Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De betekenis van het vijfde gebod in onze tijd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De betekenis van het vijfde gebod in onze tijd

Bezinning-Achtergrond

15 minuten leestijd

In de titel zijn drie componenten te vinden. Ze spreekt over het vijfde gebod, over onze tijd en het vijfde gebod in onze tijd. Ik wil beginnen met enkele opmerkingen te maken over het vijfde gebod. U kent de inhoud: "God sprak al deze woorden, zeggende: Ik ben de HEERE uw God. Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft".

Het is het eerste gebod van de tweede tafel der wet. God vraagt in dit gebod gehoorzaamheid. Aan Wie ben Ik gehoorzaamheid verschuldigd? De catechismus zegt: "Aan vader, moederen allen die over mij gesteld zijn." Ze zegt: "behoorlijke gehoorzaamheld". Dit is de door God geopenbaarde en van God gevraagde gehoorzaamheid. We moeten dus bl] God beginnen. De vraag |ujdt; "Wat wil God in het vijfde gebod? " God vraagt: eerbied

bewijzen, behoorlijke gehoorzaamheid. In gehoorzaamheid schuilt het woord "horen". Maar "horen" veronderstelt "woord", iets zeggen. Zo komen we bij het begrip gezag.

Alle gezag Is van God afkomstig

God is de volstrekt Soevereine, de Formeerder en Onderhouder van al het geschapene. De Oorsprong van alle dingen. Zonder Zijn wil kan niets of niemand zich roeren of bewegen. Hij doet met het heir des hemels en de inwoners der aarde naar Zijn welgevallen. Ps. 95 zegt: "Zijn' is de zee; z' is door Zijn kracht met al het droge voortgebracht; 't moet alles naar Zijn wetten horen." God is de grote Gezagsdrager. Hij oefent Zijn gezag uit op onmiddellijke of middellijke wijze. In de natuur laat Hij naar Zijn welgevallen de wind en de sneeuw uit Zijn schatkameren voortkomen (onmiddellijk). In de mensenwereld behaagt het Hem op een middellijke wijze Zijn gezag uit te oefenen. Paulus zegt in Rom. 13: "Er is geen macht dan van God en de machten die er zijn, zijn van God verordineerd." Alle gezag bij de mens is door God geschonken en van Hem afgeleid.

Waarom de machten die over mij gesteld zijn, eren, gehoorzamen en liefhebben? Niet uit oogpunt van afhankelijkheid, want dit kan met de jaren wijzigen, maar: "aangezien het God belieft. God wil het". De almachtige, wijze God heeft het zo in deze wereld verordend. Nee, het vijfde gebod bedoelt niet te zeggen dat God Zijn gezag uit handen geeft. Hij draagt niet over, maar oefent Zijn gezag door anderen uit. Dat betekent dat ook de gezagsdrager niet kan doen en laten wat hij wil. Hij zal steeds bij God moeten terechtkomen met het: "Wat wilt Gij? "

Een gezagsdrager is geen autonoom persoon, een dictator, maar iemand die aan God verantwoording schuldig is, hoe hij zijn gezag uitoefent. Dat vraagt een afhankelijk leven, een gebonden leven aan Gods genadetroon. Dat bepaalt onze houding ten opzichte van de kinderen en jonge mensen die aan onze zorgen zijn toevertrouwd en aan wie we kennis overdragen.

Gezag is genadige goedheid van God

Gezag is genadige goedheid van God. Calvijn zegt: "God vraagt gehoorzaamheid tot onze zaligheid, tot ons nut. Waar het gezag faalt, komt chaos, revolutie. Nu komen we tot de ontstellende constatering dat waar God verworpen wordt, ook het gezag devalueert. Dat zien we in onze tijd. God heeft het gezag ingesteld en Hij eist van de gezagsdrager, vader, moeder, onderwijzer, leraar of bestuur de afhankelijkheid ten opzichte van Hem, Die hem/haar het gezag toevertrouwde. Ten diepste is de gezagsdrager dienstknecht van God. Als het Woord van God niet meer het gezagscentrum in uw leven is, wordt het gezag leeg en zinloos en beantwoordt het niet meer aan de functie waartoe God het gegeven heeft.

Ik wil nu de blik wat richten op degenen over wie het gezag uitgeoefend wordt. Nu is een vader, moeder, leraar, gezagsdrager, maar tegelijkertijd onderdaan. Het heeft de Heere behaagd in de schepping een bepaalde orde aan te brengen. We lezen in het scheppingsverhaal in Gen. 1: "God dan maakte die twee grote lichamen (nl. zon en maan); het grote licht tot heerschappij des daags, en het kleine licht tot heerschappij des nachts." God heeft in Zijn schepping verhoudingen aangebracht en al die verhoudingen vormen samen een mooi geheel. De moderne mens eist gelijkheid, maar in de schepping zien we variatie, verscheidenheid. Onder de mensen heeft God de verhoudingen aangegeven. De verhouding van man en vrouw in het huwelijk, tussen ouders en kinderen, van overheid en onderdanen. En hoewel de zonde grote verwoestingen heeft aangebracht, bewaarde God toch voor de chaos. Hij maakte omtuiningen. Door de algemene genade wordt de doorwerking van de zonde in de samenlevingsverbanden en de onderlinge menselijke verhoudingen afgeremd. Er is nog Gods weerhoudende kracht, er is nog algemene goedheid Gods die op de mens inwerkt. Bavinck stelt In zijn Pedagogische Beginselen: "Van buiten beteugelt God de

zonde door weldaden en zegeningen, door oordelen en gerichten, door kunsten en wetenschappen enz. Van binnen breidelt God de ongerechtigheid van de mens, want Hij onderhoudt in hem verstand en rede, bewustzijn en geweten, natuurlijke liefde en waarheidsliefde, godsdienstige en zedelijke beseffen, gevoel van schaamte en eer, vrees voor schande en straf."

God houdt mede hierdoor het menselijk geslacht, de menselijke samenleving in stand.

Eerbiediging van het gezag

God schonk de gezagsverhoudingen opdat deze wereld bewaard zou blijven voor de chaos. En de Heere vraagt van ons dat wij die verhoudingen eerbiedigen. De Cat. verwoordt de inhoud van het vijfde gebod zo: "Dat ik mijn vader en moeder, en allen die over mij gesteld zijn, alle eer, liefde en trouw bewijze." De eerste opdracht is eren.

Opmerkelijk dat er niet staat "gehoorzamen". Ik denk dat "eren" méér is, dieper gaat. Gehoorzamen kan in een slaafse onderworpenheid gebeuren. Het hart blijft er dan buiten. Eren is erkennen, waarbij de liefde niet gemist kan worden. Bij "eren" is het hart betrokken. God vraagt immers ons hart. Eren houdt ook gehoorzaamheid in. Ik las ergens: "Eren is een daad van religie, het is dienst van God uit." De Gat. betrekt in het vijfde gebod ook de "liefde bewijzen". Ik mag het hier in de betekenis opvatten van

"wederliefde betonen". Het is antwoord op de liefde, die zichzelf niet zoekt, liefde tot liefdevol gezag.

Dit is het tweede dat dus opvalt. De eerste zaak was: de juistegezagsuitoefening vraagt afhankelijkheid ten opzichte van God, Die het gezag hem verleende.

Gezag en liefde

Het tweede is dat gezag en liefde met elkaar verbonden moeten zijn. Waar de liefde in het gezag ontbreekt, ontbreekt het hart. Arme groep en groepsleerkracht waar gezag zonder liefde functioneert. Een rijkere voedingsbodem voor conflicten is er, denk ik, nauwelijks te vinden.

Naast het eren en de gehoorzaamheid noemt de catechismus nog "trouw bewijzen". Dit kunnen we zo vertalen: "Het doorgaan met eren, gehoorzamen en liefhebben." Ook als het moeilijk valt, ook als die oudere collega niet meer zo mee wil of kan met al die vernieuwingen, nieuwe methoden, nieuwe opvattingen enz. Ook als uw ouders (ik betrek het nu in de persoonlijke sfeer) oud geworden zijn en de verhoudingen min of meer op gespannen voet komen te staan, als karaktergebreken zich meer en meer openbaren, kortom als de tijd van liefde geven wat voorbij is en zijzelf verzorging en vooral liefde nodig hebben.

Gezag en levensverbanden

Nu nog een paar woorden over de zinsnede uit het antwoord van de Catechismus: "en allen die over mij gesteld zijn". Hier komen we terecht bij de levensverhoudingen waarin God ons en onze kinderen stelde. Wie moeten we onder "allen" verstaan? En "hoe" zijn die allen over ons gesteld? We vinden in de Bijbel vele teksten, waarin van andere gezagsverhoudingen dan tussen ouders en kind sprake is. Kol. 3 : 18: "Gij vrouwen, zijt uw eigen mannen onderdanig"; Kol. 3:22: "Gij dienstknechten, zijt in alles gehoorzaam uw heren, naar het vlees"; Rom. 13:1: "Alle ziel zij de machten over haar gesteld onderworpen". Maar de regel: "en allen over mij gesteld" mag niet losgemaakt worden van "vader en moeder". Daarom zegt Olevianus: "De overheid behoort een vader- en moederhart te hebben." En bij een zeker schrijver las ik: "We moeten deze regel zo lezen: allen die de plaats van de vader en moeder innemen en in hun naam handelen."

Velen van u mogen in onze scholen werken. U oefent daar gezag uit. God vraagt het van u te doen met een vader- en moederhart en Hij vraagt het van u te doen in afhankelijkheid. Als u het op een onverantwoorde wijze uitoefent, b.v. door het gezag aan te wenden vooreigen gewin, is de kans groot te vervallen in despotisme of tirannie. Het gevolg van onverantwoorde gezagsuitoefening is vaak ordeloosheid en wetteloosheid onder degenen over wie u gesteld bent. En bandeloosheid en wetteloosheid is een vruchtbare teelaarde voor revolutie. De rechte gezagsdrager heeft oog voor gepaste vrijheid, spontaniteit, initiatief en verantwoordelijkheidsbesef. Maar ware vrijheid veronderstelt gebondenheid en gezag. Het één houdt het ander in en het één zonder het ander is niet denkbaar. God vraagt dus van de gezagsdrager afhankelijkheid en liefde en van de onderdaan "eer, liefde, trouw en behoorlijke gehoorzaamheid". En waar deze zaken gezien worden, blijft men bewaard voor despotisme enerzijds en revolutie en chaos anderzijds.

De tijd waarin wij leven

Ik kom nu tot de tweede component van de titel, namelijk de tijd waarin we leven. Volgens Dr.W.Aalders is het kenmerkende van deze eeuw een versneld proces van ontkerstening. Ontkerstening betekent en houdt in: terugkeer tot het heidendom. En dit proces zien we rondom ons. Meer en meer worden de christelijke normen en waarden aan de kant geschoven. De kerk wordt steeds meer naar de rand van de samenleving gedrongen. De machten uit de afgrond maken zich sterk om de laatste

resten van het christelijke bolwerk omver te halen. We leven in een na-christelijk tijdperk, d.w.z. we leven In een modern heidendom. Er is een ontstellende secularisatie op allerlei gebied. Een geseculariseerde wereld is een wereld los van God. Dat is een wereld waarin geleefd wordt zonder dat God erin gekend wordt, waarin de mens zich autonoom gedraagt, waarin er geen plaats meer is voor het belijden van God. De geseculariseerde mens maakt zich vrij van de heerschappij van het Woord van God en maakt zijn eigen wereld. Hij weet zich verantwoordelijk, niet aan een instantie buiten zijn bestaan, maar aan zichzelf en hoogstens aan zijn medemens.

in deze levenshouding is voor het Woord Gods en dus ook voor het vijfde gebod geen plaats. Het leven en de wereld wordt aan het spreken van God onttrokken. De mens is mondig geworden. Hij laat zich niet meer gezeggen, de les lezen of de regels om te leven voorschrijven. De mondige mens komt zelf aan het woord en sluit het oor voor Het Woord en voor het gezag van Gods gebod. Ik denk dat dit de nood van onze tijd is. Wij leven met onze kinderen in een wereld die eruit ziet alsof God niet meer bestaat. Het christendom en de waarden ervan zijn weggedrongen. Het gezag van de Schrift is gedevalueerd. De secularisatie van de Schrift komt tot uitdrukking in de schriftkritiek. De religie wordt geseculariseerd door begrippen als hemel en hel, zonde en genade, gerechtigheid en oordeel van nieuwe inhouden te voorzien en binnen de aardse werkelijkheid te halen. De verticale lijn is ingewisseld voor de horizontale.

Ik vrees dat voor onze tijd moet gelden wat in de Richteren staat: "In die dagen was er geen koning over Israël; een iegelijk deed wat recht was in zijn ogen." Maar met de voortgang van de secularisatie wordt de verwarring en ontwrichting steeds groter. De verwoesting gaat door, het leven verwildert, en het aardse paradijs waarin de mondige mens centraal moest staan, blijkt een geestelijke woestijn te zijn. Met alle welvaart die onze tijd gebracht heeft, voelt de mens zich armer en leger dan ooit en ondanks alle welzijnszorg en maatschappelijk werk voelt de mens zich menigmaal alleen en in de steek gelaten, omdat hij geen enkel houvast meer in deze wereld overhoudt. Met het Woord Gods dat hij losgelaten heeft en met het christelijk geloof dat hij de rug toegekeerd heeft, is hij de grond van zijn bestaan kwijtgeraakt zodat hij de vraag stelt waar hij eigenlijk voor leeft zonder daar ooit een antwoord op te krijgen. De moderne mens is meer slaaf, meer gebondene dan ooit te voren. Het geluk, de vrede en het heil, dat alleen in God te vinden is, kan hij niet meer vinden omdat hij God kwijt is. Hij worstelt en vecht om een verloren paradijs terug te krijgen, hij voert acties en demonstraties om het onrecht in deze wereld uit te bannen en een nieuwe maatschappij waarin vrede en recht gevonden wordt, op te bouwen, maar het resultaat stelt telkens teleur.

Onze taak

En temidden van deze van God afgekeerde wereld geven wij ons onderwijs en leven onze kinderen. Vinden zij bij ons nog de steun die ze nodig hebben? Is de kerk nog een pilaar "en vastigheid der waarheid"? Horen ze in het gezin en de school nog van hogere waarden? De massamedia beïnvloeden op een ontstellende wijze ook onze jongeren. We hebben geestelijke wapens nodig om aan al die boze geesten en machten die rondom zijn, weerstand te bieden en vast te houden aan het waarachtige geloof en het aloude Woord en Gebod van God. Wij, aan wie God gezag heeft toebedeeld, zullen gebonden moeten zijn aan het Woord en gevoed worden door dit Woord. Dat zal moeten uitkomen in uw lesgeven, in uw bidden voor de klas, in uw optreden, in uw handel en wandel, in uw spraak, daad en gewaad. Juist in deze boze tijd zal het er op aankomen om getrouw te zijn en in biddende afhankelijkheid de Heere telkens te vragen: "Heer', ai, maak mij Uwe wegen, door Uw Woord en Geest bekend. Leer mij, hoe die zijn gelegen en waarheen G' Uw treden wendt."

Laten we het elkaar eerlijk afvragen: "Wat is de betekenis van het vijfde gebod voor mij, in mijn leven? " Voor mij als opvoeder, gezagsdrager, die eenmaal aan God rekenschap verschuldigd is aangaande de uitoefening van het aan mij toevertrouw/de gezag. Ik hoop dat dit persoonlijk onderzoek mag uitlopen op de bede: "Och, schonk Gij mij de hulp van Uwe Geest." Juist in deze tijd hebben we de leiding en bediening van Gods Geest zo nodig. Nodig voor ons persoonlijk leven, opdat er geestelijk leven mag komen, een gebedsleven, een verborgen omgang met God, een handel en wandel overeenkomstig Gods geboden. Die leiding hebben we nodig in onze verhouding tot God én de naaste die aan onze zorgen is toevertrouwd. We moeten het Woord aan het woord laten komen. Dat vraagt een eerbiedig luisteren naar wat God ons zegt.

Wij leven in een gebroken wereld, waarin het gezag aan alle kanten aangevochten wordt. De moderne mens staat op het standpunt dat ieder maar op zijn manier aan de waarheid en achter de waarheid moet komen. Maar dit is in het licht van de Bijbel een leugen. We hebben het Woord nodig om te weten hoe God er over denkt. Dat Woord zegt ons de waarheid over God, over onszelf, over onze schuld, over de verlossing die er in Christus Jezus is, over wat God verbiedt en gebiedt. En daarom verwerpen we een opvoeding waarin van gezag geen sprake meer is. Een anti-autoritaire opvoeding miskent, zegt prof. Velema, het bindende gezag van de waarheid Gods. Ze laat de jonge

mens aan zichzelf over. En dat is een onbarmhartige zaak. Sollzjenitszyn heeft eens gezegd dat het in het Westen fout is gegaan op het moment, dat de ouderen het de jongeren zelf lieten uitzoeken. Zij hebben zich van hun verantwoordelijkheid afgemaakt. Nu maken andere machten zich meester van de geest van onze jeugd. Christelijke opvoeding, aldus nog eens prof. Velema, moet staan in het gehoor vragen voor en gehoorzaamheid oproepen aan de waarheid Gods. Wij mógen en kunnen onze kinderen niet vrij laten, omdat God ze niet vrij gelaten heeft. We worden door de doop vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid, tot een verbondenheid aan God. Ik eindig met een citaat uit het artikel "De betekenis van het vijfde gebod in het jaar van het kind" van prof. Aalders. Dit artikel is geschreven in 1979, toen de Ver. Naties dat jaar hadden uitgeroepen tot het jaar van het kind:

"Zonder autoriteit moet een kind in deze wereld geestelijk en moreel te gronde gaan.

Gezag houdt immers in, dat er een wijze, voorzichtige en liefdevolle macht is, die er zich voor inzet, dat het kind niet als alle andere kinderen door de stempelmachine van deze wereld gestempeld wordt, maar bewaard wordt voor de ondergang in de grauwe, geestloze massa. Gezag is met zorg om het kind vervuld, omdat het weet van zijn adelstand, maar ook weet van de bedreigingen en verleidingen. Van een ander gezag dan zulk een gezag, weet de Bijbel niet. En zo hebben we daarom ook het vijfde gebod te verstaan."

De Heere schenke ons allen, op de plaats waar Hij ons stelde, onze hoge roeping en verantwoordelijkheid te verstaan. U bent gezagsdrager. God geve dat gezag "in Gods Naam" uit te oefenen. Zo gezag uitoefenen, betekentveelknieënwerken diep besef van afhankelijkheid enerzijds en liefdevolle tegemoettreding tot de ander die op onze weg is geplaatst en waarover we gezag moeten en mogen uitoefenen anderzijds.

Ds. B. van der Heiden.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Reformatorische School

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1986

De Reformatorische School | 68 Pagina's

De betekenis van het vijfde gebod in onze tijd

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1986

De Reformatorische School | 68 Pagina's

PDF Bekijken