Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

HOOFDARTIKEL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HOOFDARTIKEL

12 minuten leestijd

Een nieuwe huwelijksmoraal.

I.

„Is het wellicht nog niet noodig aan het dikke zeel te trekken om de noodklok te luiden, op tijd een waarschuwingsbelletje laten rinkelen zal zijn nut niet missen". Zoo schreef in 1932 Prof. Van Mierlo') en dat voor Roomsch-Katholieken. Thans is het 1936 en kunnen wij deze woorden niet alleen met instemming herhalen, maar zijn ze behalve voor de Roomsch-Katholieken thans ook voor de Gereformeerden 2) ter dege op liun plaats. Immers wel was helaas reeds lang bekend het feit, dat kinder beperking onder Protestanten meer en meer ingang vond, maar tot nu toe deed zich nog altijd het gelukkige verschijnsel voor, dat olfideel hiertegen gewaarschuwd werd, met name tegen het gebruik van praeventieve middelen. En wel is waar was deze houding der Christelijke Kerk tegenover Neo-Malthusiaansche middelen aanzienlijk verzwakt doordat zoowel een officieel kerkelijk genootschap^) als onderscheidene medici en theologen van Christelijken huize hun sanctie aan de praeventieve middelen hadden gegeven, doch dit betrof dan toch nog altijd bepaalde uitzonderingsgevallen. De deur, zooals De Graaf*) terecht opmerkte, was wel opengezet, maar altijd nog maar op een kier.

Thans evenwel is de deur opengegooid en radicaal open ook! Een nieuwe huwelijksmoraal heeft haar intrede gedaan, niet in dezen zin, dat een nieuwe oplossing voor de huidige crisis in het huwelijk aan de hand wordt gedaan, want reeds jaren her hebben de Neo-Malthusianen op vrijwel dezelfde indicaties hun bekende middelen aangeprezen, maar wel nieuw in dezen zin, dat het gebruik van praeventieve middelen thans gepropageerd wordt van Christelijke zijde. Zoo iets ; is „noch nie da gewesen" en wij weten niet wie er meer verbaasd' van zullen opzien: de .geloovigen of de Neo-Malthusianen. Immers deze laatsten hadden naar hun beweren in de Kerk nog altijd een machtigen, zoo niet den machtigsten vijand. 5) Nu evenwel hebben enltele voorgangers in verschillende kerkgenootschappen zich opgemaakt om in tegenovergestelden zin de oude Christelijke huwelijksmoraal te gaan bestrijden en hebben dezen, bewust of onbewust, de zijde' gekozen van hen, die met behulp van praeventieve middelen opzettelijk het kindertal willen regelen.

Zeker, wij welen heel goed, dat zij tot deze handelwijze gekomen zijn langs een geheel anderen weg dan de Neo-Malthusianen. Zij Idezen scherp positie tegen den raüonalistischen-materialistischen geest, die het Neo-Malthusianisme beheerscht. En het gebruik van praeventieve middelen wordt wel degelijk een ernstig tekort genaamd, ^) een zondigehouding zelfs, maar practisch nemen zij hetzelfde standpunt in als de Neo-Malthusianen. Want hun indicaties voor geboorteregeling zijn vrijwel gelijk aan die van laatstgenoemden. De eenige reden, die zij absoluut veroordeelen, n.l. geboortebeperking uit luiheid, gemakzucht en dergelijke motieven, wordt ook door de Neo-Malthusianen met klem afgewezen.') En wat het middel betreft achten ook de voorstanders van deze nieuwe huwelijksmoraal het gebruik van praeventieve middelen*) te verkiezen boven de abstinentie, die de oude Christelijke huwelijksmoraal leert. Verre te verkiezen zelfs, want die oudehuwelijksmoraal is in wezen heidenschen practisch verderfelijk, omdat zij het huwelijk breekt! De nieuwe h u w e 1 ij k s m o r a a 1 echter is volgens hen in wezen Evangelisch en practisch reddend, omdat zij hel huwelijk behoudt!

Tegen deze nieuwe huwelijksmoraal, die men om bovengenoemde redenen het best zou kunnen bestempelen met den naam van Christelijk Neo- Malthusianisme, ^) mag een woord van ernstig protest niet ontbreken. "Want de vogelaar verlokt hier met zoet gefluit de geloovigen tot practijken, die het licht niet kunnen zien, tot geknoei aan de fonteinen des levens, tot da.tgene wat contrabande is en moet blijven. Juist omdat niet alleen in Katholieke kringen, maar ook ten onzent het heldere begrip van den ernst en de heiligheid van het huwelijk verduisterd is, men blind geworden is voor den adeldom, welken de mensch zich verwerft door mede te werken met Gods scheppende almacht en bij velen verslapt is het levendig geloof en het Godsvertrouwen, is het meer dan noodig deze besmettelijke propaganda tegen te gaan. Want zou deze moraal ingang vinden bij ons Christelijk volksdeel, dan kan men er van verzekerd zijn, dat de laatste beginselen eener Christelijke huwelijks-ethiek, die ondanks het Neo-Malthusianisme nog over zijn gebleven, door deze moraal totaal vernietigd zullen worden.

Dat wij bij de bestrijding van wat wij reeds een en andermaal betiteld hebben als een nieuwe huwelijksmoraal uitgaan van de artikelen van Ds Diepersloot 1") is niet zoo zeer hierin gelegen, dat hij alleen deze moraal voorstaat of propageert en allerminst omdat deze artikelen op zichzelf zoo lezenswaardig zijn, want tot nog toe hebben wij van Christelijke zijde nog niet iets gelezen, dat zoo'n funesten inhoud had als deze artikelen, maar vindt hierin zijn oorzaak, dat deze artikelen van genoemde moraal zoo'n heldere karakteristiek geven.

De volgende citaten mogen dienen om de lezers omtrent de hoofdzaken van deze nieuwe huwelijksmoraal te oriënteer en.

Na er op gewezen te hebben, dat de uitbreiding van het gezin maar niet aan het beloop der dingen, aan de „Voorzienigheid" zooals het dan heet, kan worden overgelaten, maar integendeel bewuste, verantwoordelijke regeling van de geboorten een onafwijsbare plicht van het Christelijk geloof is (No. 16), gaat Ds Diepersloot verder:

„Vrijwel allen, die van Christelijke zijde den „laatsten tijd over dit onderwerp schreven, heb- „ben daar iets van beseft. Bij allen vinden we de „erkenning, dat de geboorteregeling, zooals ze ons „nu als taak is opgelegd, een zaak is, die er eigen- „lijk niet wezen moest; dat élke geboorteregeling „of - beperking tegen den zin van huwelijk en „huwelijksgemeenschap is." (No. 17).

„Wanneer het tot de p ra et ij k der verantwoor- „delijkheid komt, blijkt geboorteregeling dus niet „een daad te zijn, die in de schuldelooze vanzelf- „sprekendheid volbracht kan worden, maar een „daad, die ten volle in het teeken van den nood „en de schuld dezer zondige wereld staat".

Toekomend aan de indicaties voor geboorteregeling bespreekt hij de bekende 4 redenen daarvoor, n.l. de sociaal-economische, de medische, de medisch-sociale en de eugenetische, om daarna te concludeeren:

„Het is duidelijk, dat we ons met al deze indi- „caties wel midden in een gevallen wereld be- „vinden, waar de scheppingsorde: „weest vrucht„baar" o n m o g e 1 ij k u) meer de eenige „normal) kan zijn. Wie consequent vanuit de „scheppingsorde redeneeren wil moet om al „zulke gevallen lachen en eischen, dat het: „weest „vruchtbaar" ondanks alles doorgevoerd worde, „het koste wat het kost: dood, ellende, en wat ook „meer. Omgekeerd zal een C h r i s t e 1 ij k e, een „evangelische ethiek daaraan kenbaar zijn, „dat ze de problematiek, die hier ligt, de .^, tegenstrijdigheid tusschen scheppingsorde en het „groote gebied der naastenliefde, volkomen ern- „stig neemt en begrip heeft voor het compromis- „karakter, het n O'o d-karakter van het Christelijk „gebod. Op dit punt wordt het diepe verschil tus- „schen Joodsche, Roomsche en puriteinsche, in „één woord: heidensche en Christel ij ke ethiek „openbaar. We kunnen ook zeggen: de onover- „brugbare kloof tusschen wettische en evange^ „lische ethiek".

De vraag is nu welke middelen voor deze geboorteregeling mogen gebruikt worden. „Bij de „bespreking van deze vraag zullen we wel zeer „diep moeten beseffen, dat alles, wat op dit ge- „bied gezegd kan worden, op het gebied van een „zondige wereld met door de zonde bepaalde „verhoudingen gezegd wordt. Van oplossingen „is hier niet, op triomfeerenden toon, te spreken; „evenmin van een afgeronde, ideale huwelijks- „ethiek. We zijn hier op het gebied der zonde, „waar elk antwoord^i), elke houding"), „zelf ook zonde beteekent n), en waar toch „bepaalde houdingen en antwoorden als de uit- „drukking van Gods gebod, in het geloof aan de „vergeving der zonden, aanvaard moeten worden." (No. 19.)

„Tusschen Genesis 1 en de wereld van 1936 ligt „de breuk, de zondeval. In een wereld, waarin om „allerlei redenen van ellende en dood geboorte- „regeling noodig is, kanGenesisl niet ingepast „worden. Op geen enkele wijze! M.a.w. elke hou- „ding, die we hier willen aannemen, is een z o n- „dige houding. Elke methode van geboortebe- „perking beteekent overtreding van de scheppings- „orde".

„Eerst wanneer we dat goed beseffen is het „mogelijk het vraagstuk althans juist te stellen; „het uit de sfeer van absolute wetseischen onder „de autoriteit van het Evangelie te brengen."

„De werkelijkheid van deze wereld, ook op „sexueel gebied, is van dien aard, dat overeen- „stemming met het scheppingsgebod uitgesloten „is en dat we, wal we ook doen (en we moeten „toch iets doen), zondigen moeten. Elke be- „slissing in deze dingen is alleen in het geloof „aan de vergeving der zonden mogelijk." (No. 20.)

„Wanneer het zoo staat, maakt het vanzelf „geen principieel verschil meer wat we doen. „Immers élke houding, die we zouden willen aan- „nemen, is in strijd met de scheppingsorde. Noch „absolute onthouding, noch periodieke onthouding, „noch het gebruik van praeventieve middelen is „te zien als een weg, dien we met een volkomen „goed geweten gaan kunnen."

„Er kan ons dan nog slechts tweeërlei over- „blijven: in de eerste plaats zorgen, dat ons han- „delen zoo d i c h t m o g e 1 ij k b ij de scheppings- „orde blijft; maar bovenal dit: het heele vraag- „stuk, en heel onze houding, onder het licht van „het Evangelie te stellen, d. w. z. de scheppingsorde „op Jezus Christus te betrekken."

„Wat het eerste betreft, m.i. is aan periodieke „onthouding en aan praeventieve middelen de „voorkeur te geven boven absolute onthouding. „Niet alsof periodieke onthouding en praeventieve „middelen „idealer" zouden zijn. Maar het is beter „het geslachtsleven in onvolkomen vorm te „bewaren dan het geheel prijs te geven. Wie deze „zijde (n.l. de lichamelijke zijde van het huwelijk), „zonder de alleruiterste noodzaak er van losmaakt „breekt het huwelijk."

„Absolute onthouding is een Doopersch-sectari- „sche oplossing, die in het reformatorisch denken „nooit ingang had mogen vinden. Ze is het „slechtste ^^) wat op dit gebied denkbaar is."

„Tusschen periodieke onthouding en praeven-. „tieve middelen te kiezen is in het algemeen „nauwelijks mogelijk. Beide beteekenem een ernstig „tekort Dit tekort moet echter aan- „V aard worden. Waar echter periodieke ont- „houding om de een of andere reden ongewenscht „of onmogelijk is, i^) daar is in het algemeen het „gebruik van praevenlieve middelen b e t e r i*) dan „absolute onthouding."

„Met dit alles is niet gezegd, dat scheppingsgebod „en scheppingsorde hun geldigheid voor ons ver- „loren hebben. Scheppingsgebod en scheppings- „orde blijven de richtsnoeren van ons handelen, „maar hun kracht is gebroken door de vergeven- „de liefde, die in Christus ligt. Elke poghig de „scheppingsorde zonder meer als norm van „ons handelen te doen gelden beteekent een ver- „loochening van het Evangelie. Elke eUaiek, die „het scheppingsgebod niet onafgebroken op het „Evangelie betrekt, is een wettische, d. w. z. „een buiten-Christelijke, een heidensche ethiek."

Ten slotte betoogt Ds Diepersloot, dat zoowel de sdieppingsordinantiën als de absolute eischen der Wet door het Evangelie doorbroken worden. „Nergens", zoo zegt hij, „is de Schrift een strak „ „ordenings"-boek. Veel meer wordt juist, van het „begin tol hel einde, de kracht der verordeningen „g e b r o k e n door het E v a n g e 1 i e." (No. 23.)

Zie hier een korte uiteenzetting van deze nieuwe huwelijksmoraal, zoowel wat haar theoretische gronden betreft als wat aangaat haar uitwerking in de practijk. Op drie pijlers is zij gegrond, n.l. a. de scheppingsordinantiën zijn niet meer normatief; b. de eischen der wet zijn door het Evangelie gebroken en c. elke houding, die wij ten opzichte van de huwelijkselhiek aannemen, is een zondige houding.

Bij het critisch onderzoek van deze nieuwe hywelijksmoraal zullen wij ons daarom laten leiden door de volgende 3 fundamenteele vragen:

1.' Is het waar, dat de scheppingsordinantiën practisch niet meer normatief zijn?

2. Is het juist, dat de eischen der wet door het Evangelie doorbroken worden?

3. Is het waar, dat al ons doen en laten enkel en alleen een zondigen moeten is ?

Ten slotte zullen wij bij de beantwoording van deze 3 vragen gelegenheid krijgen er op te wijzen op welken bodem deze moraal rust, n.l. de z.g.n. dialectische theologie, meer in het bijzonder de ethiek van Brunner.


1) Huwelijksdoel en Periodieke onthouding. Roermond, 1933.

2) In inter-kerkelijken zin.

3) Anglicaansche Staatskerk.

4) Het monogame huwelijk. Amsterdam, 1933, blz. 73.

5) Het is teekenend, dat onder verschillende kerkgenootschappen de R. K. Kerk zoowel door de Neo-Malthusianen als door anderen altijd weer de meest krachtige tegenstandster wordt genoemd. Heeft ons. Gereformeerden, dit ook iets te zeggen?

6) Eigenlijk is dit reeds geen verschil meer ten opzichte van de Neo-Malthusianen, want ook dezen beschouwen de voorbehoeding als een „noodzakelijk kwaad".

7) Vgl. B. Premsela: Bewuste regeling van het kindertal. Amsterdam, 2e druk, blz. 59.

8) Veelal noemt men in dit verband ook nog de periodieke onthouding. Principieel maakt dit echter geen verschil, want in de geschriften van den Nieuw-Malthusiaanschen Bond wordt met nadruk beweerd, dat, indien deze methode inderdaad zekerheid geeft, zij niet zullen aarzelen haar in hun middelenreeks op te nemen!

9) Malthusianisme, omdat zij geboortebeperking tot doel heeft; Neo-Malthusianisme, omdat zij als middel anticonceptioneele middelen aanraadt; Christelijk Neo-Malthusianisme, omdat zij haar uitgangspunt uit het Evangelie neemt.

10) Twee geschriften over geboorteregeling. Woord en Geest, Ue Jrg, No. 16—23.

11) Spatiëering van ons.

12) Spatiëering van ons.

13) En dat zal practisch wel altijd het geval zijn, gezien de onzekerheid van de methode Ogino-Knaus. (Vgl. Dr A. C. Drogendijk: Geboortebeperking door Oginoïsme? Kampen, 1936.) Nog onlangs lazen wij daarvan een merkwaardig bewijs. In Amerika hadden eenige dames een schadevergoedingsproces ondernomen tegen een arts, omdat de methode Ogino-Knaus, welke hij haar als voorbehoedmiddel had aangeraden, niet veilig was gebleken! (Ned. Tijdschrift V. Gen., 28 Maart 1936).

14) Spatiëering van ons.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1936

De Reformatie | 8 Pagina's

HOOFDARTIKEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1936

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken