Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Om des Heeren wil.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Om des Heeren wil.

7 minuten leestijd

Voor ieder die zijn arbeid vindt op sociaal terrein, bevat het jaarlijksch verslag van de Arbeidsinspectie een schat van materiaal. Echter ook zij die krachtens hun functie met het leven van den arbeid en van de arbeiders contact hebben, zullen wèl doen, eens met deze uitgave van het Departement van Arbeid, Handel en Nijverheid kennis te maken.

Men vindt in dit verslag zeker belangwekkende statistieken, die niet iedereen zullen aantrekken, en technische uiteenzettingen, die wellicht door velen niet worden gewaardeerd, maar men vindt hier meer dan dat, men vindt hier ook het leven in de fabrieken en de werkplaatsen, zooals het reilt en zeilt.

Na lezing van het beschrijvende deel van 't jongste verslag, voelt men opnieuw de noodzakelijkheid van de sociale wetgeving, voelt men welk een zegen God ons land en volk in Arbeids-en Veiligheidswet heeft gegeven, en raakt men, zoo het nog noodig was, verzoend met wat men, bij oppervlakkige beschouwing, misschien bureaucratische bepalingen heeft genoemd.

Men leert uit dit verslag, dat er nog toestanden zijn in fabrieken en werkplaatsen, waarvan niemamd zou gelooven, dat ze nog bestaan konden, dat er ook nu nog gespeeld wordt met lichaam en leven, door patroons en arbeiders. En men leert tevens zien, van hoe groote beteekenis de sociale actie kan zijn, voor het geestelijk leven en den geestelijken welstand van ons volk.

Om tenslotte nog een ding te noemen, hier ziet men ook, hoe slordig op het terrein van den arbeid veler leven is. Ook hier zal men moeten komen tot algeheele reformatie. En voor hen die lezen willen en geleerd zijn, bevat het Centraal Verslag der Arbeidsinspectie over 1929 op menige bladzij een les voor hun leven, een aansporing tot levensheiliging.

Uit dezen gezichtshoek, willen wij een enkele mededeeling, die het centraal verslag over 1929 ons doet, meer opzettelijk bezien.

Het geldt zeker ook voor de Arbeidswet, dat men alle menschelijke ordening, onderdanig moet zijn om des Heeren wil. Een christen-ondernemer heeft zich te houden aan de wet, ook al zijn sommige bepalingen naar zijn oordeel kneUeihd.

Wij hebben niet den indruk, dat men in het algemeen zoo tegenover de arbeidsw: et staat en dat men overtreding voelt als een zedelijk kwaad. Toch moet in christelijken kring, waar men eerbied predikt voor het gezag, waar men belijdt, dat er geen macht is dan van God, ook een beleven van de arbeidswet worden gevonden, die wortelt in eerbieid voor Tiet gezag, in eerbied en liefde voor den Heere zelf.

In het verslag wordt over de onderscheiden geloofsovertuiging niet gesproken. Maar wij vinden helaas noch in het verslag, noch in een ervaring van lange jaren, eenige aanleiding om aan. te nem-en, dat men voor christen-patroons geen controle noodig heeft.

Natuurlijk geldt de plicht te leven naar de wet ook voor de werklieden. Misschien nog in sterker mate, wijl zij weten, dat de wet er is om hen te beschermen. Een christen-arbeider, die weet dat de wet wordt overtreden, heeft den plicht zijn patroon daarop te wijzen. Doet hij dit niet, dan is hij aan die wetsovertreding mede schuldig.

Bij de meeste overtredingen gebeurt dit niet. Algemeen wordt gezegd, dat men dit niet kan doen, wijl er groot gevaar zou dreigen voor ontslag, een vrees, die waarlijk niet denkbeeldig is. Natuurhjk ziet dit al op een misstand, dat iemand die wil leven naar de wet, meer gevaar loopt gestraft te worden, dan iemand die zich in zijn leven van 'die wet niets aantrekt.

Nu kan men, om het gevaar te verminderen, zijn klacht en bezwaar ook richten tot de vakorganisatie. Op zichzelf is daar zelfs wel veel voor te zeggen, al zou men eerst geneigd zijn, het niet voor den meest rechten weg te houden.

De overtreding geldt immers niet, althans als regel, den enkeling, maar geldt de collectiviteit, geldt al de arbeiders. Het orgaan, de instantie die meer speciaal de belangen der bepaalde groep behartigt, kan, rekening houdend met het doel der bepalingen, voor haar leden de bescherming vragen, die de wet waarborgt.

Het is trouwens een feit, dat daar, waar de vakorganisatie een behoorlijke positie in het bedrijf kon verkrijgen, de naleving van verschillende bepalina .der wet aemakkelijker gaat dan elders, wijl niet alleen de inspectie, maar ook de "Vakbeweging op de handhaving toeziet. De Vakbeweging, die door sommige christenen wel eens revolutionair wordt geacht, is soms een uitnemend instrument om de wet te bevestigen.

Nog een andere weg staat den arbeider open om eerbied te vragen voor en beleving van de wet. Hij kan n.l. rechtstreeks zijn klacht indienen bij de Arbeidsinspectie. Ook tegen dit middel dat de wet zelf aan de hand doet is formeel niets in te brengen, al zou het ons altoos liever zijn, dat men weigerde wetsovertreder te worden. Maar gezien de gevaren, verstaan wij' 'dat soms deze weg wordt gekozen.

Wat echter mag en moet worden gevraagd van den jïhristen, dat hij hier handelt uit zuivere mo" tieven. Eerbied voor de wet, voor de bij en door de wet bescherrhde belangen, mogen alleen tot het indienen van klachten drijven.

Een onjuiste houding is, wat wij in het verslag lezen, dat het herhaaldelijk voorkwam, dat de werklieden eerst dan klaagden, wanneer zij ongenoegen hadden gehad met den patroon, hetgeen dikwijls zijn oorzaak vond in het verschil van meening over 'de uitbetaling der gemaakte overuren.

Hier hebt _ge dus het geval, dat iemand, wanneer het hem materieel gewin brengt, er geen hezwaar tegen heeft de wet te overtröden. Hier is de klacht niets dan het zich willen wreken op den patroon, die de wetsontduiking niet behoorlijk heeft gehonoreerd.

In 'dezelfde lijn ligt wat vrij lezen op een andere plaats, dat:

„niet altijd klachten ingezonden werden omdat de klager een voorstander was van een nauwgezette naleving der wettelijke bepalingen. Meexmalen waren haat en concurrentie-overwegingen de motieven tot het indienen van de klacht".

Even erg is het, zoo niet erger, dat telkenjare klachten worden geventileerd en dikwijls in vakpers of dagblad worden gepubliceerd, die in strijd" zijn met de waarheid. Hier kan geen misverstand worden voorgewend, want dan had men de klacht aan de inspectie doorgezonden, zonder verdere publicatie. Hier is hét aantasten van iemands eer en goeden naam, het onverhoord oordeelen en helpen verdoemen, waartegen terecht in den catechismus wordt gewaarschuwd.

Wat dit bedrijf nog weerzinwekkender maakt is, dat deze berichten terwille van de propaganda werden opgenomen en dat in meer dan één geval, ook als de onjuistheid van officiëele zijde w€.rd aangetoond, geen rectificatie volgde.

Hier was noch eerbied voor de wet, noch eerbied voor de waarheid aanwezig. Helaas dat dit laatste meermalen schijnt te ontbreken. De Arbeidswet schrijft in artikel 79 aan ondernemers, zoo'wel als aan de arbeiders, den plicht voor, aan de bevoegde ambtenaren de verlangde inlichtingen te geven omtrent zaken en feiten, de naleving van de Arbeidswet betreffende.

Het aantal processen-verbaal naar aanleiding van dezen eisch der wet opgemaakt, is betrekkelijk gering. Maar de mededeeling, dat geen inlichtingen werden gegeven, of zelfs na herhaalde waarschuwingen onjuiste inlichtingen werden verschaft^ zoowel door ondernemers als door arbeiders, stelt opnieuw te leur.

Ook voor het terrein van den arbeid moet het vijfde gebod scherpelijk gepredikt. Want indien onder ons niet meer wordt gerekend met de overheid en de wet, wie zal dan de verworfing: van het leven keeren? Wie heeft dan nog het reicht over verwording en over revolutionaire tendenzeini te spreken?

Zij er, om des Heeren wil, getrouwheid ook in deze minste dingen. Eerst dan is er de mogehjkheid, te komen tot de grootere dingen, tot de gewenschte reformatie van het sociale leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1930

De Reformatie | 8 Pagina's

Om des Heeren wil.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1930

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken