Bekijk het origineel

Die volmake II.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Die volmake II.

6 minuten leestijd

De God nu des vredes, Die den grooten Herder der schapen.... uit de dooden heeft wedergebracht, Die volmake u. Hebr. 13:20, 21.

Een bede om volmaking, bidden wij dit dikwijls.

Wij durven het niet, naar het schijnt.

Het is ons eigenlijk te groot.

En toch, zeer dikwijls besluit de Apostel Paulus zijne brieven in welke hij de leer der waarheid heeft ontsloten voor de gemeente, met een herderlijke vermaning tot, en met een bede om hare heiligmaking.

Zoo in 1 Thess. 5:23: n de God des vredes Zelf heiUge u geheel en al!

Eenzelfde gedachtengang volgt de schrijver van den brief aan de Hebreen.

En hier wordt die bede wel in zeer kostelijke bewoordingen, die ons veel te zeggen hebben, uitgesproken.

Rijke gedachten toch over God en Zijnen Christus Uggen in haar besloten. Gedachten, die de bede ook leggen op de hppen dergenen, voor wie ze door den schrijver vrijmoedig opgezonden werd. Want, om het nabidden der bede in geloof, is het hem toch ook te doen.

Heiligmaking is geen werk van menschen, ook niet van christenmenschen.

HeiUgmaking is een heerlijke gave Gods.

Maar om deze gave moet gebeden, gebeden in geloof.

Nu, 'tot dat bidden wekt het bidden van den schrijver op.

Dat doet reeds de Naam van God, door hem genoemd, alsook de werken die hij biddend roemend dezen zijnen God toekent, van Wiens genade-werk hij de heiligmaking der gemeente verbeidt.

De God des vredes, en Die den grooten Herder der schapen uit de dooden heeft wedergebracht, ... Die volmake u.

Door zóó van zijn God te spreken, wekte hij eerst in zijn eigen ziel, die bad, maar dan ook in de harten dergenen, voor wie zijn bede om heiligmaking opgezonden werd, aanstonds het vertrouwen, dat die bede vruciiten dragen zal, der gemeente tot heil en Gode tot heerlijkheid.

De God nu des vredes. Die volmake u.

Die God, Wiens Wezen vrede is, Die vrede mint, X)ie daarom vrede maakte zelfs ten koste van het bloed Zijns Zoons, en Die den vrede geeft door Zijnen Heiligen Geest. •

Immers, Hij heeft uit ei^en beweging, uit ongehouden goedertierenheid vrede gemaakt, , verzoening bewerkt tusschen Zich èn schuldige overtreders van Zijn heilig gebod.

Van onzen kant was moedwillig de vrede met God verbroken.

Wij werden vrienden van dengene, die Hem haatte.

Door onze daad van ontrouw, opstand, afval, was God ons in een vijand verkeerd. En als gevolg daarvan leven wij in strijd, in nood, in rampspoed henen.

Maar zie, in deze wereld van zoade, strijd en dood, openbaarde Zich de Heere als een God des vredes reeds van de ure van de overtreding af!

Hij zocht den mensch, die al bevende van Hem vlood.

Hij sprak van vrede, na een strijd, door Hem Zélf tot overwinning te leiden voor het menschenkind.

Hij bood den vrede onmiddellijk te genieten door het geloof in des Verlossers komst.

Hij gaf den vrede door Zijnen Heiligen Geest.

Op uwe zaligheid wacht ik, o Heere, zoo riep vader Jacob stervende, verlangend naar Messias' heil.

En de Apostel zegt: Hij heeft vredegemaakt door het bloed des kruises.

Hij is onze vrede! Hij dóet ons triumfeeren met Hèm, zoo roemde hij in Christus, en zong rijn psalmen in den kerker.

Martelaren, soms staande in de vlammen en alzoo nog zingend, hadden dezen vrede en toonden de waarachtigheid van het apostolische woord.

Nu, Die God des vredes, die vrede is en vrede geeft. Die volmake u. /

Wekt zoo de Naam, de aanspraak van dien God, tot Wien hij bidt voor zijne broeders reeds 't vertrouwen, dat die bede voor de Hebreen, en die zij hebben over te nemen, verhooring vinden zal, hij noemt ook nog daden van dien God, van Wien hij de verhooring zijner bede verbeidt.

De God des vredes, Die den grootenHerder der schapen aoor het bloed des eeuwigen testaments uit de dooden heeft wedergebracht, n.l. onzen Heere Jezus Christus, Die volmake u.

Wonderheerlijk werk Gods, dat den apostel bij zijn bidden om de volmaking der gemeente, voor de aandacht staat.

Jezus Christus, Die onze vrede is, door Wien God vrede heeft gemaakt, in Wiens gemeenschap door het geloof wij vrede genieten en Die hier onze groote Herder wordt geheeten — hetgeen Hij bleek in het storten van Zijn bloed, het geven van Zijn leven voor Zijn schapen, — Hij is door den Vader uit de dooden wedergebracht. Hij is ons door den Vader wedergegeven tot een Herder, om ons te weiden, te verzorgen, te hoeden, om ons te leiden naar Gods eeuwige woning!

De Vader Zelf heeft u lief, zoo had Jezus eens gezegd tot de Zijnen.

O, welk een vertroosting voor zielen, die altoos beven voor den Heilige, met Wien zij te doen hebben. Wien ze nauwelijks in geloof om vergeving, laat staan om heiliging durven bidden.

God, Die God des vredes, heeft zondaren liefgehad van eeuwigheid.

Alzoo liefgehad, dat Hij Zijn Eéngeboren Zoon aan hen gegeven heeft tot een Herder, Die Zijn leven voor zijn schapen geven zou.

Maar ook zóó liefgehad, dat Hij Hem, na volbrachten arbeid van verzoening, hun weergegeven heeft.

Want, hoe zouden zij leven zonder Hèm, en veilig zijn, zonder Zijne hoede, en vorderen in heiligmaking, zonder Zijne zorg.

Ach! Het stond met Jezus' schapen nóg hopeloos, 'toen de groote Herder voor hen was gestorven.

Zij waren herderloos!

Den goeden Herder k w ij t, toen Jezus lag in 't graf.

Zoo nóg den wolf ten prooi.

Want, een schaap is dwaalziek van nature en hulpeloos in de ure van 't gevaar!

Zij waren, wij zijn ook niet bestand tegen satans klauw, niet tegen zonde-en wereldmachten opgewassen

Nooit komt het met ons tot volmaking, tot verheerlijking met een dooden Heiland. Nimmer tot de zaligheid, met een Jezus in het graf.

De Heere, onze gerechtigheid, in Wiens bloed onze rechtvaardigmaking rust, H ij moet ook onze heiligmaking en zoo onze volkomene Verlosser zijn.

Maar ziet, dien God des vredes was het zóó ernst met het heil van zijne kinderen, dat Hij Jezus niet maar voor hen overgaf, maar dat Hij Jezus hun ook wedergaf, opdat Hij ze uit hun verstrooiing zou verzamelen en opdat Hij, Overwinnaar van den dood en van het verderf, - als de Onverderfelijke en Onoverwinnelijke hen zou lei­ den op paden, waar de dood niet komt en waar^ geen verderver meer woedt.

Daarom, van dien God, en dan door dezen Heiland, den grooten Herder der schapen, moogt ge alle ding verwachten, wat tot uwe zaligheid van noode is.

Van dien God mag in geloof, ja vol vertrouwen zelfs de volmaking worden gebeden.

Immers, die God des vredes. Die déze dingen' voor hen deed. Die den grooten Herder gaf èn wedergaf. Hij heeft daar Zijn bedoeling mee. Hij zal niet rusten voordat het bij menschen onmogelijke is geschied, dat zondaren gerechtvaardigd èn geheiligd, als Zijne kinderen en volmaakten weder wonen bij Hèm, in het Huis van hunnen Vader, en genietend van Zijn vree.

Daarom, Idnd van God, is Jezus uw Herder, Die voor u stierf, o, zie het'toch ook. Hij leeft voor u, en thans met heerlijkheid en macht bekleed, zal Hij het u aan niets doen ontbreken, wat tot uwe zaUgheid van noode is.

In Christus moogt ge alle ding van den Vader vragen: rechtvaardigmaking, heiligmaking en volkomen verlossing.

Met zulk een God hebben wij te doen.

Met zulk een Heiland, den grooten Herder der schapen.

Daarom eindigt de apostel, die om volmaking der gemeente geloovig bidt, met het: Hèm zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 1934

De Reformatie | 8 Pagina's

Die volmake II.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 1934

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken