Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

HOOFDARTIKEL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

HOOFDARTIKEL

12 minuten leestijd

Pinksteren.

Warmeer wij begeeren echt, zuiver Pinksterfeest te vieren 'en dus gaan zoeken naar het eigenlijke, het wezenlijke, het nieuwe ia het Pinksterfeit, dan overvalt ons altijd weer een gevoel van verlegenheid. Wij kunnen dat eigenlijke zoo moeilijk ontdekken. EÓet blijft zoo dikwijls in een nevel. We voelen ler wel iets van, maar het staat ons niet scherp voor den geest.

Natuurlijk — we welen het allen — op den Pinksterdag is de Heilige Geest uitgestort. Dat is het groote feit. Maar als we dat weten en vasthouden zijn we de moeilijkheden niet te boven — neen — dan komen ze pas goed voor den dag.

De Heihge Geest is uitgestort. Maar was die Heilige Geest er vroeger ook niet? Is er soms ia de Oude Bedeeling ooit echt geloof gekomen in menschenharten zonder den Heiligen Geest? Was die Heilige Geest niet werkzaam in alle vrome Israëlieten? Bidt David niet vurig, opdat die Geest hem niet ontnomen worde? En weten we dus niet heel zeker, dat die Geest in hem woonde? Zag Haggaï dienzelfden Geest niet staan midden onder hel volk? Zeggen de profeten niet, dat de Geest des Hieeren op hen viel? Lezen we niet van Johannes den Dooper, dat hij „vervuld" zou worden met den Heiligen Geest, ook van zijn moeders lijf aan? En werd ook Zacharias niet „vervuld", d.i. „vol" met den Heiligen Geest, toen Johannes geboren werd?

Ja, zal men Keggen, maar op den Pinksterdag kwam de Heihge Geest sterker, overvloediger dan vroeger! Maar als dat zoo is^ gaat het dan bij het Pinksterfeit alleen maar om een'voortschrijden van minder tot meer, van zwakker tot sterker, , van kleinen kring (één volk) tot grooter lering (alle volken)? Is er dus voor en na Pinksteren alleen maar een gradueel verscliil van Geesteswerking? En als dat zoo is, zijn zulke golvingen in de kracht van het werk des Geestes dan ook niet én vroeger in de geschiedenis van Israël én later in de kerkgeschiedenis aan te wijzen?

Neen, als we bij het Pinksterfeit alleen maar op de werking van den Heiligen Geest letten, op het feit en de kracht en den omvang daarvan, dan zal het diepe geheim en de groote beteekenis en de overweldigende rijkdom van het Pinkstergebeuren niet voor ons ontsluierd worden.

Want — met nadruk zeggen we dat — niet de Heilige Geest staat in het „middelpunt" op 'dien vijftigsten dag na Paschen.

Als we zuiver hebben gezien naar de gebeurteinissen, die zich toen afspeelden in de tempelhallen van Jeruzalem en we hebben scherp geluisterd naar de woorden, die toen werden gesproken — dan hebben we voor alles één figuur feroot en heerlijk zien oprijzen, dan hebben we voor aUes één stem gehoord. De figuur van Jezus Christus, den Opgestane, den Verheerlijkte, den Koning van hemel en aarde heeft toen geheel en al gedomineerd. En zijn stem heeft geJilonken door en in de veelheid van wonderlijke geluiden en „andere talen".

Ja, we moeten nog verder gaan. Indien we bij het Pinksterfeest alleen maar letten op den Heiligen Geest en dus in krantenartikel of preek Jezus Christus slecihts terloops noemen, dan ontgaat ons niet alleen het eigenlijke van Pinksteren, maar dan handelen we geheel en al tegen de Pinksterwerkelijkheid, de Pinksterbedoeling in.

Wie de moeite neemt de feiten zuiver te beschouwen is aanstonds van de waarhedd hiervan overtuigd.

De Heihge Geest wordt uitgestort op Pinkstei^en. Zeer zeker. Maar wat zal Hij doen? Wat heeft Hij gedaan?

Voor alles dit: Hij bleef toen en blijft altijd op den „achtergrond".' Hij wil zichzelf niet verheerlijken, maar Jezus Christus. Die moet in het volle licht komen te staan. Van den Christus zal de Geest „getuigen". De woorden van den Verheerlijkte zal Hij naar voren schuiven en weer doen leven in de harten en monden der discipelen. Hij zal alles „uit Christus" nemen en dal indragen in de wereld. Diens macht en kracht en gaven en regeering zal Hij tot eifect brengen overal waar Jezus Christus dat wil.

Zoo is ook het Pinksterfeest weer een feest Van Jezus Christus, juist als alle feesten, 't Is alles van Hem, 'tis alles voor Hem, opdat Hij ten volle God en diens eer en recht in de wereld zou handhaven.

Och, we hadden het aanstonds wel kunnen weten, als we maar goed hadden gelet op het allereerste begin van bet boek, waarin het Pinksterwonder ons staat beschreven.

Immers, als Lucas z'n tweede boek gaat schrijven begint hij aldus: Het eerste boek heb ik gemaakt, o Theophilus! van al hetgeen Jezus BE­ GONNEN heeft beide te doen en te leeren, tot op den dag in welken Hij opgenomen is.

En op dat woord: begonnen, moeten we naar Lucas' bedoeling allen mogelij ken nadruk leggen.

Welnu, indien Lucas' eerste boek, z'n evangelieverhaal, teekent het BEGIN van jfezus' spreken en doen — dan zal z'n tweede boek, de z.g. „Handelingen der Apostelen", ons beschrijven de VOORTZETTING van de woorden en daden van Jezus.

In heel het boek .gaat het dus eigenlijk alleen over Jezus Christus. HIJ spreekt, wel op andere wijze dan vroeger, maar Hij doet het toch zelf. HIJ doet wonderen, wel door tusschenpersonen, maar 't zijn toch echte wonderen van Hem alleen. Hij verschijnt zelf keer op keer, om te leiden, te vertroosten, ook om ons te zeggen, te toonen, dat 'talles zijn werk is, zijn werk alleen.

En wat nu Lucas met nadruk betoogt van alle feiten en woorden, die in de „Handelingen" beschreven worden, dat heeft Petrus in 't bizonder voor het Pinksterfeest met nadruk gehandhaafd in zijn bekende uitspraak, dat Jezus, de Verhoogde, tnadat Hij de belofte des Heiligen Geestes verkregen had „dit" uitgestort heeft, dat de schare op den Pinstermorgen ziet en hoort.

Op 't Pinsterfeest moeten we Jezus Christus zien werken, hooren spreken. Hij komt in den Geest en met den Geest zijn werk voltooien. Hemelvaartsdag is ops tij gings feest. Pinksteren is (mits goed verstaan, want de verheerlijkte mensch Jezus Christus blijft in den hemel) neerdalings feest. Christus komt werken op nieuwe wijze met grooter kracht, op breeder terrein en met grootscher effecL

Als we nu dat nieuwe werk willen zien, of, beter gezegd, als we Christus willen aanschouwen in zijn nieuwe, laatste werkperiode, dan moeten we voor alles er oj> letten, dat op den Pinksterdag het evangelie wordt verkondigd. Het feit, de werkeUjkheid van die verkondiging moét ons boeien, vasthouden, verrukken. O, als dat niet was geschied. Dan zou een vaajg gerucht over Jezus zich hebben verbreid. Dan zouden de discipelen weer visscher zijn geworden. Ze hadden de netten enkele weken geleden reeds eenmaal uitgeworpen. En het g^eim van Jezus Christus zouden ze meegenomen Rebben in hun graf.

Maar nu spreekt Jezus Christus door hen over zijn dood en opstanding. Even maar, terloops, zegt Petrus, dat de Heihge Geest is uitgestort, 't Schijnt, dat hij dat alleen doet om het verwijt van dronkenschap af te wijzen! Maar de eigenlijke inhoud van zijij''rede is het uitroepen, dat Jezus de Nazarener, dien de Joden gekruisigd hadden, waarachtig is opgestaan en daarna is opgevaren ten hemel! Dat zegt, dat „bewijst" Petrus op Pinksteren.

Ja dit is het „nieuwe" van Pinksteren, dat de werkeUjkheid van Paschen en Hemelvaart uitgeroepen wordt over de wereld, door gezanten van Jezus Christus, d.i. door Hemzelf.

Maar bij dit ééne blijft het niet. De Christus spreekt met groote kracht, maar: Hij doet het niet met eigen tong, miet eigen menschelijke stem. Nog een enkele maal zal dat geschieden in verschijningen als Paulus b.v. ontving op den weg. Maar regel is dat niet meer. En op Pinksteren wordt juist de regel geopenbaard.

Christus spreekt, maar — door zijn apostelen. Hij heeft ze vroeger reeds geroepen en bekwaamd. Neen, ze hooren niet meer tot een bepaalden rang, een bepaalde kaste, een bepaald geslacht. De tijd van rangen en geslachten, die boven het volk stonden is voorbij. De hiërarchie is verdwenen. De apostelen hebben alleen maar een opdracht, een taak en de gaven en krachten voor de vervul- Ung daarvan. Zij zijn ambtsdragers. En door ambtsdragers wil Christus komen en spreken op en na Pinksteren. Hij zoekt de zijnen in de wegen van het ambt. Hij wil nu en voortaan met zijn volk omgaan in zuiver ambtsverkeer.

Wie op Pinksteren Jezus Christus echt, zuiver heeft gezien, die zag Hem in het ambt.

Pinksterfeest is het feest van den Christus die door zijn Geest 't ambt geeft, voor bet ambt verkiest, tot het ambt bekwaamt en dan door het ambt werken wil heel de wereld door!

En als Christus dan spreekt door zijn ambt. Als Hij met zijn ambt begint te werken wat hooren we dan?

't Is bij 'teerste lezen, bij 'teerste hooren eigen- Ujk ontnuchterend! We hooren niets „nieuws". Ja zeker, de wijze waarop de woorden komen is in menig opzicht nieuw. We wezen er reeds op ten er zou nog meer te noemen zijn, denk aan bet „roepen in vreemde talen (tongen)".

iMaar de inhoud is eigenUjk niet nieuw!

't Begint al dadelijk met het aanhalen van teksten. En Petrus gaat daarmee door. Meer dan de helft van zijn woorden ontleent hij aan de Schrift, aan het Oude Testament. En de feiten die Petrus in z'n rede naar voren schuift zijn evenmin nieuw. Met kracht wordt gewezen op de werkelijkheid van Christus' opstanding en hemelvaart, meer niet.

En toch, deze schijnbare armoe is wezenlijke ïijkdom. Cliristus zelf komt in en door en met de Schrift. Juist als Hij de tweede, de slot-phase van zijn arbeid begint, zijn z'n eerste woorden teksten, nuchtere, zakehjke teksten. En daarom, wie Pinksteren zuiver heeft verstaan,

die wordt gedreven naar de Schrift, bet Woord ooli van Jezus Christus. Als zijn Geest vol en lirachtig werfcien gaat, als Hij weerkeert tot de aarde „in den Geest", dan hooren we het Woord, bet Woord alleen. En met dat Woord gaal Hij verder tot aan het einde dezer wereld.

Pinksterfeest, dat is het feest van Christus, die werkt door het Woord en in dat Woord wil worden gekend en ontmoet.

Maai- nog meer van de lioei-lijkheid van Pinksteren is er voor ons te ontdekken. Nog veelzijdiger is de Pinksfcerwerkzaambeid van Jezus Christus.

Honderdtwinüg marmen en vrouwen ontvangen 's morgens vi-oeg den Heiligen Geest. Jezus kwam met zijn Geest in hun hart, sterlc en rijk en (overvloedig. Maar niet veel uren daarna is dat getal geklommen tot drie duizend. Zeker 't zijn allen Joden en Jodengenooten, allen besnedenen, wonende In Jeruzalem. Van alle uithoeken der wereld hadden ze zich in Jeruzalem neergezet. Maar toch is in hen de veelkleurigheid van vele volken, vele rassen, vele talen. En al zegt Jezus Christus nu niets „nieuws" — Hij zegt het wel aan vele, vele ., nieuwen". Hier worden in beginsel de nationale gi-euzen overschreden. Straks zal Jezus Christus met zijn evangelie de wereld ingaan in al wijder kringen om Jeruzalem. Van Jeruzalem gaal Hij naar Judea. En van Judea naar de Israelielische Samaritanen in Sichem, die hoewel besneden, toch van lager orde wei'den beschouwd door de echte joden.') Vervolgejis neemt Hij den eunuch uit Moorenland in Zijn gemeenschap op. Die eunuch kon nooit in de vergadering van Israël worden toegelaten, ook al wilde hij nog zoo graag! Maar Christus nam hem aan, vervullend Jesaja 56. En als dan Cornelius mei zijn soldalen zijn gedoopt, Cornelius de Romeinsclie officier uit Caesarea, de vereerder van Jehovah, die tooh nog niet eens Jodengenool was, dan komt tenslotte de Verhoogde in Antiochië rechtstreeks tot de heidenen.

Jezus Christus trekt over de heirwegen der wereld! Op den Pinksterdag is Hij daarmee begonnen, begimiend aldus van Jeruzalem, , want Hij zoekt op Pinksteren de breede kerk. De kerk verspreid over de lengte en breedte der aarde onder vele natiën en tongen.

De breede kerk zoekt Christus op den Pinksterdag, ja, maar ook de rijpe, de volwassen kerk.

In de oude bedeeling was de kerk gelijk aan de zoon van een vorsl, die in zijn jeugd onder een voogd, een paedagoog is gesteld. Die paedagoog was voor 't oude volk de wel. (Gal. 2:24). Het volk verschilde niet van een knecht.

Maar op het Pinksterfeest komt Christus met de volheid des Geestes in de harten der zijnen, in 't midden der "kerk wonen. Hij maakt al de zijnen tot profeten, priesters en koningen. Zij hebben de Zalving van den Heilige en weten nu alle dingen. ^) Zij doen niet meer de wet, levend van gebod op gebod en regel op regel. Neen, geleid door den Geest doen zij in vrijheid den wil van hun Vader.

In Christus is de openbaring van God in de wereld tot volheid gekomen. Op den Pinksterdag maakt Christus zijn kerk gereed om die volheid te verstaan en in haar belijdenis die volheid weer te geven als een offerande des lofs.

« Als we op al deze dingen letten, dan gaal ons Ide rijkdom van Pinksteren open, dan gaan we

onzen Heiland zien in zijn Pinkstcrbeerlijkheid. Zoo wordt ons Pinksteren het rijkste, het diepste (feest! Want alles wat in vroegere feesten door God werd gegeven en door Christus werd gewerkt, schenkt de Vorst des hemels en der aarde dan juist aan de zijnen. Jezus Christus koml met alles wat Hij heeft en kan in den Geest weer op de aarde en brengt nu in haar zijn wereldverlossingsarheid tot voltooiing, haar tegelijk oproepende zijn medewerkster te zijn.

* Nu zullen op Groenland en in Australië, in Japan en in Holland a.s. Zondag velen hooren bel evangelie van Christus, gebiracht uit het Woord,

door hot ambt. En Jezus Cliristus staat dan in het midden en geeft zijn gemeenschap. En die gemeenschap zal inniger zijn dan die tusschen den Heiland en zijn discipelen vroeger op aarde. En staande in zijn kerk, daar sprekende en werkende brengt Hij die kerk dichter bij haar consummatie, en in die kerk

en door die kerk de wereld tevens. Dat alles gelooven, kennen, zien, is Pinksteren verstaan, Pinksteren vieren.


1) Vgl. voor dit en het volgende: Bornhauser, Studiën zur Apostelgeschichte.

2) Of, volgens een meer waarschijnlijke lezing van 1 Joh. 2:20: „Ook gij (evenals ik en de andere geloovigen) hebt de zalving van den Heilige en hebt nu allen (de in dezen noodige) kennis. Vgl. Prof. Dr S. Greijdanus op dezen tekst.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1935

De Reformatie | 8 Pagina's

HOOFDARTIKEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juni 1935

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken