Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KUYPER-BIBLIOGRAFIE.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KUYPER-BIBLIOGRAFIE.

6 minuten leestijd

door J. C. RULLMANN.

LXXI.

62. De Leidsche Professpren en de Executears der Dordtsche Nalatensch; a, p'. Verweerschrift. Am^ sterdam, J. H. Kruyt, 1879.

De Synode der Ned. Herv-. Kerk' beging in 1878 den groo'ten misstap, om voor het Kerkelijk Hooger Onderwijs in de dogmatiek mannen van Groninger richting te benoem'en.~En nu plaatste De Heraut sinds 13 October, week aan week, aan het begin van zijn leaders dit bericht:

Onze aanstaande predikanten zullen voortaan in de hoofdzaalc der godgeleerdheid, t.w. in de dogmatiet, aan alle drie onze hoogescholen onderwezen worden door mannen, wier richting jaren lang opzettelijk de belijdenis van liet goddelijk gezag der Heilige Schrift, van Gods Diieëenig Wezen, van de Godheid des Zoons, van de persoonlijkheid van den Heiligen Geest, en van de • verzoening door het bloed des Lams, als onware verzinsels van menschen heeft zoeken uit te roeien en bespot.

Mag dit lijdelijk geduld? ,

Daarop volgde in het nr van 20 October 1878 de mededeeling van zekere pogingen, die aangewend worden om' o.a. aan een Gereformeerde Kerk weer uitzicht te openen op' het verkrijgen van Gereformeerde predik^ai'nten, die tevens wetenschappelijke beoefenaars zijn van de Gereformeerde theiologfie.

En in D e H e r a u t van 27 October werd daaraan nog het bericht toegevoegd, dat in een vergadering van enkele broeders het gewichtige besluit was gevallen , om: een Vereent ging voor Hooger Onderwijs pip te richten op' den grondslag'der Gereformeerde beginselen, en met name, voor zooveel het onderwijs in de Heilige Godgeleerdheid betreft, op de drie formulieren van eenigheid, gelijk die in den jare 1619 door de Synode Nationaal van Dordrecht voor de Gereforïheerde Kerken dezer landen zijn vaiStgesteld, in m'aniere als door gemelde Synode Nationaal, bhjfcens haar eigen handelingen en Ihaar laeten, Jretgezajg van deze formulieren is bedoeld. ' '

Tegen deze bepaling kwam' 'de anonieme steller der Gereformeerde Brieven (Dr J. J. van Toorenenbergen) in de Stemmen voor W a a r-(heid en Vrede, 1878, blz. 639 w. op.

Over deze kwestie werd toen eerst in de Haarlemsche Courant en in De Heraut tusschen Dr van Toorenenbergen en Dr Kuyper een korte schermutseling gevoerd. Na ridderlijk eeresaluut staakten zij dien pennestrijd echter in de pers. Maar tevens beloofde Dr Kuyper elders dit niet onbelangrijke steekspel met zijn ridder van blazoen voort te zetten.

Een tijdelijke ongesteldheid, die hein' het gebruik der rechterhand benam: , en dus allen schriftelijken arbeid onmogelijk maakte, was intusschen oorzaak^ dat Dr Kuyper zijn woord iets later gestand deed dan hij gehoopt had. Maar juist daardoor te beter voorbereid. [Want het iverweerschrift, dat hij nu in het liclht gaf, bewees bij vernieuwing zijn uitnemend talent voor geschiedvorsching.

Hij vangt zijn studie aan mtet een heldere uiteenzetting van de zaalk die het gold. Het geschil tusschen hem en Dr van Toorenenbergen laat zich' in enkele woorden alduis uitdrukken: Was er met betrekking tot het gezag van de Formulieren van eenigheid, tusschen de Dordtsche Synode en de Leidsche professoren van 1620 een principieel verschil, ja dan neen? Waren deze professoren te dien aanzien „liberalen" (in den alledaagschen, oppervlakkigen en onjuisten zin van dat woord, ) of waren zij oófc' in dat opzicht zuiver Gereformeerd? Dr van Toorenenbergen had het eerste beweerd, en daartegenover was het andere door Dr Kuyper met nadruk gehandhaafd. Het antwoord van Dr van Toorenenbergen was niet volkomen djydelijk; het gaf den indruk, dat de zaak, die eigenlijk in kwestie was, aan Dr Kuyper werd toegegeven, of althans werd ter , zijde gesteld, terwijl tooh terzelfder' tijd het vroeger beweerde onvoorwaardelijk werd herhaald. En daarop achtte Dr Kuyper het noodig, de zaak eens grondig te behandelen, niet slechts om haar zelfs wil, len tot aanwijzing van de toenmalige verhouding tusschen kerk en' hoogeschool, maar vooral ook' omdat hier tweeërlei beschouwing van de Dordtsche periode onzer kerkgepchiedenis pan htet licht k^Viajn', en het wel de moeite waard w, as, bij dit ééne punt eens nauwkeurig na te gaan en dan te doen blijken, of de beschouwing van Dr van Toorenenbergen, dan wel die van Dr Kuyper, door fle feiten gerechtvaardigd werd. ! ; . i

Die feiten, en de daaruit blijkhare slotsommen, kunnen we hier zelfs niet in een kort overzicht mededeelen. Zulk ©en kort overzicht zou ook geenszins overtuigend zijn; want de overtuigende kracht ligt juist in de aangehaalde bewijsstukken. We laten hier dan ook alleen de resumptie volgen, 'die Dï Kuy.per zelf aan het einde van zijn geschrift geeft.:

Zie ik goed, dan is met het bovenstaande de onverhoedsche aanval van Dr van Toorenenbergen tamelijk wel op alle punten afgeslagen. Had hij beweerd, dat de professoren in canonieke zaken geen definitieve stemÉtnen hadden — ik heb met de stukken zelf aangetoond, dat ze wél Biêe concludeeren.

Had hij hen als getuigen opgeroepen tegen het in omnibus en voor een on-Dordtsche revisie, — ik heb bewezen, dat zij' vóór het „per omnia" waren, en de vrije revisie afkeurden.

Had hij beweerd, dat de Staten en Curatoren reeds vóór 25 Augustus omgezet waren en uit dien hoofde nu in alles met de Calvinisten gingen, — ik heb doen zien, dat de Staten in Augustus nog de ouden waren, en , later omgezet, wel in Thcologicis met de Gereformeerden gingen, maar in C a n o n i c i s het oude anti-Calvinisme doorzetten.

Had hij beweerd dat de H.H. Walaeüs c.s. niet wilden teekenen, wijl het stuk dat men hun voorlei „niet eerlijk, niet ruim, niet eenvoudig" genoeg was, — ik heb uit onwraakbare documenten aangetoond: 'Iq. dat ze zelf dit stuk mêe opstelden; So. bereid waren het te teekenen; en 3o. het alleen niet teekenden, overmits het hun „verboden was en g eïnt e rdiceert".

Maar bij het pareeren van die lansstooten liet & het niet. Van geheel he.t terrein, waarop liij' had postgevat, moest de aanvaller verjaagd woa'den; aota er weer ruste komen op het burchtslot.

En daarom heb ik voet voor voet mïjin geduchten tegenstander elke duim breed gronds' buiten de oi* j perking van het tournocdveld betwist, en door een '' breede historische schets doen zien, hoe al ^'a' achter de onderteekeningsquaestie lei door hem voorbijgezien, van de wederzij'dsohe verhouding dientengevolge een geheel verkeerde voorstelling gemaakt is, en geen de minste rekening is gehouden met het historisch milieu waarin dit geschil bepleit wierd.

Zoo heeft deze studie van Dr Kuyper de belangstelling in de Dordtsche periode pngem'een verlevendigd.

Zie verder de recensie van Dr F. L. Rutgiew in De Heraut, nr 74, en H. ïï. Kuyper, Re PloBt-jActa, hlz. 245 m g46.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1923

De Reformatie | 8 Pagina's

KUYPER-BIBLIOGRAFIE.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1923

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken