Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het heiligheidsbegrip in de theologie der Reformatie - pagina 51

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het heiligheidsbegrip in de theologie der Reformatie - pagina 51

1. De eerste Reformatoren...Luther - Zwingli en Bullinger - Calvijn...2. De Reformatoren van de tweede generatie...Ursinus - Olevianus - Junius - Chamierus...3. De Nederlandse Reformatorische Theologie...Synopsis Puroris Theologiae - Franciscus Gomarus - Gijsbertus Voetius - Johannes à Marck...

4 minuten leestijd

verwijzing n a a r de dopelingen. Beter schijnt & M a r c k de gedachte van een particulier a a n de kinderen aangeboden sanctitas, m a a r het best is de sanctitas media, die men ook wel verbondsmatige heiligheid noemt. H i j werpt d a n zelf vier tegenargumenten tegen de sanctitas media o p : 1. v a n de ontvangenis en geboorte in zonde worden we alleen door inwendige heiliging verlost; 2. zonder weten zijn we de verdoemenis in A d a m deelachtig; zonder weten worden we ook aangenomen (wat v a n de sanctitas externa niet gelden k a n ) ; 3. gevolg van de sanctificatio is de wedergeboorte, wat alleen door ware heiligheid verkregen w o r d t ; 4. bij de sanctitas externa is er geen noodzaak o m te vragen n a a r het in Christus geheiligd, o m d a t deze heiliging door de geboorte uit christelijke ouders plaats heeft. Hiertegenover nu wil hij letten op drie t e r m e n : 1. „in Christus geheiligd"; „ d a a r v a n schijnt deze innerlijke, ware, en geestelijke vernieuwing door de Heilige Geest, die er in meer strikten zin, gewoonlijk mee aangeduid wordt, niet uitgesloten te zijn", m a a r juister is te denken a a n de afzondering van deze kinderen v a n de grote massa; 2. d a t het juist deze kinderen zijn: we kunnen nooit met goddelijk geloven, d a t ze zalig worden, we kunnen d a t slechts h o p e n ; ook geldt d a t n a a r de heerschappij van de verkiezende God niet van allen; 3. de tijd van de toepassing; het werk van Christus is voltooid; de toepassing valt op verschillende m o m e n t e n ; ze zijn door Christus bevrijd, toen ze nog niet geboren w a r e n ; ze moeten ook geheiligd worden en onder de heiligen gerekend. M.a.w. de uitdrukking in het doopsformulier ziet op de media sanctitas, waarbij de ware, innerlijke heiligheid niet uitgesloten is. Dezelfde gedachte komt weer n a a r voren, als het er over gaat, wie voor gelovigen zijn te h o u d e n : meest zij, die ware gelovigen genoemd worden, „ m a a r het staat ons nooit vrij bij deze alleen te blijven". H e t oordeel der liefde geldt ook t.a.v. de volwassenen. De kerk is de gemeenschap die h a a r kern heeft in Christus, terwijl de grenzen liggen bij de algemene afzondering van de wereld en een zekere toenadering tot het volk Gods. D a a r m e d e raken we a a n het tweeslachtige van deze opvatting: in Christus en toch ook weer niet in Christus bestaande. Dat tweeslachtige wordt overal openbaar. De ware heiligheid is bij de media sanctitas niet uitgesloten, m a a r het staat toch niet vrij bij de ware heiligheid te blijven. H e t negatieve in beide omschrijvingen moet ons opvallen. De aanduiding „ w a r e gelovigen", „ware heiligen" houdt toch eigenlijk in, d a t de media sanctitas niet de ware is. Ook de bewijsplaatsen hebben volgens a M a r c k zelf eigenlijk betrekking op de ware heiligheid. Tegenover Vitringa is hij iets positiever en noemt twee teksten. Echter worden de afvalligen in 2 Petr. juist geen heiligen genoemd; er staat alleen, d a t ze terugweken van het heilige gebod, m a a r van een (uitwendige) media sanctitas bleek hier niets; er is alleen sprake van een in aanraking komen met het heilige gebod. Voor de tweede plaats, H e b r . 10:29, verwijs ik naar het exegetisch gedeelte, w a a r we tot verbondsheiligheid concludeerden. D a a r is dus inderdaad iets van een „ m e d i a " sanctitas. Wanneer a M a r c k echter deze media sanctitas, sanctitas externa noemt, is d a a r m e e de onderscheiding van de sanctitas interna aan de orde gesteld en komen de negatieve tweeslachtige omschrijvingen, m a a r krijgt ook Vitringa's kritiek van uit de sanctitas interna recht van bestaan. Daarbij moeten we bedenken, dat de ontwikkeling bij & Marck niet van sanctitas media tot sanctitas interna loopt, m a a r juist andersom: in het Merch der Godts-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Reformatorische stemmen | 56 Pagina's

Het heiligheidsbegrip in de theologie der Reformatie - pagina 51

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

Reformatorische stemmen | 56 Pagina's

PDF Bekijken