Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

ZENDING EN EVANGELISATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

ZENDING EN EVANGELISATIE

10 minuten leestijd

Het Mysterie der godzaligheid.

III.

3e. Hoe aarde en h e mei z ij n o n t s 10'ten. Er is nog meer gebeurd. Dat ook tot het mysterie der godzaliglieid behoort. De Zoon Gods is als Middelaar in ons sterfelijk vleesch ingegaan, en heeft zich door Zijn Middelaarswerk onsterfelijkheid verworven. Dit is als evangelie door de engelen gezien, en door de heidenen gelioord. Maar nu ook nog dit: Het is geschied, en liet gescliiedt nog dagelijks, dat engelen en menschen er de Gode welbehaaglijke conclus.ie uit trekken. De engelen immers „nemen den Middelaar Gods op in hun heerlijkheid", en er zijn menschen op aarde, die hun 'harten voor Hem ontsluiten in een waar geloof.

Wiant gelooven, d.i. ons hart open houden voor onzen Middelaar. Dan heeft Hij toegang tot ons; dan woont Hij, dan wérkt Hij in ons. Dan geldt van ons: Ik leef niet meer; de Christus leeft in mij. Och, een geloovige klaagt nog wel: Wie zal mij, ellendig mensch, verlossen uit het lichaam dezes doods, uit m'n sterfelijk, zondig vleesch? Ik dank God door Christus Jezus, onzen Heere: Hij verlost ons uit dat lichaam, en maakt van ons geestelijke menschen, in wie niet de verderfelijkheid, doch het eeuwig leven reeds overheerscht. Plet is een gelóófszang: Dood, waar is uw prikkel, helj waar is uw overwinning? De prikkel nu des doods is de zonde, en de kraöht der zonde is de wet. Doch, Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onzen Heei-e Jezus Cliristus. Dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen; en als dit verderfelijke onverderfelijklieid zal hebben aangedaan, dan zal geschieden, zooals geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning. Het herschapene vergaat nimmermeer. Nu, dat begint reeds met hei geloof in den Middelaai-. Want gelooven is het kennen met ons hart van God en van Jezus Christus, Dien God gezonden heeft. Daar begint het eeuwig leven mee: „Wie in den Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven".

En wanneer ons hart voor den Middelaar open staat, dan staat eigenlijk heel de schepping voor den Middelaar en dus voor God Drieëenig open. Want de mensch is het hoofd der schepping. Door het gelooven van de kerk gaat heel de schepping zich weer voor God ontsluiten, zooals door het ongeloof van Adam en Eva heel de schepping onder de vloek kwam, wijl ze zich in Adam voor God had toegesloten.

Neen, nu gaat het niet meer over de prediking, noch over de zending. Maar nu gaat het over hét werk des Heiligen Geestes in de opening onzer harten.

Dat werk des Geestes volgt op de prediking: „Hoe zullen zij gelooven, indien ze niet gahoordi hebben; en hoe hooren, indien hun niet gepredikt is? " Maar het werk des Geestes volgt dan nog niet uit die predikmg. Waar geen dienaar des Wloords, geen zendeling komen kan, daar hertschept de Heilige Geest het geüoof.

En dus zegt de apostel Paulus ons hier, dat (hij niet één heiden heeft bekeerd, en niet één zondaar in de wedergeboorte heeft gebracht. Hij heeft enkel mogen zien, da, t er van zijn hoordters tot het geloof gekomen zijn, zooals Lydia, wier hart' door God geopend was, opdat zij het Woord der prediking zou aannemen. Hoe zouden wij, menschen, ook kunnen? Het geloof toch is niets minder dan de toesluitiag van ons hart voor den duivel, de uitbanning van den satan, en de ontsluiting van ons hart voor den HEERE God.

Dan zijn we weer bij Adam terug. De afval van God is begonnen met liet ongeloof in God, en het geloof in den duivel. Hij eindigt ook weer met het ongeloof in den didvel, en het geloof in God. Dan zitten we weer aan God vast. In de nieuwe gehoorzaamheid. Dan hangen we God weer aaUj hebben Hem lief, vertrouwen Hem. En dan eindelijk kunnen we weer zeggen: Hoe lief heb ifc Uw wet.

Niet één keer, maar eeuwig. Want het herschapene is sterker dan het geschapene. Omdat de Middelaar des Nieuwen Verbonds sterker is dan de eerste Adam. 'Hij heeft den dood achter Zich, en het eeuwige leven vóór Zich. Daarom hebben ook zij, die gelooven, den dood reeds achter zich, het eeuwige leven vóór zich. Want ze zijn in Christus Jezus geworteld en gegrond: één plant met Hem geworden. „Indien wij met Christus gestorven zijn, zoo gelooven wij ook, dat wij met Hem zullen leven, wetende, dat de Christus, opgewekt zijnde uit den dood, niet meer sterft: de dood heerscht niet meer over Hem. Alzoo ook gijlieden, houdt het daarvoor, dat gij wel der zonde dood zijt, doch Gode levende zijt in Christus Jezus, onzen Heere."

Maar nu nog iets. Want die vraag heeft men tegenwoordig actueel gemaakt. Paulus zégt nu wal, dat de Middelaar Gods is geloofd in de weredid, maar: hoe weet hij dat? Daar kan hij zich toch in vergissen? Het kon toch wel eens alles bedrog zijn? Wat garandeert Paulus, dat niet alle menschen, die hij ontmoet heeft, en die zeggen, dat ze gelooven, met een leugen in dfe rechterhand verdoemd worden?

Och ja, wij weten het weer beter dan Paulus. Hier hebben veel kerkmensehen, en dominees voorop —, weer een dieperen blik in de waarheid dan ja, dan God de Heilige Geest; dan Paulus, gedreven door den Heiligen Geest! Maar )weet u, hoe Paulus dat weet, dat de Christus geloofd is in de wereld? Dat er echt geloof is? Nu, heel eenvoudig: omdat het geloof openbaar is. Er zijn in de kerk niet openbaiie hypocrieten en verborgen geloovigen; maar er zijn openbare geloovigen en verborgen hypocrieten. Als het andersom was, ja dan had Paulus in onzen tekst gefantaseerd. Wie dUrft zich vermeten, zulks van den apostel Paulus te denken? W^iie [heeft u, o mensch, gesteld, om een rechter te zijn over het Woord van God in onzen tekst? Legt dan uw gedachten gevangen onder het Wioord des HEEREN, en geloof zonder bedenkingen, dat het geloof publiek, de hypocrisie verborgen is.

Het geloof is uit het gehoor. Vandaar het bevel van den Christus: „Predikt het evangelie aan alle creatm-en"; en: „wie geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; doch, wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden". Het Is den Heere in de verkondigtag van het evangelie o.m de ontsluiting onzer harten te doen. Maar wie zich aan de klem der prediking onttrekt, en zijn hart verhardt, .die zal verdoemd worden; d.i.: voor eeuwig aan den dood uitgeleverd. Uit de sterfelijkheid verzinkt hij in de verdoemenis.

Deze twee zijn de vruchten der zending. De één zoowel als de andere. O, ik kan begrijpen, dat er zendelingen zijn, die, zooals Jona, aan Gods roeping willen ontvlucMen. Want het humanisjne is onze tweede natuur. We staan ook in de zending voor de keuze: Wie de menschen lief heeft boven Mij, is Mijns niet waardig. Ja, Heere, Uw kerk gaat. Wij zullen prediken. Maar ons zwakke vleesch. En onze zondige liefde tot de wereld. Doch, om Jezus' wil. Om de eer en heerlijkheid van onzen Middelaar. De aarde ontsluite zich voor Hem en den Vader: zij ontsluite zach door het geloof der kerk.

Zal Christus, als Hij wederkomt, nog geloof vinden op de aarde? Ja, Hij zal het vinden, en heeft het reeds gevonden. Immers, de HEERE laat Zijn schepping niet los, maar Hij zal in haar verheerlijkt worden door het geloof van Zijn volk, dat Hij vergadert ook uit degenen, idie verre zijn. Wij hebben op ons Kerstfeest het arbeidslied van onzen Middelaar gehoord, bij Zijn geboorte door •ée engelen gezongen; nü gezongen door Jezus Christus Zelf: Eere zij God' in de hoogste hemelen, door den vrede op .aarde in de mensciien van Gods welbehagen, d.i. door het geloof in de wereld.

De engelen hebben het gezien, en ter harte genomen. Dat God in Jezus Christus den mensch weer met eer en heerlijkheid kroont, en hem opnieuw niet meer een weinig minder, doch boven de engelen heeft geplaatst. Daarom hebben zij Jezus Christus in de heerlijkheid opgenomen, en ook hun engelenrijk voor Hem ontsloten. Voor Hem en de Zijnen. W'ant wij zullen met den Christus over de engelen heerschen. Opdat in ons hemel en aarde zich voor God ontsluite.

Wij lieten in het begin de vraag rusten, waarin Paulus dit alles noemt met den naam van verborgenlieid. Daar is, in al, wat hij hier vermeldde, toch niets verborgens? Dan had er toch b.v. moeten staan: God is verborgen in het vleesch, is niet gerechtvaardigd in den geest; voor de engelen bedekt gehouden, onder de iheidenen riiet gepre^ dikt, door de hypocrieten in de wereld niet geloofd, en ook de hel houdt zich voor Hem gesloten Maar er staat juist het tegendeel: Het is alles openbaar. De Middelaar Gods is gekomen, en Hem is een Naam gegeven boven allen naam; engelen en menschen zijn tot getuigen gesteld^ en hemel en aarde hebben zich voor Hem ontsloten. Waarom dan een verborgenheid?

Intusschen: de vreeze des HEEREN heeft het mysterie, dat in den Middelaar Gods en der menschen tot ons komt, niet losgelaten. Deze verborgenheid is immers de liefde Gods. De apostel Paulus had ook kunnen schrijven: Alzoo lief heeft God Zijn schepping, dat Hij Zijn eeniggeboren Zoon gegeven heeft, dat de engelen Hem hebben gezien, de heidenen van Hem hebben gehoord, de wereld üi Hem heeft geloofd, en de hemel der heerlijkheid Hem heeft opgenomen. Want in ieder woord van onzen tekst komt de uitverkiezmg Gods ons tegen, en Zijn eeuwig welbehagen. Uit ieder woord blijkt het, dat God is, naar de apostel Peh-us schrijft, „de getrouwe Schepper". Hij wil in Zijn eeuwig welbehagen de uitverkiezing van Jezus Christus tot Middelaar der verzoening. Hij wil, naar Zijn welbehagen, de prediking onder de heidenen. Hij immers wil, dat alle mensdien zalig worden Hij ook wü de uitverkiezing dergenen, die gelooven mógen in Zijn Zoon.

Zoo staat ook achter, zoo werkt ook in dten zendingsarbeid de mtverkiezing Gods door. Zij is het hart der kerk. Zij is ook heit hart der zending.

Groot is deze verborgenheid. Maar wij, die het evaingelie moeten prediken, staan in diezie verborgenheid niet krachtens , ons ambt, doch slechts door de vreeze Gods. Alleen de godzaligheid kan in deze verborgenheid j-ust vüiden, en uit haar leven.

En daarom is , ook de arbeid der zending alleen naar Gods heilige , wet, wanneer we haar verrichten in de godzalige aanbidding van de liefde Gods in onzen Middelaai-. , Hij laat de werken Zijner handen niet varen. Hij gedenkt het verbond der werken en des levens. Vanwege dit welbehagen Gods in Zijn verbond zal de predildng des evangelies voortgang vinden tot aan de wederkomst van Jezus Christus; zal er geloof gevonden worden in de wereld. Vanwege dit welbehagen erkennen wij, staande bij de openbaring Gods in het vleesdh, bij Zijn prediking onder de heidenen, bij de gave van het geloof in de wereld: Wij zien het, maar doorgronden het niet.

De aanbidding van het welbehagen der liefde en trouw Gods is het laatste.

Daar eindigen wij ook deze predicatie mede: Gij toch, Gij zijt hmi roem, de kracht van hunne kracht; Uw vrije gunst aUeen wordt d'eere toegebraciht; Wij steken 't hoofd omhoog, en zullen d' eerkroon dragen. Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen; Want God is ons ten schild in tstrijdpierk van dit leven, , En onze Koning is van Isrels God gegeven. Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

ZENDING EN EVANGELISATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken