Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

HOOFDARTIKEL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HOOFDARTIKEL

9 minuten leestijd

Pinksterarmosds en Pinksterrjjkdora.

Ook op den Pinksterzondag doet de kerk des rieeren belijdenis van liaar algemeen en ongeitwijfeld christelijk geloof. En zij spreekt liet dan weer uit, bij monde van een van haar ambtsdragers: Ik geloof in Jezus Christus, Godis eenig|geboren Zoon, onzen Heere; ... geboren uit de maagd Maria; ... Die gekruist is, gestorven en begraven, ... wederom opgestaan uit de dooden; opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods. Met het geloovig uitspreken van deze woorden doet de kerk tevens belijdenis van haar geloof in de eenheid en den voortgang van de heilsgeschiedenis. Zij belijdt toch niet los-op-zichzelfstaande feiten zonder meer, maar zij gelooft, diat liet eene heilsfeit zonder het andere niet te denken is, en dat elk heilsfeit met het voorgaande en het volgende in onlosmakelijk verband staat.

Maar zoo moet ook dp dienst dies Wioords op dien dag getuigen van den voortgang en de eenheid van de heilshistorie. Daardoor wordt het oog ontsloten voor de armoede, m, aar bovenal voor het rijke, dat het Pinksterfeest ons geeft, in vergelijking met de voorgaande feesten.

"Wij willen daar iets van zien.

Er is dikwijls over het Pinksterfeest gesproten als over „het arme feest". Zulk spreken kan goed bedoeld zijn. In menig geval zal men met deze uildrukldng den verkeerden kapt uitgaan en er een verkeerden inhoud aan geven, maar toch isf dezie uitdrukking zonder meer niet afkeurenswaardig.

Het Pinksterfeest is arm... aan teekenen! Dit valt dadelijk op^ als wij dit feest plaatsen naast de beide vorige groote feesten: Kerstfeest en Paschen. !

In den Kerstnachl is dit het woordi van den ongel tot de herders in het veld: „Dit zal u het teeken zijn: gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden, en liggende in de kribbe". En ajs de herders straks bij de kribbe komen, vinden zij inderdaad een echt Kindje van vleesch en bloed, gewikkeld 'in doeken.

Met Paschen is het niet anders. De engel, die de opstanding van Christus bekend maakt aan de vrouwen, zegt nadrukkelijk tot deze discipelinnen: „Ziet de plaats waar zij Hem gelegd hadden." De vrouwen hooren niet slechts het woord vajn den engel, zij mogen zich ook overtuigen van het feit, dat het graf ledig is en de do oden windselen samengebonden.

Het Pinksterfeest is echter arm; aam teekenen. "Wel worden gezien verdeelde tongen a(ls van vuur en wel wordt gehoord het geluid ajs van een geweldigen gedreven wind, maar het is geen vuur SU het is geen wind. Het zijn tongen als van vuur en het is een geluid als van wind. De ton_gen, die gezien worden, zïjn het beste te vergehjken met 'n.w en het geluid, dat vernomen wordt, kan ïiergens beter bij vergeleken worden, dan bijj het geraas van den stormwind.

Zoo is het Pinksterfeest arm. Als God echter op den Pinksterdag aan Zijn kerk niet langer de prediking geeft: „Dit zal u een teeken .zijn", dan manifesteert zich daarin reeds de rijkdoimi, die de kerk in den diepsten grond bezit. De kerk des Heeren zaj het teeken niet meer behoeven. Zij zal het voortaan zonder teeken kunnen stellen'.

Is dus het feit, dat het Pinksterfeest in veelheid van teekenen achterstaat bij de vorige feesten, eigenlijk reeds een blijk van zijn Rijkdom, die rijkdom schittert ook verder naar alle zijden.

Het Pinksterfeest is allereerst een groote rijkdoan voor Christus zelf. Hoe arm en hulpbehoevend is Chi'istus ter wereld gekomen! Zoo diep heeft Hij Zichzelf vernederd, dat Hij niet eens getuigen kon van de Zaligheid, die Hij kwam brengen. Een engel moest neerdalen van den hemel om het Evangelie aan de menschen te boodschapipen. Een engel moest zeggen: „Ziet, ik verkondig u groote blijdschap"

Dat kon Christus zelf niet doen.

Met Paschen komt er een groote verandering in zijn optreden. Op den Paaschmorgen spreekt de Verrezen Christus aanstonds zelf. Hij spreekt Maria Magdalena aan bij het graf. Hij^ richt zich tot de vrouwen, die met de boodschapl van den engel zich naar de stad terug haasten en zegt tot hen: „Weest gegroet!" Hij komt persoonlijk in den discipelenkring en doet Zijn Woord tot Zijn jongeren uitgaan. Maar toch is er een beperking, Christus spreekt wel, maai- Hijj riciht zich tot de Zijnen alleen. Hij zoekt na Zijn opstanding alleen de geloovigen op. Dat verandert met Pinksteren. De apostelen spreken op Pinksteren. Petrus houdt een machtige rede. Maar wij moeten boivenal Christus op den Pinksterdag hooren spreken. Christus spreekt nu door Zijn apostelen. Een engel zal het evangelie niet meer brengen, — als op Kerstfeest —• de Heere zal de blijde boodschap niet meer doen uitgaan met Zijn menschelijke stem, —t als op Paschen — neen, voortaan zal Christus spreken door Zijn ambtsdragers! De Heihge Geest wordt uitgestort en die Geest drijft de discipelen aan om te spreken van de groote werken Gods, om te getuigen van de opstanding van Jezus Cliristus uit de dooden. En niet slechts tot de gelóóvigen richt Christus zich op dien dag door middel van Zijn ambtsdragers. Ook tot vele anderen. Nu is het oogenblik aangebroken, waarop het evangelie in de wereld zal uitgaan en gehoord en geloofd zal worden door velen, die nog nooit tevoren vernamen van den Christus der Schriften. Nu zullen de discipelen uitz-wermen in alle richtingen tot ver over de grenzen van het land om overal te roepen tot geloof en bekeering.

Laat iiet anders gezegd worden — wij willen immers den rijkdom van Christus zien — Jezus Christus gaat met Zijn evangelie de wereld door. Hij overschrijdt de grenzen van Palestina; Hij doet Zijn Woord hooren in de Synagogen en op .de markten; Hij brengt beroering in Klein-Azië en later in Griekenland.

Zoo bezien is het feest van de uitstorting van den Heiligen Geest een ontzaglijke verrijking voor Christus zelf. Maar zoo is ook elke nieuwe herdenking van het Pinksterfeest een nieuwe rijkdom voor Jezus Cliristus. Het evangelie zal dan door middel van de ambtsdragers en door den trouwen arbeid der kerk aan andere menschen en op andere plaatsen gebracht worden. Nieuwe mogelijkheden tot verbreiding van het evangelie zullen zijn gevonden en tevoren niet benutte gelegeiüneden zullen worden aangegrepen. Andere landen, onbekende streken zullen worden bezocht. De leden der kerk zuUen hun gaven geven tott den voortgang van het werk der prediking en de zendeilingen zullen een nieuwe landstaal bestudeeren am in duisternis van afgodendienst levende volken te prediken het Licht der wereldl. En bij de gettrouwe verkondiging van het evangelie der zaligheid zullen steeds weer anderen, evenals Lydia in Filippi, acht geven op het Woord dat gespro, ken wordt (Hand. 16:14), en gelooven in Jezus Christus als hun Heiland en Heere. De Heere zal de harten openen en doode harten tot nieuw leven wekken. Zoo wordt het Koninkrijk Gods uitgebreid en de koningsmacht van Jezus Christus versterkt.

Maar dan is de vervulling] van den dag van het Pinksterfeest ook een groote rijkdom voor de kerk! Ook bij Christus' geboorte zijn de geloovigen actief geweest. „De herders keerden wederom, verheerlijkende en prijzende God over alles wat zij gehoord en gezien hadden." (Luc. 2:20). Simeon nam het Kind Jezus in de armen, en loofde God. (Luc. 2:28). De Wijzen uit het Oosten zijn gekomen en hebben het Kindeken aangebeden, (Malth. 2:11).

De herders en Simeon en de Oostersche Magiërs staan echter los naast elkaar. Zij hebben elkaars loflied wellicht niet gehoord en van elkaars aanbidding van het Kind Jezus niet geweten. Het kerkverband ontbreekt dan nog.

Met Paschen komt deze verhouding in een ander stadium. De Vorst des Levens doet na Zijn opistanding alles om Zijn gemeente bijeen te drijven en bijeen te houden. De vrouwen, die uitgegaan zijn om het graf te bezien en die de prediking van de opstanding van Christus het eerst vernemen, mogen de boodschap niet voor zichzelf behouden, maar moeten zich zoo spoedig mogelijk bij de andere discipelen voegen. Petrus, die zich. diep schaamt over de verloochening van zijn Meester, wordt opgezocht en naar den broederkring teruggeleid. "Thomas, die zichzelf isoleerde, wordt uit de banden der zonde bevrijd! en vmdt nieuwe aansluiting bij de andere discipelen. Christus drijft de Zijnen bijeen en bindt hen samen.

En de volgelingen van Jezus Christus hebben dit verstaan! Op den dag van het Pinksterfeest is de samenbinding volkomen. Dan zijn er geen geïsoleerden meer en dan is er niemand, die zich afzijdig houdt. Dan zijn er geen eigenwillige zoekers en geen afdwalende schapen. Dit is die schoone irtzet van Pinksteren: „En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtig bijeen. En zij werdten allen vervuld met den Heihgen Geest".

Ja, de rijkdom is op het Pinksterfeest wel heel groot voor de kerk des Heeren! De herders in Betlilehem hebben alom bekend gemaakt het woord, dat hun van Jezus gezegd was. Maar wij hooren daarna niets meer van hun prediküig. De Oostersche Magiërs zijn na de aanbidding stil weer vertrokken. Bij de opstanding zijn ons meer woorden van Christus dan van Zijn discipelen opge^ teekend. De kudde wordt bijeengebracht, maar spreken doen de discipelen nog niet in het openbaar van de groote werken Gods, .

Op Pinksteren echter beginnen zij allen te spreken in andere talen, zooals de Geest hun geeft uit te spreken. Nu hooren zij van elkaar het evangelie der zaligheid. Nu hoort de wereld verhalen van het heil, dat in Christus is. Nu maken allen bekend het woord, dat hun gezegd is van dit Kindeken, dat verhoogd is aan 's Vaders rechterhamd!

En die kerk, die op den Pinksterdag als een eenheid getuigt van naar Heiland en Heer, zal daarmee voortgaan, totdat het oogenblik is aanr gebroken, waarop de groote schare, die niemand tellen kan, uit alle natie en geslacht; en volk era taal staat voor den troon en voor het Lam en met groote stem roept: „De zaligheid zij onzen God' die op den troon zit en het Lam!" (Openb. 7:9, 10).

Naar dat oogenblik strekt de gemeente van Christus, bij elke nieuwe herdenking van het Pinksterfeit, zich uit met groot verlangen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 14 May 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

HOOFDARTIKEL

Bekijk de hele uitgave van Friday 14 May 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken