Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Javaansche Liederenboek op de Synode 1).

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Javaansche Liederenboek op de Synode 1).

7 minuten leestijd

De Synode van Middelburg heeft niet alleen onzen bundel „Eenige Gezangen" belangrijk uitgebreid, maar zij heeft ook voor de godsdienstoefeningen in de Javaansche Gemeenten op het zendingsterrein behalve een psalmboek met eenige Gezangen, een Liederenboek met eenige Psalmen aangenomen.

Het is opmerkelijk zoo weinig aandacht aan dit belangrijke feit in de kerkelijke pers gewijd is tot op dit oogenblik.

Hoewel ik hier op Java de verslagen van de zittingen der Synode met aandacht volgde, in verschillende bladen, kon ik er langen tijd toch niet achter komen, wat de Synode op dit punt besloten had. Het was of de synodale berichtgeving hier iets te verbergen had. Men las, dat in een van de laatste zittingen, op een avond, de zaak van het Javaansche kerkgezang aan de orde gekomen was, en dat besloten was, dat de berijming van Van Dijk gebruikt zou mogen worden. Wat besloten vvas omtrent het door mij gewraakte Liederenboek bleek niet. Soms kon ik het niet laten om in mijn hart de hoop te voeden, dat de Synode er toch nog voor bewaard was het voorstel onzer Verg. op Midden-Java aan te nemen, dat aanbeval om ter bevordering van het gebruik der Psalmen en van de uniformiteit in het kerkgezang twee boeken aan te bevelen, waarvan een nevens een groot aantal liederen voor school en huisgezin ook eenige Psalmen had, terwijl het andere de 150 Psalmen nevens eenige Gezangen bevatte.

Maar de Synode heeft zoo'n besluit toch genomen. Zulks bleek mij uit het Zendingsblad van October, waar Ds B. den tekst geeft van het door de Synode aangenomen voorstel.

Ik kan mij aan één kant wel voorstellen, dat men over dit besluit liever het zwijgen bewaart. Het strekt onzen Kerken niet tot eere, dat het genomen is. Ik zou er ook liever over zwijgen, als ik daarmee het voorstel van de baan kon helpen. Maar het ligt er, en — er wordt op Midden-Java naar geleefd. En daar wordt de toestand op Java wel niet door verergerd, want ook vroeger gebruikte men op een deel van ons zendingsterrein met uitsluiting van het boek met de 150 Psalmen, dat Liederenboek, ongereformeerd in zijn samenstelling, als kerkboek, en waar ook ongereformeerde, en volgens het getuigenis van onze geheele vergadering niet met Gods Woord overeenstemmende liederen in staan. Maar het verschil met vroeger is, dat dit feit vroeger niet te verdedigen was met een beroep op de Synode, terwijl nu de Synode deze onjuiste (van Gereformeerd kerkelijk standpunt bezien onjuiste) houding heeft gesanctioneerd. Als nu bij een begrafenis, door een onzer Helpers geleid, een lied gezongen wordt, waarin de ziel van den afgestorvene aan God wordt opgedragen, en voor hare zaligheid gebeden wordt; of als bij het in gebruik nemen van een nieuw kerkgebouw zingend gebeden wordt, of God de Heere dat gelDouw als Zijn tempel wil beschouwen en als Zijn eigendom; ook als zij liederen laten zingen in de kerk, waarin Jezus als voorbeeld schering en inslag is, of als zij psalmvei-sjes opgeven, waarin de onberijmde tekst nauwelijks te herkennen, ja geheel verminkt en verwaarloosd is, dan kunnen ze mijn aanmerkingen daarop beantwoorden met een beroep op de Synode, die zulks goedkeurde. En als het mij ergert, dat een groot deel van ons zendingsterrein alleen een boek gebruikt, waarin nog niet een derde van onze Psalmen, en dat derde deel bijna altijd op andere, dan de gewone wijzen dier Psalmen, voorkomen, dan stelt de Synode hen, die daar den toon aangeven, in het gelijk, want dat andere, dat ongereformeerde boek, is ook door de Synode goedgekeurd.

En welk motief had de Synode daarvoor? Een motief, dat ze onmogelijk, bij eenig nadenken, zelf voor waar kan houden.

Ds B. in het Zendingsblad deelt het ons mee: Dat andere boek mag in de godsdienstoefeningen op hel zendingsterrein nevens het boek met de 150 Psalmen gebruikt worden, (— nu komt het —) „omdat daardoor het gebruik der Psalmen, alsmede meerdere uniformiteit te dezer zake, zeer zou worden bevorderd".

Zoo deelt Ds B. ons mee in het Zendingsblad. Heeft de Synode dat werkelijk geloofd?

Maar hoe heeft men haar dat duidelijk kunnen maken? Voor de uniformiteit in het kerkgezang moesten er niet één, maar twee boeken zijn! Boeken, die zooveel mogelijk van elkaar verschillen. Niet alleen zoo, dat in het eene wat meer Psalmen en in het andere wat meer Gezangen staan, maar zoo, dat de Psalmen in het eene van een geheel andere berijming zijn, en op geheel andere wijzen gezongen moeten worden. Er zijn slechts 24 Psalmen, die in beide boeken dezelfde wijs hebben, en van deze 24 slechts 5, die een overeenkomstig aantal coupletten hebben. En zulke twee verschillende boeken moet men nu hebben om de eenheid in het kerkgezang te bevorderen.

En voorts, het gebruik der Psalmen wordt daardoor bevorderd. Maar hoe kan dat? Want nu hebben de missionaire predikanten de vrijheid (en er zijn er, die van die vrijheid gebruik maken) om als zij in de Gemeente voorgaan, steeds gebruik te maken van het Liederenboek, met slechts 50 heele of halve Psalmen, waarbij ze wegens de beperkte keuze, verhoogd door de gebrekkige bewerking van sommige van die Psalmen, wel gedwongen zijn om een 1 i e d te kiezen. De Gemeente behoeft dat niet eens te merken, want (zoo hoog worden in dat boek de Psalmen aangeslagen) een Psalm komt in dat boek toch slechts voor als no. zooveel van den liederenbundel. Een Gezang is alleen een hooger nummer. De nummering loopt gewoon door.

Hoe kan men nu, waar we voor jaren reeds een boek hadden met tenminste 71 Psalmen (of gedeelten van Psalmen) en men thans in de gelegenheid is een boek met alle 150 Psalmen te gebruiken, door aan dat andere boel; met minder dan 50 Psalmen daarnaast een plaats te geven, het gebruik der Psalmen willen bevorderen?

Ik kan bijna niet laten met zulk een uitspraak dei) spot te drijven. Maar ik wil niet spotten. Daarvoor hel) ik nog altoos teveel respect voor onze grootste kerkelijlie vergadering, en ook voor de personen, die daar de leiding hebben. Maar met alle respect kan ik toch onmogelijk gelooven, dat dit motief ernstig gemeend is. K geloof, dat „men" (hier bedoel ik de mannen, die dii besluit hebben voorbereid en het er op de Synode doorgekregen hebben) een ander motief heeft gehad, dat men liever verborgen houdt.

En het is om die reden, dat ik er bij de Kerken (predikanten, ouderlingen, ja bij allen, die dit lezen) op aandring, dat zij óf mij duidelijk trachten te maken, hoe zulk een besluit in overeenstemming met onze beginselen en onze roeping als Geref. Kerken genomen kon worden, en hoe hierbij werkelijk het belang van de Kerken, die we op Java stichten, gediend is; óf — * vraag ernstig onder de oogen zien, of hier niet terwille van personen de waarheid onderdrukt en het recht gebogen is.

Broeders, Gij moet deze vraag niet zoo maar naast U neerleggen; tenzij Gij meent, dat ondergeteekende niet voor ernstig genomen kan worden.

Ik ben overtuigd, dat de Synode in deze zaak geen recht gedaan heeft. Dat zij mijne bezwaren tegen h^' aangenomen Liederenboek niet eerlijk heeft overwogei' Ik weet, dat de schuld daarvoor in de eerste plaats rust op de menschen, die aan de Synode een onjuiste voorstelling van de zaken gegeven hebben; maar — hiermee is de Synode, hiermede zijn de Kerken, niet geheel verontschuldigd. Zij hadden van de zaken behoorlijk kennis kunnen, en dus ook moeten nemen. Als Ds B. zegt, dat de Deputaten zich niet bevoegd achtten om over alif bijzonderheden te oordeelen, dan is dat geen verontschuldiging, waai-mee hij de verantwoordelijkheid vooi

het ongerefoitneerde besluit van zich af kan schuiven. Hij had genoeg gegevens om te weten, dat de Deputaten niet mochten voorstellen, zooals zij gedaan hebben.

• En, — in de Kerken, ook op de vergadering der Synode, waren er genoeg menschen, die dit konden weten.

Dit mag zoo niet blijven zitten. Als de Kerken in hare hoogste vergadering weigeren recht te doen, dan is de eere weg. De eere der Kerken eischt, dat zij mijne besehuldiging afwijzen, of mij voor hetgeen ik aan haar adres gezegd heb, ter verantwoording roepen. Ik ben ten volle bereid mij te verantwoorden. Wonosobo,


') Ds V. Dijk zond dit stuk in. De Redactie kan er niet over oordeelen, maar wil het toch niet weigeren, te meer niet, nu andere bladen het ook publiceeren. Red. - -

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1934

De Reformatie | 8 Pagina's

Het Javaansche Liederenboek op de Synode 1).

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1934

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken