Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

HOOFDARTIKEL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HOOFDARTIKEL

8 minuten leestijd

De grond voor ons weten.

I.

Er bestaat nog altijd verschil vaa zienswijze in gereformeerden kring over de vraag: Hoe komen wij tot de zekerheid, dat de Heilige Schrift Gods Woord is?

De één zoekt den grond der verzekerdheid dat de H. Schrift het Woord van God is aan de zijde van den mensch, het kennend' subject, in het z.g. getuigenis des Heihgen Geestes in ons hart, of het testimonium Spiritus SancÜ internum.

De ander meent de zekerheid van deze kennis te verkrijgen dooir het object i), de H. Schrift zelf, die als „van God ingegeven" (2 Tim. 3:16) het van buiten af tot ons komende getuigenis des Heiligen Geestes, of het testimonium Spiritus Sa, ncti externum mag heeten.

De laatsten, waartoe ook schrijver dezes behoort, ontkennen daarmede allerminst de aanwezigheid va, n een getuigenis des H. Geestes, die, volgens 1 Joh. 5:6, de getuigende W a a r - keid is, in het hart.

Zooals toch ons oog beantwoordt aan het zonlicht buiten ons, zoo werkt in den wedergeboren mensch voor het verstaan van de openbaring Gods, die va, n buiten af tot ons komt, de H. Geest, die in ons woont, verlichtend en overtuigend.

Maar zoomin als de grond voor de kennis van liet licht gelegen is in hel oog, zoomin ligt ook de zeberheidsgrond van het feit, dat de Schrift Gods Woord is, in hel subject, d.i. aan de zijde van den mensch. Daarom moet, volgens degenen, die aldus redeneeren, het inwendig getuigenisi des Geestes niet opgevat worden als een bijzonder, of speciaal getuigenis, dat aangaande de Schrift van te voren zou zeggen: zij is Gods Woo^rd'.

Het inwendig getuigenis des Heiligen Geestes houdt verband met heel den wedergeboren mensch, doch dit speciale zegt het niet. 2) De verzekerdheid^ dat de H. Schrift Gods Woord is, woirdt dan ons deel door het gelooven van de Schrift, 'die het zelf zegt. Da.n gelooven wij God, Die het in de Schrift getuigt, en vinden de zekeï!heid van haar goddelijkheid objectief buiten ons in de H. Sclirift zelf.

Is dit ZOO', dan bevinden zij, die hun zekerheid aan de zijde van het subject zoeken, zich op het gevaarlijke spoor van het subjectivisme, al bewaart hun vasthouden aan de waarheid van de inspiratie der Schrift hen gemeenlijk voor de consequenties daarvan.

In een tijd, waarin ernstige beschuldigingen van afwijking van de gereformeerde belijdenis geuit worden aan het adres van hooggeachte broeders, van een zijde die gezaghebbend moet worden genoemd, in een reeks brochures, stemt het schrijver dezes tot gerustheid, dat de knots gezwaaid wordt tegen mannen, die „biblicisten" en „object! vis ten" worden geheeten.

Is er van „isme" bij hen werkelijk sprake, dan is ernstig toezieii dringend geboden. De brochures mogen daartoe opwekken. Maar hun afwijking ligt dan toch, gelukkig, rechts, d.w.z. aan den behoudenden kant.

Veel erger zou het zijn, wanneer ze vervallen waren in het tegenovergestelde uiterste, n.I. van „dogmatisme" en „subjectivisme". Degenen toch, die op di t spoor zijn, loopen gevaar de H, Schrift als norm te verliezen, en in plaats daarvan, den mensch als maatstaf te nemen. Dan komen uitspra, ken van menschen in de plaat'; van 't levende Woord Gods, en de dogmatiek loopit gevaar in scholastiek te verzanden.

Wordt het testimonium des H. Geestes in den zin van een getuigenis in den mensch, in het subject, dat van te voren zeker maakt, dat de H. Schrift Gods Woord is, door de Schrift nie t geleerd, dan is deze leer evenals de poging om haar door ba trekken tot het algemeene terrein, bij voorbaat met recht als subjectivisme te qualificeeren.

Het dogmatisme is in wezen ook sujectivisme. Zeer ten onrechte wordt het als objectivisme gedoodverfd.

Immers het theologisch dogma, dat met recht op den naam dogma aanspraak maakt, is logisch afgeleid uit de Sclirift en stemt met haar overeen.

Maar hel nabouwende dogmatisme zoekt niet naar waarheid, doch legt allen nadruk op de formuleering.

Ja, het gaat verder, en is geneigd voor dogma te houden wat geen dogma is, doch slechts meening van menschen aan wie gezag wordt toegekend. In dezen zin is het „dogma" altijd subjectief en dogmatisme dus subjectivisme.

Maar als zoodanig komt het nog veel scherper uit, wanneer de dogmatist den zoeker naar waarheid gaat bekogelen met uitspraken van gezaghebbende personen of zelfs met woorden; uit de beUjdenis, waarvan de wijze van gebruik den indruk maakt, dat ze als treffers zijn bedoeld, of ook, wanneer eenmaal geijkte formuleeringen en onderscheidingen, hoewel ze onzuiver zijn, toch worden opgedrongen.

De theologie als „regina scientiarum" ^) behoort haar leidende plaats met zeer groote wijsheid te vervullen. Maar vooral moet zij zich wachten voor dogmatisme, opdat zij zichzelf niet make tot een struikelblok voor andere beoefenaars der wetenschap', die evenzeer een heilige taak hebben.

Subjectivisme en dogmatisme missen ware kracht en brengen aan het gezag der theologie onberekenbare schade toe.

Daarom is het, ter opklaring in den troebelen strijd der meeningen, zeer waarschijnlijk niet ondienstig, dat een grondkwestie wordt behandelde, die op breeder terrein voert, dan de aanhangige geschillen, maar die er toch onmiddellijk mee in verband staat.

Het ligt wel eenigszins voor de hand, dat de vraag naar de zekerheid van de H. Schrift als Gods Woord, die beantwoO'rding vindt in de leer van het getuigenis des H. Geestes, doorgetrokken wordt tot een vraag naar den zekerheidsgrond van onze kennis op het algemeene gebied.

Bij het beantwoorden daarvan bevinden we ons meer op philosofisch terrein.

We kunnen dan verstaan, dat de gedachte opkomt, om onderscheid te maten tusschen een testimonium Spiritus Sancü speciale, zekerheid verschaffend dat de H. Schrift Gods Woord is, en een testimonium Spiritus Sancti generale, dat de vaste grond van ons weten in 't algemeen zou zijn.

Nu heeft Dr V. Hepp, die het zooeven in 't licht gestelde subjectieve standpunt, inzake het speciale getuigenis des H. Geestes huldigt, deze lijn vap het speciale naar het generale terrein doorgetrokken, en wel in zijn proefschrift: „Het Testimonium Spiritus Sa, ncti, eerste deel: het Testimonium generale" (1914).

Hij spreekt daarin van dit speciale getuigenis als van een dogma, en zonder het te bewijzen gaat hij daarvan uit. Hij noemt dat aan de zijde van het subject gelegen getuigenis den grond van onze zelierliei'd, da, t de Schrift Gods Woord is. Ook bij doortrekking va, n de lijn naar het algemeene terrein komt de gr o nd der zekerheid voor ons weten, volgens hem, dus te liggen a, an den kant van het subject.

Wanneer ik nu mijn stelling: de zekerheids.grond va, n al ons weten is gelegen aan de zijde van het object, wil uitwerken, dan ikom ik dus in conflict met de leer door Dr Hepp aangaande het generale getuigenis ontwikkeld.

Mijns ondanks moet mijn betoog zich dns vOiOr een groot deel richten op wederlegging van het boek van Dr Hepp.

Waar 'tonder ons evenwel gaat om de waarheid, en hier zulk een allerbelangrijkst punt aan de orde is, kan de belangstelling in zijn werk en een zake-lijke beschouwing daarvan, ook Dr Hepp niet anders dan welkom zijn.

Misschien zal Prof. Hepp er aanleiding in vinden^ om het tweede deel van zijn werk, dat zal handelen over het Testimonium spe ei al e, en dat naar mijn bescheiden meening het eerste deel had moeten zijn, in te licht te geven.

Wanneer dit deel overtuigend is, dan zal met het verschijnen daarvan, mijn critiek principieel weerlegd zijn.

En immers in 1914 reeds lag, zooals Dr Hejjp in de inleiding ons verzekert, dit deel, „tot in onderdeelen uitgewerkt, gereed".

Het verschenen deel, zooals het er nu al zoovele jaren ligt, bevat ©en niet gegrond betoog.

Het moet nog worden waargemaakt

Al is de verschijning reeds verscheidene jaren geleden, het onderwerp is uiterst gewichtig en nog even actueel.

Dit blijkt ook uit het feit, dat Dr Hepp zich meermalen op dit werk beroept. *)

Voor hem is dit „Testimonium generale", dit algemeene inwendige getuigenis des H. Geestes, 'de zekerheidsgrond voor ons weten.

Het geeft dus de zekerheid der wetenschap.

Welnu, degenen die het met hem in dit stuk niet eens meenen te kunnen zijn, en ook zijn medestanders, hebben er recht op', dat het eindelijk: eens nader wordt gefundeerd.

De schrijver mag ook niet eischen, dat op grond van het feit, 'dat het werk nog niet compleet is, met fundamenteele critiek langer wordt gewacht.


1) Het woord „object" (en „objectief") wil zeggen: het bestaat onafhankelijk van het menschelijke „subject". Tegen de scherpe doorvoering van de tegenstelling objectief en subjectief kan terecht eenige bedenking worden aangevoerd. Men dient in het oog te houden, dat objecten zich alleen in den kosmos, de geschapen wereld, bevinden, en dat het woord dus niet mag toegepast worden op God en Zijn wetten. Ik meen echter, dat deze termen in onzen kring wel verstaan worden, en dat het dus niet noodig is, ze te omschrijven of te vervangen door „voorwerp (elijk)" en „onderwerp(elijk)". Bij de behandeling vau een onderwerp als het Onderhavige, mag zeker wel op eenige clementie van den ^^^r worden gerekend, wanneer een staande uitdrukking •aoeilijk kan worden vermeden.

2) De onderscheiding tusschen een speciaal inwendig getuigenis des Heiligen Geestes in dezen zin bedoeld en een generaal getuigenis des Heiligen Geestes eveneens inwendig, dus subjectief, moet dan ook als onzuiver en zelfs ^Is foutief bij voorbaat worden gewraakt.

3) Koningin der wetenschappen.

4) Zelfs nog in zijn derde brochure, pag. 21.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 mei 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

HOOFDARTIKEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 mei 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken