Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Naar aanleiding van „Grootegast

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Naar aanleiding van „Grootegast"

7 minuten leestijd

III

We wilden ons juist zetten tot het schrijven van ons vervolgartikel, toen we van den Kerkeraad van Grootegast ter informatie ontvingen een afschrift van enkele stukken, van dien Kerkeraad, gericht tot den Kerkeraad der Chr; Geref. Kerk van Lutjegast en dien van Komhom en andererzljds van den Raad van Lutjegast (annex Kornhorn) aan den Raad van Grootegast. De Kerkeraad gaf ons verlof gebruik te maken van deze afschriften, indien het diehen kan om het kerkvolk de juiste houding te doen vinden ten aanzien van den gang van zaken in betrekking tot het kortstondig contact met die Chr. Geréf. Kerken, met welke een samensprektng gaande Is. We ontvingen dan:

1. Schrijven Geref. Kerk aan Chr. Geref. Kerk te Lutjegast d.d. 23 Maart 1949;

2. Schrijven Geref. Kerk aan Chr. Geref. Kerk te Korhom d.d. 25 Maart 1949;

3. Schrijven Chr. Geref. Kerk van Lutjegast aan Geref. Kerk van Grootegast, d.d. 28 Maart 1949. Hier volgen de afschriften:

Geref. Kerk Grootegast.

Grootegast, 23 Maart 1949.

Aan den Raad der Chr. Geref. Kerk te LUTJEGAST.

Eerwaarde Heren en Broeders,

Den Praeses van onzen Raad kwam gisteren onder ogen een artikel in „De Wekker" d.d. 11 Maart '49, dat als titel droeg: „Het juiste standpunt".

In dat artikel wordt verklaard: „De kerkeraad van Lutjegast zond mij het volgende" en dan komt daar een stuk, dat we ook gezien hebben In „Kerknieuws" d.d. 12 Maart '49, waaruit we mogen concluderen, dat U dat stuk aan heel de landelijke pers hebt willen doorgeven.

Onbekend met den auteur van dat betreffende stuk, hebben de kerkvisitatoren het als hun roeping geacht op dat stuk een nodige rectificatie te geven. Die nodige rectificatie kimt U vinden in de „Groninger Kerkbode" d.d.

20 Maart '49 en in „Geref. Gezinsblad" eveneens van dien datum (door ons blad uit Gron. Kb. dadelijk overgenomen, K. S.), Ook zij werden in Uw stuk met name genoemd aïs te hebben geholpen bij de „ingrijpende maatregelen, genomen door de Geref. Kerk ond. art. 31 te Grootegast-Lutjegast".

Onze Raad wil het u niet verhelen, hoezeer het hem spijt, dat U zo gehandeld hebt. Het is niet ten onrechte geweest wat we uitspraken tn ons schrijven aan U d.d. 9 Maart '49. „Wij menen, dat Uw Raad in dezen wel wat minder snel had moeten handelen". U neemt die broeders en zusters in Uw Kerkgemeenschap op „zonder eerst ook bij onzen Raad nadere informaties te hebben Ingewonnen omtrent de eigenlijke reden waarom zij kerkelijk dakloos geworden waren". U zendt een bericht de wereld tn, wat er helemaal naast is, immers de conclusies der kerkvisitatoren bij de derde samenspreklng worden daarin aangegeven, als waren het de conclusies der tweede samenspreklng.

Onze Raad betreurt het, dat U niet bent ingegaan op ons sclirijven d.d. 21 Febr. '49, waarin U als het ware bent uitgenodigd om nadere Informaties ten onzent In te winnen. U hebt die uitnodiging niet nodig geacht, zo moeten wij concluderen. Wij zien vandaag de gevolgen daarvan. Kerkelijk Nederland in de war gebracht door dit onjuiste artikel van Uw hand. De samenspreklng tussen belde Kerken in gevaar gebracht.

Onze Raad vraagt U bij dezen of ge bereid zijt dit bewuste artikel in te trekken als onjuist. En daarvan dan mededeling te doen aan den Hoofdredacteur' van „De Wekker" en aan den Redacteur van „Kerltnieuws".

Onze Raad zag gaarne deze vraag beantwoord vóór Vrijdagavond a.s.

Met heilbede en broedergroet,

namens den Raad der Geref. Kerk

w, g. Th. Hoff, Praeses.

w.g. J. L. Nieraeyer, Scriba.

Geref. Kerk Grootegast. Grootegast, 25 Maart 1949.

Aan den Raad der Clu-. Geref. Kerk te KORNHORN.

Weleerwaarde en Eerwaarde Heren en Broeders, Bij dezen willen wij U op de hoogte brengen van het door onzen Raad aan dien van de Chr. Geref. Kerk van Lutjegast gerichte schrijven d.d. 23 Maart j.l.

Op ons verzoek om vóór Vrijdagavond ons te antwoorden of de Baad bereid was het betreffende stuk, dat aan „De Wekker" (en naar alle waarschijnlijkheid ook aan „Kerknieuws") toegezonden werd, In te trekken als onjuist. Is tot hedenavond geen antwoord binnengekomen.

Als genabuurde Kerkeraad van dien van Lutjegast moge U daarvan m kennis worden gesteld, opdat U tezamen met Uw Praeses, welke naar wij menen van de Kerk van Lutjegast consulent is, zoudt kunnen spreken met den Kerkeraad van Lutjegast, opdat zo de waarheid ten spoedigste worde gediend.

Wij menen dat U een taak heeft In dezen uit hoofde van de gemeenschap der heiUgen en krachtens het kerkverband.

En wij wenden ons temeer daarom tot U, daar door dit in de pers opgenomen artikel de samenspreklng tussen Chr. Geref. en Geref. in het Westerkwartier belemmerd wordt.

Onze Raad zal n.l. niet spontaan kunnen gaan samenspreken met Uw Raad en dien van Lutjegast, zolang dat stuk daar nog ligt.

Wij hopen zeer, dat U alles zult willen doen om tot elkander te komen en niet van elkander verwijderd te worden.

Met heilbede en broedergroet. Namens den Raad der Geref. Kerk van Grootegast, ;

w.g. Th. Hoff, Praeses.

w.g. J. L. Nlemeyer, Scriba.

P.S. Wij zenden hierbij het Geref. Gezinsblad d.d. 19 Maart waarin „Een nodige rectificatie".

Chr. Geref. Kerk te Lutjegast. Lutjegast 28-3-'49.

Aan de Raad der Geref. Kerk (art. 31 K.O.) te GROOTEGAST.

Weleerw. en Eerw. heren en Brs.

Nog éénmaal een antwoord op Uw diverse missives aan onze Raad gezonden, welke naar ons oordeel deels juist, maar ook voor een deel onjuist van inhoud zijn.

Het lust ons niet, ze alle punt voor punt na te gaan, doch slechts enkele opmerkingen m het algemeen.

Het stuk dat U las over het „Conflict enz." Is In nauwe samenwerking tussen onze Raad en de uitgetreden Brs, en Zs. tot stand gekomen, omdat openbaarheid hiervan o.i.z. plicht was.

Aan Uw verzoek (ultimatum? ) tot herroeping hiervan kón door ons reeds niet worden voldaan, gezien de korte spanne tijds ons daarvoor gegeven.

Evenmin zijn wij daartoe bereid, omdat het in grote trekken juist en de feiten door heren kerkvisitatoren practlsch alle worden erkend.

Nadere bewijzen zullen alsnog wel worden gegeven. Indien opname in de pers zal plaats vinden.

Of U daardoor zal worden verblijd is een andere vraag. Uw beweren dat heel de Geref. Kerk (art. 31) van oordeel Is, dat er slechts „één ware Kerk is" enz., wordt reeds weersproken door Uw eigen predikanten, b.v. Ds B. A. Bos („De Roeper") en Ds Meima („Enigheid des Geloofs")!

Bovendien uit meerdere correspondentie met andere Geref. (art. 31) dpor ons ontvangen.

— Aangaande nadere „Samenspreklngen" het volgende: Meerdere malen heeft onze Raad ernstige pogingen aangewend om een Inleider te krijgen over het afgesproken onderwerp: „De prediking".

Echter al deze pogingen zijn tenslotte niet gelukt. Inmiddels namen wij kennis ook van hetgeen in de per.3 der Geref. (art. 31) werd geschreven en door anderen gezegd, o.a. van de Chr. Geref. Kerk.^

Hierdoor werd tenslotte het nut'van verdere samenspreklngen door ons in twijfel getrokken.

Op onze gecombineerde vergadering der Kerkeraden van Kornhorn en Lutjegast, is dan ook j.l. met algemene stemmen het volgende besloten:

Constaterende, met leedwezen, • dat door de Geref. (art. 31) In 't Zuidelijke Westerkwartier, door woord en daad, de basis, waarop verdere samenspreklngen nog zouden kunnen worden gehouden. Is weg genomen, geen verdere pogingen dienaangaande meer aan te wenden.

Aan onze Raad werd opgedragen U daarvan kennis te geven, aan welke opdracht wij bij dezen voldoen.

Tenslotte bevelen wij U aan te lezen wat Prof. J. J. V. d. Schuit In „De Wekker" van j.l. onder Correspondentie schrijft, waarmede onze Raad het eens is.

„J. V. te Den Haag letterlijk overgenomen)". (volgt het daar geschrevene

Met vr. br. groeten.

Namens de Kerkeraad der Chr. Geref. Kerk te Lutje-

(w. g.) F. A. HAiZENBERG, Voorz.

Tot zoover de ons gezonden stukken. Onze opmerldngen hopen we na dezen te vervolgen. Jammer, dat, waar op verzoek der Chr. Geref. deputaten zelf de officleele correspondentie met onze deputaten nog niet pubUek gemaakt wordt, ' men tegelijkertijd langs officieuze kanalen alvast dergelijke publicaties van Chr. Geref. zijde in zee zendt, die wel geruchten helpen doorsijpelen, maar geen zoden aan den dijk zetten.

K. S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 april 1949

De Reformatie | 8 Pagina's

Naar aanleiding van „Grootegast

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 april 1949

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken