Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Met het oor waarneembare voetstappen Gods. Dr. O. Noordmans en prof.dr. G. van der Leeuw over het orgel en de organist - pagina 7

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Met het oor waarneembare voetstappen Gods. Dr. O. Noordmans en prof.dr. G. van der Leeuw over het orgel en de organist - pagina 7

G. van der Leeuw – O. Noordmans – gemeentezang – liturgische beweging – liturgie – organist – heilsbemiddeling – Woord en Geest

2 minuten leestijd

(bedoeld is de gehele kerkdienst, JDThW) ghebruijckt opt scheijden vanden volcke, soo dienet nochtans meest om te doen vergheten, watmen te voren ghehoort heeft, ende is te besorghen dat het hiernae tot superstitie ghebruijckt sal worden, ghelijck het nu tot lichtuaer­dicheijt dient (…)’3 De stadsbestuurders dachten vaak anders over orgelspel. En zij waren het die zeggenschap hadden over de instrumenten en de bespelers daarvan. Die behoorden in die tijd tot het wereldlijke domein. Daardoor zijn de orgels in de kerken gebleven. In veel steden werden op weekdagen bespelingen gehouden. Uiteindelijk werd dat ook door kerkelijke overheden gesteund. Met als gevolg dat na enige tijd voor en na de kerkdiensten orgelspel klonk. Begeleiding van de gemeentezang In de zeventiende eeuw is het orgel langzamerhand gaan dienen als instrument voor de begeleiding van de gemeentezang. Dat is voor een deel te danken aan Constantijn Huygens, die in 1641 het traktaat Ghebruyck of onghebruyck van ’t Orgel inde Kercken der Vereenighde Nederlanden publiceerde. Herdrukken verschenen in 1659 en 1160, opnieuw in 1937. De auteur zag het instrument als middel bij uitstek om een gewijde sfeer te scheppen. Hij was ook van mening dat orgels vernieuwd of verbeterd moesten worden om ze voor kerkelijk gebruik geschikt te maken. Dat is gebeurd. Typerend voor de gewijzigde houding van de kerkelijke overheden ten aanzien van orgelspel in de eredienst is de gewoonte die in de achttiende eeuw ontstond: dat de plaatselijke predikant bij de ingebruikneming van een nieuw orgel een deftige inwijdingsrede hield. Ik noem een voorbeeld. In 1861 werd het Bätz-Witte-orgel in de Janskerk in Utrecht feestelijk ingewijd. De ­dominee, dr. B. ter Haar, zei bij die gelegenheid Constantijn Huygens, door Jan Lievens (1626)

6 met het oor waarneembare voetstappen gods

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 2012

Reformatorische stemmen | 50 Pagina's

Met het oor waarneembare voetstappen Gods. Dr. O. Noordmans en prof.dr. G. van der Leeuw over het orgel en de organist - pagina 7

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 2012

Reformatorische stemmen | 50 Pagina's

PDF Bekijken