Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Burgerschapsvorming: een opdracht, een kans!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Burgerschapsvorming: een opdracht, een kans!

6 minuten leestijd

‘Het onderwijs is mede gericht op de bevordering van actief burgerschap en sociale integratie’. Deze zinsnede, in 2006 opgenomen in de wetten op het primair en het voortgezet onderwijs, geeft de scholen de opdracht om actief met burgerschapsvorming aan de slag te gaan. Burgerschapsvorming komt zo op de agenda van de scholen als een opdracht van de overheid. Wat vraagt de overheid eigenlijk? En hoe kunnen reformatorische scholen die vraag tegemoet treden?

In de wetstekst en in de Memorie van toelichting blijkt het begrip ‘sociale binding’ centraal te staan bij de visie op burgerschapsvorming. De overheid beziet de ontwikkelingen in de samenleving met zorg. Denk aan zaken als individualisering, segregatie en radicalisering. Sommigen spreken van het ‘fiasco van de multiculturele samenleving’. De school is de plek (de laatste nog, zegt men) waar de overheid jongeren kan bereiken in een poging een antwoord te vinden op deze ontwikkelingen. Immers, het maatschappelijke middenveld is in de afgelopen jaren weggeslagen.
In dit licht bezien is er sprake van een ‘re-pedagogisering’ van het onderwijs. Waar jarenlang de discussie vooral rond onderwijsvernieuwing en het ‘nieuwe leren’ gevoerd werd, komt nu de pedagogische opdracht van de school nadrukkelijk op de agenda. Tegelijk geeft de minister expliciet aan dat het onderwijs dit niet alleen kan, maar andere vormende instituten nodig heeft, waaronder het gezin.
In feite gaat het om drie vormen van burgerschap die, vanuit de optiek van de overheid, bij leerlingen aan de orde zijn:

  • het schoolburgerschap: je bent lid van een schoolgemeenschap, de school als ‘mini-samenleving’
  • het maatschappelijk burgerschap: je bent lid van de maatschappij, daarin participeer je, heb je verantwoordelijkheden en mag je een zinvolle bijdrage leveren
  • het politieke burgerschap: je bent lid van de Nederlandse democratie, daarin oefen je rechten uit en heb je plichten.

Positie van de school
Wat is de positie van de school hierin? Voortbouwend op, maar niet congruent aan, bovenstaande driedeling kan deze ook vanuit drie invalshoeken worden beschreven:

  • de school als leefgemeenschap: een plaats waar leerlingen en docenten met elkaar omgaan, waar zich problemen voordoen die je met elkaar op moet lossen, waar beslissingen genomen moeten worden, waar je je mening moet verwoorden en rekening moet houden met de mening van anderen, waar je leert om elkaar ruimte te geven, maar ook voor elkaar te zorgen. Waar normen en waarden bepalend zijn voor de inkleuring van de omgang met elkaar.
  • de school als onderdeel van de maatschappij: de school is als gemeenschap onderdeel van een bepaalde wijk of buurt, in stad of dorp, maar ook van een bredere kring: de Nederlandse samenleving, en ook ‘onze kring’ (zo breed of smal als u die in wilt vullen). Hoe verhoudt de school zich tot haar omgeving? Hoe vult de school haar verantwoordelijkheid in en welke rollen krijgen docenten en leerlingen daarbij?
  • de school als leergemeenschap: daar doe je kennis en vaardigheden op om politiek burger te zijn en verwerf je inzicht in de Nederlandse samenleving. Daar leer je de spelregels van de Nederlandse en de Europese democratie, de kenmerken van de cultuur en van levensbeschouwelijke en culturele stromingen in onze samenleving, historisch besef, normen en waarden.

Eigen keuzes
Mevrouw Van der Hoeven heeft als minister van OC&W verschillende malen beklemtoond dat ze de scholen voorschreef dat ze aan burgerschap en sociale integratie moeten werken, maar niet hoe ze dat moeten doen. Wel vraagt de overheid verantwoording over de wijze waarop de school de thema’s aanpakt. De inspectie gaat na of de school zegt wat zij doet rond burgerschap en sociale intergratie, of de school doet wat zij zegt en of de school systematisch de kwaliteit bewaakt. Deze benadering geeft de scholen ruimte voor eigen keuzes. Tegelijkertijd wekt dit de indruk dat het inspectietoezicht het enige sturingsmechanisme van de overheid is bij het thema burgerschap. Terwijl in het kader van schoolontwikkeling toch wel meer nodig is om de scholen te stimuleren dit thema enthousiast aan te pakken.
Deze ruimte maakt dat er heel wat verschillende reacties mogelijk zijn. Ik noem er enkele die ik in de afgelopen tijd hoorde:

  • ‘Ik pak het als een minimale verplichting op. Ik verander niets, rapporteer wat ik al doe; ik beschouw deze opdracht als extra bureaucratische ballast. Verder kom ik er wel uit met de inspecteur.’
  • ‘Ik sta achter deze opdracht, maar leg mijn prioriteiten toch echt elders. Ik kijk wat een redelijke minimumvariant is en zorg dat die in het programma zichtbaar is en verantwoord die naar de Inspectie.’
  • ‘Ik sta achter de opdracht en vind dat de overheid terecht de vinger bij een probleem legt. Ik ga me maximaal inzetten om het thema in de school te organiseren. De inspectie zal tevreden zijn.’

Uitdagende vragen
Alvorens u als school een standpunt bepaalt, wil ik u een aantal vragen voorleggen, met opzet wat uitdagend geformuleerd:

  • hoe keek u ook alweer aan tegen de pedagogische opdracht van de school?
  • vond u de discussie rond het nieuwe leren ook te beperkt, teveel technisch-onderwijskundig en te weinig pedagogisch?
  • wat staat er in uw schoolmissie als het gaat om het toerusten van leerlingen voor de verantwoordelijkheid die zij later in de samenleving zullen dragen?
  • voor welke samenleving wilt u uw leerlingen vormen en opleiden?

Verbinding met de samenleving
Op het congres rond de maatschappelijke opdracht van de school, op 2 maart j.l., stelde prof. Vermeulen, lid van de Onderwijsraad, dat het reformatorisch onderwijs ‘goede’ burgers oplevert in termen van verantwoordelijkheidsgevoel, liefdadigheid, opleidingsniveau, gezagsgetrouwheid. De ontwikkelvraag ligt bij de multiculturele uitdaging. Een terecht punt, dat overigens breder geldt dan alleen het reformatorisch onderwijs.
Burgerschap en sociale integratie vraagt om participatie. Participatie is alleen mogelijk vanuit een bewustzijn van de eigen identiteit. De ontwikkelvragen van reformatorische scholen zullen niet zo zeer liggen op het gebied van identiteit en persoonlijke vorming. Het zal eerder gaan om de maatschappelijke dimensie: hoe zorgen we dat er een echte verbinding komt met de samenleving. Sociale binding is immers een centraal begrip! De praktijk is dat ook scholen die zeggen dat ze al veel doen op het gebied van burgerschap, de verbinding met het maatschappelijke nogal eens vergeten. Een tweede vraag van de scholen zal liggen bij de systematische benadering van het thema: geen losse activiteiten, maar een doorgaande lijn met een kwaliteitszorgcyclus.

Participerend burgerschap
Het congres over de maatschappelijke opdracht werd afgesloten met een debat. De debatleider vroeg of het thema betekende dat de luiken van de reformatorisch scholen een beetje opengezet werden. Het antwoord van SGP-fractieleider B.J. van der Vlies: ‘Nee, niet de luiken open, maar de school uit, de samenleving in.’ Dit is misschien wel het punt waar we ons het meest ongemakkelijk bij voelen. Hoe kijken we aan tegen ‘echte ontmoetingen’ met de samenleving door onze leerlingen? In hoeverre kunnen wij als docenten, als directie aan leerlingen uit eigen ervaring iets laten zien van participerend burgerschap?
Burgerschap en sociale integratie: een inhoudelijk antwoord gevraagd. Bij 100% door de overheid gefinancierd onderwijs heeft diezelfde overheid het recht ons te vragen wat we doen aan versterking van de samenleving van morgen. Een opdracht die het waard is om serieus te nemen. Daarbij moeten we niet naar afstreeplijstjes zoeken om zichtbaar te maken wat we allemaal doen. We zijn het aan ons zelf, aan onze leerlingen en aan ons gedachtegoed verplicht om hier serieus mee aan de slag te gaan, om eerlijk de vragen onder ogen te zien en vervolgens eigen keuzes te maken, een eigen visie ontwikkelen. Daarbij zullen de antwoorden van school tot school verschillen. Laten wel elkaar die ruimte laten!

Dit artikel werd u aangeboden door: De Reformatorische School

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 2007

De Reformatorische School | 1 Pagina's

Burgerschapsvorming: een opdracht, een kans!

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 2007

De Reformatorische School | 1 Pagina's

PDF Bekijken