Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Directeuren aan het woord over Passend Onderwijs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Directeuren aan het woord over Passend Onderwijs

7 minuten leestijd

Als de plannen van het ministerie doorgaan is er in de toekomst formeel geen verschil meer tussen regulier en speciaal (basis)onderwijs. Elke school moet Passend Onderwijs bieden. Hoe denken de directeuren van basisscholen en SBO-scholen hierover en hoe zien ze de toekomst voor de zorgleerlingen?

Ad Geuze, directeur Ds. Joh. Groenewegenschool Werkendam:

‘Er spelen twee zaken: het welbevinden van élk kind en het welbevinden van élke leerkracht. Het is mijn overtuiging dat de zorg véél meer naar het kind moet worden gebracht dan nu het geval is. Het is tegelijk helder dat lang niet elke zorgleerling een passend onderwijsarrangement op elke school aangeboden kán worden. Ik pleit daarom voor het creëren van kleine afdelingen speciaal basisonderwijs op grotere basisscholen in een samenwerkingsregio. De zorg komt daarmee nadrukkelijk dichter naar het kind, terwijl de huidige kwalitatief hoogwaardige expertise van het SBO ingezet zou moeten worden op dergelijke afdelingen. Aansturing van speciale afdelingen zou vanuit een samenwerkingsmanagement moeten gebeuren. Het lijkt me dat er daarmee ook extra kansen voor basisscholen ontstaan om dieper te ontwikkelen door schoolintern dwarsverbanden te leggen op het niveau van interne begeleiding en remedial teaching, maar ook naar verdieping van het onderwijskundig concept van de basisschool.’
 
Aart Aarnoudse, directeur Rehobôthschool te Alphen:

‘Het wordt er beslist niet eenvoudiger op. Als school moeten we duidelijk aangeven wat we wel en niet kunnen. In de eerste plaats zullen wij bezien of de desbetreffende aanmelding past qua identiteit, anders kan het kind toch niet toegelaten worden. Als blijkt dat een kind past dan zullen we bekijken of we er zelf iets mee kunnen en als blijkt dat dit niet zo is dan zullen we zoeken naar oplossingen in overleg met de ouders. Maar dan komt het venijn. Wie betaalt die uren die de school er in moet steken om een zorgarrangement te bieden? Krijgen we op grond van deze verplichting meer zorgmiddelen? Moeten is één, willen is twee maar capaciteit is echt drie. Ik verwacht dat we niet hard zullen lopen om zo’n leerling op te vangen als we vermoeden dat we er niets mee kunnen of dat we het kind tekort gaan doen. We moeten heel nuchter blijven, we kunnen niet alles op onze nek nemen.
En wat mij betreft blijft de SBO gewoon van harte bestaan. Kinderen die daar echt horen, voelen zich daar thuis en komen tot leren. Wel zullen alle basisscholen moeten streven naar maximale zorgcapaciteit en een kind niet zomaar verwijzen.’

Gerard Roestenburg, directeur Groen van Prinstererschool te Klaaswaal:

‘Ouders kunnen de school niet verplichten hun gehandicapte leerling toe te laten. Wel zal de school de stappen moeten gaan zetten om passend onderwijs te bieden.
Ik schat in dat:

  • de expertise van de basisschool vergroot moet gaan worden: die moet immers de ouders gaan adviseren
  • de bestaande structuren van bijvoorbeeld samenwerking in het WSNS-verband en met Driestar Educatief geïntensiveerd moeten worden
  • er zal nog meer overleg moet zijn met het PO richting VVE en andersom
  • het samenwerkingsverband in kaart moeten brengen welke mogelijkheden van passend onderwijs beschikbaar zijn

De andere zijde is: houdt als PO de regie wel in handen en loop niet achter ouders aan. Wij hebben de professionaliteit in huis. Ouders denken dat zij het hebben door internetbezoek en adviseren de school hoe te handelen.
Wellicht betekent de nieuwe werkwijze op dit gebied een verademing, hoewel ik uiteraard ook weet dat school en ouders een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben en een gedeelde zorg.’
 
Wim Visser, directeur SBO-school te Zwolle:
 
‘Ten diepste denk ik dat er niet eens zoveel zal veranderen voor onze SBO-school. Ook nu is er de mogelijkheid voor ouders om een rugzak mee te nemen naar de basisschool met de vraag om onderwijs aan en voor hun kind. De kritiek die er nu wordt geuit is dat de rugzak amper een polstasje is. Zoals de plannen er nu voor staan zal de bekostiging straks ook niet veel meer gaan inhouden dan de rugzak nu. De achterliggende gedachte van het Ministerie is met al deze plannen de opkomst van het inclusief onderwijs in Nederland te stimuleren. In Amerika zie je dat daar geweldige bedragen aangehangen worden zodat het onderwijs soms 1 op 1 plaatsvindt! Nu, daar zijn straks de middelen niet voor aanwezig in ons land!
Als SBO-school zullen we met een loket te maken krijgen als het gaat over indicatiestelling. Op zich is dat een goede zaak, want de bureaucratie viert nu hoogtij. Voor ouders is het een heel complex gebeuren en niet zelden voelen ze zich van het kastje naar de muur gestuurd.
Een belangrijke beleidsuitspraak van het Ministerie is dat de expertise van het speciaal (basis)onderwijs niet mag verdwijnen. Belangrijk voor ons als SBO- scholen is de opstelling van het samenwerkingsverband. Ziet men SBO-scholen als een noodzakelijk kwaad dat geld kost of als een school waar die kinderen opgevangen worden die het in het basisonderwijs echt niet redden? Als dat laatste het geval is, komen we er samen straks weer beter uit!‘

Maxim v.d. Vliet, directeur SBO-school te Gouda:

‘Als scholen en ouders de plannen naar de letter van de wet opvatten en uit gaan voeren heeft dit grote gevolgen voor onze scholen (SBO en ZML). Maar gezien de ernstige problematieken en hun getalsmatige omvang waarmee de andere scholen te maken zullen krijgen is de vraag of dit in de praktijk gaat werken.
Binnen SVW's en REC-verbanden ziet men dit natuurlijk ook aankomen.
Daarom zie ik een ontwikkeling in REC- en WSNS-verband om convenanten te gaan sluiten met reguliere scholen over de overname van leerlingen, zodat ze aan de zorgplicht kunnen voldoen.
Voor onze scholen en ons WSNS-verband is het een mooie kans om binnen onze eigen identiteit een SBO-, een ZML-, een cluster 4- en mogelijk ook een cluster 2-voorziening te hebben. Hierbij komt dat er nu een situatie lijkt te ontstaan waarbij samenwerking tussen scholen van verschillende specialiteit noodzakelijk wordt. Ik zie de REC's op termijn wellicht verdwijnen en weer onder verdeeld worden in andere verbanden.’

Piet Westerlaken, directeur SBO-school te Ede:

‘Binnen elk samenwerkingsverband moet open en eerlijk met elkaar gecommuniceerd worden over de mogelijkheden en onmogelijkheden die scholen hebben. Allereerst dringt zich wellicht de vraag op of het samenwerkingsverband moet blijven bestaan. Hoe geven de scholen vorm aan onderwijsarrangementen? Vervolgens of er behoefte is aan het SBO. Dan: Wie gaat de verwijzing regelen, is hier nog een plaats voor de PCL? Moet er een nieuwe commissie komen? Of kiest het SWV om alles te laten zoals het nu is?
Iedereen zal het er over eens zijn dat het belang van het kind bovenaan moet staan. 'Ieder kind op de plaats waar het hoort'.
Voor het SBO zie ik ook een nieuwe uitdaging. We hebben jaren gesproken over de verdichting van de problematiek. Met andere woorden: Hoe realiseer je een verantwoorde opvang van kinderen met ernstige gedragsproblematiek en hoe vindt de financiële vertaling plaats. Op dit moment lijkt er door Passend Onderwijs een opening geboden om de kinderen met ernstige gedragsproblematiek binnen de eigen gezindte op te vangen. Het SBO heeft reeds veel expertise opgedaan i.v.m. de verbrede toelating van kinderen met gedragsproblemen. We kunnen dit in samenspraak met de Samenwerkingsverbanden WSNS en de REC 4 mogelijk verder uitbouwen.’
 
Theo Hogendoorn, directeur SBO-school te Barendrecht:

‘Wat de gevolgen zijn, blijft nog erg vaag. Het kan verschillende kanten opgaan. Zelf hoop ik, en het lijkt me ook wenselijk, dat er voor het SBO niet zo veel veranderd. Wellicht schuiven we meer op richting een cluster-4 school, maar eigenlijk is die trend nu al aanwezig. Wat ik wel hoop is dat we allen nuchter blijven en niet de illusie krijgen dat het opeens allemaal anders moet. We gaan met kwetsbare kinderen om. Dat vraagt voorzichtigheid van ons.’

Dit artikel werd u aangeboden door: De Reformatorische School

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 2006

De Reformatorische School | 1 Pagina's

Directeuren aan het woord over Passend Onderwijs

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 2006

De Reformatorische School | 1 Pagina's

PDF Bekijken