Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Roepen en slagen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Roepen en slagen.

5 minuten leestijd

Toen vreesdeii de zeelieden, en riepen een iegelijk tot zijn god, en wierpen de vaten, die in het schip waren, in de zee, oö 'het van dezelve te verlossen; maar Jona was nedergegaan aan de zijden van het schip, en lag neder, en was mot een diepen slaapbevangen. . Jona 1:5.

Gods volk moet aan de wereld het voorbeeld geven, en in zulk een klaaiftueid zijn licht voor de menschen laten schijnen, dat deze-, hun goede werken ziende, onzen Vader, Die in de hemeleir is, veilieerlijken. Maar ach, ge ziet in de practijltó van het leven dikwijls juist het tegenovergestelde. Keer op keer worden de belijders vian den Christus beschaamd door de trouw en oprechtheid, de liefde en barmhartigheid van hen, die den .Heere niet kennen, en hoe vaak moeten de deugden der nietgeloovigen ons de - blos van schaamte naar de wangen jagen!

Denkt slechts a, an Jona?

Hij is al een heel slecht voorbeeld voor de wereld.

Want in den storm, dien God over 'hém geworpen heeft, is hij den heiden niet tot exempel, maar 'zij hem, en deze profeet, die zich in hoogmoedige eigengerechtigheid te 'best achtte, om het paganistisch Ninevé in den naam des Heeren te waarschuwen, en Assyrië de prediking van zijn God niet gunde, wordt door den heiden diepi beschaamd.

Hoe dan?

Wel, ge ziet in den nood, waaiin |h'et schip door den orkaan verkeert, een aangrijpende tegenstelling. Daar zijn heidensche zeelieden, die ja ook werken en zwoegen en roeien om Met schip te behouden, maar bij dat werken nog iets anders voegen, want zij roepen een iegelijk tot hun god. Het gevaar drijft hen uit tot het gebed. Van verschillende nationaliteit als ze zijn, roept de een tot dezen, en de ander tot dien god; de onverschilligheid wijkt voor angst, de angst maalkt teeder, en zij smeeken den hemel om uitkomst, en roepen overluide om behoudenis van hun leven.

En Jona?

Hij is zeker de eerste, die zich opi zijn kbieën werpt, en zijn God aanroept, en den Heere bidt om redding? Hij heeft zeker aan de heidensche matrozen het voorbeeld gegeven om zich te verootmoedigen, en uit de diepten van ellende de vlucht te nemen tot hun god! Hij predikt hun zek'er, da, t zij moeten ophouden met verlossing te verwachten van [hetgeen ijdelheid en leugen is, en lhi| wekt hen zeker op, om den Heere aan te looperi als een waterstroom! Hij....

Weet ge wa, ar Jona is?

In het ruim van het schip.

Weet ge wat hij daar doet?

Soms bidden in dé eenza, amheid ?

Soms zich vernederen voor God?

Was 't maar waar!

Tona, slaapt.

Hij heeft zich terstond, toen het schip' uitvoer, (er ruste begeven, vva, nt hij is immers veilig buiten 's ileeren bijzondere tegenwoordigheid, en alles is hem meegeloopen, en nu slaapt hij den slaap des rechtvaardigen. Geen stormwind en golvengeloei kunnen hem wakker maken, en welk een contrast: de hcidensche zeelieden roepen in hun nood tot hun god, maar de vrome profeet, die God dankte, dat hij niet was, als die heidenen, bidt niet, noch voor zichzelf, noch voor a.nderen, maar hij s 1 a, a p t.

Doch het contrast treft u nog scherper.

Het verdriet tenslotte den schepeligen, dat die .loodsche passagier zich zoo onverschillig betoont en blijft doorslapen, en daarom daalt de opperschipper tot Jona af, en schudt hem wakk'er, en; zegt: Wat is u, gij hardslapende? Sta opi ... en wat moet Jona dan doen? Beveelt deze gezagvoerder hem de matrozen te helpen? Vraagt hij hem mee te. roeien? Dringt hij er bi.j hem op aan zijn handen aan de pompen te slaan? Neen, hij roept hem toe: , , Sta op, roep tot uw God!"

Hoe beschamend!

Deze heiden wekt Jona o'p om te bidden.

Deze heiden, wien de eigengerechtige profeef natuurlijk 's Heeren genade niet gunde, drijft hem tot die genade uit, opdat h.ij de ontferming Gods voor hem inroepe. Deze afgodendienaar, dien hij den weg naar den Ihemel niet gepredikt heeft, en uit zichzelf nooit prediken zou, wijst hem naar boven, en smeekt hem: roep' toch tot uw God!. Bid gij voor ons. Misschien kan uw God, de God fsraëls. Die reeds vroeger groote wonderen verricht heeft, ons helpen.

Welk een contrast!

De biddende heidenen en de slapende Jona.

Die rustige profeet en die vragende kapitein.

Doch weest nu voorzichtig om over dezen ontrouwen dienstknecht des Heeren den stal te breken, en hem uit de hoogte te veroordeelen, want hoe dikwerf beschaamt de wereld ons, en hoe vaak is er een tegenstelling tussclhen ons slapen en haar roepen!

Ook in onze dagen.

Het zijn tijden van stormen.

De wateren der zeeën bruisen.

De wereld is in ontzaggelijke beroering, en zijn er niet velen, die in dezen nood sla.pen? Sluit oöki gij misschien uw oog voor de bewogen golven, en blijft ook gij ongevoelig voor de oordeelen van uw God? Zijt ook gij reeds gewoon geraak't aan de bliksemen des Almaclhtigen, en doet ook gij in valsche gerustheid en angstige zekerheid/ alsof er niets geschiedt?

Het is mogelijk.

Er wordt geslapen in de stormen!

Waar is de verootmoediging en ootmoed voor den Heere? '••

Waar het roepen uit de diepten tot onzen God?

Hoe ontzettend, wanneer de Heere ons beschamen moet, doordaf de wereld onrustig is en worstelt en klaagt, en gij zwijgende blijlft! Hoe vreeselijk', wanneer gij in bezorgdheid' achterstaat bij hen, die God niet kennen! Hoe droef als wij zouden slapen, en om ons heen in de religieuse opwaking onzer dagen, de harten hijgen haar den hemel om licht! Hoe bang als 's Heeren volk zich om den wereldnood niet bekommert, en uit de verwarring onzer dagen tot ons de kreet opgaa, t: Roepl gij tot uw God.

Wij moeten de wereld vóór wezen.

Wij moeten haar het voorbeeld geven.

Ontwaakt dan gij, die slaapt.

Het is geen tijd om te slapen.

Maar om te roepen tof God.

En om te werken, zoolang het dag is. K. 1).

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 november 1923

De Reformatie | 8 Pagina's

Roepen en slagen.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 november 1923

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken