Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Iets over het beeld van Jezus in de moderne litteratuur.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Iets over het beeld van Jezus in de moderne litteratuur.

10 minuten leestijd

VII.

In hee! hei verband van deze stichtelijke en populairwetenschappelijke litteratuur, betreffende den persoon van Jezus, kunnen wij ook niet passeeren de pogingen, aangewend om het leven van Jezus, in zijn ontwikkeling en totaliteit, vóór ons te plaatsen, afgedacht dan nu van de beteekenis en waarde, door ons aan dergelijke pogingen toe te kennen, al hopen wij met een enkel wooril toch ook daarover nog wel iets te zeggen. Wij willen allereerst ook hier maar weer iets laten zien van wat in den jongsten tijd op dit gebied geproduceerd is.

Zeer bekend is hel werk van den Baseier l^rof. Paul Wernle „Jesus" i), door hem bedoeld als meer-positieve tegenhanger tegenover zijn vroeger, louter-kritisch en overwegend-negatief geschrift over de broniieti van Jezus' leven. Wernle wil geen geschiedenis van Jezus vertellen, maar de hoofdzaak grijpen van Jezus' wezen, en werk. Hij belijdt daarbij, dat ook liij vroeger het zuiver-wetenschappelijke ten opzichte van deze materie heeft overschat en dat de correctie daarvan' bij Jezuszelf is te vinden, in de Evangeliën. Merkwaardig is, wat hij in dit verband in zijn „Vorwort" zegt: „Es ist im Grunde etwas Erfrischendes, " sich gegenwartig zu halten, dasz wenn alle unsre kleinen und groszen „Leben-Jesu" im Staub vermodem, Jesus Selber in den Evangeliën, immer wieder frei und souveran sich an den Menschenherzen legitimieren und sie zwingen wird, immer wieder tiefer imd gerader von ihm zu denken" 2). Zijn gedachten groepeert Wernle in een viertal hoofdstukken' alzoo, dat hij achtereenvolgens handelt over „Volkstum und Eigenart", waarbij o.a. „Dèr Bibelglaube Jesu" ter sprake komt en in 't algemeen zijn eigenaardige plaats in het Jodendom zijner dagen. Dan over „Der Gottesglaube" sprekend, gaat hij .Tezus' verhouding tot het nationale Godsgeloof na en laat zien het nieuwe in Jezus' geloof aangaande God. In „Der Mensch und die Forderung Gottes" teekent hij Jezus als degene, die de wet volbracht, waarna dan (Ie eigen „Fordei'ung Jesu" aan zijn volk en de afwijzing van Zijn boodschap ter sprake worden gebracht. In het vierde hoofdstuk concentreert het zich dan alles rondom „Die Botschaft vom kommenden Gottesreich". Maar het slothoofdstuk is, m.n. wat ons doel aangaat, wel het voornaamste, „Jesus der Christus" getiteld, waarbij in den breede over de Messiasgedachte gehandeld wordt en al, wat daarmee samenhangt. A.an het slot staat dan „Das Problem des leidenden Messias" en „Der AuSgang des I, ebens Jesu", waarbij ook in ' 't kort de eerste gemeente in 't bijzonder als „Messias"gcmeente gekarakteriseerd wordt en het Christendom bovenal als Christus-religie met nadruk gehandhaafd. In schoone slotwoorden eindigt dit boek. Beluister dit woord maar (en bedenk daarbij, dat 'tin oorlogstijd gezegd werd tot het Duitsche volk); , , Es ist gar. nicht zu sagen, wie trostlos arm die Welt wurde, wenn Jesus aufhörte, den Glauben und die Liebe der Menschen immer wieder auf sich zu ziehen. Von ihm aus zieht immer wieder der Friede und die Freude in die 5Ienschenherzen ein in eine sonst so vom Kampf zerrissenen und an wahrer Freude so armen Welt" •'). En zijn laatste woord luidt: *, , Er hat uns Menschen auf der Erde den Vater im Himmel gebracht und bat uns zur Bruderliebe Mut und Freude gegeben. iUl das strömt unaufhörlich von ihm aus und fahrt fort, Menschen mit ihrem Gott und untereinander zu verbinden, sobald sie selbst von Jesus gewonnen sind. Dadurch bat er uns das Himmelreich auf die Erde gebracht, noch nicht das vollkommene und ewige, aber das Himmelreich mitten in Kampf und JVot, in Leid und Schuld des Erdenlebens, mit dem Ausblick auf die grosze Ewigkeit und mit der Kraft und Liebe des schon gegenwa.rtigcn Gottes" *).

Van geheel anderen aard is het werk van J o h a n-nes I.epsius: „Das Leben Jesu"^). In een „Nachwort" karakteriseert de schrijver zelf zijn werk als volgt: „In den vorliegenden beiden Banden babe ich das Leben Jesu, wie es mir als seelisches Erlebnis vor Augeu slohl, orzahlt und auf Grund langjahriger Quellenforschimg in die Wirklichkeit von Ort und Zeit hineingezeichnet. Meine Anschauung von den „Quellen des : Lebfiis Jesu" wird in zwei weiteren Banden entwickelt werden" ^). Uit een korte saamvatting van zijn inzichten ter zake, blijkt dan, dat hij, bij zijn vaak afwijkende voorstelling der dingen, zijn positie neemt in de z.g. Urtext der Evangeliën. Als Wernle wil ook hij zeer speciaal schrijven, zöö, dat ook „Nichtfachleute" zijn beweringen kunnen genieten.

Welk een geweldige plannen cleze schrijver destijds (in '18) had, moge blijlcen uit zijn mededeeling, dat het onderhavige werk door hem nog maar gedacht is „als erste Abteilung einer zusammenhangenden Untersuchung und Darstellung der Ursprünge des Christentum.s". Het geheel zou dan de volgende deelen omvatten :

1. Das Leben Jesu.

2. Die Quellen des Lebens .Jesu.

3. Die Apostel.

4. Die Quellen der Apostelzeit.

5. Das Werk Jesu und die Umwege der Geschichte.

Eerst in dit 5-tal als gesloten geheel zou dan Lepsius' kijk op het wezen van het Christendom zijn weergegeven.

Wat dan zijn „Das Leben Jesu" aangaat; het is verdeeld in 5 boeken, 't Eerste is getiteld „Die Anfange" en voert ons naar Bethlehem, Nazaret, Horeb, Bethabara, K.ana, 'Bezeta. Het tweede boek speelt in Galilea, het derde in Jerusalem, het vierde in Jericho, terwijl in het slotboek „Das Ende", naar vanzelf spreekt. Judas, Kajafas, Pilatus hun rol spelen en Gethsémané en Golgotha betreden worden en graflegging en opstanding des Heeren worden verhaald. . '

Ge vindt hier een poging tot reconstrueering van Jezus' leven in een doorloopend verhaal, dat op zichzelf zeer lezenswaard genoemd mag worden, maar gedrukt wordt, zooals dat uitteraard onvermijdelijk is bij heel dit genre, door het bezwaar van de persoonlijke visie des schrijvers, die veelal, bij bet reconstrueeren, in fantasie verloopt.

Ter kenschetsing citeer ik een gedeelte van het hoofdstuk over Golgotha:

„Zwei Gestalten kommen durch den staubverfinsterten Raum heran. Der Umriss eines Tuchs, um ein schmales Haupt und einen schlanken Hals gescblagen, taucht vor ilim auf. Sein Herz schlagt heftiger. Ein Wort, das er sprechen will, erstirbt auf seinen Lippen. Die feuchten Wimpern zucken; er schliesst die Lider.

Als er sie wider öffnet, sieht er das gram volle Auge

seiner Mutter zu ihm aufgeschlagen. Auge fallt in Auge, als wollten Abgründe des Schmerzes in einander stürzen.

Keine Klage um den Sohn, der aller ihrer Traume Grab geworden ist und nun ein jammervoll verfehltes Lebon an einem Schandpfahl endet, kommt über ihre Lippen. Kein Vorwurf, keine Bitterkeit, kein Rechten mit Gott in ihrem. Herzen. Nur Liebe noch, letzte Liebe, die mit ihm sterben möchte.

Er will sich zu ihr niederbeugen. Er hat vergessen, dass er angenagelt ist, und reisst an seinen Wunden. Die letzte Menschenseele, die er halten möchte, muss er lassen, die Mutter, die den Glauben an den Sohn goopfert 'hat, um seine Liebe zu behalten.

Mit schwachem Hauch der eingezwangten Brust bewegt er seine Lippen:

, , Weib, sieh, dein Sohn."

Und wieder nach einer Pause zu dem .lünger: ..Sieh, deine Mutter."

Dann wandte er das Haupt zur Seite und loste leise die Umarmung seiner Seele von der ihren. Er hörte noch, wie seine Mutter mit dem Jünger, den er liebgehabt, von dannen ging.

Dann war es still.

-Xun waren sie alle fortgegangen, alle, die an ihn geglaubt hatten.

Was blieb ihm noch? Der Vater lasst micb nicht allein. Wo bist du, Vater?

Er versuchte sein todmüdes .Haupt an des Vaters Brust zu Lehnen. Schwer, wie ein lebloser Klumpen; fiel es herab. Ein Schmerz, als ob die Sebnen seines - \'ackens zerreissen wollten, zwingt ihn, das Haupt zuriickzuwerfen, sodass es krachend an den Balken sohlagt. Der Schmerz weckt ihm alle Sinne auf. Die aufgerissenen Augen starren in das Leere. War alles Licht aus der Welt ge-wichen? Hatte die Sonne ihren Sehein verloren?

Die" Welt steht im Gericht"').

Het komt mij voor, dat ik nu bet beste releveeren kan éen uiterst-merkwaardig werk, dat in 1925 in Duitschland verscheen (al zijn er na Lepsius' geschrift ook eerder boeken versebenen, die dezelfde materie behandelen, maar die ik liever een eigen plaats geef), ik be.doel: „Leben Jesu in Palestina, Schlesien und anderswo", van Josepji Wittig, destijds nog R.-K. priester. Zijn boek is al spoedig op den index geplaatst en hijzelf in '26 geëxcommuniceerd, omdat hij, wat hij schreef, weigerde te herroepen.

Dit boek is genoemd „der überkonfessionelle Jesus-Roman". Bij de eerste uitgave werd het o.m. van deze woorden begeleid: „Das , ; Leben-Jesu"-Buch von Joseph Wittig steht unter den Zeichen des Wortcs: „Was wir erfahren haben, das bezeugen wir". Nicht was andere erfahren haben, will der Verfasser bezeugen: auch nicht, wie er es nur auf dem Wege gelehrten Studiums erfahren bat, sondern wie ihm Jesus im' Geist und Leben begegnet ist. Deshalb stellt sich sein Buch ganz' auszerbalb der „Leben-Jesu"-Bücher, die in unseren Bibliotheken sind. Es wird zu einem Stuck Selbstbiographie, zu einem Ausschnitt heimiscber Kultur und Religionsgeschichte, sprengt aber zugleich die alten Gesetze, denen solche Dinge unterliegen. Die Geschichte eines Menseben mit Jesus will es erzablen, ein Evangelium von dem, was ein Mensch heute mit Jesus erlebt, will es sein" *).

In het eerste hoofdstuk „Evangelium" spreekt de auteur o.m. van de methode zijner Leben-Jesu-Geschicbtschreibung. Ik citeer het volgende: „Das Leben Jesu kann man auf dreifache Weise mitleben: erstens, indem man die Lebensgeschichte Jesu Zeile für Zeile liest, seine Worte und Schicksale ganz lebendig der betrachtenden Seele vorstellt und mit reichem Gemut Anteil an seinen Freuden und Leiden nimmt; zweitens, indem man ihm nachfolgt als einem groszen Lebrer und Meister des Lebens; drittens, indem man mit ihm zusammenwachst und aus ihm hervorwachst wie die Rebe aus dem Weinstock, indem man also mit ihm eins wird, sein heiliges Fleisch und Blut genieszt und seinen Geist empfangt, indem man durch den Glauben an ihn zu einem anderen Christus neugeschaffen wird, so dasz man wie St. Paulus sagen kann: „Nicht ich lebe, sondern Christus lebt in mir".

Nur die dritte Weise ist eigentliches Leben. Wer sie erwahlt, wird auch nach der zweiten Weise leben, aber doch gan'k anders, als wer nur nach der zweiten Weise leben wollte. Er wird auch, wenn es ihm möglich ist, die erste Weise pf legen, aber nur so, wie ein gereifter Manu die Erinnerungen aus langst ver-gangener Zeit ehrt und pflegt und treulich aufbewahrt. Jeder Tag, den er neu erlebt, ist ein neuer Tag im Leben Christi. Immer Neues wird er sagen können von seinem Zus.ammensein und Einssein mit Christus, wie Christus in ihm lebt und in ihm wirkt. Was er sagen kann, wird immer zusammeiiklingen mit den alten Evangeliën. Wenn er es aber—dankbaren Herzens—sagt, wird es sein wie ein neues Evangelium: „Was wir selbst geseben und erfahren, das bezeugen wir" ^).

Nu begrijpt ge, dat we hier een 'i. e. g.' zeer origineel en eigenaardig boek voor ons hebben en welk een „Evangelium" en welk een verwonderlijk „Jezus-beeld" ons hier geteekend wordt! Wittig handhaaft, op zijn manier, het „einmalige, weltgeschichtliche" karakter van bet leven van Jezus, zooals bet eens op Palestina's bodem is verleefd, maar .verhaalt het, immediaat, verweven met het eigen, heel het huidige, moderne leven. Zijn eenig doel is, de mysteriën van bet rijk Gods te doen kennen, daaraan wordt alles ondergeschikt gemaakt. Hij presteert het zoodoende b.v. ook om uit de gelijkenissen van het Evangelie, zelf nieuwe gelijkenissen te scheppen (zie: „Das Gleichnis vom Erlenbaum und vom Wasserfall" i°).

Het is mij niet mogelijk U in een klein citaat te doen kennis maken met Wittig's wijze van beschrijving, we zouden daartoe minstens ééne, afgeronde geschiedenis in haar geheel moeten overnemen, wat wij uitteraard moeten nalaten. Maar, waarschijnlijk zult ge, uit een en ander, toch wel eenig idee gekregen hebben van dit wonderlijk verhaal van het leven van onzen Heere, Jezus, den Christus.

Een volgend maal van ditzelfde genre nog nader.

' 1) Zweiter, durchgesehener Abdruok, Tubingen, "i^erlag von J. T. B. M.'> hr (Paul Siebeck) 1916.

^) A.w. pg. IX.

3) A.w. pg. 367.

^) A.w. pg. 368.

. 5) Erster Band, Der Tempelverlag in "Potsdam, 1917. Zweiter Band, 1918.

«) A.w. dl. II, pg. 374.

') A.w. dl. II, pg. 337/339.

*) De eerste uitgave verscheen im Verlag Joseph .Kosel & Friedi'ich Pustet in Kempten. Ik citeer naar .de uitgave van Leopold Klotz-Verlag, Gotha, 1927. Zie „Begleitwort". pg-VII.

") A.w. dl. I, pg. 5/6.

") A.w. dl. I, pg. 92/6.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1928

De Reformatie | 8 Pagina's

Iets over het beeld van Jezus in de moderne litteratuur.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1928

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken