiding.

Het fcaiakteristieke van Wet oudste helden-lied is nu, dat de dad.en en avonturen van slechts één held er in verfieerlijkt werden. Spoedig ging men een stap-verder, - en behandelde men de sagen van den [strijd tusschen twee s'tamtaen, b.v. de Lapithèn en de Centauren., of toen vereeriigde een aa.ntal van - de beroemdste helden tot een gemeenschappelijke onderneming, bijv. de Argonautèntoclit.

Hier wordt de diqhter reeds voor een zwaardere ta, ak gesteld: hier naderen wij de, hoogten van het Homerische heldendicht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1923

De Reformatie | 8 Pagina's

Het Grieksche heldendicht.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1923

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken