Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

UIT DE HISTORIE

6 minuten leestijd

Dr A. Kuyper over de Belijdenis.

III.

Het vorige artikel gaf ons in korte trekken Kuypers visie op het eigenaardige karakter eener kerkelijke belijdenis. Tevens kwam daarbij vanzelf aan de orde zijn opvatting omtrent den invloed der theologische wetenschap bij de opstelling — en dus ook bij- de interpreitaüe — ervan.

Van groot belang is het eveneens naar Kuyper te luisteren, als hij ons kleurig en duidelijk het typische gezag teekent, dat aan een kerkelijke belijdenis als zoodanig toekomt.

Hel is natuurlijk overbekend, dat Kuyper een zwaren strijd heeft moeten voeren om dat gezag weer tot volle gelding te brengen. Maar hij heeft 'cUen strijd eon amore en met den inzet van al zijn geweldige kennis en in de volle kracht van een diep gefundeerde overtuiging gevoerd. Want [hij wist, dat de erkenning van dit geza, g der belijdenis de volstrekte voorwaarde was voor het gezonde leven der door hem opgerichte Gereformeerde Universiteit en niet minder voor het tot stand komen der door hem zoo vurig begeerde reformatie der Kerk.

In het midden der vorige eeuw was er namelijk bij de overgroote meerderheid der orthodoxie een hartgrondige afkeer van de kerkelijke Formulieren van eenigheid. Van een bindend gezag daarvan wilde men niets weten. Hoogstens erkende men ze als eerbiedwaardige getuigenissen omtrent de geloofsopvattingen der oude Kerken uit de zeventiende eeuw. Maar een gezag der formulieren — en dan een gezag dat betreffen zou „alle artikolen en stukken der leer", en dan nog wel die artikelen en stukken „in alles": men rilde reeds bij de gedachte aan zooiets!

Tegenover die orthodoxie nu handhaaft Kuyper de stelling dat aan de Formulieren van eenigheid inderdaad zulk een gezag toekomt in de Kerk des Heeren. En in zijn schitterende studies „De Leidsche Professoren en de Executeurs der Dordtsche Nalatenschap" en „Revisie der Revisielegende" laat hij uitvoerig en nauwkeurig de historie spreken om dat gezag in aard en in omvang te schetsen.

Wanneer men die studies leest, valt het op, (dat Kuyper daarin vooral de Kerken zelf aan het woord laat komen. De Kerken, in hun wettige vergaderingen vereenigd, hebben die Formulieren aanvaard als accoordvan kerkelijke gemeenschap en die Kerken hebben eveneens zelf nauwkeurig aangegeven in wat voor zin en in welk een omvang aan die Formulieren bindend gezag toekwam.

Met groote kracht keert Kuyper zich dan tegen de Irenischen, die alleen wilden weten van een gezag wat betreft de „substantie", of, anders gezegd: „de geest en de hoofdzaak" der belijdenisschriften. Een dergelijke opvatting ontbindt het gezag der belijdenis volkomen. Ook vernieügt Kuyper met een keur van argumenten het sprookje, dat naar den wil der oude Kerken de Formulieren van eenigheid op iedere generale synode zouden moeten herzien worden.

Eigenlijk zijn deze geschriften een prachtige, boeiende adstructie van de „diepe en innig gereformeerde" opvatting, dat alleen Gods Woord regel en norma is wamieer uitgemaakt moet worden wat waarheid is, dat dus ook alleen Gods Woord regel is voor het geloof en dat eveneens alleen Gods Woord de consciëntie bindt; maar dat de Formuüereu van eenigheid regel en norma zijn, zoo dikwijls moet uitgemaakt worden wat leerver band is van de Kerken en dat die Formulieren derhalve zijn regel van onderwijs en prediking.

Wanneer men nu Kuyper's opvattingen üizake het gezag der belijdenis wil leeren kennen, moet men zijn geschriften uit de periode, waarin hij dezen strijd met de Irenischen voerde, bestudeeren. Dat wil dus zeggen: zijn studiën en Herautartikelen uit de jaren rondom 1880. Uit dien lijd gaan wij enkele uitspraken citeeren. Maar vooraf willen wij de aandacht vestigen op een belangrijk stuk uit Kuyper's beroemde „donfidentic". Dat is immers het boek waarin hij zijn kerkelijk program tot in finesses heeft ontwikkeld. In dit, reeds in 1873 verschenen werkje, geeft hij ook in korte trekken zijn kijk op de belijdenis weer. We brengen deze passage met te meer vrijmoedigheid weer naar voren, omdat „De Heraut" nog in 1920 zijn hartelijke instemming daarmee betuigde. Kuyper schrijft daar dit (p. 97/8):

Een Kerk zonder Belijdenis is een ridder zonder blazoen, een vloot zonder wimpel, een karakterlooze vereeniging, die niet weet of niet zeggen durft wat ze wil.

Een Belijdenis wensch ik dus en die Belijdenis scherp geformuleerd, althans in die Kerspelgemeente, waarbij ik mij zou aansluiten. Maar hos? Een belijdenis, die haarfijn alles omschreef en condificeerde? Lieve vriend, dat is de dood, dat is het werpen van een twistappel in de Gemeente, dat is letterzifterij kweeken en aftrekken van den heiligen dienst onzes Gods. Neen, een Belijdenis bevatte niets, dan datgene, waarvan men voor God betuigen kan, dat het afdoet ter zaligheid. Toch niet, om, is die Belijdenis eenmaal uitgesproken, ze voortaan onveranderd als wet te doen blijven. Wet des geloofs en des levens is mij alleen Gods Woord. Dat blijft, al het andere wisselt. Er is in elke Belijdenis te onderscheiden tusschen de zaak die men belijdt en den vorm, waarin dat beledene wordt uitgedrukt. Onveranderlijk blijve alleen het eerste, al het overige wissele naarmate God de Gemeente het inzicht, de gedachte en het Woord geeft. Slechts beginne men nooit van meet af, maar belijde zijn geloof steeds op de historische lijn, d.i. in aansluiting aan de Belijdenis der Vaderen, maar die zoo mogelijk beter uitgedrukt, Schriftmatiger bepleit, scherper tegen de ketterij ook onzer dagen gehandhaafd, en zóó uitgesproken, dat ze ons eigen geslacht een woord op de lippen legge, dat naar onze behoefte ons het scherpgewette zwaard reikt, om in den geestelijken tegenstand waaraan wij ten prooi zijn, met vaste hope en blijmoedig geloof pal te staan voor onzen Heer. Dat en dat alleen is Gereformeerd, „reformata reformanda". Ach, men kent den vrijen zin onzer Dordsche Kerkvaderen nog zoo weinig. Van repristinatie walgden ze. Hun blik doorzag de toekomst en als mannen des vrijen geestes hebben zij juist, die miskende en verguisde mannen, voortdurende reformatie ook op het stuk der Belijdenis gewild.

Stem ik dus volkomen de onderscheiding tusschen de Substantie en den Vorm der Belijdenis, zelfs tusschen een Quia en Quatenus toe, hierin verschil ik van vele broeders, dat ik óók dien vorm niet aan de gissing, aan den willekeur, aan den inval van den enkele wil overlaten, maar evenals de Substantie van de Kerk vraag, mits die vorm slechts niet versteene, maar de beweging van het gemeenteleven volge op den voet; en dat ik evenzoo de onderscheiding van het quia en quatenus niet aan elks goeddunken prijsgeef, maar ter beslissing opdraag aan de macht, die over allen en dus ook over den prediker staat: aan de Gemeente, sprekend in haar wettig, geestelijk, door het gebed geheiligd orgaan.

Kort samengevat kunnen we dus , Kuyper's hier gegeven betoog aldus resumeeren:

lo. Een Kerk moet een scherp geformuleerde Belijdenis hebben.

2o. Die Belijdenis bevatte slechts dat wat afdoet ter zaligheid.

3o. In die Belijdenis is te onderscheiden tusschen de zaak die beleden wordt en de wijze waarop dit geschiedt.

4o. Belijdenislierziening is soms noodig, maar ze gescliiede steeds in historische lijn, met erkenning van den onveranderlijken „inhoud" der belijdenis, gebruik makend van het diepere inzicht in Zijn Woord dat God aan de gemeente schonk en rekening houdend met den actueelen strijd der Kerk.

5o. Belijdenisherziening en bepaling wat hoofden bijzaak is in de Belijdenis geschiede aUeen door de Kerk zelf, samenkomend in haar wettige vergadering.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1940

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1940

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken