Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christendom en Idealisme.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Christendom en Idealisme.

7 minuten leestijd

Voor eenigen tijd werd door een onzer lezeressen aan de Redactie van ons blad het verzoek gericht om eens één of meerdere artikelen te wijden aan de philosophie van Bierens de Haan. Een van zijn cursussen door haar gevolgd en het lezen vart zijn boek over „Wereldorde en geestesleven", deden bij haar de vraag opkomen, of in dit systeem van wijsbegeerte, dat zoo uitmunt door geslotenheid, geen elementen aanwezig zijn, die voor onze Christelijke levens-en wereldbeschouwing van belang mogen heeten, ja, of heel zijn visie op de dingen als zoodanig, maar dan Christelijk onderbouwd, ons geen bevredigende oplossing van allerlei moeilijkheden ten aanzien van wereld en leven kan verschaffen.

Wij willen, op verzoek der Redactie, trachten zoo beknopt mogelijk onze geachte lezeres van antwoord te dienen. Een serie artikelen, speciaal aan de philosophie van Bierens de Haan gewijd, leek ons, in verband met het uitermate abstracte karakter, dat deze philosophie draagt, minder in de lijn van ons blad te liggen. Maar .de vraag, hier gesteld, verdient op zichzelf zeer zeker onze aandacht en een poging tot beantwoording valt zeker niet buiten het kader van ons orgaan. We raken hier immers aan een vraagstuk, dat in onzen tijd in grooten kring in het centrum van de belangstelling komt te staan, n.l. de verhouding van Christendom en idealisme. We maken hier slechts een enkele opmerking over dit vraagstuk naar aanleiding van. Bierens de Haan's genoemde boek, terwijl we onze lezers, die nader zich hier op de hoogte wenschen te stellen, zouden willen verwijzen naar de zeer interessante werken van Werner Elert: Der Kampf um das Christentum, 1921 en H. Groos: Der deutsche Idealismus und das Christentum, 1927.

Bierens de Haan is vurig aanhanger en verdediger van het idealisme en dat wel in zijn meest uitgesproken vorm. Men spreekt van idealisme óók op het gebied van de kennisleer, als de beschouwing, volgens welke bestaan identiek is aan gedacht-worden. Ook in dien zin is Bierens de Haan idealist. Alles wat er is, bestaat, volgens hem. slechts als voorwerp van ons denken. Het voorwerp bestaat niet, als het niet gedacht wordt.

Maar daartoe beperkt zich Bierens de Haan's idealisme niet. Wat we bij hem vinden is het objectieve idealisme, zooals het in de geschiedenis der wijsbegeerte gestempeld is door de twee idealistische philosofen bij uitnemendheid Spinoza en Hegel.

Bij dit objectieve idealisme is de idee niet slechts oorsprong der kennis, der wetenschap, maar van heel de werkelijkheid. De idee is hier het Al-eene, de Geest, wat niet mag worden verstaan in den zin van de oude rationalistische metaphysica als een substantiëele wereldgrond, die object is van ons raenschelijk denken, maar veeleer als het subject, dat zelf, denkend, alles voortbrengt. Als wij menschen b.v. God denken, is het eigenlijk God, die Zichzelf denkt in ons. En datzelfde geldt ook ten aanzien onzer wereld. De wereld is niet anders dan het moment der zelfspiegeling Gods. Voor God bestaat de wereld niet als werkelijkheid, maar slechts als moment in het goddelijk zelf-bewustzijn. Zij is n.l. het moment der goddelijke zelf-onderscheiding.

De wereld is dus in het Godsbewustzijn noodwendig inbegrepen. God is zonder de wereld evenmin, denkbaar als de wereld zonder God. De wereld is de Idee in haar zelf-verwezenlqking, zoodat van de wereld nooit kan gesproken worden dan als van het wereldproces of het werelddrama met de drie momenten van these, antithese en synthese; stelling, tegen-stelling en her-stelling. De Idee bestaat n.l. in zichzelf, stelt daarna de wereld of de natuur tegenover zich (het tragische, wat volgens Bierens de Haan, het Christendom bedoelt aJs het de wereld ziet onder het aspect der zonde). En eindelijk herkent de Idee zichzelf in de wereld en keert in haar tot zichzelf terug.

Dit idealisme is m.a.w. monisme, d.w.z. de wereldorde en de wereldwerkeligkheid zijn hier één. Alleen het is geen star, statisch, maar veeleer een dynamisch monisme; de eenheid is eenheid in beweging, wat het Christendom zou hebben willen uitdrukken in haar drie-eenheidsleer (de Vader als Oorsprong, de Zoon als Uitgang, de Geest als Wederkeer in het goddelijk Wezen).

Terwijl in de natuur de Idee zichzelf ontkent, hervindt ze zich in de persoonlijkheid. Ook daarin zit nog een natuurlijk element, wat Bierens de Haan noemt de persoonschap of het collectieve Idee, in godsdienstige taal „beeld van God".

In deze persoonlijkheid of dit geestesleven is het denken het hoogste. Zoowel in de zedel: gkheid als in de schoonheidszin en in de religie gaat het in het diepste om het denken van de Idee. M.a.w. de inhoud van heel het geestesleven is redelijkheid.

Het proces van dit geestesleven draagt een organisch karakter. Het ontwikkelt zich daarin alles uit eigen diepten; niets wordt van buitenaf toegevoegd. Het geestesleven blijft de zelfbeweging der persoonlijkheid.

De richting van het natuurleven is de expansie. Die van het geestesleven de concentratie. Dat wil echter niet zeggen, dat het natuurlijke verloochend wordt. .Het idealisme wil van geen verloochening van het natuurlijke op eenig gebied weten. Het ware geestesleven veronderstelt de natuur en de zinnelijkheid en is dus slechts concentratie na expansie. Van opoffering kan dus ook eigenlijk geen sprake zijn. Niet zichzelf verliezen maar zichzelf vinden is de roeping van den mensch.

Met betrekking tot het proces van het geestesleven wordt zoowel het determinisme als het indeterminisme, zoowel de leer van de natuumoodwendigheid als die der vrije zelfbepaling afgewezen. Er is niets anders dan de wetmatigheid der spontane zelfontvouwing.

Daarbij is de natuurstaat de vooraigaande phase van het geestesleven, eer het tot geestelijkheid komt. Onze zinnelijke driften zijn de bouwstof des levens, waaroh3er speciaal de erotische drift een beheerschende rol speelt. De zinnelijkheid groeit echter tot haar logisch uiteinde, waar het keerpunt ligt, het punt van den overgang tot geestelijkheid.

Dit keerpunt is niet een aanwijsbaar moment in de levensgeschiedenis, maar veeleer een logische omkeer: de zinnelijkheid eindigt in haar ontlediging, die voert tot den bloei des geestes. Zoo speelt het leven in de ziel zich af als het drama van daemon en engel. Ieder mensch is zijn eigen daemon. Maar als mensch, als God-geborene weet hij bij zichzelf zijn eigen onschendbaarheid. Het geestelijke is onze tweede natuur. De eigenlijke en diepste loutering vindt daarbij plaats door het denken, het vervuld zijn met een groote gedachte. Daardoor wordt de kracht, die tevoren op de wijze der natuur werd aangewend, schepper der geestelijke waarden.

Zoo beweegt zich het geestesleven in de richting der eenheid van mensch en Universum, waardoor in ons ontstaat de hoogere menschelijkheid, die voltooide activiteit en tevens hoogste-lijdelijkheid is, d.w.z. waarin de persoonlijkheid strevend-werkzaam is en tevens ondergaat, wat over haar wordt uitgestort, wat de mystiek aanduidde als de overweldiging der ziel door de godheid. Hierin vindt ze haar ware onsterfelijkheid. De dood is de bevrijding van de uitwendigheid, de verbreking van den waan en inwijding tot de waarheid en daarmee

tot het waarachtige Geestesrijk, waarvoor het menschelijke kultuurrijk slechts de voorloopige voorafschaduwing is, het 'Geestesrijk, dat niet iets toekomstigs is maar het eeuwige Heden.

„Aldus gaat", gelijk Bierens de Haan zijn boek besluit, „in de Idee alles ten gronde. Dit is waarlijk ten gronde gaan; tot den grond en tot het Universum.

In het Goddelijk zelfbewustzijn is de wereld niets dan Zijn eeuwige spiegeling. In God is alles goddelijk en in God is alles zichzelf. In God is het werelddrama opgelost en staat het leven in de vèr-ééniging".

We volstonden ditmaal met een beknopte weergave van de hoofdmomenten van Bierens de Haan's wijsgeerige levensbeschouwing.

In een volgend artikel hopen we naar aanleiding hiervan eenige critische opmerkingen te maken.

G. BRILLENBÜRG WURTH.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 mei 1931

De Reformatie | 8 Pagina's

Christendom en Idealisme.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 mei 1931

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken