Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Deformatie van het Heiligheidsbegrip; in de Roomse Kerk en Theologie - pagina 45

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Deformatie van het Heiligheidsbegrip; in de Roomse Kerk en Theologie - pagina 45

1. De Deformatorische ontwikkeling tot de Scholastiek...Vóór Augustinus - Augustinus - Dionysius pseudo Areopagita - Maximus Confessor en Johannes Scotus Eriugena...2. De Deformatorische Ontwikkeling in de Scholastiek...Anselmus van Canterbury - Albertus Magnus - Alexander van Hales - Bonaventura - Thomas van Aquino - Johannes Duns Scotus - Meester Eckhart - Willem van Ockham...

4 minuten leestijd

Bemardus vroeg reeds „ h o e zou de ?onde afwezig zijn, als de lust niet afwezig is?" Er is dus ook geen sanctificatio in de conceptie. Dan misschien na de conceptie en vóór d e ingieting v a n de a n i m a ? Het lichaam is vóór de ingieting van de a n i m a verderfelijk en kan dus geen genade ontvangen. En d a n komt Alexanders conclusie : „ W i j besluiten, d a t de heilige M a a g d vóór h a a r geboorte en na de ingieting v a n de ziel in h a a r lichaam geheiligd werd in de b a a r m o e d e r " „ I k geloof echter vast, d a t de heilige M a a g d in de eerste sanctificatio gereinigd werd, wat haar persoon betreft, zowel van de zonde als van de zondehaard . . . d a t niets in h a a r persoon te zuiveren overbleef, m a a r wel in h a a r n a t u u r " . Een volgende phase is de sanctificatio n a a r de n a t u u r bij de ontvangenis van h a a r Zoon. Zonde (peccatum) geeft schuld, gebrek (vitium) echter niet. Na de conceptie bleef geen macht tot zonde over: de aanspraak van de engel: „vol van g e n a d e " betekent de genade van de bevestiging in het goede. Alexander onderscheidt blindheid als erfschuld in de enkele personen en het ontbreken van het licht als schuld van het menselijk geslacht in het algemeen. De eerste was bij M a r i a door de sanctificatio weggen o m e n ; de tweede bleef. De „schaduw van de n a t u u r . . . wordt alleen weggen o m e n door h e t lijden v a n Christus". De zuivering van de zonde geschiedt alleen door God, de zuivering van het gebrek der kennis door de engelen, Luc. 1 : 33-35. Materialiter was Christus door het vlees van M a r i a in de lendenen van A b r a h a m . De goddelijke n a t u u r kwam niet van M a r i a : het komt met het goddelijk wezen niet overeen geboren of gegenereerd te w o r d e n ; dit is het eigene van de Zoon, die ongeschapen is. O n z e conclusie over Alexander van Hales is, dat het vorm-materie schema een overheersende plaats inneemt. Ook in de leer van de vier causae blijkt invloed v a n Aristoteles. O n d a n k s de poging Schepper en schepsel juist te onderscheiden ligt in de n a a m onlichamelijke substantie voor de anima rationalis het begin van vergoddelijking. Voor Alexander lagen de dingen toch zo: het lichaam is het lagere (ongoddelijke), de anima is het hogere (goddelijke): onlichamelijke substantie komt d a n wel dicht bij het goddelijke te liggen. De genade, die de mens de goddelijke vorm geeft, is eigenlijk geen genade meer. W a a r de mogelijkheid van zonde ontbreekt, ontbreekt de verdienste; w a a r het lib. arb. ontbreekt, ontbreekt de verdienste. Uit deze twee logisch juiste motieven wordt logisch geconcludeerd: wanneer de anima rationalis niet kan zondigen valt de verdienste weg en blijft alleen de genade over; de genade blijft over o m heerlijkheid te schenken, waar geen zonde is. Logische redenering heeft Alexander tot een onschriftuurlijk genade-begrip gebracht. Ook het zonde-begrip is onschriftuurlijk; de mens deed de erfzonde niet zelf: ze werd hem aangedaan m a a r toch moet de mens tot wegneming van de ongerechtigheid zelf wat doen, inzoverre hij zelf de ongerechtigheid deed. Opvallend is de eigen weg, die Alexander gaat inzake de sanctificatio van M a r i a : overal speurt hij nog zonde; al aanstonds zet hij de n a t u u r van Maria er buiten; alleen de persoon is geheiligd. Deze sanctificatio geschiedt vrijwel geheel door God en de schaduw van de natuur, die ook na de ontvangenis van de Zoon bleef, kan alleen door het offer van Christus worden weggenomen. Uit dit alles, evenals uit het steeds weer citeren van Augustinus blijkt, d a t bij Alexander nog sterke schriftuurlijke motieven nawerken, m a a r het wijsgerig hoofdmotief met de vergoddelijking van de ratio heeft deze schriftuurlijke motieven geheel overwoekerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 1 January 1957

Reformatorische stemmen | 66 Pagina's

De Deformatie van het Heiligheidsbegrip; in de Roomse Kerk en Theologie - pagina 45

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 1 January 1957

Reformatorische stemmen | 66 Pagina's

PDF Bekijken