Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Stage is een wezenlijk onderdeel van de opleiding

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Stage is een wezenlijk onderdeel van de opleiding

7 minuten leestijd

Vele facetten van het onderwijs heeft hij al gezien. Nu mag hij jong volwassenen inleiden in de geheimen van het onderwijs. De heer H. Terlouw (45) is docent Sociaal-agogische vakken op het Hoornbeeck College te Rotterdam. Ook is hij stagecoördinator voor de studenten die de opleiding Onderwijsassistent (OA) volgen. Zijn werkzaamheden en zijn ervaringen zijn de onderwerpen van dit interview.

Loopbaan
‘Ik ben begonnen als leerkracht op de Willem Teelinckschool te Achterberg. Na drie jaar heb ik de overstap gemaakt naar het speciaal onderwijs. In Ede werd ik leerkracht en later adjunct-directeur op de Rehobothschool. Na vijf jaar solliciteerde ik naar de functie van directeur op de nieuw opgerichte ds. N.H. Beversluisschool te Gouda en daar werd ik toen benoemd. Twaalf jaar ben ik daar directeur geweest. En nu werk ik al weer vier jaar op het Hoornbeeck,’ zo schetst Terlouw zijn schoolloopbaan in vogelvlucht. In vogelvlucht, want over elke periode zou hij heel wat kunnen vertellen.

Motivatie
Was u het zat in het (speciaal) basisonderwijs? vraag ik voorzichtig.
Ik hoef niet lang op een antwoord te wachten. ‘Nee, dat niet, maar het was meer de werkdruk die ik ervoer als directeur en na 17 jaar speciaal onderwijs wilde ik wel eens wat anders, een andere leeftijdsgroep en weer eens inhoudelijk bezig zijn. Dat kan ik hier prima: ik mag jong volwassenen leiden in de richting  van het beroepenveld. Mooi werk, maar ik moest in het begin wel heel erg wennen. Je moet een vertaalslag maken naar het concrete niveau. De studenten zijn echte ‘doeners’. Toch was dat ook weer niet zo moeilijk, omdat je lesgeven altijd in relatie staat met het werkveld.’

Lesgeven
‘Ik geef les in het 1e en 3e jaar aan de studenten die de opleiding volgen voor onderwijsassistent (het 2e jaar is hun stagejaar) en aan studenten die de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) volgen. Verder geef ik i.s.m. een collega tweemaal per jaar een SOVA-training aan studenten van diverse opleidingen op de locatie Rotterdam.
Bij de OA-opleiding geef ik stagevoorbereiding, algemene didactiek en agogiek. Bij de BBL-opleiding geef ik ook het vak agogiek, en bovendien doe ik aan intervisie, communicatie- en andere begeleidende vaardigheden. Psychiatrische ziektebeelden staat ook op het programma’. 

Merkt u  verschil tussen de OA- en de BBL-studenten?
 ‘Zeker wel,’ vertelt Terlouw verder, ‘de BBL-studenten zijn over het algemeen ouder. Zij volgen een werken/lerenopleiding. Ze hebben ook werkervaring en leggen de link tussen de theorie en de praktijk die ze tegen komen. OA-studenten zijn over het algemeen wat solistischer en wat drukker in de les. Leuk is wel het verschil tussen de OA-student in het 1e en in het 3e leerjaar. In het 3e leerjaar is hun houding tot de docent anders geworden. Ze weten wat het is om voor een rumoerige klas te staan. Ze hebben dan ineens veel meer begrip voor een docent.’  

Van student tot beroepsbeoefenaar
‘Het is voor studenten die met de opleiding OA beginnen best wel een omschakeling.’

Hoe merk je dat?
‘Ze komen van het VMBO en zijn gewend aan voornamelijk theoretische vakken, zoals Engels, wiskunde, geschiedenis, enz. Hier krijgen ze heel andere vakken, agogische vakken. Dat confronteert ze met een heel nieuw begrippenkader. Bovendien moeten ze naar zichzelf gaan kijken en zichzelf een leerdoel stellen. Ook moeten ze wennen aan een grotere mate van verantwoordelijkheid. Ze krijgen een grotere mate van vrijheid.’

Jullie noemen ze ook ‘studenten’?
‘Ja, daar moeten ze ook wel aan wennen, maar ze zijn dat snel genoeg gewend. Wij willen ze aanspreken als jongvolwassenen en niet meer als kinderen.’  Samenvattend ziet Terlouw de studenten ‘binnenkomen als leerling en het Hoornbeeck verlaten als een beroepsbeoefenaar’.

Stage
‘De stage vindt plaats in het 2e studiejaar in 2 x 2 blokken van een half jaar. Ze gaan vier dagen per week naar een school; het ene halfjaar naar een basisschool en het andere half jaar naar een school voor speciaal basisonderwijs (SBO) of speciaal onderwijs (SO).Op beide typen onderwijs moeten ze ervaring opdoen. Als ze binnen het SBO of SO goed functioneren, dan kunnen ze dat meestal ook wel in het Bao. Omgekeerd lukt niet altijd. Ook hebben we regelmatig terugkomdagen, waarin de studenten reflecteren, stoom afblazen en elkaar helpen d.m.v. intervisie.’

Stagevoorbereiding
Hoe wordt die stage voorbereid?
Terlouw gaat er eens even voor zitten. Ik denk dat er heel wat komt en ja hoor… Hij steekt van wal: ‘De stage wordt in het 1e leerjaar voorbereid. We beginnen met de taakomschrijving van een onderwijsassistent. Wat mogen ze wel, wat mogen ze niet, enz. Ook gaan ze 1 á 2 dagdelen in dat jaar naar een (basis)school om met opdrachten de praktijk te bekijken. Dan wordt er onder begeleiding een school gekozen. Hierbij is de inbreng van de student groot. Dan gaan we oefenen in het schrijven van een sollicitatiebrief en het voeren van een sollicitatiegesprek. Hiervan worden video-opnamen gemaakt die weer worden nabesproken . Ook leren we de studenten het maken en gebruiken van een logboek. De studenten maken kennis met het model didactische analyse en worden ingeleid in de vakdidaktiek van lezen, taal en rekenen. Ook het lesgeven wordt geoefend. Helaas is dat een vorm van droogzwemmen, want ze geven les aan elkaar. Hiervan worden video-opnamen gemaakt en er wordt feedback gegeven.’

Stage-ervaringen
‘Tijdens de terugkomdagen in de stageperiode is het leuk om de studenten te horen vertellen wat ze allemaal hebben meegemaakt. We bespreken dan hun opdrachten en welke problemen ze tegenkomen bij de uitvoering daarvan. In sommige gevallen zijn er problemen met de stageschool. De studenten krijgen dan soms teveel, te weinig of te eenzijdige taken binnen de school toebedeeld.’
Ook stagebezoek behoort tot de taken van Terlouw. Hij glimt als ik er hem naar vraag: ‘Dat is erg leuk. Je ziet weer eens een school van binnen. Ook de student zie je anders functioneren dan op school. Hoewel het een momentopname blijft, geeft het toch wel een breder zicht op de student. Tijdens zo’n bezoek hebben we ook een stagegesprek, waarin de leerdoelen ter sprake komen. Aan het eind van de stage volgt een eindgesprek met meestal een positieve beoordeling.’

Geen goede opleiding zonder stage
Komt een negatieve beoordeling dan ook voor? 
‘Ja, dat is mogelijk,’ antwoordt Terlouw eerlijk, ‘ongeveer 10 % in het 1e stageblok. We bieden dan een verlengde stage aan in leerjaar 3 of een herstage van 20 weken ná leerjaar 3. Een herstage vindt maar bij ongeveer 5% van de studenten plaats.’

Komt het ook wel eens voor dat jullie studenten adviseren met de opleiding te stoppen?
‘Ja, het komt wel eens voor, maar heel sporadisch. Zo’n negatief studieadvies vloeit of voort uit een niet positief beoordeelde stage of uit een onvoldoende beoordeling voor de beroepshouding in het eerste jaar. Studenten worden dan door alle docenten beoordeeld op een aantal aspecten, die we voor de beroepshouding (omgaan met regels, interactie met studenten in samenwerkingssituaties, omgaan met feedback) in de stage van belang achten. De stage maakt deze opleiding mede vormend. Je kunt deze opleiding niet doen zonder de stage.’

Enthousiasme
Wat maakt je nu zo enthousiast voor dit beroep? 
Zo’n reflecterende vraag is niet moeilijk te beantwoorden voor Terlouw. Het zou ook niet best zijn als dat wel moeilijk was voor een docent agogiek. ‘Het mooie voor mij is dat ik studenten begeleid die bezig zijn zichzelf te ontdekken. Dat raakt heel dicht aan het zijn van die student. En daar mag ik hem of haar bij helpen. Ik heb hele mooie momenten meegemaakt. Ik herinner me in mijn eerste jaar een heel indringend moment n.a.v. het thema rouwverwerking. Het was heel emotioneel, maar we waren wel bezig met de kern van ons menszijn, met het doel van ons bestaan hier op aarde. Het is ook mooi om met de studenten te discussiëren. Ook kun je aan hen feedback vragen over je eigen lesgeven. Daar leer je enorm van.’

Toekomst
Is er toekomst voor een baan als onderwijsasisstent?
‘Het beroepsperspectief is minder dan vroeger,’ vindt Terlouw, ‘maar het blijkt dat 50 % van de onderwijsassistenten die deze opleiding afronden, doorstromen naar de PABO. Als voorbereiding op de PABO is deze opleiding goed. Met het WSNS-perspectief van ‘meer handen in de klas’ zie ik wel mogelijkheden voor een baan als onderwijsassistent. Ook het hele Rugzak-gebeuren geeft ruimte aan extra inzet van mensen die leerlingen kunnen begeleiden’.

Geen reden om de OA-opleiding te stoppen of aan te passen? 
‘Nee, zeker niet, hoewel we wel steeds alert zijn op nieuwe ontwikkelingen; zo zijn we van plan om het stagegebeuren volgend jaar te wijzigen en bijv. de begeleidende leerkracht op de stageschool een grotere rol te geven.’

Dit artikel werd u aangeboden door: De Reformatorische School

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 2005

De Reformatorische School | 1 Pagina's

Stage is een wezenlijk onderdeel van de opleiding

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 2005

De Reformatorische School | 1 Pagina's

PDF Bekijken