Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Deformatie van het Heiligheidsbegrip; in de Roomse Kerk en Theologie - pagina 39

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Deformatie van het Heiligheidsbegrip; in de Roomse Kerk en Theologie - pagina 39

1. De Deformatorische ontwikkeling tot de Scholastiek...Vóór Augustinus - Augustinus - Dionysius pseudo Areopagita - Maximus Confessor en Johannes Scotus Eriugena...2. De Deformatorische Ontwikkeling in de Scholastiek...Anselmus van Canterbury - Albertus Magnus - Alexander van Hales - Bonaventura - Thomas van Aquino - Johannes Duns Scotus - Meester Eckhart - Willem van Ockham...

3 minuten leestijd

stempel d a t op de materie gedrukt wordt en zo de materie vormt, stempelt, i.c. heiligt. E n d a n onderscheidt hij tussen wat heiligend en heilig is enerzijds en wat geheiligd en niet heiligend is anderzijds. Het eerste is het sacrament, d a t genade verleent, het tweede geldt v a n wat door een of andere zegening geheiligd wordt, m a a r geen genade verleent. Het laatste is in oneigenlijke zin heilig. Vanuit het vorm-materie-schema is heilig bij Albertus altijd actief. Behalve de reeds gememoreerde vierdeling in graad in de heiliging treffen we bij Albertus ook een driedeling in soort: communis, specialis, specialissima 1 0 8 ). De eerste (door het sacrament) verwijdert de schuld en verleent genade; stof tot zondigen en de geneigdheid daartoe blijft nog over. De tweede (door de genade v a n de H . G . ) verwijdert de schuld en de geneigdheid o m doodzonde te doen (Johannes d e Doper en J e r e m i a : in de moederschoot). De derde verwijdert de erfzonde (door een aparte genade) en de geneigdheid zowel tot doodzonde als tot dagelijkse zonde (de Heilige M a a g d ) . Al is de tweede (in de moederschoot) een hoger soort, er is toch een sterke poging de eerste (door het sacrament) de grootste betekenis te geven en de heiliging sacramenteel te binden: „ o m d a t het Doopsel een merkteken in de ziel drukt, de deur des hemels opent en de mens geschikt maakt voor de andere sacramenten". De heiliging in de moederschoot schijnt speciaal betrokken te zijn o p het monnikendom: J o h a n n e s de Doper „ o n t vluchtte de gemeenschap der mensen en leefde in de strengste boetvaardigheid". De laatste heiliging (de „bevestiging in het v a d e r l a n d " ) bestaat uit drie dingen: ten eerste een onscheidbare gehechtheid en verbondenheid van de rede a a n G o d ; ten tweede een onwrikbare onderwerping van de lagere vermogens van de ziel onder het gezag van de rede; ten derde een ononderbroken actuele gerichtheid van de gehele mens op G o d " . Uit deze omschrijving van de H O O G S T E sanctificatio blijkt wel overduidelijk de p u u r rationele, intellectuele instelling van Albertus. De Sanctificatio van Maria wordt nog weer als volgt onderscheiden: 1. Sanctificatio in de moederschoot: (a. verzoening der erfschuld; b. ingestorte genade; c. de afsluiting van de h a a r d van de doodzonden). 2. Sanctificatio in de overschaduwing van de Heilige Geest en ontvangenis van de Zoon. (a. de uitblussing van elke zondehaard; b. de bevestiging in het goede). 3. Sanctificatio in de inwoning van de Zoon-Gods. (a. alle disposities voor zondehaarden worden weggenomen, b. de inwijding in het goddelijke). In Band 36 109 ) geeft Albertus onder 1. verschillende ethymologische verklaringen van het woord „sanctus": „Heilig betekent hetzelfde als rein" sanctus komt van sancio, bekrachtigen, men zegt sanctus dan alsof het sancitus was; ook gebruikt men sanctus als hagios, als onaards, zonder aardsheid: sanctus is aan de Here gewijd, dus aan H e m gegeven in Zijn eigendom; ook is sanctus gelijk aan sanguine tanctus, met bloed bevochtigd (volgens Isiodorus). Wanneer M a r i a „niet ten volle gezuiverd was, kon zij zo'n vrucht niet doen gedijen, en wanneer zij niet vrij geweest was van de besmetting van alle fouten, kon zij de Zoon Gods ,0

») Band 34. C o m p . T h e o l . Lib. I V c. 4. ') Band 36. D c laudibus B. M a r i a e Virginis I V c. 28.

10

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Reformatorische stemmen | 66 Pagina's

De Deformatie van het Heiligheidsbegrip; in de Roomse Kerk en Theologie - pagina 39

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Reformatorische stemmen | 66 Pagina's

PDF Bekijken