Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geloofsverzekerdheid.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geloofsverzekerdheid.

6 minuten leestijd

III.

Aan het slot van wat ik in het vorige nummer schreef ter beantwoording van de ingekomen vragen over geloofsverzekerdheid, zei ik, dat in de mij toegezonden vragen en haar toelichting een en ander was, dat me aanleiding geeft, het niet te laten blijven bij wat rechtstreeks werd gevraagd, maar er nog enkele opmerkingen aan toe te voegen.

Ik dacht daarbij aan de tweeërlei beteekenis waarin vrager onbewust het woord „geloofsverzekerdheid'" gebruikte, en aan de venvarring, die dit tengevolge had, zoodra hij het had over den w^ waarin we tot geloofsverzekerdheid moeten komen.

En toch, naarmate die laatste vraag van meer gewicht is, is het van meer belang hier wèl te onderscheiden.

Laat ik daartoe een weinig mogen helpen.

Het woord „geloofsverzekerdheid" wordt gebruikt — naar ik vóór en na de gelegenheid had te constateeren — in drieërlei beteekenis. "

Den één en keer denkt men erbij aan zekerheid, waartoe men door het geloof geraakt; een anderen keer bedoelt men er mee zekerheid aangaande het geloof zelf (zijn echtheid, zijn karakter als zaligmakend geloof); een derden keer gebruikt men het woord als gelijkwaardig met „verzekerdheiS van staat".

Dit laatste gebruik is stellig af te 'keuren.

Het gaat tegen alle taalwet in, een samengesteld woord als „geloofsverzekerdheid" te bezigen in een zin, waarbij het begrip, dat door één der leden wordt uitgedrukt, kortweg uitgebannen en door een geheel ander vervangen wordt. Het geeft ook aanleiding tot misverstand.

't Is waar, dat het geloof een der meest, beslissende kenteekenen is van don staat der genade, en dat verzekerdheid van ons geloof daarom de verzekerdheid van onzen genadestaat insluit. Doch dit geeft geen recht, om als men de verzekerdheid van staat bedoelt, te spreken van geloofs - verzekerdheid.

Resten dus alleen de eerst© twee beteekenissen van het woord.

Die hebben recht. En beide hetzelfde recht. Taalkundig toch kan in het saamgestelde „geloofs-verzekerdheid" het geloof evengoed subject als object zijn van de verzekerdheid, m.a.w. het woord geloofsverzekerdheid kan zoowel in den zin van rerzekerdheid, die door het geloof bewerkt of rerkregen wordt, als in dien van verzekerdheid ssan.gaande het geloof zélf worden gebezigd.

Aan dit dubbele gebruik zullen we ook wel niet ontkomen. Doch dan mogen we wel altoos zorgen, dat het geen misverstand veroorzake.

En vooral bij de vraag, hoe we tot geloofs-

verzekerdheid komen moeten, dienen we tegen 'dat misverstand op onze hoede te zijn.

Want tot verzekerdheid van de oprec> itheid van ons geloof komen we niet langs denzelfden weg, als tot de verzekerdheid die vrucht is van liet geloof.

Wat dien laatsten weg betreft — hij behoeft met sor en lang gezocht.

De verzekerdheid die vrucht is van 't geloof, wordt natuurlijk alleen verkregen in den weg des geloof s, d.w.z. van oefening, van werkzaamheid des geloofs, van gelooven. Buiten het geloof komt niemand tot zekerheid en verzekerdheid van de «üngen die God ons in Zijn Woord heeft. geopenbaard, met name niet van de beloften des Evangelies. Doch zóó wordt het Woord Gods niet met een waar geloof aangenomen — zóó wordt de belofte des Evangelies niet in den geloove omhelsd, of de ziel heeft volle en onwrikbare zekerheid aangaande de dingen die ze gelooft. Het is niet zóó, dat we eerst gelooven, en dat we dan daarna, door < ; en aparte genade Gods, door een afzonderlijk werk des Geestes, ve rzekerd worden van wat we gelooven. Neen, die zekerheid en verzekerdheid zijn mèfhet gelooven zélf gegeven, liggen van meet-af in het geloof, gelijk de Heilige Geest dat bij de wedergeboorte in onze ziel werkt, opgesloten en komen er ook uit te voorschijn, zoodra het geloof in ons werkzaam wordt; voller en lijker, naarmate de werkzaamheid des géloofs krachtiger is.

• Dit geldt niet maar alleen het zeker zijn van €ods beloften in Christus voorwerpelijk genomen, maar ook de subjectieve verzekerdheid ervan, ook de toe-eigening ervan. 5

Zóó belijden we het klaar en kloek in Zondag Vil ran onzen Heidelberger, waar het heet, dat het oprechte geloof is: niet alleen éen zeker weten oï kennen, waardoor ik alles voor waarachtig houd wat ons God in Zijn Woord heeft geopenbaard, maar ook een hartelijk vertrouwen, hetwelk de Heilige Geest door het Evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen anderen, maar óók mij, vergeving van zonden en het eeuwige leven van God geschonken is uit loutere genade, alleen om de verdiensten van Christus.

En wat de Heidelberger in Antw. 21 van de verzekerdheid des geloofs belijdt ten opzichte 'van , de vergeving der zonde en het eeuwige leven — dat belijden de Dordtsche Leerregelen (Hoofdstuk V, •9 en 10) even klaar en nadrukkelijk van de volharding der heiligen, aldus: „Van deze bewaring der uitverkorenen... kunnen zelfs de gelooyigen verzekerd zijn, en zijn zij het ook, naar de mate des geloofs, waarmede zij zekerlijk gelooven, dat ze zijn en altijd blijven zullen vrare en levendige leden der kerk" enz. „En volgens dien spruit deze verzekerdheid niet uit eenige bizondere openbaring, zonder of buiten het Woord geschieid, naaar (a.) uit geloof der beloften Gods, die Hij in Zijn Woord ze er overvloediglijk tot onze Iroost geopenbaard heeft; (b.) uit het getuigenis des Heiligen Geestes, die mede met onzen geest getuigt, dat wij kinderen Gods zijn".

Zóó — als de geloofsdaad zelve vergezellend, als tot de natuur des geloofs zelve behoorend, en niet als iets aparts, dat buiten het geloof om ging en bij het geloof bij kwam, hebben onze beste Gereformeerde Godgeleerden in de lijn Calvijn—Voetius —^Comrie over de geloofsverzekerdheid geleerd en geschreven.

Het antwoord op de vraag: hoe we tot verzekerdheid geraken aangaande onze rechtvaardigmaking voor God, onze aanneming tot kinderen, onze volharding tot het einde, onze eeuwige hope — in andere woorden, hoe we geraken tot rijke en blijde genieting van wat onze troost in leven en sterven is, is daarom altoos weer en eindeloos: door te gelóóven. h

Zooals er geen andere weg 'is, om uw 'honger te stillen dan het eten van het brood, en geen ander middel om uw dorst te lesschen dan het drinken van het water uit de bron — zoo is er ook geen weg of middel om tot verzekerdheid te geraken van al wat onmisbaar is tot zaligheid en tot uw waarachtigen troost in dit leven^ dan een levend en een werkzaam geloof ten opzichte van den Middelaar en al wat Gods hef de in Hem gaf.

Het blijft bij de wet die den Apostel Paulus voor oogen stond, toen hij in B, om. 15:13 schreef: De God nu der hope vervulle ulieden met alle Mijdschap en vrede in het gelooven".

En waar het gelooven ontbreekt, waar geen kennend en vertrouwend aangrijpen en omhelzen is van de belofte Gods in onzen Heere Jezus, van Christus zelf — daar kunnen geen vroegere bevindingen, geen berekeningen, geen logische gedachtenbouwsels, of wat óók, onze ziel de rust der verzekerdheid aanbrengen.

Geloofs-verzekerdheid in den zin van verzekerdheid, die door het geloof ons deel wordt — is het daarom wat we bovenal moeten zoeTcen, en moeten zoeken in den weg van dagelijksche geloofsoefening.

En het was een slechte ruil die we deden, toen we terugschrokken voor onze eigene belijdenis in Zondag VII, en over het gemis van de geloofsverzekerdheid naar Antw. 21 ons zochten te troosten met het vragen naar „verzekerdheid-van-ons-geloof".

Daarover, zoo de Heere wil, in een volgend nr.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 21 March 1930

De Reformatie | 8 Pagina's

Geloofsverzekerdheid.

Bekijk de hele uitgave van Friday 21 March 1930

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken