Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vaststelling verplicht aantal leerkrachten bij het kleuter- en basisonderwijs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vaststelling verplicht aantal leerkrachten bij het kleuter- en basisonderwijs

4 minuten leestijd

door J.J. Verhage,

BESTAANDE REGELING

Krachtens de Kleuteronderwljswet resp. de Lager-onderwijswet 1920 wordt het verplicht aantal leidsters resp. onderwijzers van een school per kalenderjaar vastgesteld op basis van het gemiddeld aantal kleuters resp. leerlingen in het voorafgaande kalenderjaar.

Ter bepaling van het aantal verplichte leidsters/onderwijzers wordt uitgegaan van het gemiddeld resultaat van de tellingen op 16 januari, 16 mei en 16 september van het kalenderjaar onmiddellijk voorafgaand aan het jaar waarvoor de vaststelling geldt. Dit houdt in, dat bij daling of toename van het aantal kleuters/leerlingen de daaruit voortvloeiende wijzigingen in het aantal personeelsleden steeds plaats vinden op 1 januari van een jaar. Aangezien laatstgenoemde datum ongeveer midden in het schooljaar valt, heeft een uitbreiding of afvloeiing van personeel per 1 januari tot gevolg dat in de loop van het schooljaar een gewijzigde groeps-of klassenindeling moet worden gemaakt.

Deze regeling bevordert niet de goede gang van het onderwijs.

NIEUWE REGELING

Om aan de aan bovengeschetste regeling klevende bezwaren tegemoet te komen is een wijziging van de Kleuteronderwij'swet en de Lager-onderwijswet 1920 tot stand gekomen, waarbij het verplichte aantal kleuterleidsters/onderwijzers vanaf 1 augustus 1976 niet meer per kalenderjaar, maar per schooljaar wordt vastgesteld. In dit verband wordt onder schooljaar verstaan het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaropvolgend. Hiervan is bij ministeriële circulaire dd. 6 mei 1976 aan de betreffende schoolbesturen mededeling gedaan.

Voor het schooljaar 1976/1977 geldt de volgende overgangsregeling.

a. Het aantal wettelijk verplichte leidsters/onderwijzers wordt voor dat schooljaar bepaald op grond van het gemiddeld aantal kleuters/leerlingen naar de toestand van 16 september 1975, 16 januari 1976 en 16 mei 1976.

b. Indien het gemiddeld aantal kleuters/leerlingen op grond van het onder a. vermelde telsysteem lager zou uitvallen dan indien de bestaande regeling zou worden gehanteerd, zodanig dat het aantal leerkrachten wier salaris door het Rijk wordt vergoed, daardoor vermindering zou moeten ondergaan, dan behoeft deze inkrimping eerst per 1 januari 1977 te worden gerealiseerd.

Voor de schooljaren 1977-1978 en later geldt als grondslag voor de berekening van het aantal wettelijk verplichte leidsters/onderwijzers het gemiddelde van de tellingen op 16 oktober, 16 januari en 16 april van het voorafgaande schooljaar.

NIEUW GEOPENDE SCHOLEN

Voor het schooljaar waarin een nieuw opgerichte school wordt geopend geldt voor de bepaling van het aantal verplichte leidsters/onderwijzers het aantal kleuters/leerlingen op de 16e dag van de maand volgende op die der opening.

Voor het daaropvolgende schooljaar geldt als grondslag het gemiddelde van de tellingen op de 16e dag van de maand volgende op die der opening en de daarna in het schooljaar der opening vallende teldata.

VERGOEDINGEN

Deze nieuwe regeling inzake de berekening van het aantal leidsters en onderwijzers houdt niet in, dat ook de rijks vergoeding van de bezoldiging der leerkrachten en de exploitatiekostenvergoeding door de gemeente in het vervolg per schooljaar worden vastgesteld en afgerekend. Deze vergoedingen blijven aan het kalenderjaar gekoppeld. Hiervoor worden sedert 1 januari 1976 de teldata 16 januari, 16 april en 16 oktober gehanteerd, terwijl voor het kalenderjaar, waarin een nieuw opgerichte school wordt geopend, de vergoeding wederom wordt berekend over het gemiddelde van de aantallen kleuters/leerlingen op de 16e dag van de maand, volgende op die van de opening en op de daarna in dat kalenderjaar vallende tijdstippen, zoeven genoemd.

LEEFTIJD VAN KLEUTERS VOOR TOELATING TOT KLEUTERSCHOOL

Bij de wet van 2 juli 1975, Stbld. 391, is artikel 15, Ie lid, van de Kleuteronderwijswet gewijzigd. Dit gewijzigde wetsartikel, hetwelk krachtens K.B. van 6 april 1976, Stbld. 188, in werking zal treden per 1 augustus 1976, bepaalt dat kleuters die vdór 1 oktober vier jaar worden in de maanden augustus en september daaraan voorafgaand tot de kleuterschool mogen worden toegelaten.

Vanaf 1 oktober blijft voor het resterende gedeelte van het schooljaar de regel gelden, dat de kleuters om tot een kleuterschool te worden toegelaten de leeftijd van vier jaar moeten hebben bereikt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 augustus 1976

De Reformatorische School | 44 Pagina's

Vaststelling verplicht aantal leerkrachten bij het kleuter- en basisonderwijs

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 augustus 1976

De Reformatorische School | 44 Pagina's

PDF Bekijken