Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Getallensymliollek.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Getallensymliollek.

10 minuten leestijd

II. (Slot.)

•Wanneer dus dit het nuchtere feit is, dat Christus sterven moet met het gezicht op een geschonden harmonie, dan is voor ons hiermee ook de diepte van het lijden onder het verraad van Judas benaderd.

Zie, hoe God Zijn Zoon beproeft. Zie, hoe Satan Hem verzoekt. Hij, die met een twaalftal begonnen is, 'kan Hij er wel mee eindigen? Hij, die Messias zich voelde, kan Hij Z ij n pretentie handhaven? De Judïiskus, het geschonden twaalftal, is even smartelijk voor Jezus' ziel, en even raadselvol voor Jezus' geest, als een spijker en een doornenkroon in Jezus' v 1 e e s c 'h. De wet van den afgehouwen tronk moet Hij volkomen aanvaarden. Aan het kruis gaat Davids huis ónder, naar zijn uiterlijke heerlijkheid. En ook het werkresultaat van Christus gaat naar het uitwendige ónder. Niet slechts de Christus zelf in Zijn menschelijke natuur, maar ook het werk van Gliristus, gesymbolizeerd in dat twaalftal, wordt in dezen nacht geschonden. Deze middelaar kan, als dit alles het einde is, niet zeggen: ik ga wel onder, maar mijn werk mogen ze ten minste zien. Want als Zijn werk geschonden is, met Zijn eigen persoonlijke glorie mee, dan blijft ook dat verbroken werk geen troostgrond tegen Zijn dood.

Nu zal Jezus bewijzen moeten of Hij geloof heeft in God.

Er is maar één idtweg nu, dat is d e u i t w e g van Abraham, den vader aller geloovigen. Want'wanneer Abraham zijn zoon moet slachten, dat wil zeggen: zijn trotschen boom zelf maken, moet tot een afgehouwen tronk, dan troost hij zich in God, dat God machtig is ook uit den dood het leven voor den dag te halen.

Die zelfde vraag legt God Zijn Zoon nu voor, als Hij Hem kussen laat door Judas. God schendt Zijn harmonie. God breekt Zijn mooi getal. God werpt Zijn prachtig mozaïekwerk door elkaar. O^ hoe 'die kus hier brandt! Maar het is Gods stem, die Hem vraagt: gelooft gij nu, gij zoon des menschen, dat God machtig is, u uit de dooden weer te roepen? Gelooft gij nu, dat gij een toekomst hebben zult, en dat gij zoo vw twaalftal wel geschonden ziet in uw dood, maar dat niettemin de twaalf tronen van h©t Nieuwe Verbond zullen blijven bestaan tegenover die van het Oude Verbond rondom den éénen troon van God eoi van het Lam? Gelooft gij dat?

Ja., daar is geloof in den grooten David van het Nienwe Verbond. Daar is geloof in het Hoofd en den Middelaar van het genade-verbond. Hij laat Zijn handen binden, dat is: Hij laat Zichzelf ten doode voeren, eer Hij het twaalftal weer completeer en kan, omdat Hij weet, en gelooft, en ons bewijzen komt, dat Zijn kruis NIET IS EEN PAUZE IN ZIJN WERK. Het kruis wordt gevolgd door opstanding, hemelvaart, pinksterfeest. In den Geest komt Christus toch terug straks naar de wereld. En dan zal Hij zelf Zijn twaalftal, door de aanwijzing van den Geest, toch weer volledig maken en het dan eerst stellen in de zuivere orde.

Zoo kan Jezus sterven gaan, met het gezicht op een torso, omdat hij weet, dat Zijn zuivere harmonie haar ware sculptuur op Zijn eigen tijd toch zal volbrengen.

In dit geloof is Christus dan ook voor ons geen ergernis meer en geen Tbwaasheid, maar kracht en wijsheid Gods. Alleen dit geloof kan den Judaskus in deze benauwde wereld overwinnen. Dit geloof leert Christus zien als Aarons meerdere; want Aaron draagt de borstlap met twaalf steenen wel over, doch kan niet één ervan uit eigen kracht behouden; doch Christus' dood heeft schifting gemaakt tusschen valschie en ware steenen, en heeiït zoo, door den dood heen, de ware steenen tot een zuiver twaalftal a^erond en op Gods eigen hart gelegd. Dit geloof leert Christus zien, niet als een mislukten koning, die Davids afgehouwen tronk een scheut wel schieten laat, maar dan ook weer in dien nieuwen scheut zelf andermaal mislukt, want het laat ons een Christus zien, die door den Judaskus op eigen wijs te dragen, de ergernis ervan overwint in zich zelven, wijl Hij nu bewijzen komt, dat Zijn werk niet „af" kan zijn met het kruis, maar eerst volkomen wordt in opstanding en V e r h e e r 1 ij k i n g, en als Hij weerkeert in den Geest.

Ook aan den Judaskus wordt ieder mensch openbaar, dat ligt niet aan Judas, maar aan Jezus. Tusschen Judas' lippen en Jezus' gelaat ligt het heele vraagstuk van geloof en ongeloof.

De menschen gaan hier onherroepelijk uiteen.

En er blijft maar één conclusie.

INDIEN Christus' Rijk van déze wereld is, en indien Zijn twaalftal-kiezen een vrucht is niet van messiaanscbe krachten, maar van overspannen verbeelding, en indien het met den dood van Jezus uit is, en indien het Christendom niet leeft uit kracht van den historischen Jezus, die gedood is bij een gehavend twaalftal, maar herrezen is tot het herstel van Zijn geschonden harmionie, — indien, zeg ik, dit alles waar is, — dan is Judas wel de man, aan wien de smet van den verrader kleeft, maar meer heeft Judas dan ook niet misdaan. En dan is Jezus wel „ongelukkig in de vriendschap", en wel een profeet zonder _, , succes", maar dan is de kus van Judas geen verraad ten overstaan van de andere wereld, de wereld Gods, d« wereld van h«t

Rijk der Hemelen. Dan mag de kus van Judas onsmakelijk zijn, en omaiesthetisoh, en weerziawekkend, maar daa. heeft Judas in den grond toch eigenlij-k ge-1 ij k gehad. Want een Jezus, die zich uitroept als Messias, die staat of valt met Zijn eigen twaalftal van. messiaansche afronding, en die Zijn twaalftal niet redden kan, die is ten slotte een Judaskus waard. Het is kras gezegd — maar wat wü men anders in het Rijk der Waarheid, in den nacht van krisis? Als alles staat of valt met het twaalftal vaa Jezus' messiasbewustzijn, dan staat of valt ook alles met een kus van. Judas. Is Jezus niet de Messias, dan is Judas even groot als Hij; dan is Judas slechts, een andere worp van Satan (eigenlijk van Mephisto) op het schaakbord der historie. En dan heeft Judas den waan van den groot-fantast vaia Nazareth gebroken, en ons de oogen voor dat werk geopend.

Maar in het andere geval?

Maar nu Jezus waarlijk is de Christus? Nu weten wij het, Christus MOEST sterven met het gezicht iOp een geschonden harmonie; want dat was de wet van Zijn koninkrijk. Zijn koninkrijk komt nooit met uiterlijk gelaat. Hij verdraagt de schande in Zijn Uchaam en zoo ook de breuk van Zijn harmonie; want de kruiswet wordt in alles doorgetrokken.

Zoo komt er plaats voor de opstanding en de verheerlijking.

Zoo alleen fcomt er ook plaats voor het Rïjfc der Hemelen en de mogelijkheid van Zijn doorbraak tot overwinning.

Want jxiist door te 'sterven, en in dien dood te heerschen, heeft Jezus dat betere rijk gesticht, waarin de uitwendige roeping de inwendige vindt en tot wezen verheft. In dat rgk is de verkiezing tot grondslag gelegd aan de roeping in den tijd, «n is de inwendige roeping door den •weder-barenden Geest door Christus zelf verworven, als het groote heilsgeschenk, dat wezen geeft aan de roeping van ? jjn ia harmonie vereende en ver-gaderde Kerk. Want niet door Zijn werk op aarde alleen, maar door beel Zijn arbeid heen heeft Hij het recht verworven om door den Geest, dien Hij straks zenden zal, verbintenis te leggen tusschen de verkiezing van Gods welbehagen eenerzijds, en de vergadering van de „14 4 0 00" van Zijn gelcochten anderzijds.

En als straks door Zijn dood heen de Geestesiwerving is bedongen, en Christus Heer van Gods Geest geworden is^ dan komt dat Rijk, waarin de Judaskus in dan grond niet mogelijk is, omdat die van binnen uit geroepenen nimmer afvallen kunnen.

Dan, wanneer in dat geestelijke Rijk de blijvende harmonie van wedergeboorte en van inwendige roeping tot stand gekomen is, dan is het in het waarachtige geloof onmogelijk Jezus te verraden; dan komt er een gemeenschap van waaracttig toegebrachten, die den Zoon enkel kussen in gehoorzaamheid en in geloof. Wie uit den Geest van Christus leeft, die kan Hem niet verraden in der Eeuwigheid. Uit degenen die de Vader Hem waarachtig, gegeven heeft, heeft hij niemand verloren. Hij beeft door het verlies van Judas te dragen, het recht der volharding in de genade voor den Zoon verworven.

Het vraagstuk van den Judaskus moet men naar Dordrecht toebrengen; want de leer van de volharding der heiligen geeft, uit het standpunt van Christus' opstanding, een antwoord op het raaldsel van. Jezus' geschonden twaalftal in Zijn dood.

En, wat nog meer zegt, het vraagstuk vaJn den Judaskus moet men oplossen aan de poort van de stad, die geheeten wordt het Nieuwe Jeruzalem.

Daar vindt men de som der vergaderden en der geroepenen Gods. En die som wordt niet in een veraninkt getal, maar in een getal van zuivere afronding ons gegeven. De Openbaring van Johannes is de gloeiende peroratie op het evangelie van de ergernis van den Judaskus en van de dwaasheid van het gebroken twaalftal. Hoor die klanken:12000 stadiën, 12 poorten, 12 paarlen, 12 apostelnamen in de poorten der stad. 12000 stadiën, 144 el, 144000 verzegelden, 2 X 12 tronen om den éénen troon, 24 ouderUngen. Hier is Jezus Christus in Zijn twaalftal, dat van aUe kanten zijn ongeschonden harmonie in het hemelsche lofdicht Hem bezingt. Vader, zegt Hij nu, uit degenen die gij mij van eeuwigheid gegeven hebt in de gemeenschap van den Heiligen Geest, heb ik niemand verloren. Onder de gegevenen in waarheid is geen enkel kind der verderfenis.

Zoo ging Jezus sterven.

Zijn handen werden geboeid, en al Zijn werk lag stuk. En knuppels zwaaiden door de lucht en Zijn wang brandde.

'Maar in de verte zag Zijn oog een nieuw Jeruzalem met twaalf poorten en Zijn heilig verlangen en Zijn sterk geloof branden er twaaU namen in. Christus, de gebondene, is de heerlijke. Eigenlijk is er niets geschonden; want Hij heeft zelf Judas Uitgedreven, laat ons dat niet vergeten. Achter Judas' kus ligt Zijn woord in de Paasch-zaal, dat uitdrijvende woord: wat gü doet, doe het haastelijk. Indien dat woord Judas als een dorre tak afkapt, van den boom, dien Jezus plant, dan is die boom niet geschonden, dan is hij juist van bederf bewaard, en blijft hij staan.

En wie Christus zien wil in dit geloof, die zal, als hü Gethsemané verlaten gaat, slechts één ding bidden: at hiJ zeU behooren mag tot de zuivere ronding van de 144000:12 X 12, in den vollen levensrijkdom en levensmenigvuldigheid (1000). Deze mensch durft God niet de bekeering weigeren. Want, niet van God's kant, maar wèl van z ij n kant bezien, is de weigering van de bekeering niets minder dan de k u s van J u d a s, en de poging om de harmonie, nu niet van de twaalf, maar van de 12 X 12000 te breken. Die zich niet bekeert, zal het oordeel dragen.

Want niet voor niets is Christus door Judas gekust.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 18 October 1929

De Reformatie | 8 Pagina's

Getallensymliollek.

Bekijk de hele uitgave van Friday 18 October 1929

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken