Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Deformatie van het Heiligheidsbegrip; in de Roomse Kerk en Theologie - pagina 42

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Deformatie van het Heiligheidsbegrip; in de Roomse Kerk en Theologie - pagina 42

1. De Deformatorische ontwikkeling tot de Scholastiek...Vóór Augustinus - Augustinus - Dionysius pseudo Areopagita - Maximus Confessor en Johannes Scotus Eriugena...2. De Deformatorische Ontwikkeling in de Scholastiek...Anselmus van Canterbury - Albertus Magnus - Alexander van Hales - Bonaventura - Thomas van Aquino - Johannes Duns Scotus - Meester Eckhart - Willem van Ockham...

4 minuten leestijd

heiliging had Albertus het over: vergroting, bevestiging, heerlijkheid en gebruikte zelfs eenmaal daarbij het woord „effectief w o r d e n " (causa efficiens). De vierde heiliging is uitgesproken de finale (causa finalis). Terwijl Aristoteles het allereigenlijkste van de mens legt in de „het intelligibele schouwende dianoia", is het allereigenlijkste (het hoogste) in de heiliging van de mens volgens Albertus: „het schouwen door het intellect". In de sanctitas per essentiam ligt een verwijzing n a a r het metaphysisch karakter van de heiligheid. Merkwaardig genoeg krijgt de term „essentia" (to ti en einai) bij Aristoteles na een teleologische en een logische later een metaphysische betekenis. Deze essentia is het gezichtsveld voor het denken. Volgens Albertus zal het hoogste in de heiligheid (dit nadert dus, of is wellicht het zelfde als de sanctitas per essentiam) ook zijn een schouwen door het intellect. III. A l e x a n d e r v a n H a l e s Ons onderzoek is nu genaderd tot Alexander van Hales.130) W a t de anthropologie betreft heeft het vlees de mogelijkheid van voortduren en onbederfelijkheid alleen door de unie met de voortdurende en onbederfelijke vorm de anima rationalis. 131 ) Over deze anima rationalis zegt hij ook m ) : de volmaaktheid van het heelal is de anima der wereld; zo is de anima de volmaaktheid van het menselijk lichaam; de volmaaktheid is, dat de delen a a n de beweging onderworpen zijn. 133 ) Hij noemt de anima „onlichamelijke substantie". De anima heet „altijd in beweging", omdat „de anima altijd het lichaam zou bewegen als het lichaam altijd met h a a r verbonden was". M e t „Augustinus en andere heiligen en vele plaatsen uit de Heilige Schrift" zegt Alexander: „de anima is niet van God (goddelijk), maar is geschapen uit niets". De creatura rationalis zal de verdienste der heerlijkheid slechts hebben door eigen verdienste en door genade. O o k voor de val bezat A d a m gratia g r a t u m faciens (genade, die begenadigd maakt) zoals reeds de Magister (Lombardus) in zijn Sententiae leerde. Zo kon A d a m het kwade weerstaan en in het goede voortvaren. 1 3 4 ) Over de Praedeslinatie zegt hij 1 3 6 ): God zou niet rechtvaardig zijn, als Hij wilde, d a t iemand die zijn lib. arb. slecht gebruikt zou hebben, de zaligheid ontving. De praedestinatie heet „wil met voorwetenschap". Zo komt hij op de verhouding van goddelijke en menselijke wil. W e kunnen met onze goede wil iets anders willen d a n God wil. Weten we niet wat God wil, dan is onwetendheid een verontschuldiging. 139 ) Met de voluntas rationalis zijn we wel, met de voluntas sensualitatis zijn we niet gebonden aan hetgeen we weten, dat God wil. Het aan God tegengestelde weten is tweeledig: het weten, wat God wil en het weten wat God van mij wil. 13

) Doctoris irrefragabilis Alexandri de Haies ordinis m i n o r u m S u m m a theologica seu sie a b origine dicta „ S u m m a a fratris A l e x a n d r i " iussu et auetoritate R m i . P. Pacifici M . Perantoni totius ordinis l r a t r u m m i n o r u m ministri generalis studio et cura P P collegii S. Donaventurae ad fidem codicum edita. A d Claras a q u a s ( Q u a d r a c c h i ) p r o p e Florcntiam ex typographia collegii S. Bonaventurae M C M X L V I I I . ' " ) T o m . I p g . 80. >") T o m . II gp. 119-120. ,,a ) T o m . II pg. 336-387. » " ) T o m . I p g . 225. ' " ) T o m . I p s . 320. »") T o m . I p s . 409.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Reformatorische stemmen | 66 Pagina's

De Deformatie van het Heiligheidsbegrip; in de Roomse Kerk en Theologie - pagina 42

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Reformatorische stemmen | 66 Pagina's

PDF Bekijken