Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

ZIELKUNDE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

ZIELKUNDE

6 minuten leestijd

Erfelijke eigenschappen der ziel.

II.

De erfelijkheid van de zedelijke eigenschappen levert een nog moeilijker probleem op dan die van de zielkundige kwaliteiten van een pasgeboren kind. Vooral de erfzonde is een moeilijk vraagstuk. Zij die leeren, dat de mensch reeds als geest bestaat van Adam af, hebben geen moeite met de erfzonde, want ze veranderen die in dadelijke zonde van den geest. De aanraking van den geest met de stof in den moederschoot is dan onze val.

Deze beschouwing van de Prae-existentianen mist eiken grond. De zonde kan niet schuüen in de stof, want God heeft alles goed geschapen.

De Traduöaneu, die de ziel compleet uit de ouders laten ontstaan, hebben eveneens weinig moeite met de erfzonde. AUeen kunnen zij niet verklaren hoe een wedergeborene een onwedergeboren kind kan scheppen of het bestaan geven. D© Creatianist staat echter voor het probleem, dat God zielen schept, die blijken verdorven te zijij van hun ontvangenis af, terwijl wij weten, dat God niets gemeen heeft met het kwade. Deze richting schept echter zichzelf moeilijkheden door aan be nemen, dat de ziel compleet is na de conoepüe of de geboorte. E^en ziel moet echter groeien.

Nuchter beschouwd bestaat er bij ons eerste begin niets dan een kern, die zicli in twee richtingen ontwikkelt. De ééne richting is ©en reeks van stoff©lijke functies, de andere een reeks van psychische functies. De eerste loopt uit op de formeering van het lichaam, de andere op die van de ziel en de persoonlijkheid.

Deze tw©ede reeks kan men niet ontkennien, want het is ©en vaste wet in de zielkunde, dat verschijnselen die het langst werk hebben om zich be ontwikkelen de diepste wortelen hebben. Hel zelfbewustzijn, en de persoonlijkheid als openbaring daarvan, is het laatste stuk van onze ontwikkeling. Het hgt dus voor de hand om aan te nemen, dat de kern van het zelfbewustzijn minstens zoo oud is als die van het Mchaam. Daarom spraken we van een kern, die zich in tweeërlei reeks van functies ontwikkelt.

Het zedelijke leven ontstaat echter van buiten door levensverbanden in betrekking tot God, het geschapene of de menschheid. Hoe kan er dan van zedelijk leven en van schuld sprake wezen bij b.g.n. levenskern? Om die mogelijkheid te verstaan moeten w© ons denken richten op de totaliteit van den persooii, en op die van ©en geslacht van menschen. Een grijsaard heeft geen moeite om de kwade streken, die hij als knaap uithaalde, als de zijne te erkennen. Stilzwijgend erkent hij de totahteit van zijn leven en dat doen wij allen. Onze uitweudige verbanden komen ons meest tot bewustzjjn als er strijd is tusschen gezinnen, families of volken. Dan voelt een ieder onwillekeurig tot welk verband hij behoort en komt daarvoor op. De hef de kan somüjds dit clan-gevoel overwinnen, doch Shakespeare laat ons in Romeo en Juüet zien, welk een strijd die overwinning kost. Heeft ieder mensch alzoo dit gevoel van solidariteit en denkt hij door de kategorie van de totaliteit, welk bezwaar is er dan tegen om aan te nemen, wat de Heihge Schrift ons leert, dat God ieder individueel leven als één geheel beziet en dat in verband met heel het menschelijk geslacht. Voorts is het een feit, dat de patriarchale indee- Ung van ons geslacht de oudste is. De vader is oorspronkelijk niet alleen de verwekker van het kind, maar ook zijn hoofd, waartoe het behoort bij de indeeling van de geslachten. Daarmee wordt door de menschen gerekend bij het uitbreken van familietwisten, veeten, partijbelangen, volksoorlogen. Zoo ook rekent God daarmede "bij de toerekening van de schuld der zonde. Het gevolg daai-van is, dat ons eerste levensbeginsel, dat door den gewijden dichter onze ongevormde klomp genoemd wordt, gerekend wordt in Adam. te zijn en daarom van de gaven van Gods beeld wordt beroofd.

Hoe de twee genoemde reeksen van functies in het embryo vertegenwoordigd zijn, kan noch biologisch, noch psychologisch geconstrueerd worden, want het is ©en mysterie. Dit is dan ook de groote waarheid van het Creatianisme, dat God alleen door Zijn almachtige scheppingsdaad zulk ©en

mysterieus levensbeginsel het aanzijn kan geven,

Zoodra men echter het door God geschapen beginsel als een complete ziel gaat beschouwen, komt men in conflict met de wetten van de erfelijkheid. Men kan op het terrein van den oorsprong der ziel alleen in gelijkenissen spreken. Dit doen de gewijde schrijvers, als zij den vader van een geslacht een marmerblok noemen, waaruit de nakomelingen zijn gehouwen, met inachtneming van de lijnen die in het marmer van nature zitten. Of ook als zij spreken van een borduursel, dat in 't verborgen geweven wordt in den moederschoot, en dat niet alleen een kunstenaar onderstelt, maar ook een weefgetouw en materiaal, d.z. de functies van de vader en moeder van het kind in wording.

Niet voorzichtig schijnt het ons toe, om met de lieele en halve Traducianen over te gaan tot ©en werkverdeeling tusschen God en de ouders, die bet kind doen ontstaan. Dan toch moet men aannemen, dat ieder individu twee zielen in zich vereenigt, de dierlijke en de redelijke ziel, en dat één van deze twee zielen tot stand komt zonder invloed des Geestes of door medewerking des Geestes zooals bij de dieren. TMaar dan kan men vragen waarom de hoogere ziel niet op dezelfde wijze tot stand komt als de lagere. Men zal antwoorden, dat de redelijke ziel elementen bevat, die bij de dieren niet voorkomen, en daarom van hoogeren oorsprong moet zijn. Met dit antwoord zou men genoegen kunnen nemen als de zielkunde nog alle zielsverschijnselen trachtte te verklaren door analyse (ontleding) van werkelijke verschijnselen. Die tijd is echter voorbij, want de structuurpsychologie heeft aan 't licht gebracht, dat de verbinding van zielselementen synthetisch van aard is. Bij de dieren moge een soort van. associatie van vage voorstellingen overheerschen, omdat zij blijken gebonden te zijn aan hun omgeving (Umwell), maar bij den mensch is de bouw ook van het lagere zieieleven een andere. Een emotie is niet alleen een complex van gewaarwordingen, voorstellingen, instinctieve neigingen, en hun expressies, maar ook een beleving van waarden, die ons ik verhoogen of neerdrukken. Die vrees van een hond kan zich alleen uiten in vlucht of verberging, maar de vrees van den mensch kan zich ook openbaren in verlegenheid. '

'De Traducianist laat dus de ouders door teling in het eerste levensbeginsel een reeks van verschijnselen aan 'den gang zetten, die even ingewikkeld is als de reeks van logische of redelijke verschijnselen, die uitloopen op het zelfbewustzijn.

Alle psychische grootheden zijn echter alleen te begrijpen, wanneer men ze benadert van uit de hoogere eenheid die altijd gegeven is. Onze ziel is een sj'steem en de afzonderlijke verschijnselen, instincten, erfelijlie neigingen en gevoelens moeten in dit Ucht beschouwd worden. Hier toch staan wij voor een ondoorgrondelijk mysterie, dat ons noopt te erkennen, dat God een bijzonder leven schept, dat nergens elders in de natuur wordt gevonden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 10 January 1936

De Reformatie | 8 Pagina's

ZIELKUNDE

Bekijk de hele uitgave van Friday 10 January 1936

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken