Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Cito-eindtoets

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Cito-eindtoets

7 minuten leestijd

Bij de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs speelt de Cito-eindtoets een grote rol. De redactie van DRS stelde aan mevrouw drs. Marleen van der Lubbe, projectleider Eindtoets, wat vragen over het ontstaan van het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling en de achtergronden van de Eindtoets.

Mevrouw Van der Lubbe, kunt u iets vertellen over het ontstaan van Cito?

In 1958 werden in de Verenigde Staten drie instanties die zich bezig hielden met ‘educational measurement’ gebundeld tot een nieuw instituut: Educational Tasting Service (ETS). Het ETS trok de aandacht van een Nederlandse psycholoog, prof. dr. Adriaan de Groot. Deze maakte in februari 1958 een studiereis naar ETS. Bij terugkomst maakte hij een verslag van deze reis, waarbij hij tevens een voorstel deed in Nederland een centraal instituut te stichten, met het ETS als voorbeeld. Vanaf 1958 is men dan ook begonnen met de voorbereiding tot oprichting van een dergelijk instituut in Nederland.
In mei 1967 kwam de ‘Nota Oprichting Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling’ tot stand.

Hoe heeft Cito in de loop der jaren de centrale plaats in het Nederlands onderwijs gekregen?

Vanaf 1987 werd stichting Cito een publiekrechtelijke instelling, die viel onder de Wet op de Onderwijsverzorging (WOV). De verandering in de wetgeving (van WOV naar SLOA, Subsidiëring Landelijke Onderwijssteunende Activiteiten) per 1 januari 1999 betekende voor Cito de overgang van een publiek naar een privaat instituut.

Hoe verhoudt zich een centrale instelling voor toetsafname met de breedte van het onderwijsveld? We denken daarbij aan de vrijheid van onderwijs en de in cultureel en religieus opzicht steeds bredere samenleving in Nederland. Houdt u rekening met die diversiteit?

Cito heeft als bedrijf geen mening over onderwijsmethoden, onderwijsconcepten of onderwijsexperimenten. Cito ontwikkelt overigens ook geen leerplannen of onderwijsmethoden (met uitzondering van de Piramidemethode). Wij maken toetsen bij methoden en leerplannen die door derden zijn ontwikkeld. Bovendien staat Cito onafhankelijk tegenover de inhoud en de praktijk van onderwijs en is meer geïnteresseerd in wat die inhoud opbrengt.
Als landelijk instituut is acceptatie van onze producten en diensten bij de scholen van cruciaal belang. Dat wordt het nog meer wanneer het, zoals bij de centrale examens in het voortgezet onderwijs, gaat om verplichte examens. In deze situatie is onze opdrachtgever, de Cevo (Centrale examencommissie vaststelling opgaven) de instantie die Cito een gedetailleerde opdracht verstrekt tot ontwikkeling (constructie) van de examens. De Cevo staat onder verantwoordelijkheid van de Minister van OCW en bestaat uit een Algemeen bestuur waarin het georganiseerde onderwijsveld is vertegenwoordigd, en uit een vaksectie voor ieder examenvak. Cito produceert de examens op basis van landelijk vastgestelde examenprogramma’s die in alle scholen van toepassing zijn.
De Eindtoets voor het basisonderwijs is geen toets die landelijk verplicht is; daarover bestaat keuzevrijheid.

Kunt u iets vertellen over de Cito-eindtoets voor het primair onderwijs?

De Eindtoets dankt zijn bestaan aan een Koninklijk Besluit van 22 juli 1965. De Gemeente Amsterdam vroeg het Research Instituut voor Toegepaste Psychologie onder leiding van professor Adriaan de Groot een onderzoek naar schoolvorderingen op te zetten. Het resultaat van deze opdracht was de Amsterdamse Schooltoets, die in 1966 (vooral) op de openbare scholen werd afgenomen.
In 1969 werd de toets aan ongeveer 35.000 leerlingen afgenomen in en buiten Amsterdam. De Amsterdamse Schooltoets werd in 1970 overgenomen door Cito. In 1976 werd een naamswijziging doorgevoerd: Eindtoets Basisonderwijs. Er nemen nu zo’n 163.000 leerlingen deel aan de toets.
De specifieke functie van de Eindtoets is het geven van onafhankelijke informatie voor de keuze van een passend brugklastype. De Eindtoets is een school- of leervorderingentoets: de toets meet wat een kind in vergelijking met andere kinderen in acht jaar basisonderwijs geleerd heeft. En leervorderingen zeggen iets over de kansen op succes in de verschillende typen van het voortgezet onderwijs. Bovendien levert dit type toets indirect een afgewogen meting van een aantal eigenschappen die van groot belang zijn voor toekomstig school­succes zoals leertempo, intelligentie, concentratie, motivatie en doorzettings­vermogen.

Na het primair onderwijs gaan de kinderen uiteen naar verschillende schooltypen, die afgesloten worden met examens op eigen niveau. Binnen het primair onderwijs worden vaak reeds leerroutes gehanteerd. Is het niet ouderwets dat bij de Cito - eindtoets geen rekening wordt gehouden met verschillen tussen leerlingen?

Het doel van de Eindtoets is het geven van onafhankelijke informatie over de keuze van een passend brugklastype voortgezet onderwijs. De Eindtoets doet dat in de vorm van een voorspelling die gebaseerd is op verschillen tussen leerlingen in leervorderingen. Om die reden moet de inhoud van de Eindtoets natuurlijk nauw aansluiten bij het onderwijsprogramma en in het bijzonder bij die onderdelen die gemeenschappelijk zijn, bij doelen dus die alle scholen nastreven en die in principe door alle leerlingen bereikt zouden moeten zijn aan het einde van het basisonderwijs.
In principe doen alle leerlingen in groep 8 mee aan de afname van de Eindtoets.
Een uitzondering op deze regel vormen:

  • (allochtone) leerlingen die aan het begin van groep 8 vier jaar of korter in Nederland zijn en die het Nederlands onvoldoende beheersen om de opgaven goed te kunnen lezen;
  • leerlingen die naar verwachting naar het (voortgezet) speciaal onderwijs of naar het praktijkonderwijs gaan.

Scholen kunnen ervoor kiezen de leerlingen uit deze twee groepen niet deel te laten nemen aan de Eindtoets. Leerlingen die vrijwel zeker in aanmerking komen voor het praktijk- of het leerwegondersteunend onderwijs, kunnen eventueel de Niveautoets maken. De Niveautoets is een speciale, digitale editie bij de Eindtoets bestemd voor leerlingen met een grote leerachterstand.

Bij de adviezen voor het v.o. speelt de Cito-eindtoets een belangrijke rol, naast het advies van de leerkracht en de directeur van de basisschool. Hoe kijkt u aan tegen de verhouding van deze beide?

Het verhaal van de leerkracht, de ideeën van de ouders, de wens van een kind zelf en de Eindtoets zorgen ervoor dat een kind straks op een schooltype terechtkomt dat het best bij hem of haar past. Het advies dat gebaseerd is op de score op de Eindtoets Basisonderwijs moet dan ook worden beschouwd als een ‘second opinion’, een onafhankelijk gegeven, en niet als een voorschrift waarvan niet af te wijken valt.

U hebt naast de eindtoets de Interessetest voor groep 8 ontwikkeld. Kunt u daar iets meer over zeggen?

De Interessetest groep 8 biedt de mogelijkheid de belangstelling van de leerling voor verschillende opleidings- en beroepsperspectieven bij de schoolkeuze te betrekken. Naast deze functie kan de Interessetest ook gebruikt worden om de interesses van de leerlingen te inventariseren ten behoeve van een toegesneden onderwijsaanbod (bijvoorbeeld verdere onderwijs- en voorlichtingsactiviteiten in groep 8 met het oog op het vervolgonderwijs en de bijbehorende keuzeproblematiek).Met de Interessetest groep 8 wordt de belangstelling voor activiteiten in verschillende sectoren van onderwijs en beroep in kaart gebracht. De uitspraken in de test hebben betrekking op vier sectoren: Techniek, Economie, Zorg & Welzijn, Taal & Cultuur.
De scores van de testuitslag vormen de basis voor het Interesseprofiel dat een direct, duidelijk en objectief overzicht geeft van de persoonlijke belangstelling van een leerling. Ook kan de leerkracht een groepsprofiel opvragen met daarin de resultaten van de groep als geheel.

De uitslagen van de Citotoets worden aangegeven op een schaal die loopt van 501 – 550. Wat is de betekenis van die “500”? Zou het ook een score kunnen zijn van 1 tot 50?
 
Op onze website leggen we dat ongeveer als volgt uit: voor de Cito-toets kun je niet slagen of zakken, op de Cito-toets kun je geen voldoendes of onvoldoendes halen. Daarom is het ook niet handig om voor een schaal te kiezen die direct associeerbaar is met schoolcijfers. Bovendien willen we met de keuze van de schaal van 501-550 vermijden dat de Citotoets zou worden opgevat als een IQ-test (intelligentietest). De scores op deze testen hebben in de meeste gevallen een gemiddelde van 100. De reden dat we een schaal van 50 punten gebruiken terwijl de toets uit 200 opgaven bestaat, is dat een schaal van 50 punten breed genoeg is voor het doel waar het bij de Citotoets in de eerste plaats om gaat: het geven van een onafhankelijk advies over het best passende brugklastype voortgezet onderwijs. 

Er wordt wel eens gesproken over de voorspellende waarde van de Cito-eindtoets. Hoe groot is de voorspellende waarde? Hoe stelt u zich daarvan op de hoogte? Meet u ook op langere termijn?

De standaardscore  krijgt betekenis doordat ze gerelateerd kan worden aan de resultaten van een grootscheeps toelatings- en doorstroomonderzoek. Dit onderzoek houden we eens in de twee tot drie jaar. Uit dit onderzoek blijkt dat ongeveer 80% van de leerlingen terecht komt in het schooltype dat de Eindtoets adviseert. Bij ± 10% van de leerlingen adviseert de Eindtoets ‘hoger’ en bij ± 10% lager dan het schooltype waarin de leerlingen worden toegelaten.

Mevrouw van der Lubbe, hartelijk bedankt voor uw medewerking.

]]>

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 2005

De Reformatorische School | 1 Pagina's

De Cito-eindtoets

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 2005

De Reformatorische School | 1 Pagina's

PDF Bekijken