Bekijk het origineel

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

9 minuten leestijd

P. I. T.

In „De Hervormde Kerk", weekblad van den Hervormden Raad voor Kerk en Publiciteit, staat een stukje over het militaire thuisfront.

Dat stukje begint: „Er is dezer dagen een Proteslantsch Interkerkelijk front voor militairen opgericht, ingesteld door het interkerkelijk overleg. We juichen dit zeer toe".

We moeten dus goed verstaan: hier is niet aan de orde de vraag, of verschillende geloovigen, staande in het ambt aller geloovigen soms iets voor onze jongens en mannen in Indië kunnen doen en ook voor hun gezinnen thuis, bijv. door het oprichten en instandhouden van een militair tehuis, neen, hier zijn het verschillende KERKEN, die de handen ineenslaan om samen kerkelijk werk te doen. Het wordt dus zoo: die kerken willen als kerken broederlijk naast elkander gaan arbeiden. Dat beteekent, dat men de kerkvraag eenvoudig laat zitten. Dat wil zeggen, dat men ten eenenmale weigert ernst te maken met het Woord van den Heiland: Vader, Ik bid U, dat ze allen één zijn, uit het Hoogepriesterlijk gebed. We zullen goed moeten verstaan, dat achter deze dingen een bepaalde belijdenis omtrent de kerk staat, die met alles, wat we belijden in de drie formulieren van eenigheid, flagrant in strijd is. Hier is het valsche pluriformiteitsbegrip volkomen beleden en beleefd. We roepen op die manier de jongens niet meer op tot gehoorzaamheid aan Jezus Christus, de Heer, inzake hun houding ten opzichte van de kerk, maar we laten hier alle vragen zitten. We zien op die manier de zorg, die dé kerk voor haar schapen heeft, niet meer als een ambtelijken dienst. De kerk van Christus heeft als kerk zorg te dragen voor haar leden in den vreemde en dat is een opdracht, die ze in zijn vervulling met niemand kan deelen. Die kerk heeft ook de anderen, de verdoolde, de afgedwaalde schapen niet in hun dwaling te laten voortdolen, maar naar de mate der mogelijkheden, die ze heeft, de anderen te roepen tot de gehoorzaamheid aan Christus, ook inzake de kerk. We willen dan ook heelemaal niet onder stoelen of banken steken, dat wij ook in Indië willen arbeiden aan de VRIJMA­ KING van de kerk. De zaak van de kerk is ons geen spel, maar heilige ernst. Wij willen ernst blijven maken met het woord vergaderen van Christus. We weigeren mee te doen met den arbeid van verstrooiing door iemand als ds Verkuyl, die 's morgens in een geheel ander kerkverband staat te preeken dan des avonds en die dus heel rustig meewerkt aan het consolideeren van een verstrooide kerk.

Het stuk vervolgt: „Welke kerken, welke organisaties ontvangen deze opdracht? De Hervormde kerk, de Gereformeerde Kerk, de Doopsgezinde sociëteit, de Christelijk Gereformeerde kerk en de Remonstrantsche broederschap". Enkele regels verder:

„Hier wordt het meedoen, het samen verantwoordelijk zijn niet begrensd tot hen, die een gelijke confessioneele basis hebben, maar allen werden ingeschakeld, die als christenen den nood tegemoet willen treden. En Remonstranten en Gereformeerden naast Hervormden. Zoo moet het". Tot den arbeid onder de schapen van de kudde van Christus is dus niet meer noodig een gelijke confessioneele basis. Zou het niet tijd worden, dat men zich in dien kring eens bezinnen ging op de vraag, welke boodschap men dan wil brengen? Het niet hebben van een gemeenschappelijke confessioneele basis is wel de meest schrikkelijke en tot verderf leidende confessioneele basis. Hier is een onderstboven trappen van den strijd, dien onze vaderen gevoerd hebben in de jaren 1618 en 1619. Wat moet ik denken van den ernst van de Synodocraten, die hier zoo „ruim" zijn en die hier geen belangstelling meer hebben voor het handhaven van een onderstelde wedergeboorte (perfectum of futurum). Laat ons het goed zien: men stoot uit hen, die werkelijk Gereformeerd zijn en men geeft handjes in gemeenschappelijken arbeid aan Remonstranten en Doopsgezinden.

En dit alles leidt tot benauwde consequenties. We kunnen dankbaar zijn, dat bedoeld artikel niet schroomt het in klare en duidelijke taal neer te schrijven. „Zou het lukken hier inderdaad van de kerken uit opnieuw, als in oorlogstijd, een orgaan te scheppen, waardoor in een dringenden nood wordt voorzien, dan mag met klem de vraag worden gesteld of het bij dit eene terrein moet blijven. We denken aan de massa-jeugd, die ook in nood verkeert en die op de wijde wateren van het nihilisme zwalkt. We denken aan ons geheele in ontbinding zijnde cultuurleven, waarin veile genotzucht de heerschende stuwkracht is. Het zou een zegen wezen, als het thuisfront voor de militairen tot een breeder front werd uitgebouwd". We zien dus klaar en helder, waarheen wordt gestuurd. De geheele jeugd in één organisatie. We praten niet meer over cpnfessie, over principieele jeugdvorming; we verdoezelen het verschil tusschen de orthodoxie en de vrijzirmigheid, een verschil, waarin ook geen enkele verandering is gekomen. Gelijkschakeling is, wat de klok slaat.

Het eind van de geschiedenis is natuurlijk, dat er voor de gemeenschappelijke kerken geen enkele noodzaak meer overblijft als afzonderlijke „kerken" te blijven bestaan en de heele zaak wordt in elkaar opgesmolten. De kerk als werkterrein voor den Antichrist is georganiseerd. Dit pogen en streven staat den Antichrist wel aan en maakt het hem aan alle kanten gemakkelijk. Ik noem maar één ding: wat is het zoo een zegen voor den Antichrist, dat de voorstanders van de partij van den arbeid nu in de kerk rustig hun woord kunnen spreken. Christenen zijn het immers en die doen gemeenschappelijk werk en we bekommeren ons niet meer om de vraag, welke inhoud onze belijdenis in Zondag 12 aan het woord christen gegeven heeft. We hebben onder dat woord christen een geheel anderen inhoud geschoven.

We zullen ons terdege rekenschap moeten geven, dat ook in dat artikel staat: tot de organisaties, die deze opdracht aanvaarden, hooren ook het C.N.V. zoowel als de Vrijziimige Christelijke jeugdcentrale. Willen' de mannen van het C.N.V. deze nevenstelling «jens goed onder oogen zien? Is dat in overeenstemming met de oorspronkelijke bedoeling, waarmee, het C.N.V. werd opgericht? Aanvaardt men in die kringen de verdoezeling van de antithese zoo maar? Dan is er voor onze principieele menschen in dat C.N.V. geen plaats meer. Dan zal het moeten komen ook tot een vrijmaking van de sociale organisaties. Dan zal er ook bier weer moeten komen de roep, dat men in zön organisaties, ook in de verbanden, dien men zal aangaan; ' zal terugkeeren tot de schriften. Dat men zal gaan verstaan, dat Christus en Belial geen gemeenschap met elkander hebben. Hebben onze vaderen verkeerd gezien in het veroordeelen van het Remonstrajitisme ? Hoe wil men op die manier onze jonge menschen nog duidelijk maken, dat ze hier niet mogen trouwen met een ongeloovige, als men zulke verbanden met elkander aangaat. Men zal wel weer jammeren over dit artikel: moet dan alles kapot? Neen zeg ik u: u moet niet alles kapot maken, want u maakt alles kapot, als u gaat rukken aan de oorspronkelijke fundamenten van uw organisatie. Die wilden op het Woord gebouwd zijn. Die moesten en konden niet anders als grondslag hebben dan de belijdenis. Wat beloven jonge menschen bij hun belijdenis? Dat zij in deze belijdenis, dat is de belijdenis van de kerk, zullen volharden in leven en sterven. Welnu, dat volhouden houdt ook in, dat ze alle dingen verzaken en daar geen gemeenschap mee willen hebben, met alle dingen, die volkomen in strijd zijn 'met hun belijdenis. Hier is het C.N.V. ingeschakeld in een verband, waarin het niet hoort. Hier trekken vrijzinnigen en rechtzinnigen samen op. Meent men soms nog, dat men zoo bezig is te loopen met het oog op den oversten Leidsman van het geloof Jezus? Is Christus de Leidsman van dat gemeenschappelijk zaakje? Dan is heel de kerkstrijd van 1618 al veroordeeld. Dan moet men geen half werk doen: dan moet men met-pak en zak terugkeeren tot de Hervormde kerk. Onze kerken hebben een principieele houding aangenomen ten opzichte van het Interkerkelijk Overleg. Wij willen daar geen leden van zijn. We staan er ook niet bij in bovengenoemd artikel. Dan moet men niet onredelijk zijn: aan den eenen kant zeggen: er is plaats voor de vrijgemaakten bij ons en langs een omweg ze inschakelen in een verband, waarin ze niet willen zijn. Straks gaat men de consequenties natuurlijk ook trekken op het terrein van het sociale en economische leven. Het slot van het artikel laat daarover geen twijfel. Trouwens, we zien daarvan de tendenzen toch al duidelijk bij hen, die bij dat P.I^T. zijn aangesloten. Aanvaardt het C.N.V. een verband, waarin gewerkt wordt aan de grondslagen van eigen organisatie? Men zit op een vergadering samen in één verband en buiten de vergadering wordt door leden van die vergadering het C.N.V. afgebroken. Weet men niet meer, wat de Hervormde Synode gezegd heeft van het lid zijn van de christelijk sociale organisaties? Moeten de oogen hier niet opengaan voor het kapot maken van elke christelijke actie, waarbij men wel confessioneele grenzen wil laten gelden? Het is door en door droevig, dat het C.N.V. vandaag een leiding heeft, die zulke verbanden aangaat. Verder worden hier genoemd: Pro Rege en de Christelijke Boeren-en Tuindersbond. Laten we verstaan, dat wil dus zeggen, dat in die organisaties geen plaats meer is voor hen, die principieel afwijzend staan tegenover het interkerkelijk overleg.

We hebben de reformatie van de kerk in de mogendheid des Heeren aangevangen. We zullen de consequenties daarvan hebben te trekken. We zullen moeten zien, dat kerkreformatie vraagt om reformatie van heel het leven. Wie de kerk verwoest, verwoest

alle leven. Laat ons voortdurend den strijd aanbinden tegen een valsehe oecumenische tendenz.

Het gaat met het C.N.V., met Pro Rege, met de Christelijke Boeren-en Tuindersbond verkeerd. Men trekt het juk aan niet de ongeloovigen. Men ziet niet meer de gevaren van een alle christelijke actie en ondermijnende geestelijke strooming, die nu de leiding heeft in de Hervormde kerk. Men speelt het antichristelijke rijk in de kaart. Dat' is alles kapot maken. Dat is ten eenenmale de onmogelijkheid voor hen, die principieel willen leven, om verder mee te doen. Ik zal dan ook zelf de consequenties trekken in verband met Pro Rege. Ik heb gemeend, dat er nog een mogelijkheid was, om tenminste samen te arbeiden aan het oprichten en instandhouden van militaire tehuizen. Ik weet, dat er daarbij wel allerlei moeilijkheden waren. Het werd al moeilijk, toen men het werk ging uitbreiden tot het uitgeven van een gemeenschappelijke krant. Maar ik weiger op deze manier ingeschakeld te worden in een interkerkelijke samenleving, waarbij de antithese, door Christus in het evangelie gesteld, met voeten getreden wordt.

[Kan iemand eens PRECIES vertellen wat de „kerken" in dit „overleg" doen? Redactie.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 augustus 1947

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 augustus 1947

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken